Pesten op school, slachtoffers getuigen: 'Ik dacht dat er niks goeds was aan mij. Dat ik beter nooit geboren was'

Volgens een onderzoek van Pimento, expert in weerbaarheid en pestpreventie, werd 47 procent van de bevraagde jongeren al ooit gepest op school. Hoe ga je ermee om als leerkracht, medeleerling of gepeste? Humo sprak enkele jaren geleden met enkele slachtoffers. Lees hier hun relaas.

(Verschenen in Humo 3261 op 11 maart 2003)

'Er is geen enkele gedetineerde die zijn hele leven in de gevangenis zit,' zegt Lief, de moeder van Michiel, 'maar een gepest kind krijgt wel levenslang. Hoe goed hij straks ook uit zijn therapie komt, hij zal altijd over zijn schouder blijven kijken, en nooit meer iemand helemaal vertrouwen.'

Een tot vijf op de tien kinderen wordt gepest op school. Ongeveer de helft van de kinderen lijdt in stilte en wordt vaak depressief, ook zonder dat dat wordt opgemerkt. Vrienden melden het niet. Leraren zien het niet, en kinderen zeggen het hun ouders niet. Ze zijn niet goed in slecht nieuws brengen - ze willen hun ouders niet ongelukkig maken

Lief Delvou «Hij heeft het lang voor zichzelf willen houden. Tot wij zeiden: 'Dit is ons kind niet meer.' Hij was thuis onuitstaanbaar, snel geïrriteerd, onbeleefd tegen zijn zussen.

»Op het einde van het vierde leerjaar kreeg hij zware aanvallen van hyperventilatie, hij gaf constant over en had het bloedbeeld van een zwaar ondervoed kind: hij was op.

»Toen heeft hij alles verteld: hij mocht in de refter nooit bij de anderen aan de tafel zitten. Hij kreeg dreigmails: dat hij zijn mond moest houden en niet mocht gaan klikken. Wanneer dat hij nu eens ging vechten, want dat ze op 'm wachtten, of was hij soms niet stoer genoeg? Ze zeiden dat hij een moederskindje is, want dat zijn mama lekker thuis zit. Dat hij een strever is, en ijdel; dat hij niet deugt, dat hoe hard hij ook probeert hij toch niks goed kan.

»Het waren twee jongens die hem pestten, en de rest keek toe. Een bevriend echtpaar vroeg hun zoon voor hem op te komen, maar die zei: 'Mam, je weet niet hoe vreselijk het is. Ik ga dat nooit durven.' Dus terwijl Michiel gek gepest werd, keek de hele klas lijdzaam toe.

»Ik ben allemaal sites en boeken gaan raadplegen. En ik wil nu ook een Pesthuis oprichten, omdat ik heb gemerkt dat er behalve in Hasselt nergens echt plekken zijn waar je voor raad terechtkan. Het was bijvoorbeeld erg belangrijk voor mij dat ik las dat mijn kind er echt geen schuld aan had.

»In het begin zeiden wij ook: 'Komaan, verzet je daartegen.' Maar de macht van de groep is zo groot, een gepest kind kan daar niet tegenop.

»Het ergste was dat de leraar, telkens als we met hem gingen praten, zei dat Michiel de rotte appel was. 'Hij vraagt erom gepest te worden. Hij is altijd té goed in orde. Als er in de agenda staat, neem honderd frank mee, heeft hij ze de volgende dag al bij zich. Moeten er foto's van vlinders zijn, komt hij daar onmiddellijk mee aan.' Dan zei ik: 'Dat is toch wat je je kind in de opvoeding meegeeft?' Maar volgens hem vroeg Michiel daarmee dus om moeilijkheden.

»Tja. Als er een meisje met haar voet in het gips zit net voor een baskettoernooi koopt hij inderdaad een get well-kaartje voor haar. Dat is toch mooi? Maar de klas noemt hem dan een mietje en een seut. Of ze zeggen: je wilt zeker opvallen!

»Zelfs al doet hij een beetje anders, dan nog geeft dat niemand het recht hem te pesten.»

