null Beeld

Peter De Graef: speler, denker en Rudy pur sang

In zijn huis in de wijk Dam in Antwerpen zegt Peter De Graef, wijsgerig acteur en toneelschrijver: ‘We hebben niets, níéts geleerd van de internetzeepbel van 2000 en nog minder van de krediet- en bankencrisis van 2008.'

Rudy Vandendaele

Peter De Graef zegt het met vuur, want hij heeft de redenaarsgave. Als bevlogen verteller over de aangelegenheden des levens is hij ook onovertroffen. Terwijl ik naar hem luister, lijkt hij me niet zo ver van Rudy af te staan, het hoofdpersonage uit ‘Rudy!’ (foto onder), zijn monoloog met livemuziek van Bo Spaenc en Geert Waegeman, die eerlang te zien is op Theater aan Zee.

Rudy is een aandoenlijke man die zich in zijn eentje verzet tegen de botte, al te vanzelfsprekende overmacht van het materialisme, een man die op een dag moet inzien dat zijn liefdesleven veel ingewikkelder is dan hij heel lang heeft gedacht. ‘Rudy!’: wat een prachtige titel overigens – het hoeft niet altijd ‘Hamlet’ te zijn. Peter De Graef weet nog precies waarom ‘Rudy!’ ‘Rudy!’ heet: ‘Ik werk al voor de derde keer samen met muzikant-componist Bo Spaenc. In een zaal in Aarschot had hij op een keer zijn portefeuille laten slingeren. Een technicus kwam ermee aanzetten en vroeg: ‘Rudy Van Spaendonck, wie is dat?’ Zo bleek Bo Spaenc volgens de burgerlijke stand te heten. Bo vond Rudy blijkbaar een vervelende naam, en om hem te kloten heb ik mijn volgende stuk dan maar ‘Rudy!’ genoemd (lachje).’

null Beeld

undefined

'Ik ben zo goed in toneelspelen omdat ik er geen belang aan hecht'

Hoewel het niet altijd Hamlet hoeft te zijn, komt het me goed uit om even de prins van Denemarken aan te halen, in de vertaling van Willy Courteaux: ‘In hemel en op aarde is méér, Horatio, dan waar je wijsbegeerte van durft dromen.’ Ik durf aan te nemen dat Peter De Graef dat niet zal tegenspreken.

HUMO Op YouTube staat een merkwaardig filmpje waarin je voor de vuist weg een kwartier lang met verve over verlichting in boeddhistische zin spreekt.

Peter De Graef «Ik heb dat filmpje gemaakt voor een kennis van mijn zoon, die evenementen organiseert. Hij heeft het achteraf op YouTube gezet. Er klinkt misschien een soort boodschap in, maar ik maak me daar verder geen illusies over. Ik heb me ook niet afgevraagd wat het eventuele effect van dat filmpje zou kunnen zijn. En ja, ik probeer er een overtuiging mee tot uitdrukking te brengen, maar tegelijkertijd wantrouw ik elke overtuiging.»

HUMO Dat heb je dan gemeen met Rudy uit ‘Rudy!’.

De Graef «Voilà. Spreken in het openbaar moet je met aplomb doen, maar als ik het over een moeilijk te duiden begrip als verlichting heb, ben ik als de dood voor zweefkezerij. Mensen rennen weg van zweverigheid! Ik ben ondertussen wel met het concept bezig – ik mediteer twee uur per dag. En wat er op dat bewustzijnsniveau te rapen valt, vind ik uit bijna wetenschappelijk oogpunt intrigerend.»

HUMO Het komt me voor dat het meestal een ingrijpende gebeurtenis in een mensenleven is die het pad effent dat naar verlichting leidt, of naar spiritualiteit in het algemeen.

De Graef «Mijn vader was een borderliner met polio, en mijn moeder is gestorven toen ik een couveusekind van 7 weken was. En mijn oudste broer is gehandicapt – mijn moeder kreeg rode hond toen ze van hem zwanger was. Is in zo’n nest geboren worden ingrijpend genoeg? Life on the edge! (lacht)»

HUMO En ook wel een slecht begin.

