Oud-premier Leo Tindemans is overleden

Leo Tindemans, boegbeeld van de CVP en Belgisch premier van 1974 tot 1978, is vandaag op 92-jarige leeftijd overleden. Humo sprak hem vijf jaar geleden voor ’t laatst. Over zijn gepubliceerde dagboeken, de eenzaamheid van de politicus, zijn vete met wijlen Wilfried Martens en het probleem van de huidige generatie politici. 'Er is een gebrek aan cultuur en menselijke waarde.'

(Verschenen in Humo 3572 op 13/02/2009)

'Wat bezielt deze generatie politici? Ik vraag het me af''

Humo sprak met Leo Tindemans

De huiskamer van Leo Tindemans (86) staat volgepakt met dozen en stapels documenten. Alles staat klaar om naar Kadoc te worden gereden, het documentatiecentrum van de Leuvense universiteit. Alleen de privédagboeken verhuizen niet mee, want daarmee heeft de minister van Staat nog plannen. Ze publiceren, bijvoorbeeld.

Deze week verschijnen de dagboeken uit de periode 1981 tot 1989, toen hij minister van Buitenlandse Zaken was: ‘Een politiek testament. Mijn plaats in de tijd.’ Het is een cruciale periode: de plaatsing van kernraketten, Reagan en zijn Star Wars, de aanvallen op de vluchtelingenkampen van Sabra en Shatila, de eerste intifida, de Koude Oorlog en het uiteenvallende Oostblok, Zaïre en Mobutu, Black Monday op Wall Street, de bende van Nijvel en de CCC en jawel, ook Voeren. Tindemans zat op de eerste rij.

Het vuistdikke boek is allesbehalve gesteld in diplomatieke taal. Tindemans noemt man en paard en schrijft soms ongenadig hard op wat hij denkt over toestanden én mensen. Over koehandel en valstrikken op het hoogste niveau, getouwtrek om benoemingen en postjes, stekende afgunst, de kleine kantjes van grote ego’s. En ruzies, veel ruzies. Zoals toen JeanLuc Dehaene en Guy Verhofstadt in volle ministerraad begonnen te bekvechten. Dehaene: ‘Als gij beter uw bakkes zou houden...’ – Verhofstadt: ‘Als uw studiedienst zijn bakkes zou houden...’ ‘Ongelofelijk,’ noteert Tindemans. En: ‘Zoiets zou met Gaston Eyskens niet mogelijk geweest zijn.’

HUMO Had u niet al alles verteld in uw memoires in 2002?

Leo Tindemans «Ik hou een dagboek bij sinds 1968, het jaar dat ik voor de eerste keer minister werd. Ik hou het nog altijd bij – maar wees gerust, ik zal niets noteren over ons gesprek. (haalt een stapeltje dikke, ingebonden agenda’s uit zijn kast)

»Ik gebruikte altijd deze agenda’s van Janssen Pharmaceutica. Ik probeerde me te beperken tot één agenda per jaar, maar soms was dat niet genoeg. Daarnaast schreef ik allerlei ideeën op in dunne cahiertjes, want ondanks m’n drukke leven bleef ik veel lezen. Dat heeft me eigenlijk gered. Ik speelde geen tennis of golf en ik was geen voetballiefhebber, dus elk vrij moment ging op aan lezen en schrijven. Ik noteerde ook allerlei aforismen. (Bladert in een cahiertje) The tragedyofoldageisnottebeold,the tragedy of old age is to be young. Oscar Wilde. Hm, het is een beetje toepasselijk op mezelf (lacht).»

HUMO Een dagboek is meestal niet bedoeld om te publiceren. U schrijft ongepolijst uw mening over wat u allemaal meemaakte, en met wie.

Tindemans «Het is minder doorwrocht dan memoires, ja. Je komt ’s avonds laat thuis van een woelige vergadering of na een conflict, de adrenaline stroomt nog, en je schrijft het snel even van je af. Dat levert levendig proza op, fris van de lever. De polsslag van die éne dag. Ik weet dat het in België ongewoon is om als politicus je privédagboek te publiceren, maar ik heb me laten inspireren door Britse en ook Duitse politici.