HUMO Ging het voor het vierde leerjaar wél allemaal goed?

Lief «Absoluut. Het enige wat hij altijd heeft gehad, is dat hij bij het spelen in een groep tussendoor ook graag even alleen was. Er was altijd een moment dat hij zich wou terugtrekken, alsof hij even niet wist wat hij met die vriendschap aan moest. Maar daarna speelde hij wel weer verder.»

HUMO Hij zit nu op de middelbare school. Gaat het beter?

Lief «Een tijdje ging het wel, maar nu zijn er weer problemen. Het is alsof er een vlies om hem heen zit van: ik ben gepest. Vorige maand is Michiel door drie jongens in elkaar geslagen en met een hersenschudding naar het ziekenhuis gebracht.

»Ik ben toen naar de directeur van de school gegaan, en weet je wat hij me zei?: 'De ergste pester zit hier nu niet meer op school, maar kennelijk zijn er toch nog jongens die op zijn kop willen kloppen.' Toen dacht ik: ja, dankzij de scholen. De scholen hebben van mijn kind een slachtoffer gemaakt. Iedereen die maar iets van zijn pestverleden weet, denkt: 'Uit de buurt blijven!' Of: 'Als ik zin heb om me af te reageren, dan nemen we hém wel. Sla er maar op.'

»Hij zit nu ook weer in therapie, en daar is uitgekomen dat hij zelf denkt dat het aan hem ligt. Vreselijk vond ik dat. We hebben hem zo vaak gezegd hoe oké hij is, en dat het niet aan hem ligt. Maar hij denkt nog steeds: 'Als ik nu toch maar beter mijn best doe, als ik maar heel sociaal ben, dan zal het niet meer gebeuren.'

»Hij droomt ervan basketballer te worden of toneelspeler, maar als je vraagt wat hij echt wil, zegt hij: erbij horen.»


Populair bij de meisjes

Michiel komt binnen met een vriend die zijn moeder zijn beschermengel noemt. Michiel kijkt naar de grond:

Michiel «De meeste jongens durven niet bevriend met mij te zijn.»

Beschermengel «Ik ben daar ook wel bang voor geweest, en soms ben ik nog steeds bang als ik het zie gebeuren. Maar mijn moeder is ook gepest. Ik weet hoe erg het is, en durf nu wel tegen de pesters te zeggen dat ze moeten ophouden. Het zijn allebei jongens van wie de ouders gescheiden zijn. Ze hebben het daar moeilijk mee.»

HUMO Snap je waarom ze Michiel pesten?

Beschermengel «Misschien dat hij af en toe stoer probeert over te komen, en dat anderen dat interpreteren als: 'Wat een zot,' gewoon omdat ze het verkeerd zien.»

HUMO Je wil wel deel uitmaken van de klas, maar je wil niet het gevoel hebben dat het ten koste gaat van jezelf?

Michiel «Ja. Ik wil er niet voor veranderen.»

Beschermengel «Dat is toch ook zijn recht? Ze begrijpen niet wat voor een toffe gast hij is. De meisjes zeggen dat ook allemaal.»

Michiel «Spijtig genoeg, ja.»

HUMO Is dat ook waarom ze je pesten, denk je?

Michiel «Misschien wel, ja.»

HUMO Ziet geen enkele leerkracht wat er werkelijk gebeurt?

Lief «Op de basisschool hebben ze uiteindelijk toegegeven dat ze de klasgroep verkeerd hadden beoordeeld, en hebben ze gevraagd: 'Hoe kunnen we het goed maken?' maar die schade is aangericht. Michiel heeft helemaal geen vertrouwen meer, ook niet in volwassenen. Weet je wat het eerste is dat hij straks zal vragen: 'Wat denk je? geloofde ze je?'»


Een trekpoppetje

Sien Van Overloop heeft in 'Huisje Weltevree' al menig ouder op zijn plaats gezet. Geen mens die vermoedt dat zij kort geleden op school nog slachtoffer was van hevige pestpartijen.

HUMO Als ik je zo bezig zie in 'Huisje Weltevree' lijk je toch uitstekend in je vel te zitten, Sien?