De Graef «’t Hangt er maar van af hoe je het bekijkt. Evengoed kun je het een opportuniteit noemen. Ik zat vanaf mijn 5de op kostschool. Mijn vader hertrouwde toen ik 10 was, en in dat samengestelde gezin was het zo mogelijk nog erger dan op de kostschool. Ik werd 20, ik overzag mijn leven en dacht: ‘Ik heb pech gehad.’ Ik werd 30 en mijn eerste huwelijk liep op de klippen. Ik was thuis weggelopen om met mijn jeugdliefde te trouwen, want ik dacht toen oprecht: ‘En nu ga ik het nest bouwen dat ik zelf nooit heb gehad.’ Daar is niets van in huis gekomen. Toen ik 25 was, was ik allang verslaafd aan hasj en alcohol – ik moest elke dag blowen en drinken om gewoon te kunnen functioneren. En ondertussen wilde ik nog het liefst dood zijn. Ik vond dat ik nergens voor deugde. Ik ben beginnen te zuipen in mijn puberteit. Ik kon in die jaren ook al goed toneelspelen, het ging vanzelf, maar toneelspelen vond ik toen al een domme stiel.»

HUMO ‘Als het al geen dom vak is, dan is het toch wel aanstellerij,’ zeg je graag in interviews. Terwijl je er zo goed in bent.

De Graef «Ik ben er zo goed in omdat ik er geen belang aan hecht. In mijn jeugd volgde ik samen met Luk Perceval voordracht en toneel aan de muziekacademie van Merksem; we hadden samen ook een cabaretgroepje. Ik zat me op een middag te vervelen en ik belde hem op: ‘Gaan we iets doen, Luk?’ Hij zei dat hij toelatingsexamen aan het conservatorium ging doen. ‘Ga je mee?’ – ‘Vooruit dan maar.’ Op dat toelatingsexamen zat tachtig man, kapot van de zenuwen, te hunkeren om aangenomen te worden. Ik hunkerde niet. Ik stond zodanig ontspannen mijn kunstje te doen op het toneel dat ik meteen werd aangenomen. Fluitje van een cent! Ik ben 40 moeten worden vooraleer ik ging denken: ‘Peter, dit is je stiel, je verdient er nu al jaren je brood mee.’ Zodra ik iets op het toneel deed, kreeg ik te horen: ‘Amai, da’s goed.’ Als ik mezelf op video zie acteren, dan word ik vooral ontzettend moe. Ik ben er helemaal niet trots op. Ik vind het ook zo’n bewerkelijk vak: elke avond de bus in om ergens in Vlaanderen of Nederland een paar uur te staan lullen. Ik zou veel liever romancier zijn.»

HUMO Zou je het acteren kunnen laten?

De Graef «O, ja. Te veel gedoe. Schrijven zou ik dan weer niet kunnen laten. Oorspronkelijk wilde ik romanschrijver worden: ik heb een roman en een verhalenbundel naar alle mogelijke uitgeverijen gestuurd. Ik kreeg mijn manuscripten per omgaande terug, vergezeld van de meest vernietigende leesverslagen. Dat hakt erin als je even in de 20 bent. Maar ik schreef zo graag, en niemand kon me verbieden om te schrijven. En ’t waren goede verhalen. Ik ben ze dan maar beginnen te spelen, en dat was vrijwel meteen raak.»

HUMO Heb je dan geen plezier meer van het spelen?

De Graef «Nog wel voldoende, ik ga niet met hangende pootjes naar de schouwburg. It pays the bills, en reken maar dat er stommere manieren zijn om in je levensonderhoud te voorzien. Ik hoef niet in een fabriek te werken. En als je iets doet, doe het dan met alle hartstocht die je in je hebt. Doe nooit iets met tegenzin! Bij sommige collega’s merk ik dat spelen alles voor hen is. Voor mij is het in hoofdzaak een manier om aan de kost te komen.»

HUMO Na het tweede jaar heb je de toneelschool voor bekeken gehouden. Het verhaal gaat dat Dora Van der Groen, je hoofddocente, je gezegd zou hebben dat ze je niets meer kon leren.

De Graef «Een waar verhaal. Ik had tegenover haar mijn beklag gedaan over vakken als bewegingsleer en spraakleer, waar ik de zin niet van inzag. Ik hoopte dat ze zou zeggen: ‘Je moet dat anders bekijken, Peter’, en dat ik tot een inzicht zou komen. Ik had het over de typische toneelschooltoon en het soort kunstmatige Nederlands dat we daar moesten leren uitspreken, en ook over correct stemgebruik. ‘Als ik woedend ben, Dora, dan heb ik maling aan correct stemgebruik en dan gebruik ik mijn stem vanzelf verkeerd.’ Bewegingsleer vond ik zo mogelijk nog grotere onzin, want iedereen beweegt perfect volgens zijn natuur – zich al te bewust zijn van de techniek van bewegingen is bovendien hinderlijk voor een speler. ‘Ik wil écht spelen, Dora.’ In plaats van me om te praten, gaf ze me gelijk. ‘En nu moet jij zo snel mogelijk voor het publiek gaan staan,’ zei ze ook nog, ‘de praktijk in.’ In mijn geval was dat het Toneelgezelschap Ivonne Lex

