Peter Buwalda: 'Ik heb tijdens het schrijven soms gedacht: 'Je kunt het niet meer, jongen''

Peter Buwalda (47) is tegelijk rustig – want net terug van zijn eerste vakantie sinds twee jaar – en gepast zenuwachtig. Zijn beroezende, bejubelde en bekroonde debuutroman ‘Bonita Avenue’ verkocht meer dan een half miljoen exemplaren in 20 verschillende talen, maar het heeft de schrijver achtenhalf jaar gekost om eindelijk een opvolger klaar te hebben: ‘Otmars zonen’, het eerste deel van een trilogie.


Humo trakteert! Download gratis 'Otmars zonen' ☞

Je bent de allereerste met wie ik over mijn nieuwe boek praat,’ zo verklaart de schrijver zijn zenuwachtigheid.

Peter Buwalda «Of toch de eerste die niet mee in het complot zit. Ik heb het er natuurlijk wél over gehad met mijn uitgever, mijn vriendin en mijn broer, maar dat is anders. Hen kan je op dat vlak niet vertrouwen. Ze zijn zich er te goed van bewust dat als ze me zeggen dat ze mijn boek klote vinden, de grond voorgoed onder mijn voeten wegzakt.»

Buwalda ontvangt ons in de woonkamer van zijn huis in het rustige Tuindorp Oostzaan. Die Amsterdamse buitenwijk heeft meer weg van Bokrijk dan van de bruisende wereldstad waar ze tegenaan leunt.

Buwalda «Het is een beetje toeval dat ik hier woon. De kinderen van mijn vorige vriendin zaten hier in de buurt op school, en toen heb ik dit huis gekocht. Maar het komt mij niet slecht uit. Ik speel om vijf uur ’s nachts weleens loeihard muziek, en niemand heeft iets in de gaten. (Wijst naar het open graspleintje voor zijn deur) De geluidsgolven doven uit op dat veldje.

»Ook goed aan deze omgeving: het is ver van alles. De verleiding om uit te gaan en niet te schrijven is dus klein.»

HUMO Maar toch groot genoeg. Er zijn achtenhalf jaar voorbijgegaan sinds de publicatie van ‘Bonita Avenue’: dat tikt aan.

Buwalda «Het lijkt alsof ik traag gewerkt heb, maar ik ben net actiever geweest dan toen ik ‘Bonita Avenue’ schreef. Ik heb op dit moment ongeveer duizend pagina’s klaar. De zeshonderd van ‘Otmars zonen’, en alweer vierhonderd voor mijn volgende boek. Als je het een beetje ruim zet, kun je daar víér volwassen romans uithalen. Dat is niet niets.

»Voor mij zijn die acht jaar echt omgevlógen, maar natuurlijk zit ik me ook weleens af te vragen wat andere mensen op zo’n tijd produceren. Pop- en jazzmuzikanten, bijvoorbeeld. Op acht jaar is de hele Beatles-catalogus opgenomen: het voelt héél slecht als je dat ineens beseft. En toch heb ik sinds ‘Bonita Avenue’ nooit lopen klooien of zo. Nooit gelummeld, nooit liggen niksen.»

'Er is niets autobiografisch aan 'Otmars zonen'. Er moet me niets van het hart, ik heb niets te verwerken.'

HUMO Wanneer ben je eraan begonnen?

Buwalda «De eerste zin stond al in 2010 op papier. Toen dacht ik nog: als ik zo lekker doorga, heb ik over drie jaar een nieuw boek. Omdat ‘Bonita Avenue’ aanvankelijk niet echt een succes leek te gaan worden, was dat nog haalbaar: ik had veel tijd om te schrijven. Maar toen werd het ineens toch nog wat met mijn debuut, en dat heeft veel veranderd. Voor veel afleiding gezorgd. In de periode tussen 2011 en 2013 heb ik wel tweehonderd keer opgetreden. Toen het boek vervolgens vertaald werd, vroeg elk land of ik ook eens kon langskomen. Dat heb ik een paar keer gedaan, daarna ben ik ermee opgehouden.»

HUMO ‘Succes maakt ook lui,’ zei je al in 2012.

