Paul Simon over old friends Toots Thielemans en Lou Reed: The sound of silence

Op z’n 74ste zal Paul Simon wellicht niet meer groeien, maar vergis u niet: hij is altijd al groot geweest. De bard heeft eindelijk nog eens een nieuwe plaat uit, het puike ‘Stranger to Stranger’, en komt die binnenkort aan ons voorstellen in Vorst Nationaal. Een gesprek over old friends (Toots Thielemans en Lou Reed) en the sound of silence die je overvalt als die één na één het loodje leggen.

'Op de reünies in mijn hoofd wordt het elk jaar stiller'

Ik hou van Paul Simon. Van de levenslustige Simon (‘Kodachrome’, ‘Loves Me Like a Rock’), van de melancholische Simon (‘Silent Eyes’, ‘Still Crazy After All These Years’), van de avontuurlijke Simon (‘The Rhythm of the Saints’), de Simon van obscure pareltjes met monkelende teksten (‘Have a Good Time’), zelfs van de hippie Simon (toen ik bewust naar popmuziek begon te luisteren, was ‘The Boxer’ al een grijsgedraaid ouwezakkenlied, maar ik ben het nog steeds niet beu). En ik vind ‘You Can Call Me Al’ en zijn andere wereldhits geenszins zijn beste songs.

Ik was ooit eerder in het New Yorkse kantoor van Paul Simon. Daar hangt aan de muur een ingekaderde partituur van zijn klassieker ‘Bridge over Troubled Water’, een titel die de arrangeur van de strijkers op basis van de demo verkeerd heeft begrepen als ‘Like a Pitcher of Water’. Alleen een superster die in staat is tot zelfspot kadert zoiets in – alle anderen plaveien de muren met gouden platen. Toen hij te gast was in een lokale Amerikaanse talkshow, liet Simon zich aankondigen als ‘de Simon & Garfunkel Tribute Band Troubled Waters’. Nog eentje, uit een gezamenlijk interview van Simon en Sting:

Sting: ‘Als tiener wilde ik een literair songschrijver worden die toch appelleerde aan het grote publiek. Daarvoor spiegelde ik me aan Paul Simon.’

Simon: ‘Waar is het misgelopen?’

Het trio timing, toeval en noodlot heeft ervoor gezorgd dat ik Paul Simon in 2016 voor het eerst te spreken krijg. Er wordt me vooraf op het hart gedrukt om geen vragen te stellen over Art Garfunkel. Het stemt tot nadenken dat een voormalige siamese tweeling de verwijten over en weer slingert: volgens Art is Paul een monster, Paul noemt Art een sukkel. Ik vermoed dat er veel waarheid schuilt in de uitlating van George Harrison tegen Garfunkel indertijd: ‘My Paul is to me what your Paul is to you.’

Vragen over het huiselijk geweld waaraan de politie onlangs te pas moest komen, worden evenmin gewaardeerd. Heel begrijpelijk, al ben ik verbijsterd dat een sereen en zachtaardig lijkende songschrijver blijkbaar in staat is tot slaande ruzie met zijn vrouw, zangeres Edie Brickell. Een derde onderwerp dat ik vermijd, is Donald Trump: hij en Simon zijn generatie- én wijkgenoten uit Queens, maar vermits Simon onlangs optrad op het congres van de Democraten, kan ik z’n antwoord dromen.

Het wordt een aangenaam maar moeizaam gesprek. In 1968 zong Paul Simon in ‘Old Friends’: ‘Can you imagine us / years from today / sharing a park bench quietly / how terribly strange to be seventy’. Het is zijn versie van McCartneys ‘When I’m Sixty-Four’. Anno 2016 is Paul Simon 74. En ook al is sterfelijkheid het thema van minstens zes recente songs, hij wil er geen gespreksonderwerp van maken. Misschien was hij de dag van ons gesprek toevallig heel moe, maar hij lijkt me erg oud geworden. Hij spreekt traag, met vaak lange, soms verwarde pauzes: alleen al aan de eerste twee vragen ben ik negen minuten van m’n kostbare interviewtijd kwijt. Godzijdank klikt het en kan ik langer doorgaan dan voorzien. Ik spreek Paul Simon daags na het overlijden van Toots Thielemans. Toots heeft niet enkel meegespeeld op songs van Paul Simon, de twee kenden elkaar ook goed. Maar nog voor ik er iets over kan vragen, begint Simon er zelf over.

