'Over 5 jaar': Wim De Vilder kijkt vooruit en blikt terug

Hoe zal de wereld er over vijf jaar uitzien? Goedele Liekens, Alexander De Croo, Wouter Vandenhaute, Marleen Temmerman, Jef Vermassen, Rudi Vranckx en André Léonard probeerden zich in 2010 een beeld te vormen van 2015.

'Ik ben nooit een hemelbestormer geweest. Toen ik 30 jaar geleden uit de kast kwam, sprong ik daarmee al genoeg uit de band'

Het jaar 2010 blijkt trouwens al langer geleden dan je denkt.

Wim De Vilder «Van de Arabische revolutie was nog geen sprake. De wereld was op zoek naar Osama bin Laden, en we waren bang van Al Qaeda – IS bestond nog niet. En iets lokaler was Yves Leterme premier van een regering van lopende zaken, en lonkte het einde van België.

Mijn zeven gesprekspartners vonden het best spannend, de confrontatie met hun voorspellingen van vijf jaar geleden. Rudi Vranckx, bijvoorbeeld, was wel wat zenuwachtig, maar hij bleek net één van de mensen die de grote maatschappelijke evoluties behoorlijk goed had ingeschat. Ik had ’m in 2010 gevraagd welk woord de volgende vijf jaar zou beheersen. Zijn antwoord: ‘Angst.’ Redelijk plat erop, hè. Hij heeft toen trouwens ook voorspeld dat er een revolutie zou uitbreken in Egypte. En Jef Vermassen en Marleen Temmerman hadden beiden zien aankomen dat alles wat te maken heeft met solidariteit, een groot onderwerp van discussie zou worden.

Sommige voorspellingen zijn ook helemaal níét uitgekomen. Iemand beweerde dat België niet meer zou bestaan in 2015. Op dat moment helemaal niet zo’n absurde voorspelling, maar intussen is het thema helemaal van de agenda.»

HUMO Hoe keken je gasten in 2010 naar hun eigen toekomst?

De Vilder «Eén ding is me toen heel erg opgevallen: stuk voor stuk zeiden ze dat ze het over vijf jaar rustiger aan hoopten te doen. Ze leidden allemaal een intens, jachtig leven waarin de focus op hun werk lag en niet op hun privéleven, en keken ernaar uit de balans meer in evenwicht te krijgen. Wat blijkt nu: ze werken allemaal nog altijd even hard, of zelfs nog harder. In 2010 was Marleen Temmerman gynaecologe en senator, maar de afgelopen jaren had ze een hoge functie bij de Verenigde Naties, en je kunt haar zonder overdrijven een workaholic noemen. Jef Vermassen, Goedele Liekens, Alexander De Croo: idem. Dat máákt het programma ook, natuurlijk. Want het zijn allemaal mensen die bewust met de wereld bezig zijn, en dus ook iets te vertellen hebben over die wereld.»


Het vel van De Croo

HUMO Is wederzijdse sympathie een voorwaarde voor een goed gesprek? Zijn je interviewees mensen met wie je ook op café wil?

De Vilder «Niet per definitie, want toen we vijf jaar geleden André Léonard selecteerden, was dat natuurlijk niet omdat ik overloop van liefde voor die man. Hij had toen net zijn controversiële uitspraken gedaan – aids als ‘immanente gerechtigheid’ voor homoseksuelen. Dus neen: ik voelde niet meteen de behoefte om trappisten te gaan hijsen met Léonard. En toch was het ook voor hem een aangenaam weerzien. Hij zag er in ieder geval niet tegenop om terug te komen.

»In zo’n interview zijn de mensen die zich helemaal géven natuurlijk het dankbaarst. Goedele Liekens is zo iemand die altijd uitspreekt wat ze denkt en voelt. Op dat vlak was ik trouwens aangenaam verrast door Wouter Vandenhaute. Die geeft nauwelijks interviews, en vijf jaar geleden hebben we moeten trekken en sleuren om hem tot bij ons te krijgen. Maar nu heeft hij echt in zijn hart laten kijken.»

HUMO Vertel! Is ’t een móói hart dat de Grote Minimoefti van de lage tv-landen van bloed voorziet?

De Vilder «Vandenhaute geeft in elk geval toe dat de afgelopen vijf jaar niet bepaald gemakkelijk geweest zijn. In 2010 was Woestijnvis nog de hofleverancier van de VRT, en toen zei hij nog dat het niet zijn natte droom was een eigen zender te bezitten. Intussen heeft hij dat risico wél genomen, en is het niet onverdeeld goed afgelopen. Daar is hij heel open over: hij geeft zonder omwegen toe dat VIER en VIJF niet geworden zijn wat hij ervan verwacht had.»