Buwalda (schudt het hoofd) «Ik heb altijd wel doorgewerkt, of dat op zijn minst geprobeerd. Er kwam alleen vaak wat tussen: mijn liefdesleven was een tijdje onrustig, en daar kwamen dan ook weer verhuizingen en toestanden van. Pas vanaf 2014 is de vaart er echt in gekomen.»

HUMO Tijdens het schrijven van ‘Bonita Avenue’ ging je leven lijden onder de kunst. Je zag je vrienden amper, je toenmalige relatie liep bijna op de klippen en je daagde ook nog eens te laat op voor de begrafenis van je opa. Hoe was het deze keer?

Buwalda «Nog een stuk erger. Vooral de laatste twee jaar waren krankzinnig. Dat meen ik echt. Eigenlijk heb ik mijn boek te vroeg aangeboden bij de uitgeverij: ik had veel meer tijd nodig om alle losse eindjes aan elkaar te knopen dan ik had gedacht. Twee jaar lang heb ik elke dag achttien uur aan het boek gewerkt. Elke! Dag!»

HUMO Om gek van te worden.

Buwalda «Nou, ik bén ook bijna gek geworden. (Bedenkt zich) Nee, het is me iets te koket om dat over mezelf te zeggen in een interview. Maar het klopt wel. Ik heb me ook een tijdlang zorgen gemaakt over mijn gezondheid. Ik had echt heel weinig beweging. Er gingen soms weken voorbij zonder dat ik buiten kwam. Letterlijk. Jet, mijn vriendin, is gelukkig vaak thuis – mijn relatie heeft er dus niet echt onder geleden. Maar gezellig is het niet.

»Binnenkort is er een presentatie waarop ik mijn nieuwe boek officieel voorstel. Ik heb daar een heleboel mensen voor uitgenodigd – collega’s en vrienden en zo – en ik kan eigenlijk alleen maar hopen dat ze zullen komen. Ik ben de afgelopen jaren in elk geval nooit naar hún dingetjes en verjaardagsfeestjes gegaan. Ik kwam nergens meer.»

HUMO Vermoedelijk is je omgeving het intussen gewend.

Buwalda «Er komt nu wel een periode aan waarin ik me anders hoop te gedragen. Ik ben helemaal niet vies van mensen of leuke dingen of zo. Alleen is dat zelfopgelegde isolement blijkbaar nodig, anders krijg ik het niet voor elkaar.»

HUMO Eén van de drijfveren om ‘Bonita Avenue’ te schrijven, was wraak. Je was boos op mensen die geen grootse toekomst in jou hadden gezien. Wat stuwde je deze keer vooruit?

Buwalda «Ik heb een heel nieuwe motivatie moeten vinden, en dat was best pittig. Vorige keer dacht iedereen dat ik het niet zou kunnen, een goed boek schrijven. Toen was de motivatie dus: ik zal het hun eens laten zien! Nú denkt iedereen het tegenovergestelde: ‘Dat klusje klaart hij wel eventjes.’ Ik moet zeggen: die eerste situatie gaf meer drive (lachje).

»Wat ook meespeelt: toen ik ‘Bonita Avenue’ schreef, had ik geen geld. Echt: totaal geen geld. Het was dus ontzettend belangrijk dat het zou lukken met ‘Bonita Avenue’, anders zou ik in een financiële afgrond getuimeld zijn. Ook die prikkel heb ik nu niet meer: intussen ben ik loaded en is de noodzaak om een succesvol boek te schrijven een stuk kleiner.»

HUMO Was het al snel duidelijk dat je aan een trilogie bezig was?

Buwalda «Nee. Ik wou eerst gewoon één boek maken. Maar het verhaal begon almaar groter te worden. 700 pagina’s. 1.000 pagina’s. 1.500 pagina’s. Toen stond ik voor mijn boekenkast en dacht ik: welke boeken van 1.500 pagina’s lees ik nou zelf? Ik wíl ze allemaal lezen, maar meestal denk ik dan toch: ‘Volgende keer, misschien.’ Het heeft wat ontmoedigends, een te dik boek. Ongeveer tweeënhalf jaar geleden heb ik besloten om er een trilogie van te maken.»