»Mijn dagboeken waren niet bedoeld om uit te geven, maar ik doe het toch, en wel om twee redenen. Eén: na mijn memoires hebben enkele diplomaten me gezegd hoe jammer ze het vonden dat ik niet uitvoeriger had kunnen ingaan op hun delicate en vaak onzichtbare werk. Ze hadden gelijk.

»De tweede reden is kardinaal Agostino Casaroli, de topdiplomaat van de paus die in de jaren tachtig achter de fameuze Ostpolitik van het Vaticaan zat. In de loop der jaren had ik met hem een vertrouwelijke relatie opgebouwd. Toen ik als minister van Buitenlandse Zaken in 1989 voor de laatste keer naar de VN in New York ging, liep ik hem daar tegen het lijf. Ik vertelde dat ik definitief uit de regering vertrok. Hij vond het jammer en hij zei ten afscheid: ‘Leo, n’oublie pas Jérusalem.’ Ook daarom geef ik deze dagboeken vrij, want we hébben met onze diplomaten goed werk geleverd in het Midden-Oosten, onder meer in verband met het statuut van Jeruzalem, en dat is te weinig bekend. Vandaag maakt elke tweederangspoliticus een reisje naar Gaza of de bezette gebieden met een resem journalisten in zijn zog. Maar wat stelt dat voor?»

HUMO Aan het einde beschrijft u uw ontslag, dat in mineur verliep: ’19 juni 1989. Martens zeer vroeg: ‘Proficiat. Maar ga je nu ontslag nemen?’ Ik: ‘De ontslagbrieven liggen klaar. Ik hoef ze alleen nog te ondertekenen. Eén voor jou, één voor de koning.’ Hij weer: ‘Een brief is zelfs niet nodig.’ (...) Blijkt dat Mark (Eyskens, red.) al op het paleis is geweest om de eed af te leggen.’ Kortom: opgeruimd staat netjes. Het motto van uw boek is een citaat over de eenzaamheid van de politicus: geen toeval?

Tindemans «Die eenzaamheid kan pijnlijk zijn, maar dat moet je overwinnen. Ik heb het meegemaakt dat ik onverwachts uit het buitenland terugkeerde en dat mijn stoel in de ministerraad bezet was door iemand anders. Of dat een collega er zijn boekentas op had gezet. Ik ben ooit op een Europese ministerraad aangekomen: ik had geen stoel aan de onderhandelingstafel, want die was ingenomen door Anne-Marie Lizin (lacht). Zo gaat dat, hè. Het was een gegeerd departement, ze wilden allemáál minister van Buitenlandse Zaken worden. Nog altijd trouwens. Er bestaat heel wat jaloersheid rond die portefeuille.»

HUMO Waarom was die post zo gegeerd? Een land als België stelt toch weinig voor in de wereldpolitiek?

Tindemans «Je kunt moeilijk de politiek van een grote mogendheid voeren. Hoe zou België de VS of een andere wereldmacht de les kunnen spellen? Dat is idioot. Maar ons land heeft wel een diplomatieke functie. We hebben ook altijd goede, performante diplomatieke diensten gehad. En grote persoonlijkheden op Buitenlandse Zaken: Van Zeeland, Spaak, Hymans, Harmel. Op dat departement – en trouwens ook op Financiën – moest je toen echt kwaliteiten hebben om goed te kunnen functioneren. Ik beschuldig niemand, maar ik heb de indruk dat daar de jongste jaren minder aandacht voor is. Louis Michel wordt minister en zegt meteen dat hij niets moet hebben van diplomaten. Hij begon met het schofferen van de mensen die hij hard nodig heeft!»

HUMO Buitenlandse Zaken lijkt tegenwoordig meer een troostprijs. Karel De Gucht kreeg de functie in 2004 na de zware ruzie over het migrantenstemrecht bij de VLD. Nu wordt ex-premier Yves Leterme genoemd. U kreeg de baan na het Egmontdebacle en uw ontslag als premier.