Sien Van Overloop «Ja. Ik ben nu echt wel Sien geworden. Maar ik ga nog altijd naar mijn psycholoog, hoor. En nu het op tv over mij gaat, ga ik al die scheldwoorden van toen niet herhalen. Ik wil ze niet meer horen. Ik ben bang voor die mensen die het straks als ze me zien leuk zullen vinden die woorden nog 's te gebruiken. Ik heb daar geen zin in. Ik krijg dan weer dat gevoel van toen: dat ik daar alleen op die bank zat, en vijf meisjes tegelijk tegen me te keer gingen.»

HUMO Had het gescheld met je bril te maken?

Sien «Onder andere. Al denk ik eigenlijk vooral dat ik niet werd aanvaard omdat ik nooit meeliep, koppig was en altijd al Sien wou blijven.

»Natuurlijk, die brillenglazen waren echt wel enorm. Ze konden die vroeger nog niet zo fijn slijpen als nu. Maar ik was blij dat ik kon zien, en in het eerste en tweede leerjaar zei niemand er iets over. Misschien waren we toen allemaal nog brave kindjes; nog niet oud genoeg om ruzie te maken.

»In het derde leerjaar is het begonnen. Er was een meisje met wie ik ook daarvoor al niet goed kon opschieten. Zij was opeens een soort leider, en als zij ruzie met mij had was de hele klas tegen mij. Er was nooit een duidelijke aanleiding. De ene dag mocht ik wel meedoen, terwijl ze me de volgende dag weer allemaal negeerden. Dat vond ik het allerergste: dat ik zo afhankelijk was van hun willekeur, en me echt een trekpoppetje voelde.

»Als ik dan weer eens mee tikkertje mocht spelen gingen ze nooit achter mij aan. Of ze zeiden dat het niet telde als ik iemand aftikte. In de rij wilde er nooit iemand achter mij staan, alsof ik iets besmettelijks had.

»Ik heb alles uitgeprobeerd, maar als ik niet reageerde vonden ze het leuk, als ik kwaad werd ook, en als ik niet kwaad werd ook. Ik snapte ook nooit waarom ze opeens weer om mij heen kwamen staan en begonnen te schelden, en me soms ook keihard schopten.»

HUMO Schopte je nooit terug?

Sien «Neen, daar heb ik het karakter niet voor. Nog steeds niet. Ze zeggen dat gepeste kinderen vaak pesters worden, maar ik zou dat echt nooit kunnen.»

HUMO Wat was die pester, de leidster van de klas, voor iemand?

Sien «Zij was heel dominant. Ik denk dat heel veel kinderen zich naar haar richtten uit angst gepest te worden. Ik deed dat niet. Daardoor was ik een makkelijke prooi: ik ging niet meteen zoals iedereen een gsm kopen, wij kopen ook nooit merkkleren. Ik weet nog dat toen 'Jurassic Park' in was, ik de enige was die geen plakboekskes en stickers had en niet naar de film ging. Ik ging niet mee in de ideeën van iedereen, maar hield er mijn eigen opinies op na. Mijn psycholoog zegt: 'Dat is een mooie karaktereigenschap, je blijft wie je bent,' maar dat maakt 't niet altijd gemakkelijk.

»Als ze iemand anders pestte, deed ik ook nooit mee, en ging ik altijd bij het gepeste kind zitten. Ik vond dat onrechtvaardig.

»Later, toen die asielzoekster Semira op het vliegtuig met dat kussen werd gedood, heb ik gezegd hoe onjuist ik dat vond. Ik verdedigde mijn vader altijd als hij op tv kwam, zoals die keer toen die jongen hier aan de Dampoort werd doodgeschoten. Mijn vader kwam op tv omdat hij bij De Sikkel werkt. Hij is daar advocaat. Hij heeft ervoor gekozen voor het minimumloon te werken

»Ik heb veel bewondering voor mijn vader. Zoals je ziet wonen we hier in een piepkleine sociale woning, terwijl we zoals veel van de andere advocaten- en dokterskinderen vroeger bij mij op school in een villa met een zwembad konden wonen.»