HUMO Van Rudi Vranckx vermoed ik dat wat hij doet, ook is wat hij wíl doen – dat hij tot die benijdenswaardige minderheid behoort die onverdeeld schik heeft in z’n baan.

De Vilder «Klopt wel, denk ik. Vijf jaar geleden was hij een verslaggever die geregeld reportages maakte. Nu is hij een soort van goeroe. Als duizenden studenten zich inschrijven voor een lezing, beteken je wel iets. Zelf zegt hij daarover dat de onzekerheid vandaag heel groot is, en dat mensen, meer nog dan vijf jaar geleden, nood hebben aan uitleg, duiding en expertise. Aan vaklui die weten hoe de vork aan de steel zit, het bredere plaatje zien en – heel belangrijk – mensen kunnen geruststellen. Eigenlijk is Rudi Vranckx de hedendaagse update van de onderwijzer in het basisschooltje van een klein Vlaams dorp uit de jaren 50. De man aan wie je kan vragen: ‘Hoe zit het nu eigenlijk in elkaar? Maar dan zónder het belerende vingertje dat bij zo’n onderwijzer hoorde. En ik heb Rudi ook nog nooit met een diaprojector zien worstelen (lacht).»

HUMO Maar misschien wel met een paar demonen: ik fantaseer haast automatisch een melancholische ziel bij hem.

De Vilder «Hij wordt niet snel persoonlijk in interviews, maar we hebben wel gepraat over wat het met hem doet om telkens zijn leven te riskeren. Hij is de afgelopen vijf jaar toch twee keer aan de dood ontsnapt, en dat laat onvermijdelijk een litteken na. Dat hij zich op gezette tijden even terugtrekt op het Italiaanse platteland zal wel niet alleen met de excellente plaatselijke druif te maken hebben. Maar zolang hij het gevoel heeft dat hij het verschil kan maken, wil hij absoluut doorgaan. Ik heb aan iedereen gevraagd wat ik hem of haar mag wensen voor 2020. Het antwoord van Rudi: ‘Onbevangenheid, géén cynisme.’»

HUMO Heb je het idee dat je gasten gelukkige mensen zijn?

De Vilder «Goeie vraag. (Denkt na) Ik geloof dat ze vrede hebben met zichzelf. Alexander De Croo had het vijf jaar geleden over hoe zijn generatie – zeg maar: de dertigers en veertigers van nu – álles moet realiseren. Een goeie job hebben, een gezin naar volwassenheid sturen, materiële welvaart creëren, solidair zijn met de andere generaties, en daarnaast ook nog een opwindend leven leiden. En er zijn maar 24 uur in een dag. De Croo gaf toen toe dat hij dat evenwicht nog niet gevonden had. Daar heb ik hem opnieuw naar gevraagd, en nu antwoordde hij dat hij niet zeker weet of die balans eigenlijk wel bestaat. Misschien, zo redeneerde hij, is dat permanente zoeken en wroeten naar evenwicht, zonder het ooit helemaal te vinden, wel goed genoeg. Dat vind ik interessant: vijf jaar geleden duidde hij iets als een probleem, nu aanvaardt hij het als een gegeven. Dus ja, ik denk dat De Croo beter in zijn vel zit dan in 2010. En dat dat voor al mijn gesprekspartners geldt. Ze zijn intussen allemaal vijf jaar ouder: dat helpt.»

HUMO Want ouder worden hélpt voor wie het geluk graag in de armen wil vallen?

De Vilder «Ik zit nu zelf ook beter in mijn vel dan vijf jaar geleden. Ik ben 46, en ik weet wel zeker dat ik een pak onrust kwijt ben. De grote vragen over mijn carrière – ‘Zal ik het wel kunnen volhouden? Zal ik mogen blijven doen wat ik graag doe?’ – zijn naar de achtergrond geschoven, en ook privé voel ik een comfortabele tevredenheid. Er is almaar minder dat móét. Dus ja: ouder worden helpt om iets meer mindful om te gaan met de dingen.»


Geen hemelbestormer

HUMO Waar denk je zelf over vijf jaar te staan?

De Vilder «Ik vind het heel moeilijk om in de toekomst te kijken – vandaar allicht dat ik het anderen laat doen (lacht). Ik ben ook niet zo nadrukkelijk met de toekomst bezig. Het heden, dat vind ik al heel wat. En het verleden: ik leef graag met herinneringen. Noem me gerust nostalgisch, ja.

