'Parijs 13/11': Dwarskijker over de terreur

Het licht van de eeuwigheid, waaraan verblinding voorafgaat, duurt naar schatting anderhalve seconde en gaat met een explosie gepaard.

'Toch wonderlijk dat er nog steeds geen maagdenschaarste heerst in de beste der hemelen. God is liefde: het kan niet anders'


Eén, VTM – 17 november

Enkele twintigers met een bomvest aan, die het noodlot graag in eigen handen nemen, hebben op vrijdag de 13de hun stoel in de hemel ruimschoots verdiend. Deze religieus getinte jongelui bedienden zich vaardig van een kalasjnikov. Dat oorlogswapen van Russische makelij is volgens de wereldpers vrijelijk te koop in de meeste Belgische ijzerwinkels, vaak voor een zacht prijsje of anders twee voor de prijs van één. Nadat ze andermans bloed hadden vergoten, brachten sommige van die twintigers zichzelf tot ontploffing.

Het licht van de eeuwigheid, waaraan verblinding voorafgaat, duurt naar schatting anderhalve seconde en gaat met een explosie gepaard: de paukenslag Gods. Dat is vermoedelijk het laatste wat je enigszins hoort als je hemelwaarts, maar evengoed in alle andere richtingen, uit je vel knalt. Geloven is misschien: aannemen dat de Alziende zulke taferelen met welgevallen gadeslaat. Toch wonderlijk dat er nog steeds geen maagdenschaarste heerst in de beste der hemelen. God is liefde: het kan niet anders.

Rond 17 november, vier dagen na de moordpartij in Parijs, was ik aan de schok gewend. Tegen die tijd wist ik dat er al bij al met walg en woede, een allitererend onbehagen, te leven valt in dagen van gruwel. De rest is als gewoonlijk wanhoopsbeheersing. En met volle teugen genieten van dreigingsniveau 3.

Het bloed in Le Bataclan was nog niet opgedweild, of Ons Soort Mensen vormde al een spreekkoor dat het vertrouwde repertoire afdraaide: systematische achterstelling, racisme, kansarme vogels voor de kat, verregaande jongerenwerkloosheid, gebrek aan pingpongtafels, een jeugdig teveel aan testosteron, het syndroom van Herostratos, het idyllische Molenbeek – allemaal waar – en voorts waren de Parijse slachtingen volgens het spreekkoor ook de schuld van Israël en de wereldomspannende zionistische samenzwering, de schuld van Amerika, en wie stug doorredeneerde kwam haast vanzelf bij het kolonialisme uit, dat dan weer tot in lengte van dagen ónze schuld is: jazeker, wij, westerlingen, hebben het ernaar gemaakt, maar speciaal voor deze gelegenheid wens ik me niet met dat schuldbewuste ‘wij’ te identificeren. Ik hoef me maar even de ondraaglijke foto van Le Bataclan na de feiten voor de geest te halen – bloed, verspreid liggende slachtoffers – en ik weet waarom. En dat wil ik ook weten.

Ik was erg te vinden voor een tekst die Ian McEwan, een schrijver van formaat, ontzet de wereld heeft ingestuurd: ‘De aanhangers van de doodscultus hebben hun stad goed uitgekozen: Parijs, seculiere hoofdstad van de wereld, een van oudsher gastvrije, diverse en charmante metropool. De zichzelf verdoemende doodsvereerders kozen hun doelwitten met walgelijke accuratesse uit – al wat ze verachten was op een vrolijke vrijdagavond voor hen uitgestald: vrijdenkende mannen en vrouwen die genoeglijk bijeenwaren, wijn, gelach, verdraagzaamheid, muziek – wilde en satirische rock en blues. Met barbaars nihilisme en een soort haat die wij niet kunnen bevatten, sloegen de doodsvereerders toe. Hun harnas was een bomvest; hun idee van de ultieme schuilplaats is het hiernamaals, waar de politie niet bij ze kan. Het paradijs van de jihadstrijders is één van de meest beroerde ideeën van de mensheid: zaai in dit leven dood en verderf, en rust vervolgens eeuwig tussen een hoop kitsch in het paradijs.’

Van gematigde islamitische zijde heb ik de afgelopen dagen al enkele keren gehoord dat de geloofsijveraars van IS niet de ware islam belijden. Uiteraard was dat een hele geruststelling, waar ik te gelegener tijd het glas op zal heffen. Pouilly-fumé. Om allerlei sikkeneurig gezeur voor te zijn: de recente aanslag in Beiroet vind ik ook afgrijselijk. En het ontplofte Russische passagiersvliegtuig. En de aanslag in Tunesië. En de dagelijkse slachtingen in Syrië. Volledige lijst verkrijgbaar op eenvoudig verzoek, maar nu even niet.

Om de angst in de mate van het mogelijke te bezweren, zond zowel de openbare omroep als de VTM een gelegenheidsprogramma uit, waarin kijkers prangende vragen mochten stellen aan mensen van wie we in ruimere kring mochten aannemen dat ze deskundig waren of toch een geloofwaardig praatje konden verkopen. Het viel me op dat Martine Tanghe en Phara de Aguirre zo vaak mogelijk probeerden te glimlachen tijdens ‘Wat nu? Vragen na Parijs’, alsof ze hadden afgesproken om sfeerschepping met een bedrukt gelegenheidsgezicht te vermijden. En maar goed ook.