HUMO Heb je je ouders nooit verweten dat jij geen zwembad had?

Sien «Ik heb me alleen afgevraagd: 'Waarom ik niet?' Maar nu snap ik dat, en kan ik alleen maar bewondering voor die keuze hebben. Ik zal ook zeker de normen en waarden behouden die ik heb meegekregen.

»Ik zou echt geen villa willen. Mijn kamertje is piepklein en we zitten hier op elkaars lip, maar het is zó gezellig. Als je thuis zoveel luxe hebt, kom je volgens mij, ook nooit meer buiten. Als ik wil zwemmen ga ik wel naar de Blaarmeersen. In je zwembad in de tuin kun je wel vrienden uitnodigen, maar het zijn altijd mensen die je al kent. Je zal er nooit een schone jongen tegenkomen (lacht)

HUMO Maar jij had op school helemaal geen vriendinnen.

Sien «Neen. In dat derde en vierde leerjaar was het echt heel erg. Een van de meisjes die toen meepestten, was voordien een goeie vriendin. Ik ben haar op aandringen van mijn ouders altijd blijven bellen, en nu is ze opnieuw mijn vriendin. Ik heb 't haar vergeven. Haar ouders waren in het derde aan het scheiden. Ze zat in de knoop met zichzelf, en durfde niet ook nog eens voor mij op te komen.»


Boos op de school

HUMO Grepen de leraren nooit in?

Sien «In het begin niet. Dat vond ik ook zo erg. Dan ging ik hun vertellen wat ze allemaal met me deden, maar zei de leerkracht niks tegen de pesters, waardoor ze helemáál vrij spel kregen en mij nog harder konden uitlachen: 'Stomme verklikker, de leraar gelooft je toch niet!'

»'Je moet dat laten passeren,' zeiden de leerkrachten altijd. 'Het is een periode. Je moet je er niks van aantrekken.' Maar hoe kan je je dat nu niet aantrekken als ze met z'n vijven om je heen staan te schelden en te schoppen!? Als je constant wordt gewezen op het feit dat je abnormaal bent en niks waard bent!? 'Je moet dat relativeren,' zeiden ze. Maar ik begin nu pas door te krijgen hoe je dat doet: iets relativeren. Een kind van negen begrijpt dat niet.»

HUMO Je bent boos op de school?

Sien «Meer dan op de pesters, ja. Ik zou tegen elke leraar willen zeggen: 'Als een kind zegt dat het wordt gepest, neem het alstublieft serieus en zeg niet: het zal wel overgaan.' Want dat komt vreselijk hard aan. Ik geloof ook niet dat geen enkele leerkracht iets gezien heeft voor ik naar hen toestapte. Ik heb echt het gevoel dat ze zich er gemakkelijk van afmaakten.»

HUMO Heb je het thuis verteld?

Sien «Neen. Ik heb heel lang niks gezegd. Ik raad elk kind dat gepest wordt aan wel meteen iets te zeggen, maar ik schaamde me zo. Ik slikte alles in omdat ik mijn ouders niet wilde lastigvallen. Zij zagen natuurlijk wel dat het niet goed met me ging. Ik was constant moe, ging niet meer graag naar school. Ik werd lastig thuis. Als ze me vroegen iets te doen werd ik meteen kwaad. Ik huilde veel, raakte snel in paniek en was dikwijls aan het hyperventileren.

»Ik voelde me zó slecht. Ik dacht dat er aan mij niks goeds was, dat ik alleen maar iedereen tot last was, dat ik er misschien zelfs beter niet was geweest. Iedereen denkt dat wel in z'n puberteit maar tegen mij zei de hele klas elke dag dat ik waardeloos en abnormaal was. Blijf jezelf dan maar eens voorhouden: ik ben wél goed. Neen, op de duur ging ik die pesters toch geloven.

