Over de banaan van Warhol en andere artistieke platenhoezen

Wie ‘Sonic Youth’ zegt, denkt meteen aan de kaars van Gerhard Richter. Patti Smith is synoniem met het zwart-witportret dat Robert Mapplethorpe maakte voor ‘Horses’, en The Velvet Underground is voor eeuwig verbonden met de banaan van Andy Warhol. Maar de liaison tussen muziek en kunst begon veel eerder, weet Italiaans onderzoeker Francesco Spampinato, die voor Taschen een boek samenstelde met de beste artistieke platenhoezen. ‘Het is een democratisch medium, maar wél kunst.’

'De beste platenhoezen reflecteren de muziek'

Spampinato is niet aan zijn proefstuk toe. Eerder schreef hij al ‘Come Together: The Rise of Cooperative Art and Design’ en ‘Can You Hear Me? Music Labels by Visual Artists’. ‘Met dit boek wil ik moderne en hedendaagse kunstenaars tonen via platen. Ik ben als kunsthistoricus altijd geïnteresseerd geweest in de connectie tussen de kunst en de media, popcultuur, design en reclame. Kunst die zo ingebed is in het dagelijks leven dat ze er niet meer van te onderscheiden is. Anders gezegd: kunst die je kunt beleven buiten het museum, zonder dat je bewust beslist om naar kunst te kijken. Dan kijk je minder bevooroordeeld. Platenhoezen zijn daar één voorbeeld van. Het is een heel democratische kunstvorm.’

Humo De allereerste artistieke platenhoes is – zo wil de overlevering – van de hand van Salvador Dalí.

Francesco Spampinato «Inderdaad. Het idee om beelden te gebruiken op platenhoezen bestond natuurlijk al langer. Vóór de Tweede Wereldoorlog zaten platen in saaie kartonnen hoezen die er allemaal hetzelfde uitzagen, maar in 1940 werd voor het eerst een album geïllustreerd – voor Columbia Records. Al snel had de muziekindustrie begrepen dat het visuele aspect een belangrijke marketingtool kon zijn, dus werden er plots volop grafisch ontwerpers ingehuurd. In de fifties werden ook weleens bestaande kunstwerken gebruikt, maar Dalí is de eerste kunstenaar die speciaal voor een platenhoes een nieuw schilderij creëerde. In 1955 schilderde hij voor een plaat van Jackie Gleason een surrealistisch landschap met figuren en schaduwen. Met heel groot zijn handtekening erbij – lekker narcistisch.

»Opmerkelijk: op de achterkant van de hoes zie je een foto van Dalí en Jackie Gleason die elkaar de hand schudden. Daarnaast staat een korte interpretatie van het schilderij afgedrukt, geschreven door de kunstenaar. Alsof hij wilde zeggen: dit is niet zomaar een illustratie, het is een echt kunstwerk. Een platenhoes mag dan een democratisch medium zijn – platen zijn goedkoop en hangen niet in een museum – het is wél kunst. En waarschijnlijk dacht Dalí dat het muziekpubliek zijn Grote Kunst niet zou begrijpen zonder zijn uitleg.»

HUMO En de muzikant vond het prima dat de kunstenaar alle aandacht naar zich toe trok?

Spampinato «Wel, je moet weten dat Jackie Gleason een beroemd komisch acteur was. Daarnaast maakte hij ook wat muziek, maar dat was easy listening, een genre dat nooit echt serieus genomen werd – ook niet door de muzikanten zelf. Het diende louter als achtergrondruis voor cocktailfeestjes. Waarschijnlijk hoopte Gleason met die Dalíhoes zijn eigen geloofwaardigheid op te krikken.»

HUMO Na vele jaren research heb je voor het boek een longlist met 3.000 platenhoezen kunnen reduceren tot dit overzicht van 500.

Spampinato «Een pijnlijk proces, maar ik kon ze onmogelijk allemáál in het boek stoppen. Het was niet de bedoeling om een encyclopedie te maken, maar om de meest representatieve kunstenaars en albums te kiezen. Dat zijn niet noodzakelijk de beroemdste hoezen, maar wel die waaraan je de stijl van de kunstenaar het best herkent.»

HUMO Zo toon je bijvoorbeeld enkele resultaten van de vruchtbare samenwerking tussen abstract-expressionistische kunstenaars als Philip Guston en experimentele componisten als John Cage en Morton Feldman.