Paul Simon «Hi, Sage. O, is het Serge? Ik dacht even dat je Sage (Engels voor ‘wijsgeer’) heette.»

HUMO Heel af en toe ben ik sage, maar meestal helaas slechts Serge.

Simon «Wel, jullie Belgen hebben zopas een groot muzikant verloren. Jullie én de wereld.»

HUMO Ik kende Toots niet goed, maar wat me de keren dat ik ’m zag zo aan hem beviel, was dat hij uitstraalde dat het met de wereld wel in orde komt. Ik had ook de indruk dat hij zich soms dommer of naïever voordeed dan hij was en dat hij grote muilen genoeg touw gaf om zichzelf te verhangen, terwijl hij zelf binnenpretjes had.

Simon «Dat klopt. Toots was een slimme jongen. Hij liet zich niet beduvelen en koos graag de weg van de minste weerstand. Hij kende z’n waarde ook, hoor, hij wist deksels goed dat no one could touch him. Als je wilde dat het perfect en inventief en warm klonk, was hij je man. Impeccable and soulful – een zeldzame combinatie. Het bracht hem in latere jaren een zekere innerlijke rust te weten dat hij de beste was.»

'Toen Toots en ik buren waren, maakten we samen lange strandwandelingen, soms met de vrouwen erbij. Er zat geen gram slechtheid in hem'

HUMO Mag ik vragen hoe jullie privé met elkaar omgingen?

Simon «Toots was a pleasure. Hij was altijd goedgeluimd, er zat geen gram slechtheid in hem. Hij bracht mij rust. We hebben ooit samen getourd, maar ik zou hem ook mee op tournee hebben genomen als hij niet zo’n briljant muzikant was geweest, gewoon omdat hij zo’n aangenaam gezelschap was. We waren lange tijd min of meer buren in Montauk, op Long Island, en daar maakten we lange strandwandelingen, soms met onze vrouwen erbij. We praatten vaak over vroeger, over oude jazz of het New York van voor de oorlog. We deelden een voorkeur voor nostalgie en een licht melancholische natuur. Vredig, da’s het woord dat me voor hem te binnen schiet.»


Derdewereldmuziek

HUMO Eén van de meest boeiende aspecten aan jouw werk vind ik dat je enerzijds de verpersoonlijking bent van een heel traditionele manier van songschrijven die teruggaat tot de musichall en de roaring twenties, maar dat je anderzijds veel vaker dan je tijdgenoten die regels met voeten hebt getreden. Geen enkele folkie zou bijvoorbeeld ‘The Rhythm of the Saints’ beginnen met dat wonderlijke openingsakkoord of zo’n ongewoon ritme.

Simon «Je zou nog veel verder kunnen teruggaan in de tijd en niet ten onrechte beweren dat mijn roots bij de middeleeuwse troubadours liggen. Ik merk vaak dat jonge artiesten zich van meet af aan willen afzetten tegen tradities. Ik niet, ik heb nooit de vadermoord willen plegen op mijn voorgangers, integendeel, ik vind het mooi en geruststellend om tot een eeuwenoude traditie te behoren.

