Pensioengerechtigd maar nog lang niet uitgespeeld: Rolling Stone Keith Richards

‘De plaat die The Rolling Stones gered heeft,’ zo omschrijft Keith Richards ‘Talk Is Cheap’. Nochtans is het niet eens een plaat van de Stones zelf, maar zijn eigen soloalbum uit 1988. Nu ‘Talk Is Cheap’ een luxueuze heruitgave krijgt, mochten wij exclusief bellen met de legendarische gitarist die onlangs 75 kaarsen mocht uitblazen.

'Pas als ik in mijn kist lig, mag je zeggen dat ik volwassen ben'

Vandaag lijken The Rolling Stones, ook al is de gemiddelde leeftijd van de groepsleden een flink stuk boven de 70, een geoliede machine. Maar dat was ruim dertig jaar geleden helemaal anders. Mick Jagger en Keith Richards, de motor van de groep, waren uit elkaar gegroeid: Jagger probeerde een bonafide popster te worden, Richards leek steeds verder weg te zakken in een poel van drank en drugs.

Met zijn hip klinkende solodebuut ‘She’s the Boss’ (1985) mikte Jagger duidelijk op een jonger publiek, terwijl de platen van The Rolling Stones zelf amechtiger werden. In 1986 bereikten de rocklegendes de ondergrens met het zwalpende ‘Dirty Work’, een album dat unaniem negatief werd ontvangen. Al tijdens de opnames zat het goed fout tussen Richards en Jagger, omdat de gitarist ervan overtuigd was dat de frontman zijn beste songs achter de hand had gehouden voor zijn eigen plaat. Voor ‘Had It with You’ op ‘Dirty Work’ schreef Richards de niet mis te verstane lyrics: ‘It is such a sad thing / To watch a good love die / You’re a mean mistreater / You’re a dirty dirty rat scum’. Jagger zong het toch.

De tweede slag voor Richards kwam in 1986, toen Jagger weigerde om te gaan touren met ‘Dirty Work’. Een jaar later ging Jagger wél solo op de hort, nadat hij met ‘Primitive Cool’ zijn tweede soloplaat had uitgebracht. ‘Een beslissing waarmee hij opzettelijk The Rolling Stones wilde stopzetten, zo leek het wel,’ schreef Richards in 2001 in zijn autobiografie ‘Life’. De ultieme vernedering kwam in 1988, toen Jagger ging optreden met gitarist Joe Satriani, met een setlist bovendien die voor drie vierde uit Stones-songs bestond.

Eerst was Richards razend – ‘Snij zijn keel over!’ riep hij in de pers – maar daarna veranderde hij van tactiek. Met Steve Jordan, de drummer die tijdens de opnames voor ‘Dirty Work’ de door drugs en alcohol verzwakte Charlie Watts deels had vervangen, ging hij een eigen plaat opnemen, ‘Talk Is Cheap’. Tot een totale breuk zouden de soloprojecten van Keith en Mick niet leiden, integendeel: door even uit elkaar te gaan groeiden de Glimmer Twins weer naar elkaar toe. Vandaag zitten Richards en Jagger gewoon weer af en toe samen in de Germano Studios in hartje Manhattan om aan nieuwe songs te werken. En tussendoor bereiden The Rolling Stones zich ook voor op het volgende luik van hun No Filter-tour, waarmee ze al drie jaar de wereld rondtrekken en die hen vorig jaar naar Europa bracht. Vanaf april geven ze een twintigtal concerten in de Verenigde Staten en Canada.

Op zijn 75ste zit Richards ook prima in zijn vel. Terwijl Jagger van de ene relatie in de andere rolt en Ron Wood om de haverklap het gevecht moet aangaan met zijn alcoholverslaving, leidt hij een haast sereen bestaan. Hij is al 32 jaar bij dezelfde vrouw, fotomodel Patricia Hansen, met wie hij twee dochters heeft (hij heeft ook twee kinderen uit zijn eerdere huwelijk met Anita Pallenberg). Daarnaast is hij opa van vijf kleinkinderen. Als hij niet op tournee is met de Stones heeft Richards de keuze tussen twee woningen: zijn buitenverblijf in de Bahama’s, op het privéresort Parrot Cay, of zijn huis in Connecticut. Het is in die tweede woning dat hij aan de telefoon zit als we hem mogen bellen.

HUMO Hallo Keith, hoe gaat het?

Keith Richards «Prima. De afgelopen weken hebben Mick en ik in de studio gewerkt aan wat nieuwe songs voor The Rolling Stones. Ik was blij dat ik na de feestdagen weer aan de slag kon, en het gaat goed vooruit. Nu ben ik weer thuis om een paar interviews te doen over ‘Talk Is Cheap’, een plaat waar ik graag over praat. Dus ik kan niet klagen.»

