null Beeld

Ouderverstoting: wat als je kind je nooit meer wil zien?

Ouderverstoting gaat weer vlot over de tong sinds een rechter vorige week een 13-jarig meisje uit Veurne in een instelling plaatste omdat ze halsstarrig weigert haar vader te zien. Humo meet intussen de emotionele ravage op.

‘Mijn ouders zijn gescheiden toen ik 6 maanden oud was,’ vertelt de nu 17-jarige Amber (*). ‘Tot mijn 12de heb ik bij mijn moeder gewoond. Nadien ben ik bij mijn vader en mijn stiefmoeder gaan wonen. Daar werd alleen maar kwaadgesproken over mijn moeder. Dat ze niet met me inzat, dat het haar alleen om geld te doen was, dat ze me niet eens miste. Als kind van 12 geloof je dat, als ze je het maar vaak genoeg vertellen. Ik verbrak alle contact met mijn moeder. Ik ging haar haten. Twee jaar lang zag of hoorde ik haar niet. Het waren twee ellendige jaren. Ik voelde dat ik iets miste. Dat ik háár miste. Na twee jaar wilde ik haar graag weer zien, maar ik was bang voor de reactie van mijn vader en mijn stiefmoeder. Ik durfde ook geen contact meer op te nemen omdat ik wist hoeveel pijn ik haar had gedaan. Ik lag heel erg met mezelf in de knoop. Ik had het gevoel dat ik mijn ouders allebei teleurstelde. Als ik de ene blij maakte, was de ander weer boos en verdrietig. Intussen zie ik mijn moeder weer, gelukkig maar. Het gaat beter dan ooit tussen ons. We praten niet over wat er allemaal gebeurd is, dat is te moeilijk. Maar ik weet zeker dat ik haar nooit meer wil verlaten.’


Naar de instelling

Vorige woensdag werd de 13-jarige L. uit Veurne van school opgehaald door de politie. Ze brachten haar naar het observatiecentrum De Zandberg in Varsenare, waar ze zes maanden moet verblijven. De maatregel is het voorlopige dieptepunt in een lange juridische strijd tussen haar ouders. Sinds haar vader en moeder vier jaar geleden in een vechtscheiding verzeild raakten, weigert het meisje bij haar vader op bezoek te gaan. Een echte uitleg heeft ze daar niet voor: ze wil hem gewoon niet zien. Volgens de moeder van het meisje is de band tussen dochter en vader nooit hecht geweest. Volgens de vader is er meer aan de hand en wordt het meisje gemanipuleerd door haar moeder. Het meisje zélf probeerde de plaatsing tegen te houden met een emotionele brief aan de rechter, haar moeder organiseerde een protestmars, maar het meisje werd toch geplaatst. Het is heel uitzonderlijk dat het gerecht in een vechtscheiding een dergelijke maatregel oplegt en er de term ‘ouderverstoting’ aan vastknoopt.

Weinig therapeuten zijn onderlegd in het fenomeen van ouderverstoting. Omdat het zo’n beladen term is en er zo veel discussie over bestaat, durven veel hulpverleners het woord niet eens uit te spreken. Benoît Van Dieren is een uitzondering: als familietherapeut en -bemiddelaar roept de rechtbank van Dinant zijn hulp in als een vechtscheiding in ouderverstoting dreigt uit te monden. Of zoals hij het zelf liever verwoordt: ‘Als de band met één van de ouders verloren dreigt te gaan.’

Benoît Van Dieren «Ik heb het ook liever niet over een syndroom, zoals de Amerikaanse term parental alienation syndrom suggereert. In mijn ogen gaat het eerder over een proces. Het is met name een proces dat vooral voorkomt bij een vechtscheiding, als het kind zich heel sterk allieert met één ouder, terwijl het afstand neemt van de andere ouder of die zelfs helemaal verstoot. Doorgaans speelt de ouder met wie het kind een sterke band heeft, een rol in de verstoting, maar – en dat wil ik toch benadrukken – dat is niet noodzakelijk zo. Het is een proces met verschillende actoren: de vader, de moeder, het kind. Daarbij komen nog eens invloeden van buitenaf: familie, buren, nieuwe partners, scheidingsadvocaten, noem maar op. Het kan ook best zijn dat de ouder die het kind voor zich probeert te winnen om wraak te nemen op de ander, niet in zijn of haar opzet slaagt. Dat het kind zich tegen die manipulatie verzet.