HUMO Heb je inspirerende voorbeelden op het vlak van literaire trilogieën?

Buwalda «Niet echt. Volgens mij zit ‘Otmars zonen’ qua aanpak wel een beetje tussen de cyclus ‘De tandeloze tijd’ van A.F.Th. van der Heijden en ‘Het bureau’ van J. J. Voskuil. Bij Van der Heijden staan de boeken van zijn cyclus, voor zover ik het me herinner, min of meer los van elkaar. Ze zijn inhoudelijk wel met elkaar verbonden, maar eigenlijk had hij ze net zo goed in een andere volgorde kunnen schrijven. In vergelijking daarmee lijkt Voskuil gewoon de schaar in zijn boek te hebben gezet: de eerste zin van het nieuwe boek ging gewoon verder waar het vorige verhaal was gestopt.

»Mijn drie boeken horen bij elkaar en er is een welbepaalde volgorde, maar elk boek moest wel een eigen spanningsboog hebben. Het zijn drie min of meer aparte verhalen die duidelijk bij elkaar horen.»

'Toen ik 'Bonita Avenue' schreef, had ik geen geld. Nu ben ik loaded en hóéft het geen bestseller te worden'

HUMO Ten tijde van ‘Bonita Avenue’ zei je: ‘In de Nederlandse literatuur sterft het van de schlemielen. Ik heb genoeg van al die zielenpoten.’ Hoe zou je de laffe, chronisch onzekere, onstabiele Ludwig Smit, één van de hoofdpersonages van ‘Otmars zonen’, omschrijven?

Buwalda «Ja, daar heb je een mooi punt. Ludwig is wel een schlemiel, maar hij beweegt zich op zijn minst door een wereld waarin de schlemiel niet thuishoort. En hij is behoorlijk rad van tong, toch? En pittig: als het niet in zijn daden is, dan in zijn gevoel voor humor.

»Qua schlemielen is Frits van Egters (uit Gerard Reves ‘De avonden’, red.) natuurlijk de uitzondering, van hem krijg ik nooit genoeg. De allereerste schlemiel is altijd de beste (lacht) – dat is de tragiek van alle ándere schlemielen.»

HUMO Ludwig werd geboren in Blerick, het kleine Noord-Limburgse dorpje waar jij zelf bent opgegroeid. Dan haal je je de journalistenvragen over het autobiografische gehalte van het boek bewust op de hals.

Buwalda «Toch is er niets autobiografisch aan ‘Otmars zonen’. Ik zit niet vast aan wat ik heb meegemaakt, ik kan alles verzinnen wat me uitkomt. Maar ik vind het leuk om bepaalde plekken, zeg maar, in het zonnetje te zetten. Dat is dan mijn kleine hommage aan het weinig schilderachtige dorpje waar ik toevallig ben opgegroeid. Een knipoog naar de mensen die ik er nog ken. Maar ik had het inderdaad net zo goed in Appelscha kunnen laten spelen.»

HUMO Centraal in het boek staat de Vatersuche van Ludwig, die zijn echte vader nooit gekend heeft. Op je vijfde verdween ook jouw biologische vader uit je leven, maar na de publicatie van ‘Bonita Avenue’ zocht hij je opnieuw op. Doordat je boek zoveel succes had, kon hij niet meer om je kop en stem heen. Houden jullie nog steeds contact?

Buwalda «Nee. Op een gegeven moment is dat weer afgerond. Ik vind dat prima. We weten nu van elkaar wie we zijn, en zo is het goed. Meer hoeft daar niet mee te gebeuren.»

HUMO Dat je bent opgevoed door een stiefvader, verklaart mogelijk je fascinatie voor dat soort familiebanden.