HUMO Hoe ziet jouw leven eruit in die dagen dat je niets hoeft te doen?

Richards «Heel kalm, samen met mijn vrouw en kinderen, genieten van rust. Maar ik kan geen dag zonder muziek. Elke dag ben ik wel met een nieuwe song of ideetjes bezig. Het is de enige verslaving die ik al mijn hele leven lang heb (lacht).

»Ik merk ook dat ik veel meer energie heb. De afgelopen jaren heb ik mijn autobiografie geschreven, ben ik een paar keer op tournee gegaan met de Stones en tussendoor heb ik aan nieuwe nummers gewerkt. Ik werk als een idioot!»

HUMO De aanleiding voor dit gesprek is ‘Talk Is Cheap’, je solodebuut uit 1988. Je was al 45 toen je de plaat opnam, eigenlijk een veteraan in de muziekwereld. Hoe kijk je er nu als 75-jarige op terug?

Richards «Ik ben nog maar net 75, hè (lacht). Weet je: ik heb nooit platen gemaakt die moesten aansluiten bij de tijdgeest. Ik doe dit al zestig jaar, maar ik ben nooit maar één moment bezig geweest met de vraag of wat ik deed in de mode was. Maar toen we begonnen aan de heruitgave, stond ik ervan versteld hoe fris al die songs uit 1988 nog klonken. Alsof ik ze gisteren had opgenomen. Terwijl ik ernaar luisterde, moest ik ook terugdenken aan de opnames, aan het plezier dat we hadden. Ik had toen hetzelfde gevoel als bij de begindagen van The Rolling Stones, dat vuur en die passie die samenkomen. Het was natuurlijk ook de eerste keer dat ik echt iets anders deed.»

'Ik heb mezelf opgelegd om een grenzeloos en vrij leven te leiden. En de muziek heeft dat mogelijk gemaakt'

HUMO The Winos, want zo heette je nieuwe band destijds, gaven jou een fikse schop onder je kont?

Richards «Hoe groot is de kans dat je in je leven de perfecte band vindt? Bijna nul. Wel, ik heb twee keer de beste band van de wereld gevonden. Dat is al helemaal waanzinnig.»

HUMO Waar kwam die naam eigenlijk vandaan, The Winos?

Richards «Er kwamen heel veel gasten langs tijdens de opnames. Steve (Jordan, drummer en tevens producer, red.) had een goedgevuld adressenboekje en hij nodigde vaak muzikanten uit. Iemand had me vlak voor de start van de opnames een kist wijn gestuurd, Château Lafitte Rotschild 1938 of zoiets. Ik was daags nadien een namiddag buitenshuis en toen ik terugkwam was the bloody thing helemaal leeg. Ik zei: ‘Nu weet ik hoe ik jullie ga noemen!’»

HUMO Hoe ben je ertoe gekomen om met Steve Jordan samen te werken?

Richards «Tijdens de opnames van ‘Dirty Work’ hadden we hem bij de Stones gehaald. In mijn ogen is Charlie Watts de beste drummer voor een rock-’n-rollband die er bestaat. Punt! Maar Steve Jordan heeft andere kwaliteiten. Hij nodigde me uit om in zijn studio wat te jammen. Hij wilde heel graag de werkwijze uitproberen die ik had gebruikt tijdens de opnames van songs als ‘Jumpin’ Jack Flash’ en ‘Street Fighting Man’, waaraan we alleen met gitaar en drums begonnen zijn. Heel rudimentair, maar het pakt bij mij meestal heel goed uit. Vanaf die eerste momenten met hem had ik het virus te pakken. Het ging allemaal zo losjes en makkelijk, opnieuw zoals in de begindagen van The Rolling Stones.»

HUMO Was dat ook de reden waarom je de eerste opnames maakte in Le Studio in het Canadese Quebec, een godvergeten stille plek?

Richards «Absoluut! Ik wist dat kameraadschap belangrijk was om dit te doen slagen en ik wilde niet dat iedereen zich na de opnames zou terugtrekken in zijn hotel. Dat werkte heel goed. Als ik de foto’s uit die tijd terugzie, herinner ik mij er nog heel veel van. Het mooie was dat Steve iedereen kende. Ik hoefde maar een naam te noemen en voor ik het wist stond die persoon in de studio. Als Rolling Stone leef je een vrij geïsoleerd leven, maar hij stond midden in die muzikantenwereld.»