»Ik denk dat de grootste omwenteling voor mij was: het moment dat ik eerst de muziek begon te maken, en daarna de tekst dwong zich aan de melodie aan te passen. Folkartiesten, en later ook veel rockers, begonnen bijna altijd met een idee, een titel, een tekst: ‘Wat wil ik zeggen?’ En daarna: ‘Wat voor muziek past daarbij?’ Ik heb altijd geprobeerd om zinvolle teksten te schrijven, maar naarmate ik ouder werd en meer wilde experimenteren, werd de muziek zo mogelijk nog belangrijker. Op ‘Stranger to Stranger’ heb ik eerst lang aan soundscapes gewerkt – pas toen duidelijk werd waar het geluid van de songs om vroeg, begon ik aan onderwerpen en teksten te denken. ‘The Werewolf’ is zelfs volledig op de klank van een Indisch instrument gebaseerd, omdat die klank me deed denken aan een weerwolf.»

HUMO Heeft het je nooit geïrriteerd dat men vond dat je vanaf ‘Graceland’ wereldmuziek begon te maken? Terwijl je toen al dertig jaar experimenteerde met muziekgenres van buiten de westerse wereld?

Simon «Eerlijk? Ja, en niet zo’n klein beetje. Ik heb me nooit aan de regels gestoord, en ik heb nooit geloofd in die modeterm ‘wereldmuziek’. Want natuurlijk is álle muziek op onze planeet wereldmuziek, en wordt met ‘world music’ impliciet ‘third world music’ bedoeld. Dat is, zoniet racistisch, dan toch paternalistisch.

»Ik heb altijd mijn hart gevolgd, en ik ben nooit te beroerd geweest om mijn enthousiasme voor de muziek van andere culturen te verwerken in de mijne. ‘El condor pasa’ was Zuid-Amerikaans. ‘Scarborough Fair’ stoelde eigenlijk op een heel Engelse traditie. ‘Cecilia’ had een subtiel Afrikaans ritme. Lang voor ‘Graceland’ heb ik ook blues en latin, bluegrass en reggae en gospel en flamenco in mijn songs verwerkt. Soms haast onmerkbaar voor de leek, maar ik weet dat die elementen ergens in de mix zitten. Je kunt bijvoorbeeld niet zeggen dat ‘Mother and Child Reunion’ pure reggae is, maar ik ben zeker dat ik het niet zou geschreven hebben als ik niet net een lange vakantie in Jamaica had doorgebracht.»

'Ik had geen flauw idee of Ray Charles blank was en Johnny Cash zwart, of vice versa. Ik was dankbaar en het wond me op, dat is wat telde'

HUMO Van welke muziek zeg jij: als ze dat spelen, ben ik opnieuw twaalf jaar oud?

Simon «Ray Charles. Vroege Johnny Cash. Cooljazz. Ik had toen ook geen flauw idee of Ray Charles blank was en Johnny Cash zwart, of vice versa. Ik was dankbaar en het wond me op, dat is wat telde.»

'We reduceren muziek te vaak tot makkelijke etiketjes. De vroege rock-'n-roll was de facto wereldmuziek'

HUMO Een rivier van klanken die je over je liet spoelen zonder ze te analyseren of een oordeel te vellen…

Simon «A river of sound. Precies. We reduceren de geschiedenis te vaak tot makkelijke etiketjes. Het schijnbaar strak afgelijnde genre dat wij nu ‘rock-’n-roll’ noemen, de vroege rock-’n-roll uit de fifties, was ook een samenraapsel van allerlei invloeden – uit Indiana en Tennessee, maar ook uit de Caraïben, Guyana... The Everly Brothers, ska, oude gospel en jump blues en honky tonk, het zat er allemaal in. De vroege rock-’n-roll was de facto wereldmuziek.

»Ik heb mensen die slechts één genre lusten nooit begrepen; hoe kan iemand enkel naar metal of dub of blues luisteren, met uitsluiting van al de rest? En tot mijn verbazing en teleurstelling neemt de muzikale segregatie alleen maar toe, de hokjesmentaliteit lijkt groter te worden.»

HUMO Je had het net over metal. Is de heavymetalversie van ‘The Sound of Silence’ door Disturbed de meest bizarre cover van één van jouw songs? Of is er nog erger?