Tindemans «Mij is nooit gezegd dat het een troostprijs was. Maar wie vertelt je daarover zijn intiemste gedachten?

»Toen ik op het departement arriveerde, werd ik opgewacht door enkele diplomaten en secretaris-generaal Roelants. ‘Welkom,’ zei hij, ‘we verwachtten u hier al heel lang.’ Dat vond ik een prachtig compliment. Misschien was het een diplomatieke uitspraak?

»Is het een belangrijke porte-feuille... Ik weet het niet. In volle Koude Oorlog zei P.W. Segers dat Landsverdediging de belangrijkste ministerpost was.»

HUMO Misschien omdat Segers toen toevallig zelf Defensieminister was?

Tindemans (lacht) «Wie weet, ja. Maar Buitenlandse Zaken is hoe dan ook een moeilijk departement. Op het internationale toneel moet je elk woord zorgvuldig wikken en wegen: ’t is niet makkelijk om de juiste toon te vinden.

»Vroeger bepaalden de premier en de bevoegde minister het buitenlands beleid, maar tegenwoordig bemoeit zowat iedereen in de federale én de gewestregeringen zich ermee. Nochtans is zomaar wat uit je nek kletsen nefast in buitenlandse zaken. Nu vliegen er soms drie excellenties naar Peking of Tokio zonder dat ze dat van elkaar weten.

»Ik heb ooit voorgesteld om geregeld apart samen te komen met alle ministers die met het buitenland in aanraking kwamen, zodat we minstens de agenda’s beter konden afstemmen. Dat heeft een paar keer gewerkt, tot Jean Gol de zaak kelderde. Hij vond dat hij als vicepremier niet naar een vergadering kon komen die door een gewoon minister werd voorgezeten. Om maar te zeggen.»

HUMO Na uw eedaflegging schreef u: ‘Heb ik een stommiteit begaan of ontdekte ik mijn ware roeping?’ Wat was het?

Tindemans «Ik droomde als jongen al van de wereld. Wat ik las over Benjamin Disraeli (premier van Groot-Brittannië eind jaren 1800, boegbeeld van de Conservative Party en ook romanschrijver, red.) inspireerde me. Ik was achttien toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, en ik moest kiezen wat ik zou studeren. We woonden op de linkeroever in Burcht, in de Schelde lagen mijnen, mijn vader werd werkloos omdat de haven lam lag. Naar Leuven gaan zat er niet in: hoe zou ik er geraken, en wie zou dat betalen? Mijn retoricaleraar raadde me de handelshogeschool in Antwerpen aan: met dat diploma kon ik later nog naar Congo, zei hij. Ik heb er dan consulaire wetenschappen gestudeerd en voelde me daar perfect. Ik droomde écht van dat verre buitenland.»

HUMO Behalve minister van Buitenlandse Zaken bent u ook partijvoorzitter en premier geweest. Wat had uw voorkeur?

Tindemans «Buitenlandse Betrekkingen – dat is de nieuwe naam die ik nog aan het departement heb gegeven. Ik zag uiteraard wel het be-lang van het premierschap, en ik had ook grote bewondering voor Gaston Eyskens. Maar het was mijn grote troef dat ik niet kapotging van nostalgie omdat ik plots geen premier meer was. Ik zou mezelf niet verkocht hebben of een politieke moord gepleegd hebben om premier te zijn.»

HUMO Voor u aan de slag ging op Buitenlandse Zaken ging u praten met een beroemde voorganger, Pierre Harmel. Eén van zijn adviezen was dat u wat minder Mister Europe moest uithangen, want dat wekte alleen maar afgunst. Hij zag uw populariteit – de man met een miljoen stemmen – als een handicap?

Tindemans «Ja. De naijver ís groot. Op een departement als Buitenlandse Zaken voel je die politieke slijtage zelf minder snel aan, maar ze is er wel. Paul-Henri Spaak was burgemeester van Sint-Gillis: toen hij een internationaal gereputeerd minister van Buitenlandse Zaken werd, haalde hij plots een pak minder stemmen! De meeste kiezers herinneren zich vooral wat je in het binnenland doet.»