HUMO Op deze heruitgave staat de nooit uitgebrachte track ‘Slim’, met een lange pianosolo van Johnnie Johnson, de man die ooit een jonge Chuck Berry voor zijn eigen band aannam en deels verantwoordelijk is voor diens grootste hits.

Richards «Stu (Ian Stewart, de inmiddels overleden toetsenman van de Stones, red.) had Johnnies naam laten vallen toen ik werkte aan ‘Hail! Hail! Rock ’n’ Roll’, de documentaire over het leven van Chuck Berry. Hij zei: ‘Weet je, Keith, Johnnie Johnson leeft nog en hij treedt nog altijd op.’ Uiteindelijk kreeg hij hem te pakken en haalde hij hem naar de studio. Daar ben ik nog altijd erg trots op, want vanaf dat moment zat zijn carrière weer in de lift. Die man is mee verantwoordelijk voor enkele van de meest memorabele liedjes uit de geschiedenis van de rock-’n-roll: ‘Roll Over Beethoven’, ‘Rock and Roll Music’ en natuurlijk ‘Johnny B. Goode’, dat naar hem is vernoemd.»

HUMO Het is nog steeds mooi hoe aanstekelijk enthousiast je begint te vertellen als het over muziek gaat.

Richards «Als tiener heb ik mezelf ooit opgelegd om een grenzeloos en vrij leven te leiden. En de muziek heeft dat mogelijk gemaak. Daarom ga ik ook niet roepen dat ik ooit stop met spelen. Ik ben een man op leeftijd met de ziel van een kind. Pas als ik tussen zes planken lig, mag je zeggen dat ik volwassen ben. Echt, ik geniet enorm van het leven en van mijn muziek. Ik ben enorm trots op deze plaat, maar ook op de Stones. Ik vind het geweldig dat we nog altijd met elkaar op het podium staan, ondanks alles wat er in die jaren goed en fout ging.»

HUMO Daar zeg je het: ‘Talk Is Cheap’ kwam uit op een moeilijk moment voor de Stones. Dacht je toen echt dat dat het begin kon zijn van een solocarrière?

Richards «Niet echt. Ik had vooral het gevoel dat ik mijn tijd moest vullen. Ik twijfelde er niet aan dat de Stones opnieuw zouden samenkomen – niemand van ons kon ergens anders heen! Maar ik dacht dat het nuttig kon zijn om eens iets anders te proberen. Bovendien kan ik nu eenmaal niet stilzitten. Dus begon ik met Steve wat ideeën uit te wisselen. Tot op dat moment had ik alles met Mick gemaakt en had ik nooit overwogen om ook maar iets met iemand anders te doen. Ik had ook nog nooit met iemand anders dan Mick songs geschreven. Rolling Stone zijn was voor mij ook een fulltimejob, you know

HUMO Het is ook duidelijk waarom je ‘vreemdging’: ‘Talk Is Cheap’ is een vrolijke plaat, met uitzondering van één song waarin je scherp uithaalt naar je Stones-kompaan.

Richards «Ik zat in die tijd ook goed in mijn vel, ik had geen moeite om vrolijke songs te schrijven. Maar jij doelt natuurlijk op de song ‘You Don’t Move Me’.»

HUMO Klopt. Met daarin de gevleugelde woorden: ‘Why do you think you got no friends? / You drove them all around the bend / Oh yeah, you don’t move me anymore / Now you wanna throw the dice / You already crapped out twice’.

Richards (lacht) «Wat kan ik zeggen? Ik was woest op Mick en had geen zin om dat te verbergen. Hij had me in de steek gelaten, ik voelde me als een vrouw die op een date zat te wachten die niet kwam opdagen (lacht). Mick sprak ook heel luchtig over de toekomst van The Rolling Stones en dat is in mijn ogen de ergste zonde die je kunt begaan. Ik moest stoom aflaten, zo simpel was het. Zo kwam die song eruit, in één gulp.

»Maar terwijl ik bezig was aan ‘Talk Is Cheap’ heb ik wel veel bijgeleerd over de job van Mick in de Stones, over wat het betekent om de frontman te zijn. Ik heb de keuze om vooraan op het podium te gaan staan óf een beetje bij Charlie rond te hangen als ik daar zin in heb. Maar hij niet: een frontman moet vooraan staan, all the damn time. Nu begrijp ik hoeveel dat van een mens vergt.»

'Waarom ik al meer dan 30 jaar met Patricia samen ben? Ik heb gewoon iemand gevonden die me kan verdragen. Daar loop je niet van weg'

HUMO Toen ‘Talk Is Cheap’ uitkwam, waren de recensies lovend, maar net als bij de soloplaten van Mick overheerste het gevoel dat de som van de delen meer opleverde.

