Oussama Atar: hoe een moslimterrorist de Belgische overheid voor schut zette

Afgelopen zomer bracht Humo het verhaal van Oussama Atar en de rol van sommige politici en ngo’s bij diens vrijlating in 2012. Amnesty International stelde de jihadist voor als een onschuldig slachtoffer en de Belgische autoriteiten lieten hem begaan. Vandaag bestaat er bij de Staatsveiligheid geen enkele twijfel meer: Atar is een terrorist die dertien jaar geleden al voor Al Qaeda vocht. Waarom heeft het zo lang geduurd eer men tot die conclusie kwam?

'Ze maakten zich hoegenaamd geen zorgen om Oussama Atar'


Lees ook:

Op vrije voeten dankzij de Belgische regering: Oussama Atar »

Waarom men wist dat Oussama Atar een terrorist was »

Even recapituleren. In september 2012 werd Oussama Atar, die in Irak tot tien jaar cel was veroordeeld, vervroegd vrijgelaten nadat zijn familie de Belgische overheid onder druk had gezet met een betoging die werd gesteund door socialistische en groene Brusselse politici en ngo’s zoals Amnesty International (zie Humo 3957). Atar werd afgeschilderd als een brave jongen die naar Irak was getrokken om daar humanitair werk te verrichten, en lag nu onschuldig en met een ongeneeslijke ziekte dood te gaan in een Iraakse gevangenis. Er waren serieuze redenen om aan die voorstelling van de feiten te twijfelen. Zo was Atar vanuit Brussel naar het Midden-Oosten getrokken onder impuls van de beruchte sjeik Bassam Ayachi, een extreme haatprediker die sinds het begin van de jaren 90 actief was in Sint-Jans-Molenbeek. En toen Atar terug in België was, bleek er geen sprake meer van die ongeneeslijke ziekte.

De Belgische autoriteiten leken zich geen zorgen te maken om de teruggekeerde Oussama Atar. Ze lieten hem zijn gang gaan en al snel verdween hij van de radar. Pas jaren later, na de aanslagen in Parijs en Brussel, kwam Atar – de neef van de broers Bakraoui, die zichzelf opbliezen in Brussel – weer in beeld bij de Staatsveiligheid. Hij werd zelfs als de coördinator van de terreuraanslagen gezien. De Belgische justitie opende – tevergeefs – een klopjacht op de man, en in de zomer van 2016 raakte bekend dat ook de Franse geheime diensten naar hem op zoek waren. Ze vermoedden dat de Marokkaan, die ze een gevaarlijke, gewapende foreign fighter noemden, naar Europa zou proberen terug te komen om hier voor nog meer terreur te zorgen.

Meteen zette zijn religieuze zus Asma een nieuwe witwascampagne op, daarin bijgetreden door mensenrechtenadvocaat Vincent Lurquin. Ze zwaaide met een emotionele brief van haar broer aan zijn moeder, waarin hij ontkende iets met de aanslagen te maken te hebben. Maar tegelijk stond de brief vol radicale praat: Atar noemde de Belgen consequent ‘honden’. Een oom van Atar, de veroordeelde crimineel Moustapha Benhattal, mocht in De Morgen komen vertellen hoe onschuldig Oussama was, en ook in andere media beweerden anonieme familieleden dat de overheid een heksenjacht tegen Atar had opgezet. Hij was immers naar België teruggekomen om in Brussel een winkeltje te beginnen, maar dat werd hem onmogelijk gemaakt door justitie en politie. Hij móést dus wel naar Syrië vertrekken.


De grote verwarring

Maar die argumenten lijken geen hout meer te snijden. De Staatsveiligheid is tot de conclusie gekomen dat er niet alleen serieuze aanwijzingen zijn dat Atar mee de aanslagen in Parijs en Brussel heeft gecoördineerd, maar dat het vijftien jaar geleden al zwaar fout zat met de Brusselse Marokkaan. In Irak had hij zich vóór zijn arrestatie helemaal niet met humanitaire hulp beziggehouden, zoals zijn familie beweert, maar had hij deelgenomen aan het gewapende jihadistische verzet tegen het Iraakse regime. Hij stond dus aan de kant van de bommenleggers van Al Qaeda. De Staatsveiligheid vermoedt dat Atar tijdens zijn gevangenschap in Irak Abu Bakr al-Baghdadi, de grote man van IS, heeft leren kennen. Dat zou doorslaggevend geweest zijn voor Atars verdere radicalisering. Maar waarom heeft het zo lang geduurd eer de Staatsveiligheid en justitie achter de ware aard van Oussama Atar kwamen?