Simon «Eh… Ik hoop dat dit niet te verwaand klinkt, maar: er zijn zoveel coverversies in omloop en ik heb ze zeker niet allemaal gehoord. Maar die van Disturbed vond ik echt goed, hoor. Anders dan de mijne, maar intens en met gevoel.»

HUMO Je melancholische kant is voelbaar in prachtige ballads als ‘Still Crazy After All These Years’. Volg je als songschrijver je stemming van het moment, of ga je daar net tegenin? Ik vraag het omdat je altijd hoort dat liefdesverdriet slechte poëzie oplevert. Dus misschien schrijf je betere ballads als je in een uitgelaten of baldadige stemming bent.

Simon «Ik weet het niet en ik ben blij dat ik het niet weet. Voor zover ik heb kunnen vaststellen zit er geen lijn in, en gelukkig maar – anders zou dat alleen maar stress opleveren. Dan zou ik denken: ‘Hé, ik voel me wat down vandaag, ik móét nu een melancholische song schrijven.’ Ik heb bij zonlicht nachtelijk klinkende songs geschreven. Tegenwoordig componeer ik ’s ochtends vroeg omdat ik, nu ik ouder word, niet lang fris en alert blijf.

»Ik denk dat het in mijn geval ook weinig uitmaakt, omdat ik zo traag schrijf. Je hoort altijd zeggen dat artiesten zweren bij hun eerste inval en dat ze ‘de magie van die demo’ willen behouden. Ik verdenk hen er soms van lui te zijn. Ik werk vaak maanden aan een nummer, gevolgd door nog eens maanden van schaven en arrangeren en producen. En tegen die tijd heb ik er op alle uren van de dag en in alle mogelijke gemoedstoestanden aan gewerkt. Er schiet me niet meteen een voorbeeld te binnen, maar ik ben aan songs begonnen die eerst intens droevig waren, maar tegen de tijd dat ze af waren, klonken ze feestelijk en levenslustig.»

HUMO Heel wat van jouw songs zijn miniscenario’s of kortverhalen, vignettes van scènes uit het leven in, vaak, New York. Ik heb altijd het gevoel gehad dat een goeie regisseur een film zou kunnen maken op basis van een dozijn van jouw songs, zoals Robert Altman zijn ‘Short Cuts’ maakte op basis van de kortverhalen van Raymond Carver.

Simon «Dat heb ik zelf al een paar keer overwogen. Tijdgebrek.»

HUMO Sommige van jouw songs lijken de soundtrack van een film die Woody Allen vergat te maken.

Simon «Ik snap wat je bedoelt. Maar ik ken Woody, dus ik weet dat zijn interesse in muziek stopt omstreeks 1950. Hij zweert bij vooroorlogse jazz en brouwsels uit New Orleans, en heeft geen enkele affiniteit met wat daarna komt. Zelfs zijn jazzliefhebberij stopt omstreeks 1940: hij vindt Jelly Roll Morton veel beter dan pakweg Charlie Parker of Miles Davis. Ik vrees dat hij mijn muziek al te gedegenereerd en futuristisch vindt (grinnikt).»

HUMO Live rijg je soms songs aan elkaar: ‘Rewrite’ en ‘Slip Slidin’ Away’, bijvoorbeeld. Omdat ze thematisch verwant zijn of omdat ze muzikaal naadloos op elkaar aansluiten?

Simon «Beide. Maar ook omdat ik dan applaus vermijd.»

HUMO Je bent denk ik de eerste artiest die applaus wil vermijden.

Simon «Ik waardeer erkenning, ik héb een ego. Maar ik ben niet verslaafd aan applaus. En ik vind dat applaus na elk nummer vaak de sfeer breekt. Ik voel me soms schuldig als ik het publiek verplicht om elke vijf minuten die handen tegen elkaar te meppen. Van mij mogen ze rustig genieten en alles over zich heen laten komen.»


Mozart en ik

HUMO Er staat op ‘Stranger to Stranger’ een nummer dat ‘Cool Papa Bell’ heet. Ik wilde vragen wie dat was, maar ik heb ’m ondertussen gegoogeld. Speel je baseball?