Bart De Wever, die aan politiek kwam doen, zette dan weer een gezicht op dat elk ogenblik in verongelijktheid kon omslaan als iets hem niet zinde. Kennelijk blijft dat, wat er ook gebeurt, zijn handelsmerk. Hij hield ons voor dat we in ons leven 0,1 percent kans maakten om het slachtoffer te worden van een terroristische aanval, maar dat mocht ons niet beletten uit onze doppen te kijken. We kregen in dit programma veel variaties op die gedachte te horen. Uit de meeste vragen van kijkers sprak angst, en angst is – hoed u voor spreekwoorden – niet voortdurend een slechte raadgever. Ik kijk in ieder geval nog iets schichtiger om me heen dan gewoonlijk, ook thuis.

Burgemeester Bart Somers, die ook aan politiek kwam doen, ging er prat op dat Mechelen dankzij zijn beleid geen Syriëstrijders aanlevert, en samen met Bart De Wever vond hij dat zulke aanstaande martelaren tot nut van ’t algemeen maar beter in Syrië konden blijven. Hij waarschuwde ook herhaaldelijk voor polarisatie, en daar had hij gelijk in.

Als we het dan toch over hoop en troost moeten hebben: het aandoenlijkste van dit programma was een fragment uit een Frans nieuwsprogramma voor kinderen, waarin een Aziatische uk met zijn vader in Parijs een ernstig gesprek over de terroristische aanslagen voerde. Zij bevonden zich op een plaats des onheils, waar het publiek bloemen neerlegde en kaarsjes brandde ter nagedachtenis van de slachtoffers. Het jongetje, dat zorgelijk keek, vond dat ze uit Parijs moesten verhuizen, want de slechte mensen zouden komen. Met geweren. De vader zei: ‘De mensen leggen hier bloemen neer en ze branden kaarsjes: die zullen ons beschermen tegen de geweren.’ - ‘Zullen die bloemen en kaarsjes ons beschermen?’- ‘Ja’. Het jongetje dacht er even over na, klaarde op en bracht een glimlachje voort. ‘Gaat het beter nu?’ vroeg de reporter – ‘Ja, het gaat beter,’ zei het jongetje, en ik geloofde hem. Er bleek een gaatje in het eelt op mijn ziel te zitten. Mogelijk is dat niet meer te repareren.

In ‘Het Grote Terreurdebat’ bij de VTM kregen we in grote trekken hetzelfde te horen als in ‘Wat nu? Vragen na Parijs’, al leek de toon van dit programma zo nu en dan ietwat feller. Rik Torfs, die over alles wel iets te piepen heeft, komt meestal met meesmuilend, welhaast cabaretesk gerelativeer aanzetten, maar dit keer wist hij zich te beheersen. Bart De Wever, die tekstvast bleek te zijn, herhaalde haast woordelijk wat hij eerder bij de openbare omroep had gezegd, maar dit keer bracht hij er ten behoeve van zijn doelgroep een veeleer stuurse kop bij in stelling. Ineens deed hij een uitvalletje naar Abderrahim Lahlali, de advocaat van de duivel en in één moeite door ook van enkele weergekeerde Syriëgangers. De burgemeester van Antwerpen verweet Lahlali dat hij zulke lieden verdedigde ‘om zich te profileren’. Hij leek met een zeker gemak voorbij te gaan aan een algemeen rechtsbeginsel: het recht van verdediging. Uitgerekend in dit programma, dat au fond toch om de vrienden van de sharia draaide, kwam dat nogal ongelegen.

Als Etienne Vermeersch, de dichtstbijzijnde moraalfilosoof, zijn stem verheft, klinkt hij altijd polemisch, ook al zegt hij gewoon dat de Derde Wereldoorlog niet imminent is, en dat je nog altijd veel meer kans hebt om ontijdig te sterven als je een pakje sigaretten per dag rookt dan dat je schielijk zal omkomen bij een terroristische aanslag. Eerder deze week nam de moraalfilosoof het in ‘De afspraak’ op voor ‘Undercover in Klein-Marokko’, een boek uit 2006 van Hind Fraihi. Dat deed hij in ‘Het Grote Terreurdebat’ nog eens over. Ons Soort Mensen zou dat boek destijds naar ik hoor meteen in de ban hebben gedaan en Dyab Abou Jahjah zag er in ‘De afspraak’ nog steeds geen heil in, wat mij er dan weer heel erg benieuwd naar maakte.

Dit soort uit nood geboren programma’s heeft mogelijk een therapeutisch effect of een sussende werking, waardoor het voor sommigen wel z’n nut zal hebben. Ik verschans me alvast in het bolwerk tussen mijn oren en denk aan alles wat in het vrije Parijs jeu aan het leven geeft. Veel high culture, al evenveel populaire cultuur, maar ook spijs en drank, om nog maar te zwijgen over de artiestes van de Crazy Horse en nog een paar andere dingetjes die me dunkt nogal haram zijn. Gematigde moslims zullen het me vergeven, want daar zijn ze nu eenmaal gematigd voor.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234