HUMO Een actrice (overleden in 1996, red.) die, ten goede of ten kwade, ooit een begrip was in het Vlaamse theater, maar ondertussen is ze blijkbaar zo goed als vergeten. Haar naam valt niet meer.

De Graef «En maar goed ook! (lacht) Hetzelfde zal met Dora Van der Groen gebeuren, en dat vind ik ook niet jammer. Wat maakt het in het licht van de kosmos uit dat je een groot acteur bent?»

HUMO Bekijk je alles in het licht van de kosmos?

De Graef «Eigenlijk wel. Kijk, in de psychologische vakliteratuur heb ik gelezen dat kinderen die heel vroeg een ouder hebben verloren, ontzettend hun best gaan doen om iets te bereiken in hun leven. Alsof ze tegen die gestorven ouder willen zeggen: ‘’t Is niet erg. Ik red het wel zonder jou.’ Maar tegelijk hebben ze aldoor het gevoel dat ze nooit voldoende bereiken in het leven. Dat ze tekortschieten. Daar herken ik me moeiteloos in. Hetzelfde geldt voor één van mijn broers. Hij renteniert. Hij had een bedrijf dat hij voor veel geld van de hand heeft gedaan toen hij vooraan in de 40 was. Hij heeft goed geboerd, maar altijd heeft hij het gevoel: ‘Het stelt allemaal niets voor.’ Zo denk ik ook over al onze strevingen en onze zogenaamde succesjes. Eigenlijk wil ik mijn mama, punt uit. Ook al beleef ik dat verlies lang niet meer zo infantiel als vroeger – ik ben dan ook al 57. Ik wil begrijpen waar het leven over gaat, en ik vraag me dan ook af of er nog méér is, of er een ruimere context bestaat. Wat is het universum? Al de rest is bullshit. Ik zie overal mensen hun best doen om iets te bereiken, en ik weet nu al dat hun verwezenlijkingen nooit zullen voldoen. Die zullen hen niet vervullen!»


Een betere Peter

HUMO Je hebt je moeder alleen maar van horen zeggen. Hoe concreet is ze voor jou?

De Graef «Nu is ze geen thema meer in mijn leven – ik vermoed dat ik over haar dood heen ben – maar ze is lang een dominant thema geweest. Ze was een conceptuele werkelijkheid: mama-in-de-hemel. Dat kreeg ik als kind te horen. Mijn vader zei over haar – en ik heb hem dat ooit erg kwalijk genomen: ‘Ze is in de hemel en ze kan je niet zien.’ Kortom: zij weet niet dat je ongelukkig bent, want in de hemel is er niets dat haar geluk kan verstoren. Voor de rest werd mijn moeder doodgezwegen in mijn familie. Ik heb haar ook nooit willen natrekken of reconstrueren, want het is mij niet om die fysieke mens te doen, de persoon die ze was. Ik heb nooit geloofd dat alles voorbij is na onze dood, en niet alleen omdat ik dat een belachelijke gedachte vind. Ik vóél dat het niet voorbij zal zijn.»

undefined

'Een dronkenlap is met iets heel groots bezig: hij zal zichzelf op een heel diep niveau leren kennen, en meteen ook de mens in het algemeen'

HUMO Toen je 5 was, moest je op kostschool. Dat lijkt me verschrikkelijk.

De Graef «Ik dacht voortdurend dat ze me zouden komen halen, maar niemand kwam. Ik wist niet waar ik beland was; liep ik in een mist van tranen niet netjes in de rij, dan kreeg ik meteen een tik. ’t Was allemaal erg traumatisch, en ik heb zelf moeten beslissen om te stoppen met huilen. Ik heb mezelf toen welbewust verdeeld in een kind dat pijn had en een kind dat zich aan de omstandigheden aanpaste. Dat hoor je als kleuter niet te doen. Normaal ben je al 20 vooraleer zoiets in je opkomt.»

HUMO Heb je je ouders ook iets kwalijk genomen?

