Paul Ambach: Boogie Boy te boek gesteld

I woke up this morning en ik dacht: ‘Laat ik Boogie Boy eens interviewen.’ Paul Ambach brengt deze week namelijk zijn autobiografie ‘Boogie Business – 40 jaar achter, naast en op het podium’ uit, een ontroerend en fascinerend boek over zijn turbulente leven als concertpromotor én over zijn swingende alter ego.

'The Beatles zijn gesplit voor ik als concertpromotor begon. Niet erg attent van hen'

Zoals te verwachten viel bevat ‘Boogie Business’, opgetekend door muziekjournalist Dirk Steenhaut, een ton aan straffe verhalen. Er zijn echter ook merkwaardige lacunes, die ik in ons gesprek probeer te vullen. Met wisselend succes, want Ambach is van het type ‘weldoordachte spraakwaterval’: hij praat honderduit, maar enkel over wat hij kwijt wil. Op een bepaald moment vraagt hij me:

‘Staat je tape nog aan?’

‘Ja maar, Paul, je bent niets aan het zeggen.’

‘Da’s de bedoeling.’

Ambach praat Nederlands, Frans, Engels en Jiddisch door elkaar, en zijn creatieve geest verzint woorden as we speak. Aan het eind van het gesprek toont hij me zijn thesis over de obscure Joods-Spaanse taal Ladino, uit 1969. ‘Aan de universiteit kende níémand die, dus ik kon schrijven wat ik wilde, haha. Een academische carrière of concertpromotor en bluesman, dat was toen mijn hartverscheurende keuze.’ Hij heeft de juiste keuze gemaakt. Dat vinden niet alleen wij, maar ook bijvoorbeeld de Franse krant Libération. Die schreef ooit over zijn optreden op het festival SOS Racisme: ‘Pas toen de Belg Boogie Boy het podium betrad, kwam er beweging in de 300.000 toeschouwers.’ Bruce Springsteen speelde daar ook.

Humo en Ambach hebben een speciale band, want ons blad bekostigde de affiches voor het eerste grote concert dat GEMco (de voorloper van Make It Happen) organiseerde: James Brown, na Ambach the hardest working man in showbusiness. Bovendien was ik ooit een lastig, opdringerig studentje dat bij Ambach op kantoor concertaffiches ging bedelen voor aan de muur van mijn slaapkamer. En het moet gezegd: hoe druk het ook was, hij maakte altijd even tijd.

HUMO Het eerste concert van promotor Paul Ambach: John Lee Hooker. En wie speelt het voorprogramma? Ambach Circus, een onbekend groepje met achter de microfoon...

Paul Ambach «Yours truly, haha. Maar ik had toen in studentenkringen al renommee als performer, hè, en daarbij: John Lee Hooker vond het oké.»

HUMO Vroeger was het schering en inslag dat concerten te laat begonnen. Dan stond jij in de vuurlinie: jij moest het podium opstappen om het ongeduldige publiek te kalmeren.

Ambach «Dat is nu volledig verdwenen. Een concert is nu een militaire operatie en sterren beseffen dat hun wangedrag hun zélf handenvol geld kost. De laatste die een uur te laat begon, was Mariah Carey. Nu, er waren ook sterren die bewust te laat begonnen, om de anticipatie op te drijven. En er waren er ook, zoals Prince, van wie het publiek aanvaardde dat hij pas om drie uur ’s nachts opdaagde, omdat het bijdroeg tot de elitaire sfeer van een zogenaamd ‘geheim’ concert.»


Een Babbel met Bob

HUMO Je hebt indertijd heel wat kritiek gekregen voor vernieuwingen die nu lijken te getuigen van gezond verstand.

Ambach «Toen ik glas verbood, zei men: ‘We mogen geen eigen sterkedrank meer meebrengen omdat die kapitalist poen wil pakken.’ Terwijl het een paar keer geen haar heeft gescheeld of zo’n vliegende fles had een artiest geveld, bij Joe Cocker heb ik het zelf gezien. En toen we dubbele nadarhekken plaatsten om te voorkomen dat mensen op de eerste rijen werden geplet, werd dat ‘fascistisch’ genoemd. Ik heb indertijd nog last gehad van extreemlinkse agitatoren die vonden dat alle concerten gratis moesten zijn en die met stenen gooiden. Met sténen, hè!»

HUMO Zo belanden we bij een ander oud zeer: security. Toen jij begon, was die onbestaande.

Ambach «Nu zijn dat getrainde mensen van gespecialiseerde bedrijven. Toen was er níéts. We moesten ons behelpen met sterke jongens uit sportclubs. Eén keer, bij Queensrÿche, was er een man wiens lief werd lastiggevallen door een bende dronkaards. Die man bleek een GI, een Amerikaanse soldaat, en hij haalde een stiletto boven. Er is toen een dode gevallen. Ik heb meteen alle deuren laten blokkeren en daders en getuigen geïsoleerd tot de politie kwam. De GI is vrijgesproken: wettige zelfverdediging.»

HUMO De lijst met groepen die jij naar Vorst hebt gebracht, is ellenlang. Wie had er nog tussen moeten staan?