Eerst was er de grote Iraakse verwarring. Atar werd begin 2005 door de Amerikaanse bezettingsmacht – die Irak was binnengevallen in 2003 – opgepakt in Ramadi, de stad van waaruit Al Qaeda toen opereerde. Volgens de advocaat van Atars familie in Brussel was Oussama gewond geraakt bij het terroristische geweld van Al Qaeda en hadden zijn strijdgenoten hem voor een Amerikaans hospitaal gedumpt omdat je daar het meest kans had om te overleven. Maar in mei 2005 droegen de Amerikanen de macht over aan de overgangsregering en gaven ze ook hun gevangenen en veroordeelden door aan de nieuwe Iraakse overheid. Het was dus de Iraakse justitie die Atar berechtte en hem, samen met een aantal andere verdachten, levenslang gaf omdat hij had deelgenomen aan de terroristische acties van Al Qaeda. Maar in beroep was er plotseling geen sprake meer van terreur en kreeg Atar ‘maar’ tien jaar wegens zijn illegale verblijf in Irak.

Onder druk van de campagne van de familie zette het Belgische ministerie van Buitenlandse Zaken zich vervolgens in om Atar vrij te krijgen. Maar de Belgen waren niet helemaal naïef. Er werden twee agenten van de Staatsveiligheid naar Irak gestuurd om uit te vissen wat Atar allemaal had uitgevreten in Irak en hoe gevaarlijk hij precies was. Bij de overdracht van de macht in Irak was er echter één en ander in het honderd gelopen: documenten en dossiers waren verloren geraakt, zodat de Amerikanen zelf ook niet goed meer wisten wat er allemaal was gebeurd. En daarom wilden ze ook niet moeilijk doen over een eventuele vrijlating. Het gevolg: de Belgische Staatsveiligheid besloot dat Atar dan toch niet zo’n groot risico was. Hij kwam vrij en mocht zelfs terug naar België komen.

Ook in België maakte men een zootje van de opvolging van Atar. In Irak had het Belgische ministerie van Buitenlandse Zaken ingestemd met een aantal voorwaarden voor de vrijlating van Atar: hij moest in de gaten gehouden worden en mocht onder geen beding een internationaal paspoort krijgen. Maar daar kwam niks van in huis. In België werd Atar één keer ondervraagd door een Brusselse magistraat. Die concludeerde dat er geen probleem was, en Atar was vrij om te doen en te laten wat hij wilde. De Staatsveiligheid besloot om hem niet te schaduwen of af te luisteren omdat er geen concrete aanwijzingen waren dat hij een terrorist was – ook al was hij in Irak in eerste instantie veroordeeld voor lidmaatschap van Al Qaeda – maar vooral omdat men geen tijd en geen middelen had. De veiligheidsdiensten hadden op dat moment de handen vol met radicale groeperingen als Sharia4Belgium en de leden van de Marokkaanse terreurorganisatie GICM in Maaseik.

Dat men zich hoegenaamd geen zorgen maakte om Atar bleek nog maar eens toen men, tegen de afspraken met Irak in, op eenvoudig verzoek een paspoort aan hem uitreikte. In 2013 trok hij ermee naar Tunesië. Daar werd hij opgepakt en terug naar België gestuurd omdat hij internationaal geseind stond. En nog altijd ging er hier geen belletje rinkelen. Uiteindelijk kon Atar ongemoeid naar het kalifaat in Syrië verdwijnen.

Dat de Staatsveiligheid vandaag zo goed als niets terugvindt over de reis van de twee agenten naar Irak, spreekt boekdelen. Om nog te zwijgen van het feit dat het OCAD, het Coördinatieorgaan voor de Dreigingsanalyse, in februari 2016 – twee maanden na de aanslagen in Parijs – een nota schreef waarin stond dat Atar niet als een foreign terrorist fighter beschouwd moest worden. Twee maanden later pleegden de neven van Oussama Atar de aanslagen in Brussel.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234