Paul McCartney (Liverpool Institute for Performing Arts)

Het is wat als je de school betreedt waar je ooit als leerling door de leraar werd geslagen, en meer dan een halve eeuw later heb je de wereld veroverd en draagt het theater waar je optreedt jouw naam.

In het Liverpool Institute for Performing Arts houdt Paul McCartney wat op de uitnodiging staat omschreven als een ‘casual conversation’ – een informeel praatje. 250 gelukkigen, waaronder een handvol nichten en neven van de McCartney clan, leden van zijn fanclub en Facebookers die vragen mochten insturen, aanhoren eerst Pauls antwoorden op vragen van presentator Jarvis Cocker – zelf ooit popster als zanger van Pulp – en worden dan getrakteerd op een semi-akoestische set van een uur.

Het is wat als meer dan 30 miljoen mensen een programma als James Cordens ‘Carpool Karaoke’ bekijken, 20 minuten toptelevisie waarbij je van de ene verbazing in de andere viel: Paul die zelf het straatbord van ‘Penny Lane’ signeert, Paul voor het eerst in z’n ouderlijk huis, Paul bij de barber in Penny Lane, Paul als levende jukebox in een pub voor een publiek van nietsvermoedende drinkers…Maar het mooist was nog dat simpele emotionele moment waarop Paul iets over zijn jong gestorven moeder zegt, waarop Corden mijmert ‘Mijn grootvader is gestorven. Hij zou het geweldig hebben gevonden om hierbij te zijn’. ‘He is,’ zei Macca, sereen en gemeend.

Het is wat als je je nieuwe cd ‘Egypt Station’, die pas op 7 september uitkomt, wereldwijd kan promoten gewoon door ergens op te dagen. Eergisteren, toen McCartney voor het eerst sinds 50 jaar het op de hoes van ‘Abbey Road’ vereeuwigde zebrapad overstak, was dat wereldnieuws. Even later speelde hij in de Abbey Road studio 23 songs live, waaronder ‘A Hard day’s night’, ‘Helter Skelter’, ‘Drive my car’, ‘Lady Madonna’, ‘Got to get you into my life’, ‘Get back’, ‘Back in the USSR’ en ‘Sgt Pepper’s Lonely Heart’s Club Band (reprise)’. In het publiek zag ik Johnny Depp, Kylie Minogue, Orlando Bloom enLiv Tyler.

In het LIPA zou McCartney ’s middags eerst een livestream houden met vragen van Facebookers, maar uiteindelijk was het Jarvis die het zaakje monopoliseerde – een jeugddroom, je kan het ‘m niet kwalijk nemen. McCartney weidde eerst even uit over z’n jongensjaren in het LIPA, waar ‘George Harrison en ik vaak werden ontboden in het kantoor van J.R. Edwards alias Baz. We kregen ook regelmatig ‘six of the best’: zes slagen van het rietje op onze uitgestrekte handpalm. Dat heeft mijn interesse in sadomasochisme aangewakkerd (lacht). Eén keer sloeg de leraar ernaast en het rietje kwam op George’s slagader terecht. De volgende dag trok George’s vader naar school en gaf die leraar een uppercut.’ McCartney haastte zich te zeggen dat zulk gedrag natuurlijk geen navolging verdiende, en dat het niet was omdat hij zelf geen klassieke muziekopleiding genoot dat het zinloos is om notenleer en toonladders te blokken.

Hij geeft soms les op het LIPA – stel je voor, je bent een snotneus uit Liverpool en in de klas ‘Songwriting’ komt Paul McCartney je song bijschaven. ‘Het staat hen vrij om mijn suggesties te negeren want het is hun song. Ik ken geen notenleer, en als orkestleden me soms vragen ‘is dat een F sharp?’ antwoord ik ‘Geen idee, ik noem het een F Demented (een krankzinnige F), zo hoor je er eentje in ‘Michelle’.’

'Het voelde raar om een levende legende die moeiteloos stadions kan vullen in zo’n klein 19e eeuws theatertje akoestisch te zien spelen'

McCartney zei dat hij geen fan is van nieuwe technologieën: ‘Tegenwoordig kan je al wat je wil overal opnemen met je gsm. Maar da’s verraderlijk: ik heb thuis duizenden opnames van flarden, riedeltjes, riffs en aanzetten tot iets… En telkens dacht ik ‘Dat maak ik straks wel af’, maar dat komt er nooit van. En trouwens, als je het later weer beluistert, is de magie van het moment weg. Ik pleit er erg voor om een song meteen af te werken. Onlangs nog bleek de gym waar ik helemaal naartoe was gereden gesloten, zodat ik een uur vrij had. Ik heb toen een ideetje ter plekke afgewerkt en hup, ’t bleek een song, en nog een goeie ook. Indertijd hadden we niet eens opnameapparatuur om onze songs te bewaren. Het gebeurde vaak dat ik ’s avonds een nummer schreef en de volgende ochtend in paniek dacht: hoe ging dat ook weer? Maar het waren de beste nummers die we onthielden, en we hielden als regel aan: hoe kunnen we verwachten dat het grote publiek een melodie onthoudt als we ze niet eens zelf kunnen onthouden? Ik herinner me dat John en ik ‘She loves you’ schreven in een hotelkamer, zittend op twin bedden. Het was meteen af, het gebeurde zelden dat we songs later nog drastisch veranderden.’

