'Persoonlijke hygiëne in den vreemde'Dwarskijker over 'Reizen Waes' en 'De klas'

Tom Waes is – even nadenken – een geschikte peer die niet kan stilzitten en daar dan maar zijn beroep van heeft gemaakt.


Reizen Waes

Eén – 30 januari – 1.642.526 kijkers

Tom Waes is – even nadenken – een geschikte peer die niet kan stilzitten en daar dan maar zijn beroep van heeft gemaakt. Hij bereist landen waar je niet meteen voor je plezier heengaat als je er niet geboren bent. In de seizoensopener van ‘Reizen Waes’ deed hij Sierra Leone in West-Afrika aan, een straatarm land dat de kwalijke gevolgen van ebola, de pandemie van 2014, te boven aan het komen is. Bij de toeristische dienst in Freetown waren ze opgetogen over zijn komst: ze ontvingen hem alsof hij de allereerste toerist in het ebolavrije Sierra Leone was, een symbolische figuur van heb ik jou daar – er hing hem een ruiterstandbeeld boven het hoofd.

Zijn gids Abdulai voerde hem mee naar een stadswijk die warempel Belgium heette, een chaotische marktplaats voor tweedehandsgoederen te midden van het Afrikaanse gewoel, een charivari dat in mijn ogen van een feller soort levenskracht getuigt dan het Europese stadsrumoer van zenuwlijders op weg naar een burn-out. Die spullen waren volgens een connaisseur allemaal van Belgische origine. Hij kon ons er nog meer over vertellen: de landsnaam ‘Belgium’ was in dit stadsdeel van Freetown synoniem met kwaliteit – er waren in heel Sierra Leone geen betere afgedankte bankstellen te vinden dan Belgische. Ik voelde de Brabançonne in me opwellen, maar ik bleef mijn nationale trots meester en keek onverstoorbaar voort. Noem het maar zelfbeheersing, mocht u vooralsnog om het juiste woord verlegen zitten.

Abdulai, die zich had voorgenomen van Sierra Leone nog voor zonsondergang een toeristische trekpleister te maken, bracht Tom Waes naar een oogverblindend wit zandstrand, waar de wereld gloednieuw en zo goed als onbetreden leek, zo’n uitzicht dat alleen maar door een mensenzee verpest kan worden. Nu, ik wens Sierra Leone van harte een bloeiende toeristische industrie toe, maar aan dat wondere zandstrand zou ik er, met een koel biertje bij de hand, wellicht iets te vaak aan denken dat 70 procent van de Sierra Leoners intussen onder de armoedegrens z’n kostje bij elkaar probeert te scharrelen. Was ik een Sierra Leoner, dan had ik, rekening houdend met de levensverwachting aldaar, al twee jaar dood moeten zijn.

De aanwezigheid van ‘Reizen Waes’ was in Sierra Leone kennelijk van staatsbelang, want niemand minder dan president Ernest Bai Koroma nodigde Tom Waes uit om een partijtje squash met hem te spelen. Abdulai wist dat zijn president sportief was. Dat hij zich op sandalen voortbewoog, zou een teken van eenvoud zijn. De president straalde op het eerste gezicht bonhomie uit; hij leek een minzaam man die naar eigen zeggen de opendeurpolitiek voorstond, maar wanneer ben je een goede president in een land waar 70 procent van de bevolking onder de armoedegrens leeft? Een goede verliezer was hij dan weer wel. Tom Waes versloeg hem bij het squashen en werd – wijlen Idi Amin Dada van Oeganda schoot me te binnen – niet aan de krokodillen overgeleverd.

Over krokodillen gesproken: de heuglijkste scène uit deze aflevering van ‘Reizen Waes’ speelde zich op het eiland Tiwai af, alweer een ongerept overblijfsel van het paradijs dat alleen maar door mensenhand bedorven kan worden. De avondschemering is er oogstrelend, ook als je ze op de televisie ziet. ’s Ochtends wilde Tom Waes, die de persoonlijke hygiëne ook in den vreemde ernstig neemt, zich in de rivier Moa baden. Aan een man die ook aan de oever stond, vroeg hij of dat, in verband met krokodillen, veilig was. ‘Geen probleem,’ zei die man, ‘er zitten heel veel krokodillen, dáár en dáár.’ Hij wees vaagweg in de verte. ‘Grote krokodillen?’ wilde Tom Waes weten. ‘Héél grote, van hier tot die kano daar, zo groot. Ze bijten. Er is maar één krokodil die naar deze oever zwemt,’ wist hij stellig. Waarna hij met kinderlijke bezieling over het kunstje vertelde dat die ene krokodil laatst een aap had geflikt: net toen de aap geschrokken opsprong had de krokodil, die uit de rivier tevoorschijn schoot, hem te grazen. ‘Maar waarom zitten dáár en dáár krokodillen,’ vroeg Tom Waes, ‘en hier niet?’ ‘Ze reizen heen en weer,’ zei de man droogweg. Maar baden was voor het overige geen probleem. Hoe opbeurend is het niet als zo’n man opgewekt ‘No problem!’ zegt. En waarom zou je in Afrika malen om die ene krokodil die weleens een opspringende aap uit de lucht hapt? Waarom zou je hoe dan ook malen in Afrika, waar de dood nog de meest voor de hand liggende schaduw van het leven is, en waar je aan de oever van de Moa, met een stuk afbreekbare zeep in de hand, de indruk kunt hebben dat de westerse logica z’n beste tijd gehad heeft? Een waarlijk authentieke scène, ’t is te zeggen: zoiets verzin je niet, al wou ik dat ik dat kon. Voor de rest is ‘Reizen Waes’ een mooi programma tout court, en zeer geschikt als antidotum tegen droefgeestige zondagavonden.