null Beeld

undefined

'Er zijn kinderen die de bezoeken aan één van hun ouders eigenhandig saboteren. Zo ken ik een meisje van 5 dat overal in het appartement van de ene ouder kaka deed' Therapeut Benoît Van Dieren

»Vaak zijn het de vaders die worden verstoten, al wil dat niet zeggen dat moeders beter zijn in manipulatie. Veel heeft te maken met de verblijfsregeling: aangezien de meeste kinderen na een scheiding het vaakst bij hun moeder verblijven, heeft zij meer invloed en kan ze dus ook makkelijker een alliantie aangaan. Tegenwoordig zien we na een scheiding ook steeds meer vaders de zorgtaken op zich nemen. Bij co-ouderschap, bijvoorbeeld. Gevolg is dat we ook meer allianties zien tussen kinderen en hun vader, waarbij de moeder wordt verstoten.»

Specifieke cijfers over ouderverstoting bestaan niet voor ons land, omdat er nog geen onderzoek naar werd gedaan. Wel ging Scheiding in Vlaanderen na hoeveel kinderen er na een scheiding het contact verliezen met één van beide ouders. Uit navraag bij de kinderen zelf (ouder dan 10 jaar) bleek dat 1,1 procent van alle kinderen het contact verliest met de moeder en 11 procent met de vader. Als er geen contact meer is met één ouder, dan geeft het kind meestal aan zélf die keuze gemaakt te hebben.

Dat is precies één van de kenmerken van ouderverstoting, lezen we in de literatuur over het fenomeen: dat het kind zegt dat het niet wordt gemanipuleerd. Andere kenmerken zijn dat het kind elke nuance verliest en alleen nog maar negatieve dingen ziet van de ouder die het afstoot. En meestal breidt de vijandigheid zich uit naar grootouders, tantes, neefjes en nichtjes, met wie het kind vroeger wel een goede band had.

Benoît Van Dieren onderscheidt verschillende gradaties van ouderverstoting.

Van Dieren «Er zijn kinderen die geen zin hebben om naar één van de ouders te gaan, maar het toch doen. Er zijn andere kinderen die de andere ouder wel blijven bezoeken, maar duidelijk hun tegenzin laten blijken: ‘Ik wil niet naar jou.’ In de ergste gevallen is er een duidelijke verstoting, met verbaal en zelfs fysiek geweld. Dat zijn de kinderen die de bezoeken eigenhandig saboteren en zelfs dingen gaan vernielen. Zo ken ik een meisje van 5 dat overal in het appartement van de ene ouder kaka deed. Van die extreme gevallen zijn er gelukkig niet zo veel.»


Blauwe plekken

Over termen en cijfers kan er dan wel gediscussieerd worden; zeker is dat de emotionele ravage enorm kan zijn als een kind één van zijn ouders verstoot. Voor de verstoten ouder, maar zeker ook voor het kind.

HUMO Waarom ben je op je 12de bij je vader gaan wonen, Amber?

Amber «Ik had als kind een goeie band met mijn vader. Ik woonde bij mijn moeder, maar mijn vader kwam me elke week ophalen, en dan deden we iets leuks. Bij mijn moeder voelde ik me minder goed. Mama was vaak moe en chagrijnig – achteraf heb ik begrepen dat ze in een depressie zat. Ik maakte veel ruzie met mijn oudere broer, die zei dat mijn vader een profiteur was die mijn moeder liet opdraaien voor alle kosten van onze opvoeding. Mijn broer ging zelf papa over me spelen, maar daar verzette ik me tegen.

»Op mijn 10de heb ik een ruzie gehoord tussen mijn vader en mijn moeder. Ik was een heel nieuwsgierig kind en luisterde hun telefoongesprek af via de tweede huistelefoon. Daar ben ik heel erg van geschrokken. Het was één gescheld en geschreeuw, vooral over geld. Ik heb hen nooit verteld dat ik die ruzie gehoord heb, maar ik ben heel lang boos geweest, op allebei. Het contact met mijn moeder werd alsmaar slechter. Op mijn 12de was ik het gekibbel thuis zo beu dat ik bij mijn vader ben gaan wonen.»

