Ouders in het verzet: samenleven met kleine terroristjes

Wat als je je geterroriseerd voelt door het agressieve gedrag van een kind? Humo liet zich inwijden in de nieuwste opvoedingsmethode die het gezag van ouders en opvoeders moet herstellen: geweldloos verzet, een kleine hype in de jeugdhulp.

'Ouders krijgen te veel de schuld van alles'

Peter (14) staart voor zich uit in zijn kamer in de jeugdinstelling. Wanneer twee begeleidsters aankloppen, krijgen ze een arrogante blik toegeworpen. ‘We hebben je al gezegd dat we je agressieve gedrag niet tolereren,’ klinkt het rustig. ‘Je mag geen kinderen slaan. Het kan ook niet dat je mijn collega Sarah op de grond hebt geduwd toen ze vroeg hoe je aan die iPad kwam. We zijn hier om je zelf te laten nadenken over een oplossing.’ Ze nemen allebei een stoel, gaan zitten en zwijgen.

‘Zeg jong, wat voor een belachelijk gedoe is dat hier?’ Peter verschuift zijn stoel luidruchtig. ‘Jullie zijn wel in míjn kamer, hè! Bol het eens af, zeg.’ De twee kijken elkaar even aan, maar houden hun mond. ‘Iedereen heeft toch een iPad tegenwoordig. Djeezes, als dat al niet meer mag.’ Peter rolt met zijn ogen.

Hoe langer ze zwijgen, hoe ongemakkelijker hij zich voelt. ‘Ik heb helemaal niks verkeerd gedaan, onnozelaars! Komaan, trap het af! Wilt ge een oplossing? Awel, geef mij een tv en ik zal mij gedragen. Nu verveel ik mij hier steendood, dát is het probleem.’

We zitten in een instelling van Jeugdzorg Emmaüs in Antwerpen te kijken naar een rollenspel, gespeeld door hulpverleners, voor hulpverleners. Ze volgen een training ‘Nieuwe autoriteit en geweldloos verzet’. Je kan een speld horen vallen in het lokaaltje, de deelnemers herkennen de gespeelde situatie maar al te goed. Vaker dan hen lief is, worden ze geconfronteerd met kinderen en jongeren die God noch gebod lijken te kennen. Ze schoppen en slaan, vernielen spullen, spuwen, halen verbaal uit, stellen de wetten. ‘Soms zie ik jongeren van wie ik me afvraag of iemand nog vat op hen heeft,’ zucht Gijs. ‘Een nieuwe aanpak zou goed van pas komen.’


Stilte als oorveeg

Een geweldloze sit-in, naar het voorbeeld van Gandhi, is één van de technieken die ze hier aanleren. ‘Nu zie ik pas hoe hard die stilte aankomt,’ zegt thuisbegeleidster Peggy, die de techniek al heeft toegepast bij een meisje, Lizzy*. ‘De eerste keer reageerde ze vrij goed en zei dat ze haar gedrag zou verbeteren. Ik was blij dat ze na weken zwijgen eindelijk begon te praten. Een doorbraak, dacht ik, maar een week later liep ze weer weg.’

Peggy moest nagaan wat er goed en fout liep in het gezin van Lizzy. ‘Als haar gedrag niet drastisch verbeterde, zou ze uit huis geplaatst worden. Nadat de boel bij papa was ontploft, woonde Lizzy weer bij mama, maar daar liep ze voortdurend weg. Haar mama had alles al geprobeerd – straffen, roepen, negeren – ze had niets meer te zeggen aan haar dochter. Als ze haar vroeg wie haar vrienden waren, snauwde Lizzy dat ze daar geen zaken mee had. Haar mama had geen idee waar of bij wie ze ’s nachts uithing, ze was doodongerust.’

‘Lizzy had ook zeer wisselende seksuele contacten. Zelf zei ze dat ze geen relatie wou, enkel vrijblijvende seks. Maar ze was amper 13! Voor de jeugdrechter kon het niet langer. Haar veiligheid moest verzekerd worden.’ Peggy deed aanvankelijk wat ze altijd doet: met het meisje proberen te praten. Dat mislukte: ‘Ze zweeg of glipte het huis uit via het badkamerraam.’

