Madeleine Albright: ‘Trump begrijpt niet hoe belangrijk het is een open dialoog te voeren.’Beeld Photo News

Voormalig ministerMadeleine Albright

Oud-minister Madeleine Albright ziet al haar werk in rook opgaan: ‘Amerika is een grap’

Oud-diplomaat en voormalig minister van Buitenlandse Zaken Madeleine Albright ziet met lede ogen aan hoe de VS hun internationale positie verbroddelen. Hoog tijd voor een machtswissel dus.

‘Ik maak me zorgen’, zegt Madeleine Albright. ‘Het beleid van onze regering getuigt van totaal mismanagement. Meer dan ooit besef je hoe belangrijk het voor burgers is te weten waar leiders hun informatie vandaan halen en met wie ze samenwerken.’

Het is al bijna twintig jaar geleden dat Albright (82) aftrad als minister van Buitenlandse Zaken onder Bill Clinton. Nog altijd wordt ze bijna dagelijks gebeld door journalisten uit binnen- en buitenland om haar mening te geven over de actualiteit, zoals nu over de wijze waarop president Trump de pandemie bestrijdt of met de protesten tegen racisme omgaat. Alle ogen zijn gericht op de wereldleiders, de globalisering ligt onder vuur en er worden kritische vragen gesteld over oude instituten als de Verenigde Naties, de Navo en de Europese Unie.

Dit is het terrein van Albright. Als oud-diplomaat kent ze het belang van bondgenootschappen en als minister van Buitenlandse Zaken heeft ze een grote invloed uitgeoefend op de politieke situatie op de Balkan en in het Midden-Oosten. Op haar aandringen heeft de Navo in 1999 luchtaanvallen uitgevoerd op Servië, Montenegro en Kosovo. In de Golfoorlog was het Albright die pleitte voor breed militair ingrijpen in Irak. Het leverde haar de reputatie op van een hardliner die geweld niet schuwt, maar zelf heeft ze die keuzen altijd verdedigd met het argument dat ze deden wat nodig was om erger te voorkomen.

Vraag haar naar het optreden van Trump, en ze noemt hem ‘de meest ondemocratische en on-Amerikaanse president in de geschiedenis’.

Wat betekent dat voor Amerika en de rest van de wereld?

«We hebben te maken met serieuze bedreigingen. De Amerikaanse samenleving is gespleten, ons recht is racistisch, er sterven mensen door abject gedrag van politieagenten. De keuzen die we nu maken zijn bepalend voor onze toekomst, maar Trump doet elke dag iets waarvan je denkt: kan het nog erger? 

‘Ook nu weer, nu hij zonder overleg heeft besloten om troepen uit Duitsland terug te trekken. Er wordt gespeculeerd dat hij boos is op Angela Merkel, omdat ze heeft gezegd niet naar de G7-top te komen. (Officieel luidt de reden dat veel lidstaten van de Navo zich niet aan het defensiebudget houden, red.) Hij begrijpt niet hoe een democratie werkt, hoe diplomatie werkt, en hoe belangrijk het is een open dialoog te voeren. Een democratisch leider verbindt, en Trump doet precies het tegenovergestelde. 

‘Fascisme begint met een leider die er bewust op uit is een samenleving te verdelen. Zij tegen wij. Dat is wat Trump doet. Het Vrijheidsbeeld huilt. Het is voor een voormalig diplomaat misschien niet gepast om kritisch over mijn land te zijn, maar ik ben het wel. Ik was altijd zo trots om achter dat bordje van de Verenigde Staten te zitten. Maar nu is Amerika een grap.’

Albright zit net als iedereen al maanden thuis, in Washington. Voor een extraverte persoonlijkheid als zij, is dat zwaar. ‘Ik heb contact nodig’, zegt ze, ‘en dan bedoel ik niet, zoals nu, via Zoom.’ Ook de tournee die het verschijnen van haar nieuwe boek begeleidt, vindt door de coronacrisis virtueel plaats. Albright zit in haar werkkamer, de kast en de vensterbank achter haar staan vol met boeken. Op haar knalblauwe blouse is een zilverkleurige V gespeld, de V van victory

Na onder andere memoires over haar tijd als minister, Madam Secretary (2003), en een bestseller over de opmars van het fascisme (2018, in het Nederlands vertaald als Fascisme, een waarschuwing), schreef Albright het afgelopen jaar een nieuw boek, De hel en andere bestemmingen. Hierin vertelt ze over haar leven nadat ze in 2001 voor het laatst de lift naar beneden had genomen vanaf de zevende verdieping van het ministerie van Buitenlandse Zaken in Washington.