HUMO Had je het gevoel dat je door je vader tegen je moeder werd opgezet?

Amber «Dat heb je als kind van 12 niet door, hoor. Het was vooral mijn stiefmoeder die veel kwaadsprak over mijn moeder. Mijn vader zweeg meestal, maar hij ontkende ook niks van wat mijn stiefmoeder vertelde. Ik had veel blauwe plekken op mijn lijf, van het vallen tijdens het paardrijden en het turnen. Ze maakten me wijs dat dat kwam omdat ik door mijn moeder was mishandeld als kind. Ik herinnerde me daar niks van, maar toch ging ik hen geloven. Ik heb zelfs op het punt gestaan om aangifte te doen bij de politie. Uiteindelijk begon ik toch te twijfelen of het wel echt waar was, en heb ik het niet gedaan.

undefined

'Ik wilde niks meer te maken hebben met mijn moeder. Als ze een sms'je stuurde, dan vond ik dat alleen maar irritant. Als ze me geld bezorgde, stuurde ik het gewoon terug' Amber, 17 jaar

»Hoe langer ik bij mijn vader bleef, hoe meer ik mijn moeder ging haten. Ik wilde geen contact, ik vond dat ze haar best niet deed voor mij. In mijn ogen kon ze niks goeds meer doen. Als ze een sms’je stuurde om te vragen hoe het met me ging, dan vond ik dat alleen maar irritant en wiste ik dat meteen. Brieven gooide ik ongeopend weg – ik herkende haar handschrift. Als ze me geld bezorgde, dacht ik dat ze me wilde omkopen, en stuurde ik het gewoon terug. Ik heb haar ook een lange brief vol verwijten gestuurd. Ik wilde helemaal niks van haar, alleen dat ze me met rust liet. Mijn vader en mijn stiefmoeder speelden daarop in. Dat mijn moeder geen rechtszaak had ingespannen om me terug te krijgen, was toch het bewijs dat ze helemaal geen moeite voor me wilde doen? Ik geloofde hen, en werd nog bozer op mijn moeder. Tegelijk deed het heel veel pijn.»

HUMO Na twee jaar wilde je toch weer contact met je moeder. Vanwaar die ommekeer?

Amber «Bij mijn vader thuis waren er ook veel spanningen. Ik voelde me slecht in mijn vel, ik zonderde me af en ging altijd naar mijn paarden. Mijn oma vertelde me dat mijn moeder depressief was. Toen ik dat hoorde, brak er iets in me en heb ik contact met haar opgenomen. Ik durfde het niet te vertellen aan mijn vader, bang dat ik hem zou teleurstellen. Een tijdlang hadden we stiekem contact. Op een avond zat ik naast mijn vader in de zetel en kreeg ik telefoon van haar. Toen heb ik het hem verteld. Ik heb het contact met mijn moeder nadien nog een paar keer verbroken. Omdat mijn vader dan zei: ‘Misschien word je weer gekwetst.’ Daardoor ging ik twijfelen en verbrak ik het contact weer. Vier keer is het zo gegaan. Tegelijk had ik een enorm schuldgevoel tegenover mijn moeder. Ik besefte dat ik haar veel verdriet deed. Ik was ook heel boos op mezelf, omdat ik toeliet dat mijn ouders zoveel ‘macht’ over me hadden. Dan ging ik paardrijden, weg van iedereen.»

Tijdens de week verblijft Amber vandaag in een open jeugdinstelling. Daar heeft ze zelf voor gekozen, om aan zichzelf te kunnen werken. In het weekend gaat ze naar huis, dat is tegenwoordig bij haar moeder.

Amber «We zien elkaar nu heel vaak. Vertrouwen zijn we nog altijd aan het opbouwen. Mijn vader zie ik al een tijd niet meer, hoewel ik dat wel graag zou willen. Hij is boos omdat ik mijn moeder weer zie. Als ik 18 ben, ga ik alleen wonen in een eigen huisje. Dat is mijn grote droom.»