De Graef «O ja, zelfs mijn dode moeder, door wie ik me in de steek gelaten voelde. Maar dat heb ik onder invloed van een therapeut gedaan, die me voorhield dat er veel woede en verdriet in me zat, die bij pijn hoorde. Hij vond dat ik mijn moeder idealiseerde. Nu ja, door haar ontijdige dood was ze vanzelf al een mythische figuur voor mij. Die therapeut zei: ‘Ze heeft je hoe dan ook in de steek gelaten. Je was een baby, je had haar nodig.’ En toen moest ik met een mattenklopper op een kussen gaan meppen en iets roepen.»

HUMO Je vond het toch nodig om in therapie te gaan.

De Graef «Ja. En op dat gebied vond ik zelfs niks te gek: pendelaars, reiki… Ik heb wat dat betreft zelfs de meest idiote theorieën niet afgewezen. Van de traditionele therapie ben ik uiteindelijk teruggekomen. Ik kan prachtig vertellen, en ik heb jaren over mezelf zitten vertellen bij die therapeuten, terwijl ik niet het gevoel had dat ik een stap verder kwam. Ik vond dat ik aan een non-verbale therapie toe was, iets lichamelijks. Ik kwam bij een vrouwtje terecht dat iets met posturale integratie deed: ze zocht trauma’s op in de vliezen van de spieren. Of daar iets van klopte, weet ik niet, maar ik zei: ‘Doe maar, madam.’ Ik ben twee jaar naar haar gegaan, en ik voelde me zachtjesaan beter worden.»

HUMO Je lijkt me erg in balans, en in prima conditie.

De Graef «Ik eet gezond, rook noch drink en doe aan sport en meditatie. Zie ik een dronkenlap in de goot liggen, dan word ik overmand door mededogen. Ik weet: ‘Zijn ziel is aan het werk.’ Misschien haalt hij het niet in dit leven, maar zijn verslaving te boven komen is de enige uitweg. Hij zal ondertussen zichzelf op een heel diep niveau leren kennen, en meteen ook de mens in het algemeen. Die dronkenlap is volgens mij dan ook met iets heel groots bezig. Bij succesrijke ondernemers zie ik minder goed dat ze met iets heel groots bezig zijn, omdat ik me minder in hen kan verplaatsen.»


Loos het zelf

HUMO Ben je in deze fase van je leven over het algemeen een blijmoedig mens?

De Graef «Nu wel. Als ik morgen te horen krijg dat ik kanker heb, zou ik daar meteen vrede mee hebben. Ik zou het ook niet erg vinden om 100 te worden. We zien wel. Het leven dat ik nu beleef, is uitdagend en spannend. En ik voel me vrij.»

'Ik heb nog wel mijn dagen van depressie, maar nu kan ik denken: 'Wauw! Wat ben ik mooi gedeprimeerd!''


HUMO ’t Is ooit anders geweest. Kon je als acteur iets aanvangen met neerslachtigheid?

De Graef «Ze remde mijn creativiteit niet af. Ik heb de titelrol gespeeld in ‘Minetti’ van de Oostenrijkse schrijver Thomas Bernhard, een structurele depressielijder. Hoe beroerd ik me in die tijd ook voelde, ik kwam niet meer bij van het lachen toen ik dat stuk voor het eerst las: een feest van herkenning. ‘Die man is er nóg erger aan toe dan ik,’ dacht ik ook. Dat vond ik fantastisch – iets om in te zwelgen, bladzijde na bladzijde. Ik kon die tekst ook meteen doen klinken; hij was me op het lijf geschreven, en ik heb dan ook de Louis d’Or ( de belangrijkste Nederlandse theaterprijs, red.) gekregen voor die rol. Ik heb de donkerte van het leven nooit erg gevonden, want ze zorgt ervoor dat je het licht beter ziet. Veel toneel gaat louter over die donkerte, nooit over het lichtje van de hoop. Heel wat toneelschrijvers schrijven uitsluitend over datgene waar ze bang voor zijn; ze beschrijven demonen die ze zelf hebben verzonnen. Maar als je werkelijk diep gaat, bereik je op een gegeven moment de bodem; je kunt niet dieper, en daar voltrekt zich in mijn geval altijd een merkwaardige ommekeer.»

HUMO In je filmpje op YouTube heb je het ook over het boeddhistische principe van de zelfloosheid, en het inzicht dat ons ego een illusie is. Kan een acteur daar zijn voordeel mee doen?