'Liefde zat in mijn schooltijd tussen de oren, ze zocht een uitweg en ging meestal onverrichter zake weer tussen de oren zitten'


De klas

Eén – 31 januari – 859.166 kijkers

Ik schiet aardig op in de verkeerde richting: het is intussen al bedroevend lang geleden dat ik diep in de provincie 16 was. Laatst keek ik naar ‘De klas’, een afgeleide van ‘De klas van Lukaku’, zou je kunnen zeggen als je dan toch je mond niet kunt houden. In dit programma van Woestijnvis spelen televisiepersoonlijkheden voor leraar, en intussen maakt het kijkerspubliek kennis met de generatie die de toekomst heeft, voor zolang als dat duurt. Een wellicht uitgelezen graai uit Generatie Z, jongens en meisjes van 16, kreeg in de eerste aflevering les over de veelkantige liefde, bij monde van omroepjournaliste Danira Boukhriss, een vieve ervaringsdeskundige. Ik kan me niet herinneren dat ik op school ooit een les in liefde heb gekregen, al staat er mij nog iets bij van een pratend confectiepak dat schimmige lichtbeelden vertoonde van de harde en de weke sjanker, gonorroe en sief in een vergevorderd stadium. ‘Moeten we dat allemaal oplopen voor het examen, meneer?’ is een vraag die ik toen vergat te stellen. Beter laat dan nooit. Het betreffende confectiepak was nooit in de mode geweest, zoveel is zeker, maar tijdloos kon je het ook niet noemen.

Ik ben een pessimist, een kleurrijke zwartkijker om precies te zijn, maar bij het zien van ‘De klas’ vatte er een tijdlang een soort vooruitgangsgeloof in me post: alle scholieren in die klas bleken met een zeker gemak uitgesproken meningen over de liefde te hebben, en wie de dwaaltuin van Eros nog niet had betreden en voorlopig genoeg aan z’n mama had, kwam daar ook eerlijk voor uit. Wie als holebi geboren was, sprak vrijelijk over de lokroep van zijn natuur, en zo hoort het ook, als ik een paar tellen lang in de mogelijkheid van een betere wereld geloof.

We hadden wel scharrels met wie we liefdeloos het tongzoenen oefenden, maar in mijn middelbareschooltijd was de liefde toch meer een schroomvallig particulier verlangen dan een comfortabel gespreksonderwerp. Het zat tussen de oren, zocht een uitweg en ging meestal onverrichter zake weer tussen de oren zitten. Wij, provinciaaltjes uit de klassieke humaniora, hadden begin jaren 70 op het schoolplein dan weer wel de mond vol van rock en revolutie. Mocht Danira Boukhriss zich in mijn middelbareschooltijd als liefdeslerares hebben aangemeld, dan had ze me ongetwijfeld een droomverschijning bij klaarlichte dag geleken, maar zo mooi werd het in die dagen nooit.

De klas van ‘De klas’ was vanzelfsprekend multicultureel. Dat betekent ook dat godsdienst er een grotere rol in speelde dan destijds in mijn klas. Joseph, een overtuigd christen uit Ghana, wist uit goede bron dat God man en vrouw niet had geschapen opdat ze het voor hun genoegen met leden van hun eigen geslacht zouden aanleggen. Maar hij haatte zijn homoseksuele klasgenoten niet. In een met een smartphone opgenomen filmpje, waarin we een glimp van zijn privéleven te zien kregen, zong hij bewogen over Jezus. Uit een vergelijkbare goede bron wist Leonardo dat zijn geloof, de islam, homoseksualiteit verbood, maar dat belette hem niet om respect te hebben voor holebi’s. ‘Het zou er godverdomme nog aan mankeren dat je ze haat of geen respect voor ze hebt,’ klonk ik ineens ouderwets humanistisch. Het was sterker dan mezelf. De holebi’s Line en Jonas gingen geen discussie met Joseph en Leonardo aan, die, met de Allerhoogste aan hun kant, vinden dat homoseksualiteit fout is. Hoewel ik de ware dynamiek van die klas in dit programma niet kon achterhalen – zijn er klieken? Eenzame wolven? – dacht ik dat ze het roerend met elkaar oneens waren, maar toch een leefbare samenhang vertoonden. Beter durf ik me de toekomst niet voor te stellen. De overgrote meerderheid van de klas wilde graag trouwen. Een jongen die als 16-jarige al zeven pogingen achter de rug had om een serieuze relatie aan te gaan, sprak: ‘Hoe mooi is het niet om te kunnen zeggen: ‘Ik ben al vijftig jaar getrouwd’?’ Kijk, zo’n gedachte is nooit in me opgekomen toen ik 16 was. Ik was er wellicht te jong voor.

Danira Boukhriss leek me een te gekke lerares, die haar persoonlijke ervaringen in de liefde met zwier in onderhoudende leerstof omzette, alsof ze geen schoolinspecteurs in confectiepak te duchten had. Dat Danira met de sensory homunculus kwam aanzetten, vond ik ook een pluspunt. Een bloot mannetje aan wiens lichaam je de belangrijkste erogene zones kon aflezen: hij heeft enorme handen, merkwaardig volle lippen, en – vreemd genoeg – een veeleer gemiddelde leuter. Jammer dat hij niet als hologram de klas binnenstapte. Ik was meteen reuzebenieuwd naar zijn vrouwelijk equivalent, dat ons onthouden werd. Veel ouder dan 16 ben ik in theorie nooit geworden, en in de barre praktijk neem ik me voor ook naar de volgende aflevering van ‘De klas’ te kijken.

Rudy Vandendaele

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234