Peggy deed een tweede sit-in. Dit keer bleven zij en Lizzy’s mama wél zwijgen. ‘Dat was ze niet gewend, dat kwam echt binnen.’ Lizzy’s mama maakte haar dochter ook duidelijk dat ze er alles aan zou doen om haar dochter thuis te krijgen. ‘Toen ze wéér wegliep, is ze haar overal gaan zoeken, samen met Lizzy’s oma én tante. Plots zag Lizzy die vreemde bende ’s avonds laat opdagen aan haar pleintje. Ze zat er met een groepje jongens, allemaal een stuk ouder dan zij. Lizzy werd razend, maar haar mama hield voet bij stuk. Ze zijn daar met z’n drietjes rustig blijven zitten. Toen Lizzy wegliep, heeft haar moeder de jongens aangesproken. Of ze wel wisten hoe oud haar dochter was? En ze heeft hun nummers gevraagd.’

Peggy «We vreesden even dat die jongens loverboys waren, maar denken toch van niet. Al deelden ze Lizzy wel met elkaar. Dat meisje heeft gewoon geen idee wat normaal seksueel gedrag is. Lizzy is vooral op zoek naar liefde en denkt die zo te vinden. Ze is op korte tijd te veel mensen verloren in haar leven.»

Of de nieuwe aanpak heeft geholpen? ‘Lizzy houdt nu meer rekening met haar moeder. En haar mama belt Lizzy’s vrienden om te vragen of ze daar is. We zijn er nog niet, maar het gaat de goede richting uit. Lizzy beseft nu dat het haar mama menens is.’


Machteloze ouders

Idan Amiel, directeur van de afdeling ouderbegeleiding van het Schneider Medisch Centrum in Israël, ontwikkelde de filosofie van geweldloos verzet en nieuwe autoriteit samen met pedagoog Haim Omer. Daartoe richtten ze het New Authority Center op. Hun aanpak vindt hoe langer hoe meer ingang in de jeugdhulp, maar ook bij ouders en leerkrachten die hulp inschakelen bij onhandelbare jongeren. Noem het een nieuwe hype. Amiel geeft in verschillende landen opleidingen. Vorige week gaf hij samen met zijn collega Nir Sonnenberg een training in Antwerpen, en wijdde ineens ook Humo in.

'Vroeger was de deal met een kind eenvoudig: ik geef jou onderdak en voedsel, en jij gehoorzaamt. En als ik oud ben, ben jij mijn pensioen'

HUMO Hoe is deze aanpak ontstaan?

Idan Amiel «In Israël zagen we dat ouders zich steeds onzekerder voelden over hoe ze hun kinderen moesten opvoeden, terwijl het probleemgedrag bij hun kinderen escaleerde. Vaders en moeders kwamen in paniek bij ons omdat hun kinderen zo agressief waren. Ze voelden zich onveilig in hun eigen huis. We leerden hen anders om te gaan met dat geweld. Later zagen we bij leerkrachten hetzelfde probleem en begonnen we onze technieken ook bij hen toe te passen.

»De meeste kinderen krijgen vandaag veel betere zorg dan vroeger, maar 10 tot 20 procent van hen ontwikkelt ook extreme gedragsproblemen. Dat heeft deels te maken met aangeboren temperament, maar óók met de zwakke opstelling van ouders én de samenleving. Ouders en andere gezagsfiguren hebben veel van hun autoriteit verloren.»

HUMO Vroeger was vaders wil wet. Vaders waren toen afstandelijker, vandaag zijn we allemaal ‘betrokken ouders’. Maar verklaart dat wel genoeg?

Amiel «Gezagsfiguren ontleenden vroeger bijna automatisch gezag aan een soort afstandelijkheid. Ik was vroeger bang voor mijn vader. Als ik iets had mispeuterd en hij kwam thuis van het werk, wist ik meteen wie de baas was. Mijn vader moest daar niet veel voor doen, hij sloeg mij niet of zo, de afstand tussen ons was gewoon veel groter. Vandaag hebben vaders hechtere relaties met hun kinderen. Het is véél moeilijker om gezag op te bouwen binnen een warme relatie.