Buwalda «Ik vind het zelf ook opmerkelijk dat het in ‘Otmars zonen’, net zoals in ‘Bonita Avenue’, opníéuw over samengestelde gezinnen gaat. In het dagelijks leven sta ik er niet bij stil, maar het zal wel indirect inwerken op de manier waarop ik mijn verhalen construeer. Als ik niet zelf uit een samengesteld gezin was gekomen – op een gegeven moment kreeg ik er ineens een broertje uit een ander gezin bij – was ik wellicht niet op dit verhaal gekomen. Maar dat betekent niet dat ik in dit boek ‘met mijn eigen demonen afreken’ of zo, of dat er me ‘iets van het hart moet’. Ik heb helemaal niets te verwerken.»


Geloofwaardige sm

HUMO Eind 2017 zei je in Humo’s Eindejaarsvraagjes: ‘Ik wens iedereen een Trump-vrij 2018 toe.’ Maar dan stop je in je nieuwe roman een klootzak van een personage dat Tromp heet. Ze hebben niets met elkaar te maken, maar natuurlijk denk je als lezer de hele tijd aan de president van Amerika.

Buwalda «Hij heette al Tromp nog voor Trump überhaupt overwoog om aan de verkiezingen deel te nemen. Ik heb wel een keer getwijfeld: ‘Moet ik die naam misschien toch maar veranderen?’ Maar er is in ‘Otmars zonen’ altijd wel íéts aan de hand met namen. Er zijn bijvoorbeeld twee Juliettes, die behoorlijk van elkaar verschillen, en twee personages die Dolf heten. Zo resoneert Adolf Hitler heel gek door het boek. Net daardoor vond ik Tromp ook weer heel goed passen. Zoek het maar uit, lezers: die man heet Tromp, en dat blijft zo.»

HUMO Waarnaar heb je voor ‘Otmars zonen’ de meeste research gedaan: de wereld van de olie, die van Beethoven, of die van de harde sm? Over Beethoven denk je sowieso al bijna iedere dag, heb je weleens gezegd. Hoe zit het met de andere twee?

Buwalda «Het is helemaal niet gemakkelijk om de interne wereld van Shell, Total en BP geloofwaardig te kunnen neerzetten. Maar ik heb er veel boeken over gelezen, en gelukkig heb ik wel wat kennissen en vrienden die erin thuis zijn. Over sadomasochisme heb ik dan weer niet veel moeten opzoeken. Je hoeft niet zo diep de materie in om dat geloofwaardig te kunnen beschrijven.»

HUMO Je schetst terloops een ontluisterend beeld van de corrupte wereld van de olie. Johan Tromp schept bijvoorbeeld op dat hij er als topman van Shell eigenhandig in is geslaagd om de Nigeriaanse regering te laten infiltreren. Beschrijf je zo’n scène uit lillende verontwaardiging en woede om hoe het er echt aan toegaat?

Buwalda «Nee, want ik heb er geen eindoordeel over klaar. Net zoals ik ten tijde van ‘Bonita Avenue’ geen eindoordeel had over de porno-industrie: ook zonder olie en Shell zou deze wereld er verdomd treurig uitzien. In bepaalde opzichten ben ik Shell zelfs heel dankbaar. Natuurlijk doen ze een aantal dingen niet goed, maar dat ligt niet alleen aan Shell.

»Het zou heel gemakkelijk zijn om in het standpunt van de verontwaardigde burger te vervallen – ‘Olie is slecht!’ – maar dat is me te simpel. Dat is het voordeel van een roman met verschillende vertellers: je kunt contrasterende standpunten gemakkelijk naast elkaar tonen. Ik laat in ‘Otmars zonen’ ook ruimte voor de stem van bijvoorbeeld BBC-journaliste Jill Biggerstaff, die wél heel krachtig tegen bedrijven als Shell argumenteert. Haar standpunt en dat van Tromp tegenover elkaar zetten, lijkt me interessanter dan kiezen voor slechts één stem.

»Maar dat is uiteraard garnituur in dit boek.»

HUMO Wat is de kern van ‘Otmars zonen’?