»Mijn ouders zijn vragen beginnen te stellen, en beetje bij beetje is het eruit gekomen. Ze zeiden dat ik met de leraren moest praten, maar ik wist toen al die mij toch niet geloofden. Dat merkten mijn ouders op school zelf ook. Uiteindelijk is er pas echt ingegrepen toen ze naar de directeur zijn gestapt. Die heeft met de pester gepraat: de pester en ik hebben elkaar een hand moeten geven en de directeur heeft gezegd dat als er weer iets gebeurde, ik het direct moest komen vertellen.

»Maar op de middelbare school ging het weer mis. Daar werd ik niet uitgescholden, maar wel door iedereen uitgesloten. Niemand ging met mij om.

»Ik wist met mezelf geen blijf, en mijn ouders werden radeloos. Ze stuurden me naar een psycholoog. Ik wou daar niet heen; ik vond niet dat ik een probleem had. Maar een jaar later heb ik zelf gevraagd of ik in therapie mocht. Door al dat gepest had mijn zelfvertrouwen een enorme deuk gekregen. Omdat niemand mij aanvaardde kon ik mezelf ook niet aanvaarden. Ik vond dat ik niks kon, dat ik niet goed was.»


Pieken en dalen

HUMO Dacht je dat je het gepest zelf uitlokte?

Sien «Op de basisschool niet, maar in het middelbaar dacht ik op den duur: 'Het ligt aan mij. Ik kan niet omgaan met mensen.' Ik had ook al zo lang geen echte vriendinnen gehad om dat te mee te kunnen oefenen. Ik voelde: 'Ik wil zo graag aandacht maar ik krijg ze niet. Ik vraag ze op de verkeerde manier en ik weet niet hoe het wel moet.' Ik was ofwel veel te uitbundig - extreem, hyperactief: niet stil zitten, lawaai maken, aandacht vragen door dingen te zeggen of te roepen door de klas - óf ik zat te huilen. Dan was ik langzaam in paniek geraakt, want alles liep altijd mis: ik kon niet met mensen omgaan, en voor anderen was het ook heel moeilijk met iemand om te gaan met een karakter als ik.

»De psycholoog was een hele goeie, maar ze is er toch een hele tijd mee bezig geweest om mij te laten inzien wat ik allemaal wél kan. Ik wilde dat niet horen. Ik zat te vast in die cirkel van: ik ben slecht en ik kan niets. Ze ging natuurlijk ook op zoek naar de oorzaak van mijn probleem, en dan kwamen we altijd bij dat pesten uit. Dat was heel pijnlijk voor mij. Nu nog altijd.

»Ik had ook helemaal geen fut meer. Ik heb heel eventjes antidepressiva genomen. Maar goed begeleid, hè: ik wist dat die pillen mijn probleem niet zouden oplossen, dat ze me alleen over een dood punt heen zouden helpen. Stilletjesaan ben ik mezelf beginnen te aanvaarden, ben ik weer steeds meer beginnen te dóén. Ik durfde op en geven moment niet meer naar de winkel te gaan. Ik ging nooit uit. Naar school wilde ik alleen nog met de bus, omdat mijn broer dan bij me was. Ik was en ben eigenlijk nog steeds wel bang voor mensen: bang om aangekeken te worden of opmerkingen te krijgen.

»Ja, dat pesten heeft echt veel invloed op me gehad. Stel je maar eens voor dat ze jaren lang tegen je zeggen dat je slecht bent. Het heeft lang geduurd voordat ik mezelf kon aanvaarden.»

HUMO Je zit nu op de kunstacademie.

Sien «Ja. Ik doe woordkunst en drama. Op mijn vorige school ging het echt niet meer. Ik bleef hyperventileren en in paniek raken. Die mensen hadden me echt in mijn slechtste periode gekend, en ze blijven je toch bekijken. Ik wilde naar een plek waar niemand iets van vroeger wist.

»Op mijn nieuwe school vinden ze me nog altijd heel actief, en ik hoor nog steeds: 'Sie-ien! Rustig!' Ik had het hier in het begin ook best moeilijk. Op zo'n kunstschool heerst gelukkig wel geen kuddegeest maar er zitten toch allemaal eigen persoonlijkheden, en ja, mijn persoonlijkheid had een knauw gehad en stond nog niet helemaal op zijn poten. Ik liet veel op mijn kop zitten. Iedereen pest iedereen hier ook weleens, maar ik nam elke opmerking altijd heel persoonlijk op.»