HUMO Na een kerkdienst in Brussel werd u eens herkend door een vrouw: ‘Kijk, Tindemans. Vergeet onze pensioentjes niet, hé mijnheer!’ Afrika of de plaatsing van kernraketten zijn dan wel heel veraf.

Tindemans «Zonder die mensen besta je niet als politicus. Ik heb nooit mijn afkomst vergeten, want hoe meer stemmen je haalt, hoe gevaarlijker het wordt. Je moet die kiezers rekenschap geven, ze laten voelen dat ze meetellen, naar ze luisteren. Dat is een enorme opdracht, hoor. Zelfs nu nog schrijven mensen me dat ze het jammer vinden dat ik niet meer in de Belgische politiek zit.»

HUMO Is Leterme ook gehandicapt door zijn achthonderdduizend stemmen? Speelt zijn populariteit nu in zijn nadeel?

Tindemans «Nog niet, denk ik. Maar ik hoor wel dat er bepaalde krachten tegen Leterme aan het werk zijn. Ze willen hem vernietigen, en blijkbaar hebben ze ook hun volgende slachtoffer al in het vizier: Kris Peeters met zijn stijgende populariteit. Men zegt.»

HUMO Als Leterme inderdaad minister van Buitenlandse Zaken wordt, wat zou u hem zeggen? Dat hij niet Mister Vlaanderen moet uithangen?

Tindemans «Hij is Europees ambtenaar geweest en heeft dus wel wat internationale ervaring.

»Veel hangt af van de toon waarop je advies geeft. Je moet oppassen om niet de oude wijze man te spelen: misschien ben je dat niet, en zelfs met de beste bedoelingen kun je mensen kwetsen.»

HUMO U bent nochtans niet mals in uw dagboek. Een paar voorbeelden. Margaret Thatcher omschrijft u als ‘nog erger dan de legende wil’. Ronald Reagan noemt u ‘totaal ongeschikt voor internationale politiek’. Guy Verhofstadt ‘hangt de ezel uit’ en is ‘een tactloze vlegel’. Cools is ‘vulgair’. Happart ‘een akelig man’.

Tindemans «Ik doe dat niet om te kwetsen. Ik vónd dat zo, op het moment dat ik het opschreef. In je dagboek pen je dingen neer in een opwelling en denk je niet aan wie dat eventueel zou kunnen lezen. Zelfs al klinkt het soms hard, ik wilde eerlijk zijn, en dus heb ik er niets aan veranderd voor dit boek. Nu zou ik bepaalde zaken wellicht anders opschrijven.»

Humo sprak met Leo Tindemans (2)

HUMO Ook de rivaliteit en argwaan ten aanzien van toenmalig premier Wilfried Martens komt verschillende keren duidelijk naar voren. U was toevallig niet uitgenodigd op vergaderingen, er werd achter uw rug beslist, enzovoort.

Tindemans «We hebben nooit ruziegemaakt of gescholden. (Aarzelt) Maar stel u even in mijn plaats. Ik was premier in de periode van het Egmontpact, in 1978. De Raad van State had een zeer kritisch advies over dat pact gegeven, en we spraken in de regering af dat ik niet naar de Kamer zou gaan om op allerhande interpellaties te antwoorden. De socialistische ministers Claes en Simonet waren het met me eens:het was te riskant voor de regering. Ondertussen ontbond André Cools (toen PS-voorzitter maar geen lid van de regering, red.) in de Kamer al z’n duivels. Hij tierde dat ik naar de Kamer moest komen en dat het Egmontpact zou worden goedgekeurd, ondanks alle grondwettelijke bezwaren. Hij eiste dat! Zoiets kán toch niet? Elke avonturier die nadien ooit de macht zou grijpen, zou de grondwet meteen naast zich neer kunnen leggen door simpelweg te verwijzen naar wat Tindemans had gedaan.