Buwalda «Dat er zoiets bestaat als een seksuele economie, vind ik bijzonder interessant. De één schopt het op dat gebied veel verder dan de ander, en het is misschien wel een krachtigere economie dan die van het geld. Zonder te veel weg te geven over het verhaal: twee van de hoofdpersonages van mijn boek, nota bene leden van hetzelfde gezin, staan in die seksuele economie elk aan het andere uiterste van het spectrum. De ene stelt niet zoveel voor, de andere gedraagt zich als een soort seksuele kingkong aan de top van het Empire State Building, met in elke vuist een paar vrouwen. Dat zoiets je uitzicht op de liefde en misschien zelfs de hele wereld kan bepalen, vind ik boeiend.»

HUMO ‘Otmars zonen’ speelt zich af in hetzelfde universum als ‘Bonita Avenue’: Isabelle Orthel, destijds een nevenpersonage, krijgt nu een hoofdrol.

Buwalda «Ik vind het een aardig idee om dat voortaan altijd zo te doen. Dan krijg ik qua oeuvre vanzelf een mooie stamboom van boeken die allemaal aan elkaar vastzitten.»

HUMO Het taalplezier spat van het boek af. Hou je er rekening mee dat je de afgelopen acht jaar misschien een betere schrijver bent geworden?

Buwalda «Meen je dat?»

HUMO Ik vind ‘Otmars zonen’ op dit moment een beter boek dan ‘Bonita Avenue’, maar misschien is dat omdat het nieuw is.

Buwalda «Ik vind het zeer fijn om je dat te horen zeggen.

»Zelf kan ik natuurlijk onmogelijk bepalen hoe goed het is. Als ik midden in een tekst zit, lijkt het allemaal zo uitgekauwd, overbekend bij mezelf en allesbehalve verrassend. Het gebeurde tijdens het schrijven weleens dat ik ‘Bonita Avenue’ erbij nam, een tekst die ik al zeven jaar niet meer van dichtbij gezien had, enkele bladzijden las en daar dan oprecht van onder de indruk was. ‘Godverdomme, dat is góéd!’

»Toen ik daarna terug moest naar de shit waar ik op dat moment al een miljoen keer op had gekauwd, dacht ik soms: ‘Je kunt het niet meer, jongen.’ Ik kon alleen maar hopen dat dat zinsbegoocheling was. Mijn vorige boek was dus een te duchten tegenstander, en ik heb in elk geval nooit gedacht: daar ga ik eventjes gemakkelijk aan voorbij.»

'Mijn eigen boek lezen? Daar ben ik niet ijdel genoeg voor. En ik ben bang dat ik ermee op de trein word betrapt.'

HUMO Heb je ‘Bonita Avenue’ sinds de publicatie nog eens helemaal opnieuw gelezen?

Buwalda «Integendeel: ik heb het boek nog nóóit integraal gelezen, laat staan opnieuw. Toen niet, nu niet. Voor ‘Otmars zonen’ geldt hetzelfde. Als ik er vóór de publicatie in begon te lezen, zag ik altijd weer wat beter kon, en voor ik het wist, was ik dan passages aan het schrappen of veranderen. En nú ‘Bonita Avenue’ nog eens helemaal lezen, daar heb ik geen zin in. Voor een popmuzikant is het gemakkelijk: Elvis kon snel even gaan zitten voor ‘Heartbreak Hotel’, na twee minuten was hij er klaar mee. Ik zou drie weken met mijn eigen maaksel moeten doorbrengen, en zo ijdel ben ik niet. Ik ben ook bang dat ik dan op de trein zou worden betrapt terwijl ik mijn eigen boek zit te lezen (lacht).»


Te meisjesachtig

HUMO Welke foute beslissing zou je, als je het allemaal opnieuw kon doen, toch weer nemen?

Buwalda (denkt na) «Ten tijde van mijn eerste job liep ik rond met een laag zelfbeeld. Mijn zelfvertrouwen had een grote knauw gekregen door de journalistieke opleiding die ik had gevolgd. Ik was er slecht voorbereid aan begonnen. Mijn scriptie voor de universiteit was namelijk nog niet af, en die heb ik toen stiekem ’s nachts zitten afwerken. Dat liep vervolgens helemaal fout: ik had met iedereen ruzie, met de universiteit én met de mensen van die journalistenopleiding, en door het opgebouwde slaapgebrek was ik eigenlijk mezelf niet meer. Uit een soort minderwaardigheidscomplex heb ik toen een baan geaccepteerd die flink onder het niveau van mijn opleiding lag. Je zou dat een laffe en een domme beslissing kunnen noemen: het ging ‘maar’ om een universiteitskrantje, en dat was niet waarvoor ik was klaargestoomd.