HUMO En dan moest je nog op een podium gaan staan ook?

Sien «Terwijl ik dat helemaal niet durfde. Mijn psychologe zei ook: 'Je gaat het jezelf niet makkelijk maken.' Maar ik wilde mezelf op de proef stellen, om mezelf te leren kennen. Het is een juiste keuze geweest. Ik heb heel veel geleerd en durf nu uit te komen voor wie ik ben. Ik ben er zelfs trots op.»


Brillen en overgewicht

Maurits Wysmans is docent aan de Sociale Hogeschool in Leuven, en verdiept zich in Centrum voor Leerlingenbegeleiding in Hasselt al vijftien jaar in pestgedrag op scholen. Hij concentreert zich vooral op de vraag hoe een leraar gepest moet aanpakken om onherroepelijke schade te voorkomen.

HUMO Michiel ziet er goed uit en is populair bij de meisjes. Sien heeft wel een bril, maar werd vooral gepest omdat ze anders was. Is dat de aanleiding: anders zijn?

Maurits Wysmans «Eigenlijk is het gevaarlijk een robotfoto van Het Gepeste Kind te tekenen. Zo'n kind dat gepest wordt denkt zoal dat het zijn eigen schuld is, en dat is het niet. Dat moet heel duidelijk zijn.

»Maar er zijn wel kenmerken die we vaak bij gepeste kinderen terugvinden. En dan heb ik het niet over rood haar, brillen en overgewicht. Er lopen evenveel kinderen met rood haar en overgewicht rond die niet gepest worden. Fysieke kenmerken zijn hoogstens een aanleiding, nooit een oorzaak.

»Het gaat meestal wel om in meer of mindere mate bijzondere kinderen.»

HUMO Het lijkt wel of ze een sterk rechtvaardigheidsgevoel hebben, waardoor ze dingen niet makkelijk over zich heen laten gaan.

Wysmans «Hm, ja. Zoals ik het zie, zijn ze inderdaad vaak extreem aangepast. Een ouder zei me eens: 'Mijn zoon is toch heel assertief! Als andere kinderen op de speelplaats een papiertje laten vallen, zegt hij dat ze dat moeten oprapen.' Ik herinner me ook een moeder die zei: 'Ze kan zich toch goed weren, want als ze iets niet begrijpt, steekt ze meteen haar vinger op en vraagt het aan de leraar.' Die leraar vertelde me: 'Zelfs als ik zeg: 'Trek een lijn,' vraagt ze meteen: 'Meneer mag dat ook in het groen?' Begrijp je, dat gedrag is overaangepast. Ze blijven graag binnen de lijntjes, en dat is nu net wat een puber meestal helemaal níét doet. Ik vraag ook altijd aan die ouders: 'Wat denk je dat de andere kinderen daarvan denken?' Die vinden hun ouders en leerkrachten ouderwets. Dat hoort ook zo in die ontwikkelingsfase. De puber heeft als ontwikkelingsopdracht zich los te maken van thuis, en aansluiting te vinden bij zijn leeftijdsgenoten.»

HUMO Ze worden inderdaad vaak mama's kindjes genoemd.

Wysmans «Ja. Ze volgen de codes van de volwassene en niet de codes van de jongeren. Terwijl de jongeren daar juist zoveel belang aan hechten omdat ze zichzelf net aan het ontdekken zijn.

»De piek van het pesten valt niet voor niets tussen tien en veertien jaar. De puberteit is een grote evenwichtsoefening. Een kind balanceert constant tussen: 'In welke mate zoek ik aansluiting bij de groep, en in welke mate blijf ik een individu en hou vast aan mijn eigenheid?' Gepeste kinderen hebben het meestal moeilijk daarin een goed evenwicht te vinden.»

HUMO Sien zei ook: 'Ik vroeg aandacht, maar ik deed het op een of andere manier verkeerd.'

