'Het is onbegrijpelijk dat we als samenleving aanvaarden dat er jaarlijks zoveel slachtoffers van potentieel dodelijk partnergeweld zijn'

Feminicide

‘Partnergeweld wordt alleen prioriteit als je op de allerhoogste echelons vrouwen hebt’

'Het is onbegrijpelijk dat we als samenleving aanvaarden dat er jaarlijks zoveel slachtoffers van potentieel dodelijk partnergeweld zijn'Beeld BELGA

De plotse dood van politica Ilse Uyttersprot, exact een maand geleden, maakt het pijnlijk duidelijk: partnergeweld is nog steeds geen beleidsprioriteit. Liesbet Stevens (47), strafrechtexpert en adjunct van het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen, hoopt dat de volgende premier met de vuist op tafel slaat. ‘150 slachtoffers per jaar zijn niet aanvaardbaar.’

4 augustus. Op die ochtend wordt het levenloze lichaam van Ilse Uyttersprot gevonden. Iets daarvoor stapte haar partner naar de politie, met de melding dat hij de 54-jarige Aalsterse CD&V-politica ombracht. Het nieuws veroorzaakt een schokgolf, die niet alleen door ons land gaat maar blijkbaar ook het zuiden van Frankrijk bereikt. In haar vakantiehuis reageert Liesbet Stevens geshockeerd. Stevens is adjunct-directeur van het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen, dat al jaren strijdt tegen partnergeweld.

‘Ilse Uyttersprot is een straffe madam’, zegt ze vandaag. ‘Omdat ze een van de weinige vrouwelijke burgemeesters in ons land was. Maar ook omdat ze op een bewonderenswaardige manier omging met het schandaalfilmpje dat iemand van haar maakte op een toren. Ik kan me voorstellen dat ze daar erg van heeft afgezien. Toch probeerde ze dat te relativeren door verkleed als jonkvrouw naar Aalst carnaval te komen. Ik kan alleen maar respect hebben voor zo’n reactie. En ik denk veel mensen met mij. Ik heb de indruk dat ze door de meesten vooral herinnerd zal worden als een vrouw die stevig in haar schoenen stond. Helaas, ook zo iemand kan door partnergeweld om het leven komen. Mensen verbazen zich daarover, merk ik. Maar slachtoffers zijn zeker niet altijd dutskes.’

Stevens kent de details van de zaak niet. Ook zij heeft het raden naar wat er misliep in de Meuleschettestraat. ‘Uit vele andere verhalen heb ik wel geleerd: partnergeweld, en zeker dodelijk partnergeweld, komt meestal niet uit het niets. Vaak is het een kroniek van een aangekondigde dood. Hadden we bij Ilse Uyttersprot eerder kunnen ingrijpen? Die vraag houdt mij wel bezig.’

- Haar partner was al veroordeeld voor stalking en slagen en verwondingen aan een ex. Moet de politie dan niet extra waakzaam zijn?

LIESBET STEVENS «Het is moeilijk om daarop te antwoorden zonder de feiten te kennen. Wat ik wel kan zeggen: jaarlijks zijn er meer dan 40.000 meldingen van partnergeweld. Dat gaat over heel uiteenlopende situaties, van fysiek, seksueel, psychisch tot financieel geweld. Voor de politie is het niet evident om te weten welke van die meldingen ze prioriteit moeten geven. Het gevaar correct inschatten, is niet simpel. Agenten zijn er vaak pas bij als de gemoederen weer bedaard zijn. Soms vertellen die partners dan heel uiteenlopende verhalen, maar evengoed zeggen ze helemaal niets meer. Een snelle en adequate risicoanalyse is heel belangrijk. Je hebt daarvoor een degelijk instrument nodig. Het College van procureurs-generaal zou daarmee bezig zijn, maar bij mijn weten is het nog niet uitgerold of ingeburgerd. Ik vrees dus dat agenten nu nog vaak blind varen.»