Ze was uitgeput, schrijft ze. Jaren van internationale onderhandelingen hadden hun tol geëist, maar ze peinsde er niet over om het rustiger aan te doen. ‘Ik wilde deze nieuwe fase nog interessanter maken dan de vorige’, zegt ze. Droogjes: ‘Wat niet makkelijk is als je minister van Buitenlandse Zaken bent geweest.’ Om fysiek gezond te blijven, ging ze sporten. Drie keer in de week zet ze haar wekker om kwart voor 5 ’s ochtends, om zich te laten afbeulen door haar trainer. 

Professioneel bleef ze dezelfde doelen nastreven als toen ze in de regering zat: het bevorderen van democratie in de wereld en het mondig maken van vrouwen. Verschillende partijen bedelden om haar adviezen, van denktanks en de Georgetown Universiteit tot het Congres, ze werd zelfs door haar goede vriend Václav Havel gevraagd president te worden van Tsjechië. Op alles, behalve dat laatste, zei ze ja, en ze begon samen met drie anderen een internationaal adviesbureau: The Albright Group (TAG).

Een eigen bedrijf beginnen trok haar vooral omdat het nieuw voor haar was: ‘Wie leert, heeft minder tijd om na te denken over ouder worden’. Als minister had ze ervaren hoe nuttig het ook voor bedrijven is om diplomatieke relaties met regeringen te onderhouden, en nu kon ze als zakenvrouw met een internationaal politiek netwerk de juiste mensen bij elkaar brengen. TAG richt zich alleen op sociaal verantwoordelijke ondernemingen. Zo zette de eerste cliënt, het Amerikaanse geneesmiddelenbedrijf Merck, mede dankzij TAG een succesvol programma op voor de bestrijding van hiv en aids in Botswana.

Behalve op haar werk blikt Albright in De hel en andere bestemmingen ook terug op momenten waar ze, met de wijsheid van nu, anders tegenaan kijkt. ‘Ik had beter mijn tong kunnen afsnijden’, zegt ze over de keer dat haar werd gevraagd naar de dood van een half miljoen kinderen als gevolg van VN-sancties tegen Irak. Was het de prijs waard geweest? VN-ambassadeur Albright had bevestigend geantwoord. 

Ze toont ook compassie voor president Bush, van wie ze de invasie in Irak altijd heeft veroordeeld. Volgens haar zou hij te snel naar geweld als middel hebben gegrepen en zo niet alleen de drempel voor ingrijpen hebben verlaagd, maar ook het beeld hebben neergezet van Amerika als een land dat naar eigen goeddunken landen binnenvalt om de leiding over te nemen. ‘Een rechtvaardige beoordeling moet beginnen met een idee van hoe het geweest moet zijn om in de nasleep van 9/11 een gezagspositie te bekleden. De functionarissen uit de regering-Bush stonden elke ochtend op met de vraag of er nog meer aanslagen dreigden.’

Albright deelt persoonlijke herinneringen en getuigt van humor en zelfspot als ze vertelt hoe ze ooit in het ziekenhuis belandde en ontsteld constateerde dat ze niet werd herkend door de verpleegkundige. ‘De minister van Buitenlandse Zaken? Dat is toch Colin Powell?’ 

Dit soort anekdoten wisselt ze af met analyses van de verschuivende verhoudingen in de wereld en de vele uitdagingen waarvoor regeringen staan. Ze schrijft kritisch over de Russische president Poetin die volgens haar het Westen ‘koppig als een rivaal’ behandelt en zich gedraagt ‘alsof hij nog steeds deel uitmaakt van de KGB’. 