»Die oude gezagsfiguren waren ook bijna immuun voor kritiek. Nu niet meer. Als een leerkracht tegenwoordig een kind straft, hebben de ouders vaak ook kritiek op de leerkracht. Wij geven niemand de schuld, maar de gezagsfiguur heeft wél de verantwoordelijkheid om dat probleemgedrag van het kind te stoppen. Dus leren wij hén hoe ze moeten zorgen dat conflicten met kinderen niet uit de hand lopen.»

HUMO Hoe doet u dat?

Amiel «Als je een kind vraagt om iets te doen en het weigert dat, of het doet gewoon zijn eigen zin, dan raak je na een tijd geïrriteerd. Je neemt het snel persoonlijk. Dat mag je niet doen. Het gaat niet om jou, jij bent gewoon een vertegenwoordiger van het gezag waartegen het kind zich verzet.

»Veel opvoeders voelen zich verloren als ze een situatie niet onder controle krijgen. Maar je moet afstappen van het idee dat je een kind kunt controleren. Je hebt alleen je eigen gedrag in de hand.

»Wij pleiten óók voor dialoog, maar als een kind die dialoog misbruikt om gewoon zijn zin door te drijven, dan stopt de dialoog. Dan moet je grenzen durven te stellen aan dat gedrag. Dat kan met geweldloos verzet.»

HUMO Zoals die sit-ins. Waar komen die vandaan?

Amiel «Van een Israëlische moeder die zich geen raad meer wist met haar zoon. Hij schold haar uit, gooide van alles naar haar hoofd. Ze had een film gezien over Gandhi’s geweldloos verzet en vroeg ons of ze dat eens mocht proberen. Waarom niet? Het had effect, waardoor we het daarna verder hebben bestudeerd en ontwikkeld.

»Het is de bedoeling dat ouders én opvoeders elke vorm van geweld vermijden, maar wél nadrukkelijker aanwezig zijn in het leven van het kind. Ze mogen niet meegaan in het conflict op het moment zelf. Wel aangeven dat bepaald gedrag onaanvaardbaar is, maar er pas later op ingaan. Het levert veel op als je het ijzer nét niet smeedt als het heet is. En ze moeten zich blijven verzetten.»

HUMO U zegt dat we niet streng genoeg meer optreden. Best veel ouders leggen hun kinderen toch nog regels op?

Amiel «Veel ouders willen wel paal en perk stellen aan buitensporig gedrag, maar handelen er niet naar. Het is goed dat ouders zich bewust zijn geworden van de psychische noden van een kind, maar het doet hen ook terugdeinzen om streng en strikt te zijn tegen hun kinderen. Alsof ze bang zijn om hen te kwetsen. Sommigen stellen zich zelfs de vraag waarom jonge kinderen om acht uur moeten gaan slapen. Duidelijke regels opleggen en je krachtdadig opstellen is nu eenmaal gewoon nodig.»

HUMO Waarom is dat recent zo veranderd?

Amiel «Veel evoluties tegelijk hebben de situatie moeilijker gemaakt. Bij de traditionele autoriteit was de deal tussen ouders en kinderen eenvoudig: ik geef jou onderdak en voedsel, en jij gehoorzaamt. En als ik oud ben, ben jij mijn pensioen. Dat is allemaal veranderd. Door de pil is ouderschap een keuze geworden en zijn kinderen veel kostbaarder geworden. Met de opkomst van de psychologie kwam de nadruk op het zelfbeeld en de psychische noden van het kind te liggen. Dat heeft onze communicatie met hen veranderd. Tegelijk werd opvoeding een expertise en kreeg je een legertje professionals. Daardoor zijn ouders veel onzekerder geworden.»

HUMO Van opvoedingsboeken worden we niet wijzer?

Amiel «De wetenschap heeft zijn limieten of botst op culturele grenzen. Ken je het strafstoeltje waar een kleuter even op moet zitten als het zich heeft misdragen? Vandaag weigeren heel wat Israëlische 3-jarigen dat en ik vrees dat het hier niet anders is. Dan zegt de expert: zet hem gewoon terug. Maar wat moet je doen als die kleuter gewoon zijn zin blijft doen? Een ‘pedagogische tik’ is cultureel onaanvaardbaar geworden. Dus hebben we een probleem. Nieuwe oplossing van de expert: na de derde weigering neem je je kind, brengt het naar zijn kamer, sluit het op en laat het daar even afkoelen. Is dat een goed idee? Ik denk het niet. Het wijst veeleer op machteloosheid.»