»Ik kénde de grondwet door en door: elk woord was als het ware door mijn handen gepasseerd toen ik, als minister van Communautaire Betrekkingen, een aantal grondwetsherzieningen had begeleid. Ik wilde mezelf niet verloochenen, en ik bén dus naar de Kamer gegaan om dat uitgebreid uit te leggen. Ik heb een lange speech gegeven, puur geïmproviseerd, de woorden kwamen vanzelf en van heel diep. En daarna heb ik mijn ontslag aangeboden. Op tv wordt altijd dat ene korte fragmentje uitgezonden waar ik zeg dat de grondwet geen vodje papier is en ik ontslag neem. Mijn hele uitleg die daaraan voorafgaat – over wat die grondwettelijke bezwaren precies inhielden – is helaas altijd weggeknipt.

»Dat niemand in de regering me toen openlijk gelijk gaf of steunde, heeft pijn gedaan.»

HUMO Ook uw eigen partijvoorzitter Wilfried Martens steunde u niet. Dat conflict smeult ook in uw dagboek.

Tindemans «Als Martens mij toen wél had gesteund, was de geschiedenis van België anders gelopen. Maar goed. Ik vermoed dat de invloed van Cools speelde: die kwam Martens influisteren dat hij zelf premier moest worden. Ondanks het feit dat hij nog nooit in een regering had gezeten.»

HUMO Wat opvalt: de problemen waar u twintig jaar geleden mee bezig was, zijn nog steeds dezelfde. Het Midden-Oosten, Congo, de relaties met Rusland, ontwapening, de slechte werking van de EU. Alleen de personages zijn veranderd.

Tindemans «Een cynicus zal zeggen dat politici er nooit in slagen om iets op te lossen. Hebben ze gelijk? We zouden in dit land bijvoorbeeld moeten afspreken dat we ons enkele jaren intensief met Afrika bezighouden. Maar hoe doe je dat, met die voortdurende personeelswissels en iedereen die altijd weer eigen accenten wil leggen?

»Of neem Azië, dat zo in is bij de politici. Ze geven een bevlogen speech over de nieuwe politiek die ze willen voeren voor dat continent, maar wat houdt dat in? Wát ga je in China doen? Met wie? Concreet wordt het zelden of nooit. Ik herinner me uit mijn periode prachtige pleidooien voor een nieuw industrieel beleid. En wat concreet volgde was een voorstel op de ministerraad om een pak ambtenaren aan te nemen die dat beleid zouden invullen – en dat was het. Om wat te dóén? Is dat beleid?

»Als ik van een buitenlandse missie terugkwam, dacht ik soms: zijn ze gek geworden?»

HUMO U beschrijft ook de moeizame werking van Europa, de nationale reflexen die constant de bovenhand krijgen, de botsende ego’s van presidenten en premiers. Na een Europese top in 1983 noteert u: ‘Soms denk ik erover een boek te publiceren met de titel ‘L’Europe des Menteurs’. Ik zou erin kunnen verhalen wat allemaal te lezen staat in de slotcommuniqués van de topconferenties en Europese Raden, en wat ervan werd verwezenlijkt.’

Tindemans «Dat was misschien kras geformuleerd, maar ik heb het zo vaak meegemaakt: er werd een akkoord gesloten, en iedereen ging naar buiten en legde het uit als een grote persoonlijke overwinning voor zijn land. Het wás soms gewoon leugenachtig en pijnlijk.

»Nu zit Europa in complete standstill. De Europese Commissie telt niet meer mee, terwijl ze net de leiding zou moeten nemen in deze crisistijd. Wie benoemt die mensen? Ik vind het bedroevend. Al te vaak wordt iemand Europees Commissaris om één of ander nationaal politiek probleem op te lossen, of om hem af te voeren uit zijn partij.

»De basis van de Europese gedachte van Robert Schuman en Jean Monnet was, zo kort na de oorlog, een fundamenteel wantrouwen tegen l’Etat nation, de natiestaat. Niemand spreekt daar nog over. Men durft niet! De natiestaat steekt weer de kop op, in zowat de hele EU.»

HUMO Behalve in België? Tindemans «Ja. Het natiegevoel, en ook het staatsgevoel, is hier praktisch onbestaand.»