De Graef «En of. Een acteur heeft één probleem: zijn ego, dat zich uit in het verlangen om te schitteren. De prijs daarvan is de angst om af te gaan. Als Hamlet op het kerkhof de schedel van Yorick vasthoudt, de geliefde nar van zijn vermoorde vader, dan verzeker ik je dat hij niet verlangt om te schitteren, en hij is dan ook niet bang om af te gaan. Hij heeft op dat moment wel iets anders aan zijn hoofd. Iedereen kan toneelspelen. Bij de slager heb ik wel eens een vrouw gehoord die met perfecte timing een uit haar leven gegrepen verhaal vertelde, waarin haar man, een zekere Jos, een belangrijke rol speelde: met stem- en toonwisselingen ging ze netjes op de clou af. Een feilloze vertelling. Duw ik die vrouw het toneel van een volle Bourla op om haar verhaal dáár te vertellen, dan zal ze ogenblikkelijk dichtklappen: ‘Iedereen kijkt naar mij. Ik sla een stom figuur!’ Haar ego spreekt. Een acteur kan dan maar beter proberen om alles open te laten en niet te willen schitteren. Als ik het toneel opstap, denk ik: ‘Ze hoeven het niet goed te vinden. Raak ik mijn tekst kwijt? Dat mag.’ Het enige wat ik bij aanvang weet, is: ‘Ik ga nu in het licht staan en zeg mijn eerste zin.’ En vanaf dat moment voltrekt zich, als ’t goed gaat, iets dat aan je controle ontsnapt. Dan kom je in een flow terecht, en dan vergeet je ter plekke alles, waardoor het lijkt alsof je er niet bij bent.»

HUMO In je filmpje zeg je tot slot dat je er wel makkelijk over kunt praten, maar dat zelfloosheid in de praktijk aartsmoeilijk is.

De Graef «Dat is ook zo. Maar ik kán het wat spelen en schrijven betreft, twee disciplines die me namelijk geen kloten kunnen schelen. Er is in mijn geval geen ‘ik’ dat schrijft: ik ben niet het radioprogramma, maar de radio. Ik heb genoeg gemediteerd om te weten: ‘ik’ denk niet. Gedachten komen langs, ik weet niet waar vandaan, zonder dat ik ze heb opgeroepen. En ze verdwijnen weer, zonder dat ik ze heb weggestuurd. Ik stel me graag voor dat er een wolk van schrijvers boven mijn hoofd hangt, die me van alles inblazen. Ik hoef alleen maar het pennetje te voeren.»

HUMO Je associeert schrijven dus niet met inspanning.

De Graef «Ik beleef er alleen maar plezier aan.»

HUMO ‘Een ongelukkige kindertijd is des schrijvers goudmijn,’ luidt een wellicht iets te vaak aangehaald aforisme. Heb je als kunstenaar ooit gedacht dat je je jeugdtrauma’s misschien maar beter kon koesteren?

De Graef «Neen, maar toen ik na dertig jaar verslaving het blowen eraan gaf, heb ik wel even gedacht: ‘Als ik geen hasj meer heb, zal ik niet meer kunnen schrijven.’ Ik heb wel nooit dronken of stoned op het toneel gestaan. Ik kon een raar soort discipline aan de dag leggen, maar na de voorstelling waren alle remmen los.»

HUMO Heb je ook goede herinneringen aan alcohol en hasj?

De Graef «Die middelen waren zelfmedicatie. Vóór ik met mijn trauma’s leerde omgaan, kwamen ze mij goed van pas. Maar niet meer drinken en blowen is veel beter. Het leven is zwaar voor een verslaafde, want je put jezelf verschrikkelijk uit, terwijl je met alles blijft meedoen. En dan elke dag die lege flessen naar de glasbak dragen en volle flessen gaan kopen: een zwaar leven. Je weet vanaf het begin dat je fout zit, je voelt het bij elke slok en bij elke trek aan een joint. ‘Hier moet ik mee ophouden,’ denk je, ‘maar ik kan het nog niet.’ Het raadsel was: ‘Ik kan compleet open zijn op het toneel, alles loslaten, maar in het leven kan ik dat niet. Hoe komt dat?’ Ik ben niet gestopt met de verslaving, maar de verslaving is op de duur gestopt met mij.»


Troost bij Moeder Maria

HUMO Heb je ooit gedacht dat je misschien wel gevoeliger was dan gemiddeld?