HUMO Die machteloosheid proberen jullie net weg te nemen.

Nir Sonnenberg «Wij proberen hen te sterken zodat ze zich niet langer de speelbal voelen van het destructieve gedrag van het kind. Als je je machteloos voelt, kun je zélf lelijk uithalen naar een kind, en dat is vernietigend. Soms lukt zo’n sit-in niet meteen, maar na een paar keer merken de volwassenen dat ze wél weer impact hebben. Dan zijn ze sterker en kunnen ze zich ook weer constructiever opstellen.»


Opbod zonder einde

Dat heeft Leen de voorbije maanden echt moeten leren: op haar tong bijten in plaats van te blijven discussiëren met haar zoon. Ze had nooit gedacht dat ze ooit thuisbegeleiding nodig zou hebben. ‘We werken allebei, zijn hoogopgeleid, kunnen praten met onze kinderen. En toch is het danig uit de hand gelopen met Gilles*.’

Gilles (16) was intelligent genoeg voor het ASO, vond iedereen, als hij zich maar genoeg inzette. ‘Hij zat slecht in zijn vel, kreeg verkeerde vrienden en was heel beïnvloedbaar. Hij begon joints te roken en uit te gaan.’ Wat begon met kleine, vrij banale strubbelingen eindigde problematisch: ‘Vorig schooljaar haakte hij plots af, net voor het einde. En hij had nog alle kansen. Dit schooljaar gebeurde het weer. Nu is hij al een hele tijd niet naar school geweest.’

‘Hoe reageer je? Praten, straffen, nog eens straffen, kibbelen, ruziemaken. Eén keer niet naar school betekende: niet uitgaan. Te laat thuis: twee weekends thuisblijven. Het werd een opbod zonder einde. Als Gilles zijn zin niet kreeg, zette hij door – roepen, tieren, brullen – tot wíj toegaven. Verboden we hem iets, dan deed hij het toch. Of hij liep weg. Hij toonde geen enkel respect meer.

‘Ik had de opvoedingsboeken van de experts gelezen. Maar die vertellen je niet wat je moet doen als het uit de hand loopt. We hebben onze zoon van hot naar her gesleurd: een andere school, het CLB, de psychiater... En bij elke stap voelden we ons machtelozer.’

Nu past Leen de filosofie van nieuwe autoriteit toe en gaat het – hout vasthouden – iets beter. ‘Dit is geen wondermiddel, maar door kleine ingrepen is de rust weergekeerd. Als Gilles nu eisen stelt, antwoord ik dat ik erover zal nadenken. Door niet meteen te reageren, is er minder kans om te beginnen bekvechten. En ik schep een duidelijker kader: in het weekend mag hij uitgaan, tijdens de week niet. Die regels waren er vroeger ook, maar in dat opbod kon hij die veel makkelijker ondermijnen.’

‘Ik geef ook beter aan wat ik van hem verwacht. Vroeger maakte ik me erg boos als hij wéér niet op een afspraak bij de therapeut was opgedaagd of wéér te laat kwam in het werkatelier. Nu zeg ik dat ik dat betreur, maar wind ik me niet meer op. Hij moet nu ook zélf terugbellen voor een nieuwe afspraak – dat is al een straf op zich. Vroeger loste ik het telkens voor hem op, nu moet hij zelf de verantwoordelijkheid dragen.’

'Een moeder had een film gezien over Gandhi's geweldloos verzet en vroeg ons of ze dat eens mocht proberen. En het werkte!'

Leen volgt haar zoon ook veel nauwer op: ‘Ik vraag hem elke middag hoe de ochtend was. Als hij te laat komt op zijn werkatelier, belt zijn begeleider hem meteen. Dat vergt energie, maar hij voelt nu een soort maatschappelijke druk. Hij beseft dat wij hem niet loslaten. Vroeger nam ik afstand om conflicten te vermijden. Nu doe ik net het omgekeerde: ik ben veel meer betrokken, maar rustiger, waardoor de boel minder ontploft. Ik probeer mijn zoon nog altijd te helpen, hij kan het niet alleen, maar ik ondermijn mezelf niet meer.’