HUMO Wat vind je van de oplossing die de rechter voor dat 13-jarige meisje uit Veurne naar voren schoof, om haar zes maanden in een instelling te plaatsen?

Amber «Ik weet niet of dat een goed idee is. Ik heb zelf op een bepaald moment een paar weken in een instelling gezeten, maar dat was geen maatregel die was opgelegd door de rechter. Het was een soort crisisopvang, die bij mij als enige effect had dat ik boos werd op mijn béíde ouders.»

Therapeut Benoît Van Dieren beschouwt zo’n plaatsing als een laatste redmiddel.

Van Dieren «Staat het kind er voldoende voor open, dan brengt een verblijf in een neutrale instelling, weg van vader en moeder, misschien soelaas. Je moet wel opletten: voor kinderen die al wat ouder zijn – dan bedoel ik tieners van 14, 15, 16 jaar – werkt zo’n plaatsing doorgaans niet meer. 13 lijkt me net op het randje, afhankelijk natuurlijk van de persoonlijkheid van het kind – sommige kinderen hebben een erg sterk karakter en houden koste wat kost vast aan hun mening. Bovendien bestaat de kans dat het kind zo’n plaatsing als een vreselijk onrecht opvat. Dan voelt het zich nog méér slachtoffer – van de situatie én van het juridische systeem – en wordt het nog opstandiger. Het meisje in Veurne ervaart de plaatsing nu ook als een straf, maar dat wil nog niet zeggen dat het niet kan werken. Ze zal de kans moeten krijgen om zich aan te passen aan de nieuwe situatie. Pas na een tijdje zal men kunnen nagaan of haar gedrag verandert, of ze misschien zaken gaat inzien: ‘Nu besef ik pas dat mijn vader geen monster is.’»

HUMO Volgens internationaal onderzoek zou de band met de verstoten ouder in 40 procent van de gevallen weer worden hersteld, meestal als de kinderen al lang volwassen zijn.

Van Dieren «Daar heb ik geen zicht op, maar ouderverstoting is niet onherroepelijk – op voorwaarde dat de juiste stappen, onder goede begeleiding, worden gezet.»


Geen mama meer

Petra Van Den Hoeck (48) werd zes jaar geleden verstoten door haar 14-jarige zoon Bas (*). Na een ruzie over stofzuigen liep hij het huis uit en ging hij bij zijn vader wonen. Met zijn moeder wilde hij nauwelijks nog iets te maken hebben. ‘Het waren vier verschrikkelijke jaren,’ vertelt ze. ‘Van de ene dag op de andere ben je geen mama meer. De breuk was heel plots. ’s Morgens zat hij nog op mijn schoot voor een knuffel, een paar uur later was ik door en door slecht en wilde hij me niet meer zien of spreken. Sinds twee jaar is het contact hersteld, maar het is nog fragiel. We hebben nog niet gepraat over wat er in die jaren is gebeurd. Dat hoeft voor mij ook niet per se. Als hij daar zelf behoefte aan heeft, zullen we dat wel doen.’

Van Den Hoeck heeft een nieuwe missie in het leven. Samen met enkele lotgenoten, advocaten en psychotherapeuten richtte ze de vzw Huis van Hereniging op, een centrum waar vervreemde kinderen en ouders herenigd kunnen worden.

Petra Van Den Hoeck «In België bestaat er geen gespecialiseerde hulp voor deze problematiek. Tijdens mijn opzoekingen stootte ik op een Canadees centrum dat met het Family Reflection Reunification Program een hoog slaagpercentage bereikte. We willen een soortgelijk centrum voor herenigingstherapie in België uitbouwen. Het project staat nog in de kinderschoenen. We hebben al een locatie, een prachtig domein in Houwaart, en de steun van psychotherapeuten. Nu zijn we op zoek naar fondsen en hebben we de Universiteit van Antwerpen aangesproken om meer onderzoek te doen naar het fenomeen van ouderverstoting. In mei organiseren we een tweedaags internationaal congres over ouderverstoting in het federale parlement. We willen vooral af van het beeld van de hysterische ouder die zijn of haar kind niet meer ziet, en die de andere ouder voortdurend zit te beschuldigen, en vice versa. Dat is iets wat ik heb geleerd in de jaren dat ik mijn zoon heb moeten missen: dat je met wederzijdse beschuldigingen niks bereikt.»

null Beeld

HUMO Je zoon is bij je weggegaan toen hij 14 was. Hoe waren de jaren voordien?

