null Beeld

(P)review: Arctic Monkeys op Pinkpop 2014

Beste Alex,

Zo, wat is het alweer een tijdje geleden. En wat ben je groot geworden ondertussen! Je bent gegroeid, jongen. En dan hebben we het niet over lengte of buikomtrek. Nee, de Alex Turner van vroeger - in die malle wollen truien en met de gitaar tot onder de kin opgetrokken, zoals dat toen nog in de mode was - is een echte lefgozer geworden.

Een gladjakker, zelfs: de manier waarop je achteloos die peuk tusen je lippen liet bengelen om dan de eerste noten van ‘Do I Wanna Know’ over ons heen te laten golven! En wat zat je ook weer mooi in het pak, zondagavond. Jij en de rest van de Monkeys - behalve je drummer dan, maar daar zijn het ook drummers voor. Om maar te zeggen: toen je opkwam, werden we ons plots wel héél bewust van dat bezwete hemd en die verkreukelde bevlekte jeans van ons. Jij zag er daarentegen uit alsof je ons een kilo Colombiaans wit probeerde aan te smeren - onversneden, natuurlijk, want waar heb je anders vrienden voor. Meer cojones dan de vuilnisbak van een Spaanse dierenarts, en je droeg ze met verve.

Hoe vriendelijk ook van je, om er niet om te malen dat het eigenijk nog klaarlichte dag was toen je aan je set moest beginnen. Nu zijn we geen mensen van Grote Idealen, Alex, maar in onze ideale wereld zou een concert van Arctic Monkeys toch pas om halfelf mogen beginnen in plaats van dan al uit te doven. ‘AM’, dat verdomd briljant stukje plaat dat jij en je kornuiten zomaar op straat durfden gooien, is namelijk het schoolvoorbeeld van een plaat die pas uit ‘r bed komt als het al donker is, en zelfs dan nog haar zonnebril ophoudt. Maar je deed alsof je het allemaal niet merkte, en ‘Snap Out Of It’ leed ook al niet onder het licht. Wil je voor ons Matt Helders bedanken voor die puike zangpartijtjes, daar vanachter zijn drums? En bedank hem dan ook maar ineens voor ‘Brianstorm’.

In ‘Arabella’ sloeg je dan weer aan het croonen - mét succes. Want ook al had je geen gitaar waarachter je je kon verbergen, je deed alsof je nooit iets anders gedaan had. Neem het ons niet kwalijk, Alex, maar in die nieuwe jij ontwaren we soms een vleugje exhibitionisme: hoe bloter, hoe liever je het hebt. Niet erg, hoor: daar zijn speciale stranden voor. Je had ook vrienden meegenomen die je soms de aandacht liet stelen: vaak waren dat gewoon je gelaatsuitdrukkingen – zie ‘Dancing Shoes’ – maar in ‘Don’t Sit Down Cause I’ve Moved Your Chair’ waren het je heupen die schitterden op backings, terwijl ze in ‘Why’d You Only Call Me When You’re High?’ de micro gewoon van je overnamen - en wat zongen ze toch prachtig.

Maar nu we toch bezig zijn ons hart te luchten: iemand vertelde ons ooit dat onthecht zijn niet hetzelfde is als je niets aantrekken van wat er rondom je gaande is. Zo kregen we het gevoel dat je ons - en we waren niet alleen, merkten we - rond halfweg zelfs een beetje kwijt raakte. We zullen je niet afrekenen op je gebrek aan bindteksten - je was niet geboekt om een lezing te houden - maar je leek ook niet erg veel moeite te doen om ons ook weer terug te vinden.

Soms wel jammer: ‘No. 1 Party Anthem’, een nummer voor wanneer de taart op is, de laatste ballonnen geknapt zijn en de serpentines impotent over de tafel hangen, is een pareltje, maar voor een zondagavond verdampte de melancholie net iets te snel. Het is misschien ook wel een beetje onze schuld; anderhalf uur bleek voor sommigen in het publiek al te lang om bij de les te blijven, maar gedeelde blaam is halve blaam, zeggen we altijd maar. Oude besjes als ‘I Bet You Look Good On The Dancefloor’ en ‘Fluorescent Adolescent’ hadden dan weer ideale momenten geweest om ons bij de sjarel te nemen en de aandacht - desnoods met geweld - weer op te eisen, maar hadden na het schieten telkens nog altijd wat kruit over: net iets te routineus en te berekend. Zowat het tegendeel van wat je volgens ons wil zijn, Alex.

Maar dan hadden we nog een bisronde te goed. Eentje die je aftrapte met ‘One For The Road’. Waarvoor dank: we blijven toch altijd weer een beetje zwijmelend achter wanneer het voorbij is. En dat was deze keer niet anders. Dat de zon ondertussen volledig uit zicht verdwenen was, deed ook wonderen. They say it changes when the sun goes down, weet je wel. In ‘I Wanna Be Yours’ profiteerde je ook handig van het donker, en met ‘R U Mine?’ kreeg je hele beurt op Pinkpop het afscheid dat het verdiende: vuur en kwijl en kloten, en allemaal tegelijkertijd.

‘Eind goed, al goed,’ zo moet je dan als recensent besluiten. Maar we weten beiden beter, Alex. Dit was niet het einde, dit was nog maar het voorspel. Het echte rampetampen zal pas een aanvang nemen in Werchter, waar je - dat verzekeren we je - met open armen en benen ontvangen zal worden. Dat je je aller-allerbeste vorm bewaart tot dan: we twijfelen er niet aan.

We zien je dan, wanneer het donker is. Je heupen hebben we alvast op de guest list gezet.

Liefs.

xxx

PS: Als je ons nog één keer om halfvier ‘s nachts belt met een stuk in je voeten, laten we ons nummer veranderen. We menen het.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234