Ze hekelt het gebrek aan effectieve samenwerking tussen Amerikaanse en Europese leiders, en is kritisch over het optreden van de Navo in Afghanistan. Haar droom is dat democratische samenlevingen zich weer verenigen in het sterke, slimme bondgenootschap dat de Navo ooit moest zijn, maar waarschuwt dat deze landen dan wel nu in actie moeten komen. Leiders moeten om te beginnen beseffen dat ze over grenzen heen moeten samenwerken, en burgers zouden moeten kiezen voor de leiders die dat doen in plaats van leiders die geloven in harde buitenlandse politiek en gesloten grenzen en zo de idealen van democratie en mensenrechten overboord zetten. ‘We moeten wakker worden.’

De Engelse ondertitel van uw boek luidt: A 21st century memoir. Hoe zou u de 21ste eeuw tot dusver omschrijven?

«Daar zou ik drie maanden geleden een ander antwoord op hebben gegeven dan nu. Ik wist voor de eeuwwisseling al dat Amerika een andere rol zou spelen in de wereld, in die zin dat het land minder gewaardeerd wordt als toegewijd wereldleider. Het bestaansrecht van de oude instituten is hierdoor ook in het geding. Er worden vraagtekens gezet bij de effectiviteit van de Verenigde Naties, de Navo wordt nu veelal gezien als een verlengstuk van de Amerikaanse macht. 

»Maar het is duidelijker dan ooit dat we die instituten nodig hebben. Het coronavirus kent geen grenzen, we voelen des te meer dat er vraagstukken zijn die landen niet alleen kunnen oplossen. Regeringen evenmin, we hebben bedrijven nodig om vaccins te produceren, dus ook hun rol verandert. Mensen zetten vraagtekens bij globalisering, ze voelen zich niet gezien en denken na over hun identiteit en nationaliteit. De samenleving raakt gepolariseerd. Dat was al aan de hand, en in deze crisis komt alles bij elkaar. Ik denk dat we nog niet kunnen bevroeden wat het resultaat van dit alles zal zijn.»

Kan de wereld lering trekken uit deze crisis?

«Ik hoop dat we nu beter begrijpen dat we niet alles kunnen controleren. Eigenlijk het enige waarover we controle hebben, is ons gedrag. Dit virus leert ons, denk ik, hetzelfde als wat mijn ouders in de oorlog leerden. Zij moesten Tsjechoslowakije ontvluchten en kwamen in Londen terecht. Mijn moeder sprak geen Engels, mijn vader gaf als adviseur van de Tsjechoslowaakse regering toespraken op de BBC. Ze moesten hun familie achterlaten en al die tijd slaagden ze erin het abnormale normaal te laten lijken. Ik weet niet hoe ze dat klaarspeelden, alleen dát ze het deden. Ze hadden geen controle over de bommen, over de tijd die we moesten doorbrengen in schuilkelders, maar ze konden wel bepalen hoe ze ermee omgingen.»

Albright was al 60 toen ze ontdekte dat ze Joods was; haar ouders hadden dat altijd verzwegen, ook voor haar. In 1997 schreven journalisten van The Washington Post dat meer dan twintig leden van haar familie in de Holocaust waren omgekomen. In haar memoires vertelt ze hoe ze pas jaren later het archief van haar vader opende en hierin een dagboek vond van haar grootmoeder. Het begon op 1 januari 1942 en eindigde een paar weken voordat een trein met Joodse gevangenen vanuit Tsjechië naar het oosten reed. ‘Wat er aan het eind van hun reis precies is gebeurd, weten we niet, alleen dat er geen overlevenden waren.’ Haar grootmoeder, Ružena Spieglová, zat in die trein. Ze was 54.

Wat deed deze ontdekking met uw eigen gevoelens over identiteit en nationaliteit?

»Ik ben dat nog steeds aan het uitvogelen. Ik wist wat er in de Holocaust is gebeurd, en ik wist welke gevolgen dat heeft gehad. Ik wist alleen niet dat mijn eigen familie tot de slachtoffers behoorde. 

»Wat ik wel weet, is dat mijn leven van toeval aan elkaar hangt. Ik had er net zo goed niet kunnen zijn, maar we ontvluchtten het naziregime en het communisme, en belandden via Londen uiteindelijk in Denver. Ik weet nog dat ik mijn vader eens vroeg: ben ik een Tsjech of een Slowaak, en hij antwoordde: je bent een Tsjechoslowaak. Zo voel ik me ook. Maar ik voel me ook een dankbare Amerikaan, die een ongelofelijk goed leven kreeg in de Verenigde Staten.»