Van Den Hoeck «Ik ben getrouwd met de papa van Bas toen ik 28 was, en hoogzwanger. Ik ben thuis bevallen. Het moment dat ze mijn pasgeboren baby aan mij gaven, zal ik nooit vergeten. Hij keek met zijn grote blauwe ogen naar mij, met een heel intense blik. Je wordt echt verliefd op je kind.

»Bas was 4 jaar toen zijn vader en ik uit elkaar gingen. We waren te verschillend: hij was heel gesloten en rationeel, ik heel extravert en emotioneel. Er is veel misgelopen in die relatie, en daar hadden we allebei ons aandeel in. De communicatie verliep stroef, we maakten veel ruzie. Ik ben degene die thuis vertrokken is. De papa van Bas was toen heel kwaad op mij. Hij zei letterlijk: ‘Ik ga je je zoon afnemen.’ Ik kon dat niet geloven. Ik ging ervan uit dat je, ook als je uit elkaar ging, samen ouder bleef van je kind.

undefined

'Als je vertelt dat je je zoon al jaren niet meer hebt gezien, zie je de mensen denken: 'Wat voor een slechte moeder moet dat niet zijn?''' Petra Van Den Hoeck, verstoten moeder

»Tien jaar lang hebben we co-ouderschap gehad: Bas bleef de ene week bij mij, de andere bij zijn vader. We hadden dat onder ons geregeld, met een bemiddelaar. Dat verliep niet vlekkeloos, maar we deden allebei ons best. Mijn ex stond erop dat Bas op zijn adres ingeschreven bleef. Ik heb dat aanvaard, net zoals ik er nooit een probleem van maakte als vakanties of weekends verplaatst moesten worden, omdat ik de rust voor Bas het belangrijkste vond. Mijn advocaat zei later dat ik veel te inschikkelijk was geweest.

»Pas toen we al twee jaar uit elkaar waren, zijn we aan de echtscheidingsprocedure begonnen. Toen zijn de wrijvingen veel erger geworden, vooral omdat we het niet eens raakten over de verdeling van de centen en het huis dat we samen gekocht hadden. We kwamen er niet uit.»

HUMO Had je de indruk dat Bas tegen jou werd opgezet?

Van Den Hoeck «Op dat moment zag ik dat niet. Achteraf heb ik wel aan een paar dingen gedacht. Als Bas bij mij kwam, was hij de eerste uren altijd heel gespannen. Pas na een dag of twee liep hij vrolijk door het huis te fluiten. Toen hij 9 jaar was, heeft hij eens tegen mijn moeder verteld dat de ouders van mijn ex-man lelijke dingen hadden gezegd over mij. Dat ik hem niet graag zag, dat ik alleen maar in geld geïnteresseerd was… Ik heb mijn ex daarover aangesproken, en die reageerde: ‘Dat wil ik niet.’ Ik geloofde hem toen wel. Ik denk dat de papa van Bas nooit bewust kwaad over mij heeft gesproken, maar hij manipuleerde wel op andere manieren, zodat Bas altijd deed wat hij zei. Als wij aan de telefoon ruzie over hem hadden, dan zette hij de speaker aan, zodat Bas alles kon horen wat we zeiden. Ik vind dat je een kind niet moet betrekken in ruzies tussen zijn ouders.»

HUMO Waarover gingen die?

Van den Hoeck «Vooral over de opvoeding. Daar hadden we een heel verschillende kijk op. Met de fiets of met de trein naar school gaan, bijvoorbeeld. Ik vond dat hij wel met de fiets kon gaan, vooral omdat hij er zelf weken over gezeurd had. Ik had hem geleerd om op een veilige manier te rijden, via het jaagpad langs de rivier. Maar zijn vader vond het onverantwoord en bracht de kwestie voor het vredegerecht. De vrederechter zag er geen probleem in om hem met de fiets te laten gaan, maar van dan af was het altijd een gevecht om Bas op die fiets te krijgen, hij wilde gewoon niet meer. Zo moest ik altijd ‘de kwaaie’ spelen.