»Ik heb geen plan, en ik weet eigenlijk niet wat mijn ambities zijn. Maar goed: ik hoop dat ik mijn job kan blijven doen. Elk jaar ben ik de moderator op een congres voor HR-managers. Ik had dat één keer gedaan omdat het thema ‘communicatie’ was, en ze zijn me blijven vragen – ik doe het nu al jaren. En elke keer weer hoor ik daar dat je na zeven jaar écht van job moet veranderen. Want anders verlies je je scherpte. ‘Oei,’ denk ik dan, ‘ik ben al vijftien jaar nieuwsanker.’ Maar ik zit daar nog altijd zo graag! Waarom zou ik dan naar iets anders gaan zoeken? Tegelijk weet ik: nothing is for granted. Eén publieksonderzoek dat uitwijst dat die De Vilder de kijker flink in de weg zit, en het is voorbij. Maar als het van mij afhangt, blijf ik daar zitten. Op voorwaarde tenminste dat ik af en toe een zijweg als ‘Over vijf jaar’ mag inslaan.

»Tegelijkertijd ontsnap ik natuurlijk ook niet aan de grote ‘Wat nu?’-vraag, zowel professioneel als privé. Is er nog ruimte voor groei? Is er nog iets dat beter kan worden? Of is dit het, en kan het alleen nog achteruitgaan? Het is een vraag die bij veel van mijn leeftijdsgenoten speelt, en soms ontaardt in een knoert van een midlifecrisis. Maar ik geloof niet dat ik dat risico loop: ik praat er nogal complexloos over met leeftijdsgenoten, en ik weet dat er geen groot antwoord zal komen. Misschien is 46 wel de perfecte leeftijd om te besluiten: ‘Ik ben tevreden met wat er is.’ Ik ken ze wel, hoor, de donkere uren en de neerslachtige gedachten, maar ik ben me er zeer van bewust dat ik tevreden moet zijn.»

HUMO Tevreden, dus. Ik vind dat zo zes-op-tien-achtig klinken. Waar is het oceanische geluk?

De Vilder «Bestaat dat? Ik geloof er niet in. En als het toch bestaat, lijkt het me vooral heel erg saai. Euforie is per definitie iets heel tijdelijks. Net als passie. Je moet het grote, overrompelende sentiment omzetten in iets anders – iets duurzamers.»

HUMO Ik snap het wel. Maar toch deze gefundeerde reactie: blèh.

De Vilder «Voor jou is dat echt een ontgoocheling? Dat begrijp ik wel, maar... (Denkt lang na) Weet je, toen ik jong was, had ik geen welomlijnd, concreet beeld van waar ik wilde staan op mijn 45ste. Misschien is dat mijn grote geluk: ik ben nooit een hemelbestormer geweest. Ik bewonder mensen die hoog mikken en groot denken, maar zelf heb ik nooit iets uitzonderlijks nagestreefd. Dat heeft misschien wel te maken met mijn geaardheid. Toen ik dertig jaar geleden uit de kast kwam, sprong ik daarmee al genoeg uit de band. Dan nog de ambitie hebben om anders dan de anderen te zijn, om verder te raken en hoger te springen en harder te leven en dieper te voelen, leek me de dingen alleen maar moeilijker te maken. Me outen als homo volstond: ik wilde niet nog méér buitenbeentje zijn. Ik wilde vooral inblenden, een plaats vinden in de wereld en een carrière uitbouwen.»

HUMO Je outing situeert zich halfweg de jaren 80. Toen moesten er nog een paar taboes getorpedeerd worden.

De Vilder «En dat is intussen gelukkig gebeurd. Homokoppels van tien jaar jonger zie ik nu stuk voor stuk aan kinderen beginnen, en voor hen is dat de evidentie zelve. Maar ik ben nog opgegroeid met het idee dat ik nooit zou trouwen, en nooit kinderen zou hebben. Want die mogelijkheden bestonden wettelijk gewoon niet. En twee jaar geleden zijn mijn man en ik wel getrouwd, maar de mogelijkheid om kinderen te adopteren was er net te laat om het écht een keuze te laten zijn voor ons. Theoretisch gezien kan het nog, maar het is te laat om mijn identiteit te wijzigen. En één van de pijlers van die identiteit is: ‘Gij! Zult! Nooit! Kinderen! Hebben!’ Ik heb me er dus nooit op kunnen instellen.