Ambach «The Beatles. Maar die waren al gesplit voor ik begon. Niet erg attent van hen, hè?»

HUMO En Elvis?

Ambach «Ook dat heb ik overwogen. Al was het maar om mijn vader een plezier te doen. Ik zag het al voor me: Elvis in het Koning Boudewijnstadion zou het eerste mega-openluchtconcert op Belgische bodem zijn geweest. Ik ben echter niet tot bij Colonel Parker geraakt. Elvis stierf te vroeg in mijn carrière. Maar toen bleek dat Elvis niet zou komen, heb ik in de Roma drie weken lang zijn concertfilm ‘That’s the Way It Is’ geprogrammeerd, compleet met Elvis-lookalikes in de zaal. Ook kassa, hè.»

HUMO Geen woord over Nobelprijswinnaar Bob Dylan in jouw autobiografie. Wel over hoe goed het bestuur van Schaarbeek meewerkte voor zijn concert, enzovoort. Maar over de man zelf: niets. Terwijl jij ettelijke concerten van ’m hebt georganiseerd.

Ambach «Bob Dylan, da’s colloque singulier, da’s zoals verklappen waarover je met de koning hebt gepraat. Trouwens: Dylan is een loner, die praat niet. Behalve met zijn manager Jeff Kramer. Dylan geeft mij beleefd een polleke en that’s it. Dylan en Neil Young hebben elk hun eigen tourbus. Voor hen alleen, ja, de groep reist met een andere bus. Die van Dylan is een rijdend paleisje, ik hoef zelfs geen hotel meer voor hem te boeken. Dat bespaart hem ook gedoe met in- en uitchecken en opdringerige fans in de hotellobby. Af en toe pakt Dylan zijn fiets en rijdt hij wat rond in de buurt van de zaal. Ik heb één keer geprobeerd om een gesprek te beginnen over zijn beeldende kunst – Dylan tekent en schildert ook – omdat ik hoopte dat hij me een schilderijtje cadeau zou doen, maar dat pakte niet, haha. Ik ga Dylan ook niet lastigvallen met Boogie Boy, tenzij hij er zelf over begint. Ik heb geleerd om mijn drie klakken gescheiden te houden: de pet van promotor, die van zaaleigenaar en die van bluesman.»

HUMO Ook amper een woord over Frank Sinatra in Vorst in 1975.

Ambach «Sinatra was de eerste rolling in, rolling out-artiest. Die kwam aan met z’n privéjet met z’n vrouw Barbara en één bodyguard. Hij was ook de eerste ster die niet eens langs de douane moest passeren. Na het concert stapte hij van het podium in z’n limousine en reed hij terug naar het vliegveld. Hij heeft me enkel bedankt voor het politie-escorte, met één stoere motard van de politie die als Mozes de zee spleet, dat vond Sinatra imponerend. Ik weet ook nog dat hij whiskey van het merk Four Roses wilde, terwijl die in België niet te krijgen was.»

HUMO Nog eentje: Hollywood-legende Marlene Dietrich.

Ambach «Dat heb ik niet georganiseerd. Ik herinner me wel dat op dat moment in haar hotel de lift nog niet geïnstalleerd was. La Dietrich weigerde trappen te doen en moest naar haar suite op de eerste verdieping gedragen worden. De geniale songwriter Burt Bacharach, die nog haar pianist is geweest, is verre familie van mij: alle familienamen die eindigen op ‘–ach’ zijn Joden van Oost-Hongaarse origine.»


Zingen met Bruce

HUMO Heel wat van de sterren die je naar België haalde, zijn ondertussen overleden. Wie mis je het meest?

Ambach «Mijn blues-copains: John Lee Hooker, B.B. King, Muddy Waters. En Robert Palmer, veel te vroeg gestorven. En David Bowie, een absolute gentleman. En Marc Bolan van T. Rex, een topgast deluxe van wie Bowie overigens heel wat heeft geleerd. Bruce Springsteen leeft gelukkig nog. Topgast. Ik ben met hem naar discotheek Café Local in Antwerpen geweest. De portiers herkenden hem niet en ze lieten hem pas binnen toen ze mij herkenden (lacht smakelijk). Hij heeft toen nog meegejamd met het plaatselijke orkestje – Bruce kent álle rhythm-and-bluesklassiekers, hè, die kan alles meezingen.»

HUMO Was er een gentlemen’s code onder de artiesten?

Ambach «Heel af en toe. Billy Joel heeft me in zijn beginperiode zijn gage terugbetaald nadat zijn eerste concert in Flanders Expo geflopt was. Da’s uniek. Topgast. Dat zou nu niet meer kunnen. Jamais.»

HUMO Opvallend is dat je in je boek amper iets zegt over vrouwen. Terwijl meer dan de helft van de sterren die je naar België haalde notoire ladies’ men waren.