»Er kwam ruzie over alles: over de studierichting die Bas zou volgen, over de school waar hij zou zitten, of hij al dan niet op internaat zou gaan… Als ik met hem de ene week iets had afgesproken, was hij na een week bij zijn papa van idee veranderd. Ik voelde dat Bas veel meer naar zijn pa neigde. Hij was al van kleins af een vaderskindje geweest. Als ik hem na de breuk duidelijk probeerde te maken dat ik hem graag zag, geloofde hij me niet meer.

»De bom is gebarsten toen hij op een dag moest stofzuigen. Ik gaf hem een standje omdat hij er met zijn pet naar gooide. Hij liep het huis uit en is naar zijn pa gegaan. Dezelfde avond is zijn vader met hem naar de politie getrokken om te laten vaststellen dat Bas niet meer bij mij wilde wonen. Vijf jaar lang hebben we nauwelijks contact gehad. In zijn ogen kon ik niks goeds meer doen. Als ik hem, na maanden zonder contact, vroeg om eens af te spreken, zei hij dat hij geen tijd had. ‘Nee, ook niet in de kerstvakantie, mama. Ik heb het te druk.’

»De haat van je kind voelen is ondraaglijk. Het verdriet is onbeschrijfelijk. De schaamte ook. Als je vertelt dat je je zoon al zo lang niet meer gezien hebt, zie je de mensen direct denken: ‘Wat voor een slechte moeder moet je dan niet zijn?’ Ondertussen had zijn vader een rechtszaak aangespannen om het volledige hoederecht te krijgen. Weet je hoe verwoestend het is om door de advocaat van de tegenpartij te worden bestempeld als een ongeïnteresseerde moeder?

»Wat ik níét gedaan heb, is op mijn buik gaan liggen om hem toch maar te zien. Als verstoten ouder heb je de neiging om alles toe te geven wat een kind vraagt, om de dingen niet erger te maken. Dat heb ik nooit gedaan, want ik had snel door dat alles wat je doet tegen jou wordt gebruikt. Zoek je veel contact, dan ben je een stalker. Zoek je weinig contact, dan ben je niet geïnteresseerd. Het is nooit goed.

»In 2012 hebben Bas en ik elkaar nog een paar keer gezien, in het bijzijn van een bemiddelaar van de rechtbank. Dat is zo slecht verlopen dat ik toen gezegd heb dat ik hem zou laten gaan, en niet meer zou vechten om hem nog te zien. Hij zou altijd welkom zijn, maar alleen als hij naar mij kwam omdat hij me miste en als hij respect voor me toonde. Als hij zelf niet wilde, hoefde hij niet meer te komen, want ik ging eraan kapot. Ik vond het minder pijnlijk om hem helemaal niet meer te zien.»


IJsjes eten

Benoît Van Dieren vindt de oprichting van het Huis van Hereniging een waardevol initiatief.

HUMO Wat doet u als u geconfronteerd wordt met een situatie waarbij een kind z’n ouder dreigt te verstoten?

Van Dieren «Ik heb het in elk geval niet meteen over ouderverstoting.

»Ik wijs de ouders op het risico dat het kind de band met één van hen dreigt te verliezen. Zijn allebei de ouders het erover eens dat er een probleem is, dan kunnen ze ook allebei bijdragen aan de oplossing. Dat doe ik door de zorgouder te vragen om zijn of haar verantwoordelijkheid en liefde voor het kind te gebruiken om ervoor te zorgen dat er een zo goed mogelijke band ontstaat met beide ouders – noem het positieve manipulatie of motivatie. Je zou ervan versteld staan hoe vaak die aanpak ervoor zorgt dat de zorgouder zelf met een voorstel komt. Ik ken zelfs een ex-koppel met twee zonen, waarbij de jongens hun moeder al meer dan twee jaar niet meer hadden gezien. Ze was getrouwd met een andere man en die wilde de kinderen uit haar vorige huwelijk niet zien, waardoor ze de jongens alleen zag als ze hen ging ophalen van school en met hen een ijsje ging eten – zo kweek je natuurlijk geen band. De papa van de jongens was een heel toegewijde vader, die enorm begaan was met het welzijn van de jongens. Uiteindelijk was hij het die met een voorstel kwam: hij stelde zijn huis ter beschikking van zijn ex, zodat zij de band met haar zonen kon herstellen.»