»Er zal wel altijd een worsteling blijven voorafgaan aan een outing, maar jongeren hebben nu wel het voordeel van de informatie. Die is immers overal. Ik moest in de bibliotheek nog op zoek naar boeken om te ontdekken dat ik niet alleen was – en voor ik dat begreep, waren er toch ook weer wat jaren voorbij. Als de jonge versie van mezelf hier zou binnenwandelen, zou ik hem zeggen dat het oké is. ‘Je moet niet ongerust zijn. Het komt goed. Of toch goed genoeg.’ Want dat is wat die jonge gast niet wist.»

HUMO Je bent al 21 jaar samen met de man die nu je echtgenoot is.

De Vilder «Twee decennia met veel ups, en gelukkig ook enkele downs.»

HUMO Gelukkig?

De Vilder «Omdat we uit de dieptepunten veel leren. Op zo’n moment wordt het draadje waaraan die relatie hangt heel dun, en kan het knappen. Maar het is net niet geknapt, en zo konden we telkens opnieuw iets opbouwen en werd onze relatie gelaagder. Dat is nog altijd geen levensverzekering: het betekent niet dat het nooit meer kapot kan gaan. Nothing’s for certain. Het zou heel arrogant van me zijn om te zeggen dat mijn man en ik nooit zullen scheiden. Maar het is wel zo dat er nu iets is dat diepgeworteld zit, iets dat steviger staat dan in het begin, en dus heel waardevol is. Die relatie heeft een groot aandeel in het feit dat ik me nu goed voel. Er zijn geen voortekenen dat het zal gebeuren, maar áls mijn man morgen ontvoerd wordt door aliens, zal dat een enorm gat in mijn leven slaan.»

'Rudi Vranckx is de hedendaagse update van de onderwijzer in het basisschooltje van een klein Vlaams dorp uit de jaren 50'


Fuifnummer

HUMO Je komt uit een onderwijzersfamilie.

De Vilder «Ja, mijn vader én mijn moeder gaven allebei les, net zoals de broer van mijn vader, en de broer en zussen van mijn moeder. In een journalist zit altijd iets van een onderwijzer – in die zin zet ik de traditie voort. Ik voel de goesting om iets door te geven en wil graag uitleggen hoe de wereld in elkaar zit.

»Mijn vader heeft ‘Voordracht en toneel’ gestudeerd aan het conservatorium in Brussel – hij zat in de lichting van Chris Lomme. Hij is gepassioneerd door kunst uit de 19de eeuw en schrijft daar boeken over. Hij heeft lesgegeven, toneelstukken geregisseerd, hij spreekt en schrijft graag. (Glimlacht) Op dat vlak is de appel niet ver van de boom gevallen. Een aantal dingen die ik nu gebruik in mijn job heb ik van hem.

»Mijn passie voor muziek – in mijn vrije tijd speel ik piano, veel te weinig weliswaar – heb ik van mijn moeder, net als mijn drang om door iedereen graag gezien te worden. Veel televisiemensen hebben dat trouwens.»

HUMO Betekent dat dat je conflicten zo veel mogelijk vermijdt?

De Vilder «Neen. Ik ga in discussies zelfs te veel en te graag tot op het bot. Maar als we dan niet tot een soort van consensus komen, als we het niet helemaal kunnen uitpraten, dan heb ik daar wel last van. Als ik het gevoel heb dat iemand mij na een gesprek een stukje minder graag ziet, ben ik ongelukkig.

»Tot voor kort definieerde ik vriendschap als: over alles hetzelfde denken en bij alles hetzelfde voelen. Tegen iemand kunnen zeggen: ‘Jij bent mijn zielsverwant. Wij vallen samen.’ Terwijl dat natuurlijk niet bestaat – zélfs niet met je beste vrienden. En stootte ik op zo’n verschil, dan ging ik tot op het bot. ‘Kijk eens hier, een verschil! Een obstakel dat de perfecte vriendschap in de weg zit!’ Door dat telkens te benadrukken, dreef ik mensen van me weg in plaats van de band hechter te maken. Ik probeer de vriendschap nu gewoon de vriendschap te laten zijn. Dat is een verplicht leerproces geweest, omdat ik mijn vrienden anders gewoon zou verliezen.»

HUMO Een ander mogelijk neveneffect van verlangen naar de liefde van iedereen: anderen pleasen maar jezelf tekortdoen.