In haar memoires schrijft Albright ook over de moeilijkheden die ze als vrouw heeft ervaren. Zo vertelt ze hoe ze op een winterse ochtend in 1982 door haar man, journalist Joe Albright, naar de woonkamer werd geloodst waar hij haar vertelde dat hij haar ging verlaten voor een andere vrouw. ‘Een tiental zachtjes uitgesproken woorden met een gewicht dat me bijna verpletterde.’ 

De scheiding was ‘een zware klap voor mijn toch al beperkte zelfvertrouwen’, maar stelde haar wel in staat carrière te maken. ‘De ironie wil dat ik sterk betwijfel of ik zonder die scheiding ooit minister van Buitenlandse Zaken zou zijn geworden.’ Dat is ook een reden waarom ze nog een boek wilde schrijven, zegt ze: ‘Het heeft lang geduurd voordat ik mijn stem heb gevonden, maar nu zal ik niet meer zwijgen.’

Waarom duurde dat zo lang?

«Je moet je voorstellen: ik ging naar een meisjesschool. Bij ons afstuderen hield de toenmalig minister van Defensie een toespraak over wat onze belangrijkste verantwoordelijkheid was: trouwen en kinderen grootbrengen. In plaats van op te staan en weg te lopen, bleven wij zitten. Drie dagen later was ik getrouwd. Ik wilde graag journalist worden, net als mijn man. Op een avond zaten we te eten met zijn baas. Die keek naar me en vroeg: ‘En wat ga jij doen, moppie?’ Ik antwoordde dat ik bij een krant ging werken. Waarop hij zei: ‘Je kunt niet voor dezelfde krant werken als je man, en je wilt ook niet voor een concurrerende krant werken. Dus vind maar iets anders.»

In 1968 promoveerde Albright op de rol van de pers in de Praagse Lente. Ze ging lesgeven en werd politiek actief als fondsenwerver voor toenmalig senator Ed Muskie. Haar eerste fulltimebaan kreeg ze pas toen ze 39 was, als assistent van Muskie. ‘Maar mijn carrière kwam pas goed van de grond nadat ik op mijn 45ste was gescheiden. Toen pas leerde ik onafhankelijk te zijn, en te denken in termen van ‘ik’, in plaats van ‘wij’.’

Denkt u dat het nu voor vrouwen makkelijker is om carrière te maken?

«Mijn belangrijkste uitspraak is: er is een speciaal plekje in de hel voor vrouwen die elkaar niet helpen. Ik heb het altijd deprimerend gevonden hoe streng vrouwen over elkaar oordelen. In de tijd dat ik probeerde te promoveren, zei een vrouw die ik kende dikwijls: ‘Waarom ga je toch steeds naar de bibliotheek, je moet thuis voor je kinderen zorgen.’ Een ander vond dat ik me beter nuttig kon maken voor hun school. 

»Vrouwen projecteren vaak hun eigen onzekerheid op andere vrouwen. Ik vind dat we elkaar meer moeten steunen. Dat is na al die jaren nog steeds mijn boodschap, want ook nu is het vaak moeilijk voor vrouwen om zich uit te spreken. De meeste vrouwen herkennen dit wel: je zit in een vergadering en je wilt iets zeggen, maar je denkt, laat ik het maar niet zeggen, want het zal wel stom zijn. Dan zegt een man het en vindt iedereen het briljant, en ben jij boos op jezelf omdat je het niet hebt gezegd. Vrouwen moeten leren om op te staan en hun zegje te doen, met een ferme stem. En dat gaat beter als je je gesteund voelt door andere vrouwen.»

Vindt u dat nog moeilijk?

«Nee, niet meer. Maar er zijn vroeger verschillende momenten geweest waarbij ik had willen opstaan en dat niet heb gedaan. Het is belangrijk dat je niet de enige vrouw aan tafel bent, dat is voor mij belangrijk geweest. Toen ik net VN-ambassadeur was, vroeg ik mijn assistent alle vrouwelijke ambassadeurs uit te nodigen bij mij thuis. Van de 183 lidstaten bleken er maar zeven een vrouwelijke ambassadeur te hebben: Liechtenstein, Canada, de Filipijnen, Kazachstan, Jamaica en Trinidad en Tobego, en de VS dus. Ik hou ervan clubjes te vormen, dus ik richtte voor ons een partij op die we ‘G7’ noemden. We hebben veel dingen samen geregeld. Dankzij ons zijn er twee vrouwelijke rechters aan het Joegoslaviëtribunaal in Den Haag toegevoegd.»