Richards «Dat is zo en ik denk dat we dat allebei beseften. Uiteindelijk zijn we drie maanden na de release van ‘Talk Is Cheap’ in Barbados (in de studio van reggaester Eddy Grant, red.) bij elkaar gaan zitten en was het duidelijk dat we beiden voor de Stones wilden gaan. Ach, de relatie tussen Mick en mij is zo bizar soms. Het is er één vol broederliefde én vol jaloezie. Een vreemde relatie, maar ook een heel lange.

»Enerzijds had de tijd weg van elkaar ons de kans gegeven om na te denken, anderzijds waren we door elk ons ding te doen misschien net nog gemotiveerder om samen extra ons best te doen. En zeg nu zelf: ‘Steel Wheels’ (de plaat waarmee de Stones in 1989 uit het dal kropen, red.), dat was a damn good album, toch?»

HUMO Zeer zeker. In het begin van ons gesprek zei je dat je nu met Mick aan songs werkt. Is dat voor een opvolger van ‘Blue & Lonesome’, de plaat vol bluescovers uit 2016, of krijgen we voor het eerst sinds ‘A Bigger Band’ uit 2005 een plaat met nieuwe Stones-songs?

Richards «Het tweede. Mick en ik komen altijd een paar weken per jaar samen in de studio. Toen we na de release van ‘Blue & Lonesome’ weer samenkwamen, keken we naar elkaar en zeiden we: ‘Wat moeten we nu nog doen?’ Maar zolang je voelt dat er nog sap in zit, moet je knijpen. Als de citroen uitgeperst zou zijn, zou ik er niet meer aan beginnen.»

HUMO Heeft ‘Blue & Lonesome’ geholpen om er weer sap in te krijgen?

Richards «Ergens wel. Die plaat stond vol met songs die bij wijze van spreken in 1962 op onze setlist hadden kunnen staan, en het was wel bevredigend om de cirkel rond te maken. Misschien heeft dat ervoor gezorgd dat we meer onbevangen aan nieuw materiaal zijn kunnen beginnen. Let wel, het is allemaal nog embryonaal, maar er zitten wel interessante dingen tussen. Het zijn niet de Stones die proberen de Stones te zijn, it’s the Stones still trying to be (lacht)

HUMO Ondertussen vertrekken jullie over een maand weer op tournee, met tussen april en juni nog een twintigtal optredens in de VS en Canada.

Richards «Iedereen wil blijven werken, zolang we kunnen en we er ons goed bij voelen. Onze tour door Europa vorig jaar was fantastisch. Toen we in Warschau kwamen en iemand ons vertelde dat dat het laatste optreden was, reageerden we allemaal met: ‘Maar we begonnen net op gang te komen!’ (lacht) Dus toen het voorstel kwam om in 2019 in Amerika te spelen, sprong iedereen daarop. Het rumoer, de geur van de massa, dat doet ons allemaal opleven. Als dat niet zo was, waren we al lang gestopt. Dit is wat ik doe en wie ik ben. Geef me een publiek van 80.000 man en ik voel me thuis.»

HUMO Wijlen Lou Reed zei ooit dat het moeilijker was om te stoppen met sigaretten dan met heroïne. Akkoord?

Richards «Ja. Stoppen met heroïne is de hel, maar het is een korte hel. Sigaretten blijven altijd aanwezig, je doet het zonder nadenken. Je steekt er eentje op zonder dat je erbij stilstaat. Ik heb al vaak geprobeerd te stoppen, maar zonder succes. De laatste tijd ben ik er wel in geslaagd om stevig te minderen en ik blijf proberen. Omdat ik besef dat ik het niet nodig heb, het is een nutteloze gewoonte. Maar op je 75ste zijn die gewoontes natuurlijk nog moeilijk af te leren.»

HUMO En alcohol?

Richards «Daar ben ik ook grotendeels mee gestopt, zeker het sterkere spul. Ik drink wat wijn bij mijn eten en soms een Guinness of twee biertjes, maar voor de rest niets meer. Het is zoals met heroïne: de tijd van experimenteren is voorbij. (Pauzeert) Let wel, als we samen op café zouden gaan en je biedt me een whiskey aan, zou ik niet neen zeggen. Ik ben niet streng in de leer, het staat gewoon niet meer dagelijks op het menu.»

HUMO Tot slot: je bent al ruim dertig jaar samen met je vrouw, niet evident in de muziekwereld. Wat is het geheim van een lang en gelukkig huwelijk?

Richards «Er is geen geheim. Ik heb gewoon iemand gevonden die me kan verdragen. Daar loop je niet van weg (lacht).»



‘Talk Is Cheap Deluxe Edition’ komt uit op 29 maart.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234