Het Zwarte Woud

HUMO Ook in het binnenland is er blijkbaar weinig nieuws onder de zon. U worstelde met Voeren en Happart, vandaag gaat het over drie burgemeesters in de Brusselse rand.

Tindemans «Uw opmerking maakt me diep ongelukkig. Ik ben vier jaar minister van Communautaire Betrekkingen geweest (van 1968 tot 1972, red.), samen met de Waalse socialist Freddy Terwagne. Die samenwerking verliep goed. We hadden niet minder dan drie degelijke voorstellen over de Brusselse rand en de faciliteiten – ze staan samen met een heleboel ander concrete oplossingen netjes in een boekje dat ik in 1973 heb uitgegeven. Geen kat kent dat nog of gebruikt dat in het debat. Ze kennen hun geschiedenis niet meer.»

HUMO Mist deze generatie politici historisch perspectief, of misschien gewoon kwaliteit tout court?

Tindemans «Ik durf daarover mijn gedacht niet te zeggen, want ik zou ‘ja’ moeten antwoorden.»

HUMO In heel wat passages lijkt u ook ontgoocheld over uw partij. U schrijft dat de CVP verwordt tot een kiesvereniging, dat niemand er nog in politieke doctrine geïnteresseerd is en dat de partij haar christelijke basiswaarden nauwelijks nog verdedigt. Na een partijcongres in 1982 noteert u: ‘Welke ziekte heeft deze eenmaal zo bloeiende beweging getroffen?’ Waarom blééf u in zo’n partij?

Tindemans «Omdat er geen andere is die me meer aanspreekt.

»Na de verkiezingsnederlaag van 1999 heb ik ontelbare slechte vergaderingen meegemaakt. Piet Raes, een jonge doctor in de filosofie van de Humboldt-universiteit van Berlijn, poneerde dat de moderne christendemocratie de moed moet hebben om te kiezen voor identiteitsversterking. Maar over dat soort teksten werd niet gediscussieerd, ook al is de doctrine van levensbelang voor elke partij. Nee: de naam van de partij moest worden veranderd, het studiecentrum werd omgegooid. Dáár ging het over. De spindoctors dicteerden wat wij moesten zijn, terwijl dat hun taak niet is.

»Als je een nederlaag lijdt, moet je je afvragen hoe dat gekomen is en grote kuis houden in eigen huis. Dat houdt wel wat méér in dan van naam veranderen.»

HUMO CVP/CD&V heeft nooit grote kuis gehouden na de dioxineverkiezingen?

Tindemans (kort) «Nee.»

HUMO Nog een paar jaar extra in de oppositie was beter geweest?

Tindemans «De theorie was dat het helemaal gedaan zou zijn met de partij als we nóg eens zo zouden verliezen. Klopt dat? De veertigers zouden het overnemen. Daar merk je toch niet veel van? Waar zijn ze?

»Toen ik in 1961 voor het eerst in het parlement kwam, zag ik die grote groep CVP-parlementsleden zitten. ‘Het Zwarte Woud’ noemden de socialisten ons (lacht). Wel, van die groep kon je van zowat iedereen zeggen via welke organisatie, vereniging, jeugdbeweging ze bij ons waren gekomen. Die mensen waren ideologisch en organisatorisch gevormd. Als ze in het parlement iets hadden beslist, gingen ze achteraf aan hun achterban en in hun organisaties uitleggen waaróm ze dat zo hadden beslist. Vandaag is het net omgekeerd. Politieke moed wordt zeldzaam.»

HUMO In uw dagboek omschrijft u dat als ‘het consumentisme van de mandataris’: ‘Ik heb gedaan wat u (in de peiling) vroeg, lamenteert de mandataris.’

Tindemans «Men laat zich drijven door datgene waarvan men denkt of hoopt dat het de politicus populair zal maken.»

HUMO Politici moeten nu eenmaal verkozen worden.

Tindemans «Dat belet toch niet dat je ideeën en idealen hebt? En vooral: dat je ervoor uitkomt. De kiezers moeten toch weten waar je voor staat? Wat bezielt deze generatie politici? Ik vraag het me af.»