Veel van de landen die de pandemie wisten te beteugelen, zoals Nieuw-Zeeland, Finland en Taiwan, worden geleid door een vrouw. Zakenblad Forbes trok daaruit de conclusie dat vrouwen betere leiders zijn dan mannen. Vindt u dat ook?

«Het is wel toevallig, dat al deze landen worden gerund door een vrouw. Vrouwen kunnen goed multitasken. Ik heb drie dochters en zes kleinkinderen, dan weet je wat het betekent om een vogelperspectief te hebben. Vrouwen zijn ook verbindend. En ik denk dat vrouwen hun ego goed opzij kunnen zetten als ze beslissingen nemen. Het zou beter zijn als er meer vrouwen in de politiek zouden zitten, op alle niveaus. Maar ik geloof vooral dat mannen en vrouwen meer moeten samenwerken. Ze vullen elkaar goed aan.»

In 2003 richtte Albright nog een club op: het Aspen Ministers Forum, nog steeds een actief onderdeel van denktank The Aspen Institute. Het was Jozias van Aartsen, vertelt ze, die haar daartoe aanzette. ‘Hij was, en is, een goede vriend. Toen Clinton aftrad, was hij een van de mensen die me belden en zeiden: ‘Er worden slechte dingen gezegd over Amerika, doe iets.’ Dus ik stelde een groep samen van voormalige ministers van Buitenlandse Zaken om de diplomatieke banden tussen Amerika en Europa te verstevigen. ‘Madeleine en haar exen’, noemen zij het.’

De relatie tussen Europa en Amerika is gespannen. Ook binnen Europa wint nationalisme terrein. Wat vindt u daarvan?

«Gevaarlijk. Ik begrijp wel waarom mensen zich verloren voelen in een geglobaliseerde wereld. Dat ze willen weten wat hun identiteit is; dat willen we allemaal. Maar als mijn identiteit de jouwe haat, heet het hypernationalisme, en dat leidt tot rampen. Ik hoop dat de Europese landen erin slagen gezamenlijk te dealen met hun problemen. De Europese Unie is ontzettend waardevol en het is de enige manier om problemen op te lossen, of dat nu het virus of de vluchtelingenstroom is. 

»Ik weet wel dat het makkelijk voor mij is om te zeggen, maar ik ben ook een Europeaan. Ik voel me verbonden met jullie. En ik maak me zorgen. Hoe meer jullie samenwerken, ook met Amerika, hoe beter het is voor alle landen.»

Kan dat met deze Amerikaanse president?

«Nee, de buitenlandpolitiek van Trump is contraproductief en lomp. Ik ken Joe Biden, hij begrijpt het belang van internationale relaties. Hij begrijpt dat Amerika niet kan afhaken, want als wij niet meer meedoen, zal China in het gat springen. Biden zou een goede president zijn, een president die de banden tussen Amerika en Europa en de rest van de wereld weer aanhaalt.»

Sommigen betreuren het dat hij geen vrouw is.

«Ja, maar het is belangrijk ook te kijken naar andere rollen in het kabinet. Er vinden ongelofelijk veel samenwerkingen plaats tussen ministeries van landen, ik ben daar ook een groot voorstander van. Als je democratie begrijpt, weet je dat de rol van de verschillende departementen groot is.»

Gaat Biden de verkiezingen winnen?

«Dat verwacht ik wel. Maar ik maak me ernstig zorgen over buitenlandse inmenging. Ik ben ervan overtuigd dat de Russen zich hebben bemoeid met de verkiezingen van 2016, en ik vrees dat ze dat opnieuw zullen proberen. Dus we moeten alert zijn. 

»Ik weet nog dat ik als kind naar Amerika kwam en dat mijn vader zei dat hij hoopte dat de Amerikanen zouden beseffen hoe fragiel democratie is. Maar hij wees ook op de veerkracht van democratie. Dat moeten we niet vergeten: democratie heeft het vermogen zichzelf opnieuw uit te vinden. Dat is waarover deze verkiezingen gaan.»

(VK)

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234