HUMO Wat met de ouders die niet staan te springen om mee te werken?

Van Dieren «Is er geen evolutie of verhindert één van de ouders het proces, dan kan de rechter tot sancties overgaan. Dat kan gaan van een boete als het kind niet op gemaakte afspraken komt opdagen, tot zelfs een omkering van de verblijfsregeling. Maar dat is een delicate beslissing, waar erg grondig onderzoek aan moet voorafgaan. Het zou bijvoorbeeld ook kunnen dat de verstoting van de ouder door het kind niet geheel onterecht is.»

HUMO Een groot probleem voor verstoten ouders is dat de parketten hun klachten over niet-naleving van het omgangsrecht seponeren.

Van Dieren «Dat is nooit een goed idee. Als er niet meteen wordt gereageerd, wordt het conflict alleen maar erger.»


Vaderkloek

HUMO Op welke manier heb je weer contact met Bas gekregen, Petra?

Van Den Hoeck «Toen Bas 18 werd, heb ik hem een sms gestuurd. Om hem te feliciteren, en of ik hem eens mocht bellen. Het antwoord was: ‘Ja.’ Ik heb hem de volgende dag gebeld. Blij, zenuwachtig, gespannen. Sindsdien hebben we, stilletjesaan, opnieuw contact. Toen we elkaar een paar keer hadden gezien, zei Bas: ‘Mama, ik zou graag hebben dat het weer goed komt tussen ons, zoals vroeger.’ – ‘Dat is goed, jongen.’ We gaan niks overhaasten, dat zal wel komen.»

HUMO Hoe kijk je vandaag op die jaren van strijd terug?

Van Den Hoeck «Ik ben er erg door veranderd. Ik ben ontzettend kwaad geweest op mijn ex-man. Er waren momenten dat ik hem bijna had kunnen vermoorden. Maar door de situatie ben ik ook verplicht geweest om aan mezelf te werken, en ik heb een hele evolutie doorgemaakt. Ik heb aanvaard dat alles wat gebeurd is, nu eenmaal zo gelopen is. Ik heb de vader van Bas vergeven, en daardoor vergeef je ook jezelf. Want ik heb ook fouten gemaakt, ik heb mijn ex ook pijn gedaan.

»Achteraf zie ik ook scherper waarom de vader van Bas reageerde zoals hij deed. Toen ik ruzie met Bas had over dat stofzuigen, had zijn pa gewoon moeten zeggen: ‘Ga terug naar je mama en praat het uit.’ Maar mijn ex-man is een echte vaderkloek. Dus zei hij: ‘Blijf maar bij mij.’ Toen hij me voor het vredegerecht daagde omwille van die fiets, was dat niet per se om mij dwars te zitten, maar uit overbescherming van zijn kind. Hij is een controlefreak, heb ik ontdekt. Als hij niet zelf de beslissing nam, was het niet goed. Ook dat was een soort overbezorgdheid.

»Toen ik er middenin zat, was de behoefte bij mij heel groot om Bas ooit op een dag uit te leggen hoe de vork precies in de steel zat en wat de waarheid was. Maar wat is de waarheid? Iedereen heeft de zijne. Als Bas erover wil praten, wil ik dat wel, maar het is geen must om onze relatie voort te kunnen zetten. De papa van Bas en ik praten nu weer met elkaar. We hebben zelfs al eens samen aan de toog gezeten, na een boogschutterstoernooi waar onze zoon aan deelnam, en we hebben samen gelachen. Bas zei achteraf: ‘Dat was leuk, mama. Alsof al die dingen nooit gebeurd waren tussen jullie.»

(*) Dit zijn niet de echte namen van de kinderen.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234