- Hoe reageren ze het best op een melding van partnergeweld?

STEVENS «Het hangt ervan af. Is het de eerste keer? Wat is de voorgeschiedenis? Hoe ernstig is het geweld? Als iemand slachtoffer wordt van partnergeweld denken mensen vaak: stap dan naar de politie. Maar de drempel daartoe is groot. Meestal zet een slachtoffer die stap pas in een uitzonderlijke crisissituatie. Het is enorm belangrijk om op zo’n moment het slachtoffer extra te beschermen, eventueel ook de kinderen. Want louter en alleen naar de politie stappen, brengt geen veiligheid. Integendeel, het kan net onveiliger worden. De meeste daders willen immers niet dat er mensen van buitenaf betrokken worden. Zodra een slachtoffer beslist om de machtsverhoudingen te doorbreken, neemt het risico op geweld toe.

»Er bestaan mogelijkheden om zo’n escalatie te voorkomen. Lange tijd was er de reflex om vrouw en kinderen meteen weg te halen, maar sinds enige tijd kan het ook andersom. Het parket kan een dader een tijdelijk huisverbod opleggen. Zo is er tijd en ruimte voor iedereen om tot rust te komen. In sommige arrondissementen, zoals Limburg en Antwerpen, wordt dat verbod geregeld opgelegd, maar op andere plaatsen gebeurt het amper. Ik vrees dat parketten het te zeer beschouwen als een straf. Zo zie ik het niet, en zo is het door de wetgever niet bedoeld. Zo’n huisverbod is in de eerste plaats een manier om snel bescherming te bieden en oplossingen te vinden.»

'Femicide apart opnemen in het strafwetboek is volgens mij niet de oplossing', zegt Stevens. Beeld Tim Dirven

- Hoe uitzonderlijk is wat er in Aalst gebeurde? Hoe vaak komt dodelijk partnergeweld voor?

STEVENS «Dat weten we niet. De cijfers van justitie en politie maken bij partnergeweld geen onderscheid tussen doodslag, moord en pogingen daartoe – alles zit samen. Dat is enorm frustrerend. Het zorgt ervoor dat we op dit eigenste moment alleen met zekerheid kunnen zeggen dat er jaarlijks 150 mensen zijn die proberen om hun partner te vermoorden. Hoeveel er van hen effectief overleden zijn, weten we niet. Gaat het om mannen of vrouwen? Geen idee. Dankzij internationale studies weten we wel dat het meest fysieke en dodelijke geweld door mannen op vrouwen wordt gepleegd. Ik voel mij in die zin wel gesterkt om te zeggen dat we over 150 vrouwelijke slachtoffers kunnen spreken. En dat is nog een onderschatting, niet alle gevallen worden geregistreerd.

»Het is hallucinant, dat we zulke zaken niet preciezer in kaart brengen. En los daarvan vind ik het onbegrijpelijk dat we als samenleving aanvaarden dat er jaarlijks zoveel slachtoffers van potentieel dodelijk partnergeweld zijn.

»Het is vanuit diezelfde frustratie dat de vrouwenbeweging in ons land nu zelf de registratie van femicide of vrouwenmoord organiseert. Ze turven op basis van de gevallen waarover – godzijdank – de media berichten (Ilse Uyttersprot blijkt volgens die telmethode het dertiende geval van femicide dit jaar, red.).»

- Volgt u het pleidooi van de Vrouwenraad om femicide apart in het strafwetboek op te nemen?

STEVENS «Ik begrijp hun vraag, maar ik denk niet dat dit de oplossing is. Het creëert de suggestie dat het erger is wanneer een vrouw het leven laat bij partnergeweld in vergelijking met een man. Moreel en ethisch vind ik het niet juist.

»Wat ik wel goed vind, is dat de raad met dit pleidooi zegt: partnergeweld is een probleem dat vooral vrouwen treft en daar moet erkenning voor komen. Een fatsoenlijk beleid ook.