De Vilder «Ik denk niet dat ik mezelf al in oncomfortabele situaties gemanoeuvreerd heb omdat ik de liefde van anderen wilde, en de liefde voor mezelf vergat. Maar ik denk wel dat mijn vermogen tot empathie goed ontwikkeld is. Ik kan mezelf nogal makkelijk in de plaats van de ander stellen.»

HUMO Een voorbeeldje?

De Vilder «De heisa rond ‘De afspraak’. Ik begrijp perféct waarom Bart Schols het interview met Younes Delefortrie op die manier heeft aangepakt. En ik begrijp perféct waarom de hoofdredactie er ongelukkig mee was.

»Bart wilde in het hoofd van een IS-strijder kijken, en achterhalen hoe het komt dat iemand zulke gruweldaden wil plegen. Als je dat te weten wilt komen, is het echt geen goed idee om elke halve minuut een kritische vraag te stellen. Wil je in de ziel van zo iemand peuteren, dan vat je het interview op zoals Bart dat gedaan heeft. Maar ik kan me net zo goed verplaatsen in de hoofdredactie, en snappen dat die denkt: ‘Fuck, dit komt ons nu even heel slecht uit.’ Een paar dagen eerder waren de resultaten voorgesteld van een academisch onderzoek naar de onpartijdigheid van de VRT. Die waren positief, maar uiteraard was er ook nog ruimte voor verbetering – het Sharia4UK-interview van ‘Terzake’ in 2014 kon bijvoorbeeld niet door de beugel. Dan begrijp ik dat de hoofredactie upset is als ze enkele dagen na dat onderzoek het gesprek met die IS-strijder ziet. Maar bij haar communicatie daarover ging ze de mist in.»

HUMO Eén en ander culmineerde in een oorlogje tussen de nieuwsdienst en haar hoofdredactie. Er is nu ‘een bemiddelingstraject’ opgezet.

De Vilder «De plooien tussen Bart en Luc Rademakers (algemeen hoofdredacteur van de nieuwsdienst, red.) zijn intussen gladgestreken, heb ik begrepen, en de redactieraad en de hoofdredactie zoeken toenadering tot elkaar. Dat doet de eeuwige diplomaat in mij plezier.»

HUMO Voelt die eeuwige diplomaat nooit de aandrang om zichzélf kordaat uit te spreken?

De Vilder «Zeker wel, maar niet op het publieke forum. Ik ben nogal voor het one-to-one-gesprek. Zo ben ik bijvoorbeeld zelf met Rademakers gaan praten om te zeggen waar ik de problemen zag bij de hoofdredactie. Dat is míjn aanpak. Je hebt ook roepers nodig, de mensen die de grote speeches geven. Maar dat type ben ik gewoon niet.»

HUMO Weegt zo’n rel op jou? In zo’n vertroebelde sfeer is het toch niet prettig werken?

De Vilder «Je kon in die dagen niet zeggen: ‘Ik doe gewoon mijn werk en trek me er verder niets van aan.’ Veel mensen waren onzeker of ontevreden, de sfeer op de nieuwsdienst was slecht. Dat weegt, ja. Maar zelfs in de dagen van de opstand tegen de hoofdredactie zijn we Journaals, Terzakes en De Afspraken blijven maken – en góéie Journaals, Terzakes en De Afspraken. Zo professioneel zijn we wel. Maar je kent het spreekwoord: vertrouwen komt te voet en gaat te paard. Er is nog tijd nodig om het vertrouwen helemaal te herstellen. Maar zolang de redactieraad gelooft in dat bemiddelingstraject, doe ik dat ook met volle overtuiging.»

HUMO Je komt uit een keurig gezin, hebt rechten gestudeerd, bent een gerespecteerd journaalanker en reageert diplomatisch op crisissen. Toch zegt iets in me dat je geen saaie sanseveria bent.

De Vilder (lacht) «Nu wil je me laten zeggen dat ik een wildebras ben, het compleet tegenovergestelde van de keurige heer die elke dag ‘Het Journaal’ presenteert? Ernstig: ik snap waar mijn imago van ideale schoonzoon vandaan komt, maar ik vind het hinderlijk. Mensen zien me in het kadertje dat hun televisiescherm is, in een net pak en zorgvuldig geschoren. En o wee als ik eens experimenteer met een stoppelbaard – de communicatiedienst van de VRT heeft toen overuren moeten draaien (lacht). Maar dat is dus slechts een stuk van wie ik ben. Mensen zijn vaak verrast wanneer ze me beter leren kennen... en merken dat ik ook een fuifnummer ben.»

HUMO Een fuifnummer?

De Vilder «Kom, bestellen we nog een Westmalle?»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234