Simon «Ja, heel slecht. Mijn kinderen spelen, en net zoals alle vaders ga ik voor hen supporteren bij de little league. Cool Papa Bell intrigeerde me. Hij speelde in een tijd die nog meer dan nu vatbaar was voor mythevorming. Van hem werd gezegd dat hij zo snel was dat, als hij ’s avonds het licht uitknipte, hij in bed lag voor het gedoofd was. Ik verkies dat te geloven.»

HUMO Je zei ergens dat je ‘Proof of Love’ geschreven hebt na een ‘spirituele en magische ervaring’ in Brazilië. Je hebt met Sting getourd, die ooit vertelde dat hij in het regenwoud uit beleefdheid eens een magisch drankje nuttigde dat smaakte als gefermenteerd snot en hallucinogene eigenschappen had. Was het ook zoiets?

Simon «Ik heb daar wat gegeten en gerookt en geïnhaleerd, ja. Ik veroordeel het niet en beveel het evenmin aan. Het was een ervaring, het was wat het was. Ik kan alleen zeggen, en ik weet dat het zweverig klinkt maar het is echt gebeurd: ik speelde op een akoestisch gitaartje ‘The Sound of Silence’ en de Brazilianen begonnen te huilen en vielen op de grond, ze leken de macht over hun spieren te verliezen. Geen idee waarom.»

HUMO Op je website kun je op de achtergrond een blad papier met de tekst van ‘Mother and Child Reunion’ ontwaren. Het lijkt een kladje, maar de tekst ziet er redelijk definitief uit. Als dat zo is, dan ben je in goed gezelschap: ik stond onlangs in de British Library voor een handgeschreven partituur van Mozart en daar waren geen verbeteringen op aangebracht, alsof hij wat hij in z’n hoofd hoorde, meteen integraal op papier had gekwakt. Ook op jouw blad zijn amper verbeteringen te zien.

Simon (ironisch) «Yeah, Mozart took that from me. Nee, da’s een grote uitzondering. Aan bijna al mijn songs is zwaar geschaafd, vooral die met subtiele en ingewikkelde akkoorden of een inventieve bridge. Soms sleept het proces zo lang aan dat ik er pissig van word. Geloof me, ik heb gewerkt voor m’n geld, het is me niet komen aanwaaien. Heel af en toe gaat het vlot. Dat vind ik dan verdacht (grinnikt). ‘Late in the Evening’ ging vlot, wellicht omdat ik eerst het ritme en de groove bedacht en de rest zichzelf dicteerde. En ‘Bridge over Troubled Water’, gek genoeg, kwam er snel, helder en bijna volledig afgewerkt uit.»

HUMO Ik zag een oude clip uit de talkshow van Dick Cavett waarin je hem een half afgewerkt ‘Still Crazy After All These Years’ voorspeelde. Op gitaar. Nooit vertoond, dat een artiest zo’n work in progress openbaart. De concurrentie luisterde mee.

Simon «O, daar zat ik niet mee. Ik zei op een gegeven moment: ‘Heb jij ideeën, Dick? Want ik weet niet hoe dit verder moet.’ Dat was geen grap, ik zat toen écht vast. Ik was het vergeten, maar we hebben inderdaad pas last minute het arrangement veranderd van gitaar naar piano. Omdat ik zo verliefd was op hoe Barry Beckett het op piano speelde. Maar ik heb daarna nooit meer iets onafgewerkts in het openbaar laten horen, omdat ik merkte dat mensen er dan hun eigen verwachtingen op projecteren. Je moet het publiek een voldongen feit voorschotelen, geen opties of voorbehoud.»

HUMO Eén van mijn favorieten op de nieuwe plaat is ‘The Riverbank’.