»Toen ik strafrecht studeerde, pleitte de vrouwenbeweging in ons land ook al voor een aparte vermelding, toen voor partnergeweld. Dat deden ze om dezelfde reden als vandaag: ze vonden dat het systeem zo’n feiten niet voldoende au sérieux nam. Die aparte vermelding is er nooit gekomen maar mede door hun druk is er wel een strafverzwaring ingevoerd. Met positieve gevolgen. Het hele gerechtelijk systeem is doordrongen geraakt van het idee dat partnergeweld iets is dat apart behandeld moet worden. Het staat in een statistieken, er kan specifiek beleid gevoerd worden. Een strafverzwaring bij femicide zou hetzelfde effect kunnen hebben.»

- Is dit soort oproepen niet vooral symbolisch?

STEVENS «Je mag het belang van symbolen niet onderschatten. Hiermee toon je als samenleving waar je prioriteiten liggen. Er zijn strafrechtspecialisten die het maar niks vinden, een strafverzwaring omdat een slachtoffer geviseerd wordt als vrouw. Zij vinden dat de strafmaat bij moord al zo hoog is, dat extra jaren gevangenis de facto nog weinig verschil maken. Toch vind ik het belangrijk om dat signaal te geven. Want op zo’n moment zeg je als samenleving duidelijk: dodelijk geweld tegen vrouwen is bijzonder afkeurenswaardig. Daarmee zeg je niet dat ander geweld minder erg is, maar geef je vooral toe dat we er als samenleving niet in slagen om dit soort situaties te voorkomen.

»De realiteit is dat er nog steeds grote machtsverschillen tussen mannen en vrouwen zijn. Op professioneel vlak maar ook privé. Een vrouw die beslist om deeltijds te gaan werken om voor de kinderen te zorgen, moet beseffen dat ze, ondanks goede afspraken met haar man, financieel afhankelijker van hem wordt. In het kader van geweld is zo’n verschil geen goede zaak. Te meer omdat er meestal al een fysiek verschil geldt.»

Liesbet Stevens: ‘Elk jaar worden 150 vrouwen slachtoffer van potentieel dodelijk partnergeweld.’Beeld Tim Dirven

- Ons land beloofde in 2016, via het Verdrag van Istanbul, maatregelen te nemen om het geweld tegen vrouwen te voorkomen en bestrijden. Hoe doen we het vandaag?

STEVENS «Wat het voorkomen betreft: ik vrees dat partnergeweld als fenomeen nog altijd geminimaliseerd wordt. Herinner u de reclamecampagne van Bicky Burger van een jaar geleden (die toonde een man die een vrouw vuistslag geeft, omdat ze hem een nepburger voorschotelde, red.). Het is slechts een voorbeeld, maar het illustreert wel hoe in een grote groep van mensen die aan een campagne werkt, blijkbaar niemand aanstoot neemt aan zo’n gewelddadig beeld. De impact wordt nog steeds onderschat. Dat maakt het voor slachtoffers niet bepaald makkelijker om te ontsnappen. Preventie is een van de belangrijkste stappen. We zouden daar voluit voor moeten gaan, bij jonge en ook minder jonge mensen. We moeten hen leren geweldloos communiceren, leren ruziemaken. Maar dat gebeurt gewoon veel te weinig.»

- En hoe zit het met de bestrijding?

STEVENS «We hebben een beleid nodig waarin vijf aspecten op elkaar afgestemd moeten worden: preventie, vroegdetectie, bescherming, sanctionering en herstel. Ik durf niet zeggen dat we al zijn waar we moeten zijn. Sanctioneren, bijvoorbeeld, is erg belangrijk omdat je zo als samenleving een signaal geeft. Tegelijk is het heel complex voor een rechter. Een boete of een gevangenisstraf opleggen aan een dader: dat kan net voor zorgen meer spanningen in het getroffen gezin zorgen. Sowieso mag je zo’n sanctie niet los zien van herstel. Het slachtoffer moet ondersteund worden en weer in balans raken, maar hetzelfde geldt zeker ook voor de dader.»