Ambach «Dat kan wel, maar ik lag niet met hen in bed, hè. Ik zei altijd heel duidelijk: ‘Ik organiseer concerten, ik ben geen pooier en geen drugdealer.’ De directie is niet verantwoordelijk voor al dan niet gewenste intimiteiten en de daaruitvolgende zwangerschappen (lacht). Meestal was het de roadmanager die bereidwillige dames moest ronselen. En als iemand bleef aandringen, zoals de blinde gitarist José Feliciano, dan verwees ik hem naar het red light district. Neem Tom Jones: notoire vrouwenzot, oké, maar ik ben een paar keer zwaar met hem doorgezakt in Le Corbier en ik heb geen vrouw gezien. Zogenaamde rokkenjager Rod Stewart: drie dagen mee op de lappen geweest, geen vrouw gezien. Rod had vaak stemproblemen, dan moesten wij het publiek wijsmaken dat er een ‘technisch’ probleem was. Bryan Ferry: charmanten tiep, maar altijd alleen in z’n hotelkamer – waarvan akte.»

HUMO Je vernoemt vaak en graag Le Corbier. Waarom daar?

Ambach «Omdat je vroeger na middernacht nergens nog kon eten, behalve daar, in dat café chantant. En twee artiesten op drie wensten ’s nachts nog op niveau te dineren. De uitbater van Le Corbier was ook gewillig en discreet. Met Prince zijn we naar Het Magazijn in Gent geweest. Prince vond ik wel wat hautain – beleefd, maar hij gedroeg zich als een prins.»

HUMO Wie was de grootste fijnproever en bon vivant?

Ambach «De eerste die zijn eigen kok meebracht, was Bob Marley. Maar Monsieur Culinaire was zonder twijfel James Last. Die wist wat goed was in het leven, hij was soms méér rock-’n-roll dan de rockers. Sérgio Mendes was een liefhebber van fine wines. En Michael Jackson heeft ooit iedereen op dure kaviaar getrakteerd – en hij at niet eens mee.»

HUMO Paul Simon heeft dankzij jou zijn echtgenote Edie Brickell leren kennen, nadat jij ’m had uitgenodigd op een concert van Bob Dylan. Maar heb je ook sterren gekend die een vete hadden met een andere artiest?

Ambach «Nee, maar wel met elkaar: de Eagles waren duidelijk niet on speaking terms. Die glimlachten op het podium wel naar elkaar om de schijn op te houden, maar voor en na het concert was er onderling geen enkele vorm van contact.»

'Paul Ambach en Muddy Waters. 'Van alle overleden artiesten mis ik mijn blues-copains het meest.'


Ozzy zegt af

HUMO Make It Happen was een team. Hoe cruciaal was jouw compagnon Michel Perl? Officieel ben jij de man van het buikgevoel en hij de man van de harde cijfers.

Ambach «We waren perfect complementair: ik was de gangmaker en Michel was de afmaker. Als mijn approach bij een bepaalde artiest niet pakte, dan nam hij het over. Hij is zeer tachless, da’s Jiddisch voor ‘logisch en to the point’. En onderschat hem niet: hij kon z’n mannetje staan tegen grote muilen. Peter Grant, de manager van Led Zeppelin, was een notoire bullebak. Maar Michel en hij kwamen perfect overeen. We hebben trouwens allebei een hartaanval aan onze job overgehouden.»

HUMO Lou Reed bedreigde ooit een louche Duitse promotor met een kurkentrekker, ‘omdat ik zo gauw geen mes kon vinden’.

Ambach «Dat soort confrontaties hebben wij niet meegemaakt. Ooit weigerde Peter Gabriel een bisnummer te spelen, want ‘je vraagt toch ook niet aan een dichter om aan het eind nog even een extra gedicht te maken’. Zijn publiek brak de zaal bijna af. Sindsdien geeft ook Gabriel bisnummers. Ozzy Osbourne heeft ooit last minute afgezegd. En punkgroepen waren ook een pest: de Sex Pistols lasten hun uitverkochte concert zonder boe of ba af, en andere punkers was het er enkel om te doen om hun fans ertoe aan te zetten de zaal af te breken.

»Maar ik heb eigenlijk weinig aggravation gehad. Je zou denken dat hardrockers lastig zijn, maar die metalsterren bleken veelal de liefste mensen. Een Duitse collega heeft weleens last gehad met de totaal onhandelbare Axl Rose, die ter plekke weigerde om te zingen. Toen heeft die promotor alle uitvalswegen afgesloten en Rose manu militari duidelijk gemaakt dat hij pas mocht vertrekken als hij gezongen had.»

HUMO Tot slot: bedankt voor mijn tweede zit. Ik ging ooit in juni, tijdens de examens, in één en dezelfde week in Vorst kijken naar Roxy Music, Frank Zappa, Led Zeppelin, Bob Marley, Fleetwood Mac en Santana. ‘U mag in september terugkomen, meneer Simonart.’

Ambach (lacht smakelijk) «Wát een week, zo maken ze ze niet meer. Spijt van? Nee, dat dacht ik al. Heb je die tickets toen betaald? Ja? Dan dank ik u.»

Paul Ambach en Dirk Steenhaut, ‘Boogie Business’, Uitgeverij EPO

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234