Simon «Dat nummer is een en al rouwverwerking én levenslust én hoop. Ik heb opgetreden voor de brandweermannen van Ground Zero, vlak na 9/11. Ik heb gezongen op de begrafenissen van vrienden. Ik heb gezongen voor invalide oorlogsveteranen. Ik heb gezongen op een eredienst ter herdenking van de slachtoffers van de zinloze schietpartij in een school in Connecticut, waarvan ik een vermoorde leraar en sommige nabestaanden persoonlijk kende. Allemaal plekken en momenten waarop ook mij het huilen nader stond dan het zingen. Al die dingen doen iets met een mens.»

HUMO Ik zag jaren geleden hoe je in een duur Londens hotel werd aangeklampt door, eerlijk gezegd, zeer vervelende, opdringerige mensen. Wat doet Paul Simon als hij even niet Paul Simon wil zijn?

Simon «Reizen. Wandelen. Lezen. I’m a wanderer (vermoedelijk een verwijzing naar de gelijknamige sixtiessong van Dion, die meewerkte aan Simons ‘Stranger to Stranger’, red.). Ik verdwijn vaak en graag. Ik heb er geen enkele behoefte aan om de godganse tijd de bekende zanger te zijn.»

HUMO Dan meende je wat je al eens in een Amerikaans interview zei: dat je met pensioen zou gaan en stoppen met muziek maken?

Simon «O ja. Een paar keer was het al bijna zover. Ik zal nooit helemaal stoppen met muziek maken, wel met Paul Simon zijn, als je het verschil begrijpt. Ik wil niet stagneren, ik wil evolueren zonder de indruk te wekken van een opa die de kleren van een twintigjarige draagt in de hoop zo te scoren bij zijn kleinzoon.»

HUMO We zijn begonnen met een Belg, laat ons eindigen met een Belg. Waar komt de song ‘René and Georgette Magritte with Their Dog After the War’ vandaan?

Simon «Ik was op bezoek bij Joan Baez, en terwijl zij telefoneerde, bladerde ik in een fotoboek waarin ik dat onderschrift zag staan. Behalve dat onderschrift is alles verzonnen: dat Magritte ging winkelen in Manhattan slaat nergens op, en ongetwijfeld had hij nog nooit gehoord van de doowopgroepen die ik in die song vermeld, laat staan dat hij ‘diep naar die verboden muziek verlangde’. Heel dat nummer is liefdevolle nonsens, met als alibi dat Magritte een surrealist was. Dan denk ik: anything goes.

»Nog iets? Feel free.»

'In z'n laatste dagen heb ik Lou Reed dagelijks muziek gestuurd. Ouwe obscure rockers, vroege r&b, Harry Partch, jazz… Dingetjes om hem af te leiden.'

HUMO Het slotnummer van je nieuwe plaat heet ‘New York Is My Home’. Ik weet dat je bevriend was met Lou Reed, die trouwens de rol van muziekproducer speelde in jouw film ‘One-Trick Pony’ – je gelooft blijkbaar niet in typecasting.

Simon (lacht) «Dat was geen typecasting, nee: Lou haatte dat soort betweterige, bemoeizieke types. Ach, Lou… That was a hard one. Ik was er echt niet goed van toen hij stierf. We waren stadsgenoten en leeftijdsgenoten. Ik groeide op in Queens, hij op een boogscheut daarvandaan in Brooklyn en Long Island. In z’n laatste dagen, toen hij lag te zieltogen in een deprimerend hospitaal in Cleveland, heb ik hem dagelijks muziek gestuurd. Ouwe obscure rockers, vroege r&b, Harry Partch, jazz… Dingetjes waarvan ik wist dat hij ze goed zou vinden. Ik probeerde hem gewoon af te leiden van… Well, van wat komen zou. Ik heb op zijn herdenkingsdienst in de Apollo in Harlem gezongen. Dat was geen droeve aangelegenheid, al was iedereen wat verweesd. We verwachtten dat hij elk moment kon binnenspringen.

»Dat voel ik sterk: het specifieke soort eenzaamheid dat komt als je je leeftijdsgenoten overleeft. Op de reünies in mijn hoofd wordt het elk jaar stiller en saaier.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234