»Maar anderzijds ben ik daardoor wel naar Enschede verhuisd en dat heeft me de hele kern van ‘Bonita Avenue’ opgeleverd. Bovendien was het ook nog eens een leuke tijd, én ik heb er in de luwte de nodige ervaring kunnen opdoen. Ik was als journalist niet klaar om meteen bij het NRC of de Volkskrant te beginnen.»

HUMO Je zei eens dat je na ‘Bonita Avenue’ met het idee speelde om ‘een Proustiaanse western over Elvis en Dvorák’ te schrijven. Misschien was die uitspraak niet helemaal ernstig te nemen, bedenk ik me nu.

Buwalda «Nee, dat is echt het plan geweest. Misschien begin ik eraan als mijn trilogie af is. Het is min of meer het verhaal van Elvis’ allereerste film, ‘Love Me Tender’. Dat gaat over een soldaat van de Amerikaanse burgeroorlog die, als hij terugkomt van het front, ontdekt dat zijn broer het heeft aangelegd met zijn vrouw. Maar in mijn boek zou Elvis ook nog eens een tijdreiziger zijn.»

HUMO Hoeveel halve romanideeën heb je verder nog liggen?

Buwalda «Geen enkel. Dat en ‘Otmars zonen’ waren mijn enige twee ideeën.

»Ik heb weleens gezegd dat ik in mijn leven tien boeken geschreven wilde hebben. En dat zou misschien nog net kunnen, als ik gezond blijf en heel oud word. Maar voorlopig wil ik gewoon dit project tot een goed einde brengen. Dat wordt nog best wel een hele klus.»

HUMO Stond de titel ‘Otmars zonen’ snel vast?

Buwalda «Helemaal niet. Ik vind titels het allermoeilijkste. En hoe langer een werk wordt, des te lastiger de titel. Voor een column bedenk ik er één in tien seconden, voor een roman doe ik er maanden over.»

HUMO Voor ‘Bonita Avenue’ heb je, omdat ze aandrongen, een lijstje van tien mogelijke titels naar de uitgeverij gestuurd.

Buwalda «Op ‘Bonita Avenue’, dat ik nochtans ook zelf heb bedacht, was ik inderdaad niet meteen dol. Ik vond het een beetje te meisjesachtig. Maar alles went.

»‘Fort Sigerius’ was één van mijn andere voorstellen. En ‘De hand van je dochter’ was er ook ééntje, geloof ik (kreunt). Dan ben ik blij dat het ‘Bonita Avenue’ is geworden (lacht). Robert Ammerlaan, die toen uitgever was bij De Bezige Bij, was er ook blij mee. ‘Dat klinkt internationaal, en dan hoeven de buitenlanders het straks niet te vertalen.’ Natuurlijk kozen de Italianen, die het boek als eersten hebben vertaald, net wél voor een andere titel (lacht).»

HUMO Onlangs ergerde collega-schrijver Ton van Reen zich publiekelijk aan de buitensporige hoeveelheid aandacht die de Volkskrant al lang aan je nieuwe boek besteedt, maanden voor de publicatie. Snap je die ergernis?

Buwalda «Ik heb toch net acht jaar niet zoveel van me laten horen? Dan valt het toch mee?

»(Denkt na) Wat wil je dat ik zeg? Alles wat ik kan antwoorden, klinkt arrogant. Of moet ik zeggen: ‘Ik vind eigenlijk dat er meer aandacht naar Ton van Reen moet gaan. Schrijf maar op: ik zit daar al heel lang mee.’ Nee, dat is natuurlijk een dynamiek die ontstaat. Arnon Grunberg krijgt nog meer aandacht dan ik, maar dat komt omdat hij veel publiceert en over dingen schrijft waarover kennelijk graag gepraat wordt. Aandacht is toch echt iets wat afgedwongen wordt.