Wysmans «Ja. Alle pubers zoeken hun portie aandacht in de groep. Ze doen hun uiterste best om graag gezien te worden en zich aan te sluiten. Alleen: de gepeste kinderen doen het op een manier die zichtbaar wordt voor andere kinderen. Door bijvoorbeeld te zeggen dat ze gevallen papiertjes op moeten rapen. Ze gaan zo op in hun eigen gewetensfunctie, dat de groep het niet pikt. En helaas; hoe harder ze gaan proberen, hoe meer ze worden afgestoten.

»Op de een of andere manier slaagt hun antenne er niet goed in de codes van de groep te decoderen. Ze voelen niet goed aan wat de groep denkt en doet. Daarom hebben ze ook altijd het gevoel: ik doe zo mijn best maar het lukt maar niet. Veel volwassen hebben daar ook nog problemen mee, hoor. Stel je collega's staan koffie te drinken en jij komt eraan. Hoe voeg je je dan in? Als je meteen het hoge woord neemt, zal de groep raar opkijken. Dus als iemand zijn vakantieverhaal vertelt, ga je daar niet overheen met: 'Ja, maar ik ben in Canada geweest en...' Als je op een afstandje blijft staan kijken en niet participeert, vindt de groep je ook vreemd. Het komt erop neer bijvoorbeeld op het juiste moment een belangstellende vraag te stellen.

»Het beste zou zijn als het probleem vroeg gesignaleerd wordt, want je kan kinderen makkelijk helpen met dat invoeggedrag.»


De middengroep

HUMO Het vriendje van Michiel zei ook: Michiel probeert soms stoer over te komen, en anderen interpreteren dat verkeerd.

Wysmans «Ja, je hebt twee groepen pestslachtoffers: een kleine groep timide, wat bangere kinderen die aarzelen om in de groep te komen, en een veel grotere groep kinderen van wie de leraar zegt: 'Hij wordt gepest, dat klopt, maar zelf is hij ook lastig.' Voor die kinderen is de leraar vaak ook het minst bereid tussenbeide te komen. Dat zijn ook de kinderen van wie de leraar zegt: hij lokt het uit. Dat is misschien waar, maar ze doen dat zeker niet bewust, en zeker niet gewild. Net daarom heeft dat kind hulp nodig.»

HUMO Hoe kan je hem/haar helpen?

Wysmans «Men zegt vaak. 'Doe ze op assertiviteitstraining.' Maar dat werkt alleen maar bij één-op-één-relaties. Er bestaan geen technieken om je als individu tegen een hele groep te weren.

»Allereerst moet de leraar in de klas een klimaat scheppen waarin iedereen heel duidelijk het recht heeft wat anders te zijn, zich wat anders te gedragen, en tóch lid uit te maken van de groep. Als er in de klas de eerste dag iemand stottert en er wordt gegniffeld, zou de leraar heel duidelijk moeten stellen: 'Dit gedrag laat ik niet toe.' We moeten af van het idee dat alles van de jongeren zelf moet komen. Zolang ze niet volwassen zijn, hebben ze echt nog richtlijnen nodig. Ze vragen daar soms zelf om.

»De leraar moet er ook voor waken dat een kind zich niet láát uitsluiten door zijn gedrag. Als het kind bijvoorbeeld vaak vragen stelt, is de verleiding voor een leraar groot om daar steeds op in te gaan, want het zijn vaak gemotiveerde leerlingen. Maar hij moet dat niet doen. Het is beter iets te zeggen als: 'Maak je geen zorgen, ik ga daar morgen wel op in.'

»Verder moet je de gepeste kinderen met hun gedrag helpen. Niet zeggen: 'Hou op met die vinger opsteken, 'want dan stoppen ze daar misschien mee, maar komt er weer ander uitzonderingsgedrag in de plaats.

»Ik leer ze naar anderen te kijken, want iedereen leert op die leeftijd het meest door imitatie. Ik vraag hun altijd: 'Wie zou je willen dat jouw vriend of vriendin is?' En dan zeg ik: 'Kijk deze week eens goed naar hen, zitten zij ook zo vaak met hun vinger in de lucht? Zeggen ze ook tegen anderen dat ze papiertjes moet opraken. Of houden ze zich meer gedeisd? Hoe vaak versturen ze een sms?' Gepeste kinderen klagen soms: 'Ik krijg van niemand een sms,' maar ze sturen er zelf bijna nooit een. Je krijgt van een groep pas als je er ook in investeert.»

