null Beeld

Paul Simon & Sting (Sportpaleis)

Paul Simon en Sting hand in hand op het podium van het Sportpaleis. Dat kon net zo goed een kleffe bedoening worden als een spervuur aan wereldhits. Het werd een combinatie van de twee.

Paul Simon en Sting: er waren er nogal wat die de wenkbrauwen fronsten toen ik zei dat ik er naartoe ging. Paul Simon tot daar aan toe, een oeuvre om diep voor te buigen en op plaat – zij het met steeds grotere tussenpozen, de man is drieënzeventig! – nog steeds een grootmeester. Maar Sting, die was toch al jaren zeer vervelend bezig? Dit is wat mij bezielde: ik dacht, als die Paul Simon de ene hit na de andere uit de mouw schudt, zal Sting wel iets minder dan gewoonlijk geneigd zijn om te gaan neuzelen en daar het één en ander tegenover willen stellen. Want laten we wel wezen: de man heeft een indrukwekkende zak songs om uit te plukken, alleen is er sinds Andy Summers en Stewart Copeland er niet meer zijn om te zeggen ‘Sting jongen, niet zeuren’ nog maar bitter weinig interessants in die zak beland.

Ter zake. Ik had mij op voorhand zo weinig mogelijk geïnformeerd en wist dus niet dat beide heren ook samen op de planken zouden staan. Zo begon het: een podium vol instrumenten en muzikanten – de heren hadden hun beider groepen meegebracht en netjes aan weerszijden van de bühne geposteerd – en Sting en Paul Simon die elk van hun kant opkwamen en in het midden aan de microfoons elkaar de hand schudden. Ik kon me niet van de indruk ontdoen dat ze mekaar die dag voor het eerst zagen want, dat kunnen we al verklappen, zo veel chemie was er nu ook weer niet tussen die twee. Professionals, dat natuurlijk wel, respectvol elkaar aanvullend en waar nodig uit elkaars vaarwater blijvend. De twee groepen volgden het voorbeeld van hun loonheren en hielden het bij een fill, een lickje of een afgesproken blazerspartij als andermans songs gebezigd werden. Maar: iets hogers, iets nieuws, méérwaarde onstond er niet als ze alle twee op de planken stonden. Eén plus één was niet drie, hooguit anderhalf.

Het eerste rondje deden ze samen: ‘Brand New Day’ en ‘Fields of Gold’ van Sting, ‘The Boy in the Bubble’ en ‘Mother and Child Reunion’ van Simon. En dan mocht Sting dik twintig minuten lang met de spierballen rollen: ‘So Lonely’, ‘When the World Is Running Down, You Make the Best Of What’s Still Around’, ‘Englishman in New York’, ‘Driven to Tears’ en ‘Walking on the Moon’. Viermaal The Police, eenmaal Sting, uit de tijd dat hij nog geen wijnboer was. Twintig fenomenale minuten met een groep die duidelijk blij was nog eens van de ketting te mogen.

‘Mrs. Robinson’ deden ze samen. Een weinig bezielde versie maar een song die mij nooit onberoerd zal laten, omdat ze één van de mooiste tekstregels uit de geschiedenis van de pop bevat: ‘Where have you gone, Joe DiMaggio? / A nation turns its lonely eyes to you’.

Dan twintig minuten Paul Simon en wederom feest: ‘50 Ways to Leave Your Lover’, ‘Dazzling Blue’, ‘Graceland’, ‘Still Crazy After All These Years’ en ‘Me and Julio Down By the Schoolyard’. Ik was Sting al helemaal vergeten, maar daar was hij ineens weer, voor een duetuitvoering van zijn ‘Fragile’, niet mijn favoriete song. Wat hij daarna solo deed met ‘America’ van Simon & Garfunkel had ook niet gehoeven: uitgelicht door een volgspot vooraan, met één voet op de monitor als om de ernst van zijn bedoelingen te onderstrepen, starend naar een punt in de verte (Amerika?). Ik moest denken aan wat David Thomas van Pere Ubu me onlangs zei: ‘Als je zo verliefd bent op je eigen stem als Sting, ga je vroeg of laat denken dat er met die stem regenwouden gered moeten worden.’ Het leek er in het Sportpaleis bij momenten alvast zeer sterk op dat de man meer van zichzelf houdt dan van de songs die hij zingt. Maar daar stak vergevingsgezindheid alweer de kop op: ‘Message in a Bottle’. En wat voor een ‘Message in a Bottle’! Die stem die ineens doet waarvoor ze gemaakt is, geruggensteund door een groep die alle platen van The Police vanbuiten kent.

‘Roxanne’ kreeg iets verderop eenzelfde feestelijke uitvoering, halverwege vakkundig en onderhoudend vermangeld met ‘Ain’t No Sunshine’ van Bill Withers – nooit gedacht dat die twee songs compatibel waren. Dat hij het tussendoor nodig vond om ook dingen als ‘The End of the Game’ en ‘Desert Rose’ te spelen, weze hem voor één keer vergeven. En daar was Paul tenslotte weer. Voor wederom geen geweldige gezamenlijke uitvoering van ‘The Boxer’ (collateral damage zullen we het maar noemen) maar wel nog een solorondje met het beste van vroeger en nu: ‘The Cool, Cool River’, ‘Hearts and Bones’, een cover van ‘Mystery Train’, ‘Diamonds on the Soles of Her Shoes’ en ‘You Can Call Me Al’.

Afsluiten deden ze zoals ze begonnen waren: hand in hand. ‘Cecilia’, en uiteraard ‘Every Breath You Take’ en ‘Bridge over Troubled Water’. En om niet te hoeven dobbelen om wie de grootste heeft met nog één laatste cover de nacht in: ‘When Will I Be Loved?’ van The Everly Brothers.

Mijn conclusie had u al gehad: één plus één was hooguit anderhalf. Maar gedeeld door twee was één wel degelijk één, en die andere één mocht er ook wezen. Houdt dat steek? Wiskunde is nooit mijn forte geweest.


Quote

‘If you want to dance: dance. And if the person behind you doesn’t want you to dance: be careful’ (Paul Simon)


Hoogtepunt

Alles van The Police door Sting, en alles van Paul Simon door Paul Simon.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234