HUMO Eigenbelang?

Tindemans «Wie weet. Ik vind het een ziekte van onze tijd. Men geeft nu zelfs al cursussen in carrièreplanning. Politiek is geen beroep, wel een roeping. Voor mij is het in elk geval nooit een beroep geweest.»

HUMO U heeft het nu over de nieuwe generatie, maar vroeger werd toch ook voor het eigenbelang gekozen? Jan Huygebaert was in de jaren tachtig de coming man van de CVP. In 1985 stapte hij uit de politiek en koos voor de lucratieve bankwereld. In uw dagboek beschrijft u wat hij toen van de politiek vond: ‘Een hondenleven, het niveau is beneden peil, je verdient nauwelijks je brood, je verknoeit je leven.’ Heeft hij gelijk?

Tindemans «Ja en nee. Jan was een groot politiek talent: ik zag hem als mijn opvolger. Maar je moet natuurlijk proberen er zelf iets van te maken. Bijvoorbeeld door af en toe een boek te schrijven (glimlacht). Verdiep je in een dossier, bijt je vast in een onderwerp. Je kunt als politicus best een boeiend leven leiden, maar daar moet je vooral zélf voor zorgen.

»Ik erger me nu bijvoorbeeld dood aan de voorbereiding van de volgende verkiezingen. Ze staan te dringen om mee te doen, maar ze moeten wél een verkiesbare plaats hebben. Wie hoor je nog zeggen dat hij zal knokken voor een extra zetel, op welke plaats op de lijst hij ook staat? Wie zegt nog: ‘Ik zal bewijzen wat ik kan’?»

HUMO Echt talent kiest niet meer voor de politiek, laat staan voor uw partij?

Tindemans (diplomatisch) «Ik ken de jongere generatie natuurlijk niet meer zo, maar ik vrees dat de echt goede krachten niet meer naar de politiek komen.»

HUMO Misschien is het politieke milieu te hard en onaangenaam? Uw dagboek bulkt van de voorbeelden. Na een bikkelhard CVP-congres citeert u vader Eyskens: ‘Au sommet, il n’y a pas d’amis.’

Tindemans «Het is rough, ja. Zeker aan de top. Toch bestaan er ook uitzonderingen. Toen ik ontslag nam als premier (in oktober 1978, red.) zei Gaston Geens, die toen minister van Financiën was, dat hij uit solidariteit ook ontslag zou nemen. Ik heb geantwoord dat hij dat zeker níét mocht doen. Het establishment in de partij zou hem dat nooit vergeven, en het zou het einde van zijn carrière betekenen. We zijn vrienden gebleven tot zijn dood, een paar jaar geleden. Zo waren er nog wel een paar: Marcel Storme, Bob Gijs en anderen, op alle niveaus.

»Er is wellicht te weinig talent, maar misschien nog meer is er een gebrek aan cultuur en menselijke waarde: vriendschap, samen optreden voor een beweging of een idee. Dat is grotendeels weg, en het is zeker geen motor meer in de politiek. Ach, misschien ben ik te streng.»

HUMO Begin 1987 stopte u met lesgeven aan de universiteit. U noteert: ‘Ik verlaat de universiteit, waar ik zo graag mijn leven had doorgebracht. Ik heb de wereld gezien en het mooiste bestaan lijkt me er een à la Raymond Aron te zijn: onderwijzen en schrijven. Daarvoor is Vlaanderen echter te klein.’ Klinkt daar spijt in door over de keuze voor een leven als politicus?

Tindemans «Nee, geen spijt. Mijn diepste natuur is schrijven, lesgeven en studeren. Maar dankzij de politiek heb ik de wereld leren ontdekken, veel interessante mensen ontmoet en soms ook aan belangrijke projecten meegewerkt. Misschien heb ik in mijn dagboek al die positieve zaken wat onderbelicht.

»Ik heb in mijn politieke leven een schat aan onmisbare ervaringen verdiend. Ik ben geen teleurgesteld man. Integendeel.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234