Jarvis is bevriend met Richard Hawley en ook die had een vraag voor de Beatle: had McCartney indertijd niet ook een stoere artiestennaam gewild, zoals Billy Fury of Marty Wilde? ‘Ja, ik vond McCartney eerst te saai en noemde mezelf Paul Ramon.’

De moeder van Jarvis wilde weten wat Pauls favoriete Beatles cover was. ‘Esther Philips en Ray Charles die ‘Eleanor Rigby’ deden, en Yesterday’ in de versies van Elvis, Frank Sinatra en Marvin Gaye. Maar Sinatra veranderde de tekst. Ik zong ‘I did something wrong’ en hij maakte ervan ‘I must have done something wrong’ op een toontje van ‘Zij zégt wel dat ik iets fout deed, maar ik ben Frank Sinatra, ik ben perfect, ik maak geen fouten’.’

Dat McCartney ‘Yesterday’ droomde wisten we al, maar niet dat hij een tijdlang dacht dat het plagiaat was: ‘Ik heb aan John en aan George Martin gevraagd of zij dat nummer kenden, en pas toen ze nee zeiden wilde ik geloven dat ik het zelf had bedacht.’ Hij praatte later over hoe absurd het was dat Michael Jackson de rechten op zijn songs verwierf: ‘Toen ik in een film ‘Yesterday’ wilde gebruiken, moest ik aan iemand anders daarvoor de toestemming vragen! Ik schreef dat nummer gratis maar nu moet ik 50 miljoen betalen om de rechten ervan terug te krijgen!’

En op welke song van een ander is hij jaloers? ‘Ik had graag ‘Fields of gold’ van Sting geschreven, het gevoel in dat nummer bevalt me.’

De hele tijd maakte McCartney subtiele grapjes die soms onopgemerkt bleven. ‘Ik heb mooiere benen dan Taylor Swift.’ ‘I love it when you talk dirty’ (toen Jarvis het had over ‘verschillende dragers’).

Ook tijdens zijn akoestische set vertelde Paul nog een aantal anekdotes, onder andere over Stevie Wonder, die ooit àcht uur te laat om een door Linda bereidde lunch arriveerde.

Over de Wings’ song ‘Mrs Vanderbilt’, die blijkbaar erg populair was in Oekraïne vlak na de omwenteling daar.

Hoe hij vegetariër werd: ‘We waren lamsvlees aan het eten terwijl een paar meter verder op onze boerderij in Schotland lieve lammetjes ronddartelden en Linda en ik beseften ‘Dit is ongepast’.

Hoe idioot de ‘Paul is dood’ –theorieën waren, nadat hij op blote voeten het zebrapad van Abbey Road overstak: ‘Het was een hele warme dag dus ik deed mijn sandalen uit. Meer is het niet.’

Hoe onterecht de kritiek op Linda indertijd was: ‘Ze verweten haar dat ze piano speelden met één vinger. Maar zij speelde een partij op een minimoog, da’s een niet polyfonisch instrument, dat moét je met één vinger bespelen! Later speelde ze complexe partijen op songs als ‘Live and let die’, maar daar zwegen die criticasters over.’

En hoe hij indertijd met Robert Fraser naar Parijs reisde om daar ‘voor amper 3000 pond’ een paar schilderijen van René Magritte te kopen. En hoe Fraser vlak daarop afscheid nam door op een ezel de appel van Magritte met het opschrift Au revoir te zetten.

Aan de studenten van het LIPA vertelde hij dat hij het analyseren van het schrijfproces probeert te vermijden: ‘Ik geloof in magische momenten. Als ik tegenwoordig een methode volg, dan is het dat ik heel hard probeer om géén methode te hebben; om elk voorspelbaar patroon te doorbreken. I don’t understand the process, and that’s how I like it.’

Het voelde raar om een levende legende die moeiteloos stadions kan vullen in zo’n klein 19e eeuws theatertje akoestisch te zien spelen. Achter mij zaten studenten van LIPA die een opleiding van drie jaar voor respectievelijk stagemanager, producent en actrice volgden, en van wie eentje beschaamd bekende dat ze tot voor kort nog nooit van McCartney had gehoord. De security was overigens zo scherp dat ik na drie grondige controles niet eens nota’s mocht nemen, ook al werd een deel van het evenement gestreamd. Wat een contrast met het verhaal dat ik zopas van de Belgische producer Dan Lacksman hoorde, die toen hij 18 was naar Liverpool reisde en daar aanbelde bij McCartney thuis. Hij belde ook aan bij George Harrison, maar die deed kwaad de deur open: hij was op dat moment met Eric Clapton in de keuken net ‘While my guitar gently weeps’ aan het componeren.

Macca sloot z’n charmante set af met een foutloos, tijdloos ‘We can work it out’ – zoals steeds eindigend op een positieve noot. Eerder al had hij sprankelende versies van ‘Love me do’ en ‘From me to you’ gespeeld.

Vandaag, donderdagnamiddag om twee uur, speelt Paul McCartney nog een geheim concertje in The Cavern, de club waar het voor de Beatles allemaal begon, nu zestig (60!) jaar geleden. Al is het niet meer de originele Cavern, want net zoals The Marquee in Londen is het originele gebouw tegen de grond gegooid. ‘Another brilliant city council decision,’ monkelde Macca daar zwaar sarcastisch over toen hij in 1999 in The Cavern speelde (met ene David Gilmour als extra gitarist).

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234