- Staan dat allemaal in het nieuwe nationale actieplan gendergerelateerd geweld?

STEVENS «Vooraleer de politici inzage hebben mag ik daar niks over zeggen. Laat het me zo zeggen: inspiratie vinden is niet zo moeilijk. In het vorige actieplan stonden 235 maatregelen. De moeilijkheid zit vooral in het uitvoeren en opvolgen ervan.»

- Hoe loopt dat?

STEVENS «Gendergerelateerd geweld staat nog altijd niet hoog genoeg op de politieke agenda. Wie zal hier straks federaal bevoegd voor zijn? Ik houd mijn hart vast. Ik hoop dat we niet opnieuw met een staatssecretaris van Gelijke Kansen zitten. Want hoe je het nu draait of keert, zo iemand is gewoonweg niet hoog genoeg geplaatst om van dit thema een maatschappelijke prioriteit te maken. Hij of zij kan niet hard genoeg op tafel kloppen, een minister kan dat wel. Maar het lastige met dit thema is dat de expertise zo verspreid zit. Je hebt iemand op Justitie én Volksgezondheid én Binnenlandse Zaken nodig, zodat én het gerecht én de zorgverlening én de politie op elkaar afgestemd raken.»

- De volgende premier moet zich hiermee bezig houden?

STEVENS «Het is een bevoegdheid die door alle domeinen heen gaat. Dus ja, de enige die echt een stempel kan drukken is het hoofd van de regering. Kijk naar Nieuw-Zeeland, naar Jacinda Ardern en wat zij als vrouwelijke premier in beweging zet. Ik zie een Sophie Wilmès (MR) dat hier ook wel doen. Al durf ik me niet uit te spreken over haar kansen»

‘Partnergeweld wordt alleen prioriteit als je op de allerhoogste echelons vrouwen hebt.’Beeld Tim Dirven

- Denkt u dat het tij straks keert?

STEVENS «Ik hoor toch dat tijdens de regeringsonderhandelingen al eens gesproken is over geweld op vrouwen. Een primeur die we volgens mij te danken hebben aan de bewegingen van de voorbije jaren: de nasleep van #MeToo, de dood van Julie Van Espen. En cynisch genoeg ook de dood van Ilse Uyttersprot.

»Ik zou het niet begrijpen als onze overheid er straks geen beleidsprioriteit van maakt. Want elke keer als ik de cijfers bestudeer, val ik achterover. Elke jaar worden in België 80.000 meisjes en vrouwen slachtoffer van ernstig seksueel geweld. We weten ook, uit een Europese bevraging, dat 6 procent van de Belgische vrouwen aangaf fysiek of seksueel geweld door de partner te hebben meegemaakt in het voorbije jaar. 6 procent: dat zijn omgerekend 240.000 vrouwen! Je hebt hier als politicus en als samenleving alleen maar bij te winnen»

- Waarom gebeurt het dan niet?

STEVENS «Nu ga je de feminist in mij horen. Zoiets wordt enkel prioriteit als je op de allerhoogste echelons vrouwen hebt. Waarmee ik niet wil zeggen dat er een een-op-eenrelatie is. Niet elke vrouw zal partnergeweld bovenaan de politieke agenda zetten. Er zullen evengoed mannen zijn die dat willen. Maar er lijkt toch een los verband te zijn.»

Wie is Liesbet Stevens?

- Studeerde filosofie en rechten

- Doceert aan de KU Leuven ‘recht met betrekking tot sekse, seksualiteitsbeleving en voortplanting’

- Was raadgever gelijke kansen voor Kathleen Van Brempt (sp.a) en kwam in Leuven op voor dezelfde partij

- Werkt sinds 2014  adjunct-directeur van het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen

- Woont samen en heeft vier kinderen

(DM)

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234