HUMO Heeft De Pester niet ook hulp nodig?

Wysmans «Absoluut. Zijn probleem is eigenlijk gelijkaardig. Hij weet ook niet goed hoe hij zich in een groep moet opstellen. Het zijn vaak dominante kinderen, met een sterke behoefte aan aandacht en een duidelijke plek in de groep. Vaak adoreren ze ook geweld. Ze kiezen ervoor stresssituaties te bekampen met agressie. Dat wordt meestal ook wat gevoed vanuit het gezin. Als je vraagt: 'Wat moet je kind doen als het wordt aangevallen,' zeggen ze snel: 'Terugslaan!'

»De schaduwzijde van agressie is vaak angst. Ouders zeggen vaak iets als: 'Ja, hij pest, hij is ook agressief tegen zijn jongere broer, maar ik moet 's nachts wel het licht aanlaten, of hij durft niet naar het toilet.'»

HUMO Het geweld gaat soms echt heel ver, tot hersenschuddingen toe.

Wysmans «Ja. Dat heeft te maken met de onverzadigbare drag naar applaus van de groep: durf je nóg verder te gaan? 'Waarom grijpt de groep niet in?' vraag je dan af. Dat is uit angst, maar ook vooral omdat ze zich nog onvoldoende kunnen voorstellen wat ze aanrichten. Daarom zijn kinderen vaak zo wreed. Ze zitten nog in een ontwikkelingsfase, en dat inleven in gedachten en gevoelens van anderen functioneert bij hen nog niet goed.

»We hebben het trouwens veel te weinig over de belangrijkste factor: de middengroep. De groep supporters. Pesten blijft altijd bestaan dankzij het applaus van de omgeving. Als dat applaus wegvalt, wordt er niet meer gepest. Vooral op die groep moet een leraar bij pestsituaties inwerken.»

HUMO Maar de gepeste kinderen zijn vooral boos omdat die leraren hen niet geloven en niets doen.

Wysmans «Ja. Dat is volgens mij ook het belangrijkste punt om aan te werken: leerkrachten technieken leren om goed naar kinderen te kijken en te luisteren. Ze moeten de verhalen van kinderen serieus nemen. Ze moeten leren zulke zaken in de klas te bespreken. Veel leraren zetten liever een video op en zeggen daarna: 'Zo jullie hebben het nu begrepen.' Ze voelen zich veilig als ze hun wiskundeles geven, maar hebben niet geleerd over gevoelens te praten. Ze zijn bang dat er iets losbarst waarvan je niet weet hoe het verder gaat lopen. Ze zijn bang dat die emoties niet naar duidelijke afspraken kunnen kanaliseren.

»Ze moeten durven een klas even te laten ontploffen en er dan het deksel op te zetten met een conclusie als: 'Zo jullie hebben hier kennelijk allemaal last van.' En dan het touw in handen nemen. Het belangrijkste is dat de leraar duidelijk de regel instelt dat hij het pestgedrag niet toestaat. Dan moet je de middengroep inschakelen en hun vragen die regel te bewaken, en duidelijk afspreken dat het melden van pesten geen klikken is. De pester moet aangepakt worden, maar alleen vanwege zijn gedrag. Je laat duidelijk blijken dat hij wat hij zijn klasgenoot heeft aangedaan goed moet maken, maar dat je verder nog wel met hem door wil.

»Ik hoop ook dat leraren echt opletten wat er op de speelplaatsen gebeurt. Ik heb eens een opnames gemaakt met een verborgen camera en die aan leraren getoond: een kind werd duidelijk gejend en geschopt; een meter verder stond er een leraar en hij had niks gezien. Je mag de speelplaats niet aan de jongeren overlaten. Dan worden het sociale jungles waar De Pester heerst.»

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234