Hulp van het hele dorp

Het New Authority Center in Israël werkt met de ouders, maar vreemd genoeg níét met de kinderen zelf.

Amiel «Het afdelingshoofd psychologie in ons ziekenhuis heeft er al ettelijke keren op aangedrongen dat ik ook de kinderen zou zien. Maar de ouders die ons raad vragen, moeten eerst zélf geholpen worden. Zij voelen zich geterroriseerd door het geweld van hun kinderen, voelen zich onveilig in hun eigen huis.»

HUMO Waarom nodigen jullie de kinderen dan niet wat later alsnog uit?

Amiel «We maken ouders duidelijk dat wij hun kind niet kunnen ‘fiksen’. Wij proberen net hén sterker te maken, zodat ze hun kind zelf kunnen helpen. Wij kijken naar de omgeving van het kind, daar loopt het vaak mis.»

Sonnenberg «Die kinderen willen trouwens zelf niet meewerken. Ze spijbelen, stellen thuis de wetten, zijn agressief; die hebben helemaal geen zin om met een therapeut te gaan praten.»

HUMO Maar wat als het extreme gedrag van het kind veroorzaakt wordt door gewelddadige ouders bijvoorbeeld?

Amiel (fel) «Dat is het verhaaltje dat té veel therapeuten ons de voorbije jaren hebben opgedist. In heel veel gevallen: bullshit – het spijt me. Er zijn ouders die hun kinderen verwaarlozen en écht slecht behandelen, maar het gros van de ouders doet zijn best en ziet zijn kinderen graag. Ze proberen hen naar best vermogen op te voeden, maar pakken dat soms verkeerd aan. Wij proberen hen te helpen om het beter te doen.»

HUMO Wat met kinderen die slachtoffer zijn van huiselijk geweld of misbruik? Dat is toch geen fabeltje?

Amiel «Als ouders hun kind echt schaden, is het uiteraard veiliger dat het kind uit huis geplaatst wordt. Dan schakelen wij ook de overheid in. Wij geven ouders zeker geen vrijgeleide om zomaar te doen wat ze willen – geweldloosheid is het fundament van onze aanpak.

»Maar we vinden wel dat ouders vandaag te veel de schuld krijgen van alles. Onze westerse samenleving heeft hen aan hun lot overgelaten. De ouders mogen het allemaal alleen oplossen. De opvoeding van een kind is hún probleem. En als het niet lukt, schakelen we een legertje professionele hulpverleners in. Maar al die individuele gezagsfiguren werken veel te geïsoleerd. Wij vinden net dat je de omgeving van de ouders en het kind veel meer bij de opvoeding moet betrekken.»

HUMO Jullie brengen het gezegde ‘It takes a village to raise a child’ in de praktijk.

Amiel «Ja, vroeger wezen volwassenen andermans kinderen ook weleens terecht. Als kinderen zich misdroegen tegenover hun ouders, werd er streng gereageerd. Dat gebeurt niet meer. De ouders krijgen nu de schuld dat ze hun kinderen niet goed hebben opgevoed, en de omgeving helpt hen niet. Waardoor problemen binnenshuis gehouden worden en kunnen escaleren.

»Inderdaad, schakel het dorp in: de oma, de neef, de beste vriend, zelfs de buurman of de voetbaltrainer. Dat is moeilijk, want niet iedereen heeft dezelfde ideeën over opvoeding. Maar het is veel krachtiger als je samen een statement maakt wanneer een kind zich misdraagt.»


Niet alleenzaligmakend

Makkelijk is het niet om de omgeving van een kind op één lijn te krijgen. Maar soms wel noodzakelijk, weet Greet Lamote, pedagogisch stafmedewerker van Jeugdzorg Emmaüs. Zij is intussen zélf experte in nieuwe autoriteit. Onlangs moest ze tussenbeide komen bij een aanhoudende crisis met een jongetje van 7. ‘Hij dreigde van de lagere school gestuurd te worden. Dagelijks schopte hij keet in de klas. Hij begon te roepen en te tieren, gooide zijn bank omver, beet de juf. De school wist zich geen raad meer en sloot hem dan maar op in de wc. Op den duur zat dat jongetje haast dagelijks twee uur opgesloten in het toilet.’