»Lang geleden, nog voor ik zelf schreef, vroeg mijn opa of ik een boek voor hem kon vinden. Iemand had hem ‘Weense walsen in Mombasa’ aangeraden, een boek van ene Ton van Reen. Ik stroopte in die tijd alle antiquariaten van Nederland af – de kans dat ik dat boek weleens zou tegenkomen, was aanzienlijk – maar nee: vijftien jaar gezocht en nooit gevonden. En nu is Van Reen alsnog in mijn leven gekomen. Toch verenigd geraakt (lacht).»

'Als schrijver moet je proberen je volledige ego in je boeken te krijgen. Zodra je uit bent op lof voor jezelf en niet voor je werk, gaat het mis ''

HUMO Wie nu een exemplaar van ‘Bonita Avenue’ koopt, moet voor het lezen eerst voorbij een waslijst aan blurbs en fragmenten uit de laaiend enthousiaste recensies van de afgelopen jaren. Vind je die veelheid aan complimenten en loftuitingen soms gênant?

Buwalda (knikt) «Heel erg. Ik heb sowieso moeite met de manier waarop mensen zichzelf tegenwoordig zonder schaamte promoten. Als ik zie hoe andere schrijvers positieve recensies van hun boek op Facebook zetten, vind ik dat onwaarschijnlijk gek. Ik zou het niet kunnen. Toen ik als kind naar mijn oma ging om haar in ruil voor een rijksdaalder mijn rapport te laten zien, vond ik dat al tegen het gênante aan (lachje).

»Die opsomming van quotes voor en na ‘Bonita Avenue’ vind ik nog net kunnen, omdat pakweg Norman Mailer en Jan Cremer het in de jaren 70 ook al op die manier deden. Maar ik geef toe dat het boek er tegenwoordig als een kerstboom uitziet, ja. Zou ik die quotes daar beter weghalen, denk je?»

HUMO Wat is het raarste compliment dat je je herinnert? ‘Peter Buwalda is echt een heel goed typetje van Hans Teeuwen,’ heb ik weleens gelezen.

Buwalda «Ik heb eigenlijk vooral veel rare beledigingen gehad (lacht). Die herhaal ik liever niet: dat is te veel eer voor die gekken. Maar eigenlijk vind ik dit een non-onderwerp. Als schrijver moet je proberen je volledige ego in je boeken te krijgen. Zodra je uit bent op lof voor jezelf en niet voor je werk, gaat het mis. Ik heb ook ervaren dat, toen pakweg Tom Wolfe en John Updike doodgingen, me dat eigenlijk niet zo gek veel deed. Het zijn helden, maar ik kende ze helemaal niet. Hun oeuvre gaat natuurlijk nooit dood – dat is wat telt.»

HUMO Bij HP/De Tijd schreef iemand: ‘Het moet gek lopen, wil ‘Otmars Zonen’ niet net zo’n succes worden als ‘Bonita Avenue’.’ Wil je zo’n journalist neerknallen als je dat leest?

Buwalda «Omdat hij het lot verzoekt? (Schouderophalend) Sowieso is de boekenmarkt ingestort: het zal dus nooit meer worden zoals toen. Dat hoeft ook niet, kwaliteit is niet noodzakelijk gerelateerd aan verkoop. Enorm veel exemplaren van een boek verkopen: het is al heel leuk als je het als schrijver één keer meemaakt, en heel vaak blijft het daar ook bij. Neem nu Jan Siebelink of Philip Roth: respectievelijk ‘Knielen op een bed violen’ en ‘Portnoy’s Complaint’ staken qua verkoop ruim boven de rest van hun oeuvre uit. Daarna hebben ze dat nooit meer geëvenaard, maar met die ene keer mochten ze al blij zat zijn. ’t Is alleen een beetje sneu dat het mij al meteen met mijn eerste boek overkwam, het kan alleen maar bergaf gaan.»



Peter Buwalda, ‘Otmars zonen’, De Bezige Bij. Het boek wordt op vrijdag 15 maart door de auteur voorgesteld in het Dr. Guislainmuseum in Gent. Meer info: www.limerick.be.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234