Spampinato «Ja, zij maakten in de jaren 50 en 60 allemaal deel uit van de New York School, een beweging waarin creatievelingen uit verschillende domeinen met soortgelijke ideeën samenwerkten. Ze drukten hetzelfde gedachtegoed uit, maar in verschillende media. Uit de New York School kennen we vandaag vooral nog de schilders, zoals Guston en Jackson Pollock. Zij zetten hun onderbewuste om in schilderijen, en iemand als Morton Feldman deed min of meer hetzelfde, maar dan met muziek.»

HUMO Zijn er ook recentere voorbeelden van zulke intense samenwerkingen?

Spampinato «Zeker, denk maar aan Raymond Pettibon ( Raymond Ginn). Voor mij is hij de meest prototypische kunstenaar in dit boek. Hij heeft meer dan honderd platenhoezen gemaakt en maakte echt deel uit van de punkgemeenschap in het Californië van de late seventies. Zijn broer Greg Ginn was de eigenaar van SST Records, het label dat bands als Black Flag en Minutemen uitbracht.

»Pettibon maakte aan de lopende band tekeningen voor zijn zines, die hij goedkoop verdeelde in de undergroundscene van Zuid-Californië. Bevriende bands vroegen hem of ze zijn tekeningen mochten gebruiken voor flyers of platenhoezen. Hij maakte zijn werk dus niet speciaal voor zo’n plaat. Maar op die manier had hij grote invloed: in zijn tekeningen reikte hij de bands bepaalde politieke kwesties aan waarover ze dan nummers gingen schrijven.

»Een concreet voorbeeld: de eerste Pettibon-hoes voor Black Flag. ‘Nervous Breakdown’ heet die plaat, en ze is heel betekenisvol. Je ziet een leerling en een leraar in een klaslokaal. De leerling balt zijn vuisten, de leraar probeert zich te verdedigen met een stoel. In dat beeld zit de hele spirit van de punk vervat: de jonge generatie die rebelleert tegen de maatschappij, tegen indoctrinerende instituties. En de maatschappij schiet krampachtig in de verdediging. De allerbeste covers reflecteren de inhoud van de plaat: dan gaan beeld en muziek perfect samen als een totaalkunstwerk. Daar is het werk van Pettibon een heel goed voorbeeld van.»

HUMO Soms wordt het artwork zo belangrijk dat een plaat ernaar vernoemd wordt: ‘The White Album’ van The Beatles heet eigenlijk helemaal niet zo, maar door het minimalistische witte vlak van kunstenaar Richard Hamilton is de plaat onder die titel beroemd geworden.

Spampinato «Een ander typisch geval is de banaan van Andy Warhol. De echte titel van de plaat is ‘The Velvet Underground & Nico’, maar iedereen denkt meteen aan de banaan. Warhol was dan ook zeer nauw betrokken bij de band. Hij was geen totale buitenstaander, wat bij Hamilton en The Beatles wel het geval was.

»Er zijn ook platen waarvan de cover belangrijker is dan de muziek. Een recent voorbeeld is de hoes die Barbara Kruger maakte voor de Amerikaanse industrialband Consolidated. Goeie muziek, daar niet van, maar de cover – een heftige collage van een zwart-witfoto en witte tekst op rode achtergrond – vind ik persoonlijk veel interessanter.»

HUMO Tot slot: herinner jij je je allereerste muziekervaring?

Spampinato «Absoluut. Een vriend van mijn tante had een platenlabel, Cyclope Records. Die kerel produceerde een hoop Italiaanse newwavebands in de eighties, en hij gaf haar geregeld cassettes, ook van andere labels. Toen ik een jaar of tien was, vond ik er één van de Duitse groep Einstürzende Neubauten. Het was een bootleg met een gefotokopieerde cover in zwart-wit. Ik was er hélemaal weg van. Die cassette heeft gigantisch veel invloed gehad op mijn muzieksmaak. Ik ging meteen op zoek naar soortgelijke bands. Maar het was ook de eerste keer dat ik in aanraking kwam met een muziekdrager als een mooi object. Onrechtstreeks is dit boek dus voortgekomen uit dat moment (lacht).»

‘Art Record

Covers’ is uit

bij Taschen.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234