‘De directie wou hem van school sturen, maar dat wilden de ouders niet. We hebben hen duidelijk gemaakt dat we alleen iets konden bereiken als ze zouden samenwerken. Dus hebben we alle belangrijke figuren in zijn leven gecontacteerd: zijn meter, zijn peter, zijn grootouders, zijn juf. We hebben onder meer afgesproken dat iemand hem meteen na school moet komen halen. Naschoolse opvang is gewoon te zwaar voor dat jongetje. Zijn mama en papa zijn nu ook vaker thuis. En als het uit de hand loopt, komt zijn meter langs. Hij is veel meer omringd. Sinds de maatregelen heeft hij nog één uitbarsting gehad in één maand tijd. Binnenkort bespreken we of hij op zijn school kan blijven.’

Een groep rond een kind verzamelen staat centraal in hun filosofie, legt Amiel uit tijdens de training. En dat vergt een mentaliteitswijziging. ‘Een tijd geleden moest ik naar een school waar een leerling plafonds had besmeurd met een klevende smurrie van papier. De directrice vond dat puur vandalisme. Ze had niemand op heterdaad betrapt, maar wist uit te vissen wie het had gedaan: een fijn, blond meisje van 10. Toen ze haar tijdelijk wou schorsen, had ze een schuldbewuste reactie verwacht, maar het meisje antwoordde brutaal dat ze helemaal niets kon bewijzen. Dat de directrice trouwens altijd al de pik op haar had gehad en dat haar ouders dat óók zouden zeggen. De schooldirectrice was geschokt, want ze besefte dat dat meisje gelijk had. En ze belde mij.’

'We kunnen een kind niet 'fiksen'. We proberen ouders sterker te maken zodat ze hun kind zelf kunnen helpen'

‘Toen het wéér gebeurde, is de directrice naar de klas van het meisje gegaan. ‘Dit is vandalisme, het is mijn taak om dat te herstellen,’ zei ze. Ze keek naar het meisje en reikte haar poetsgerei aan. ‘Ga jij mij helpen?’ Het meisje weigerde arrogant. Ze had toch niets verkeerds gedaan? De directrice bleef rustig en vroeg of anderen haar dan wilden helpen. Hoeveel leerlingen staken hun vinger op, denk je? Iedereen! Ha ja, poetsen is een pak minder saai dan een les wiskunde volgen, hè. En er zijn nadien geen plafonds meer besmeurd.’

‘Als opvoeder moet je het idee opgeven dat een kind zich altijd zal verontschuldigen,’ zegt Sonnenberg. ‘We focussen snel op het individu, maar je moet de zaak herstellen met de hele groep rond dat individu. Jij moet als verantwoordelijke het initiatief nemen om dat te doen.’ Amiel vult aan: ‘Als de groep wél meehelpt, geef je een veel krachtiger signaal aan een kind dat zulk gedrag niet kan. Je moet hen uitnodigen, niet dwingen.’

‘Het is toch een probleem dat de schuldige niet meedoet?’ dringt een hulpverlener aan. ‘Daar hangt het niet van af,’ zegt Amiel. ‘Het vandalisme stopte, omdat het schoonmaken een publieke gebeurtenis werd. Alle anderen maakten wél mee schoon. Je mag niet vergeten dat iedereen ergens bij wil horen. Zeker kinderen. Je moet dus een groep rond hen vormen die hen aantrekt. En de impact van hun vriendjes is sowieso véél groter dan die van jou. Zeker bij pubers.’

★★★

Moeten we nu plots allemaal als nieuwe Gandhi’s sit-ins houden in de kamers van onze kinderen wanneer ze zich misdragen? ‘Nee,’ zegt Greet Lamote, ‘in het begin hielden wij veel sit-ins, maar nu niet meer. Als je een conflict niet laat escaleren, kom je al heel ver. Dit is ook geen alleenzaligmakende methode. Je moet ook andere technieken blijven gebruiken, zoals straffen en belonen. Maar als je de hele dag achter je kind moet aanlopen om het op zijn strafstoeltje te houden, of als je kind thuis zijn eigen wetten stelt, is het tijd voor een andere aanpak.’

* De namen van de kinderen zijn gefingeerd.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle verhalen van de Humo rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234