De Graef «Jawel. Ik heb ook veel boeken over hoogsensitiviteit gelezen, en dat heeft me goed gedaan. Door die boeken ging ik denken: ‘Trek je voortaan maar een beetje terug.’ Terwijl ik vroeger, om vooral niet asociaal te lijken, aan elk feestje deelnam, ook al was ik niet tegen lawaai en drukte bestand. Ik heb een tijd geleden een Ford Transit gekocht, die ik als camper heb ingericht. Ik rijd ermee naar de bossen van Noord-Frankrijk of naar een afgelegen plek in Zeeland, waar ik in mijn eentje soms tien dagen zit te mediteren. Veel mensen zouden daar gek van worden, terwijl ik het juist heel fijn vind.»

HUMO Kun jij, met je aandacht voor spiritualiteit, nog iets aanvangen met het concept God?

De Graef «Je zegt het zelf: ’t is een concept. Bestaat God? Ja en neen. Wat is geloven? Je iets zo sterk voor de geest halen dat je het als werkelijkheid ervaart. In mijn kindertijd – op kostschool bij nonnen – heb ik daar veel troost uit geput: mijn echte mama was dood, maar ik had nog Moeder Maria. Sinterklaas bestaat niet, maar het concept Sinterklaas staat wel garant voor een omzet van zoveel miljard aan speelgoed. Toch sterk voor iemand die niet bestaat. Doe het hem maar eens na, jij, die wel meent te bestaan.

undefined

'Dat die gasten van IS aan één stuk door moorden in Gods naam, heeft niets met God te maken maar alles met hun ego'

»Als mensen in God geloven en daardoor vriendelijk zijn, dan ben ik 100 percent pro. Slaan ze elkaar in naam van God de hersens in, dan kun je maar beter zeggen: ‘Laat maar varen, die God.’ Maar goed, dat die gasten van IS aan één stuk door moorden in Gods naam, heeft niets met God te maken maar alles met hun ego, dat zich achter God verschuilt. Als ego’s zich verbinden met iets dat boven hen uittorent, dan verschuiven zij lagere aandriften naar een hoger plan, waardoor ze niet langer verantwoordelijk voor hun daden menen te zijn. Dat is een verschrikkelijk mechanisme, maar we moeten niet denken dat we door God af te schaffen ook van dat mechanisme af zullen zijn. We kunnen maar beter nadenken over ons ego, en hoe het tekeergaat.»

HUMO Vraag je je nog af of je gelukkig bent?

undefined

De Graef «Lig ik er nog van wakker? Ik weet dat je om te beginnen al niet naar geluk moet streven. Ik maak een verschil tussen gelukkig zijn en dingen aangenaam of onaangenaam vinden. Ik heb nog wel mijn dagen van depressie, maar nu kan ik denken: ‘Wauw! Wat ben ik mooi gedeprimeerd!’ Zoals je de koude en mistige verrotting van de herfst ook mooi kunt vinden. Ik prop mijn onbehagen meestal in een rol. De donderspeech aan het begin van ‘Rudy!’ is mijn machteloze woede over de huidige gang van de wereld. ’t Is te zeggen: een scherf van mijn psyche is machteloos en woedend, en dan denk ik: ‘Laat ik díé maar eens aan het woord laten.’»

null Beeld

HUMO Wat voor mens is Rudy eigenlijk?

De Graef «Een Mens: een mens met een hoofdletter. Kwetsbaar, beperkt, en het leven heeft hem op de meest afschuwelijke manier in z’n kloten getrapt. Zich van geen kwaad bewust, heeft hij iets heel ergs veroorzaakt. Hij gaat met een geile vrouw mee, van wie hij letterlijk niet kan afblijven.»

HUMO Terwijl hij ook een wijze vrouw heeft, die hem deemoedig zijn ontrouw vergeeft, omdat ze vindt dat ze niet egoïstisch mag zijn.

De Graef «En daardoor gaat ze volgens mij in de fout: ook zij probeert heiliger te zijn dan ze is, waardoor ze haar donkerte negeert, haar gevoel van onvermogen. Ze had zich beter geweldig boos op Rudy gemaakt: dat zou menselijk zijn geweest. Het merkwaardige is dat veel vrouwen uit mijn publiek de milde en begrijpende reactie van die vrouw juist heel mooi vinden: ‘Zo wil ik het ook doen als het mij overkomt,’ zeggen ze dan. Maar goed, ‘Rudy!’ probeert vooral te zeggen: ‘Neem de geschiedenis niet al te persoonlijk, probeer erboven te staan, bekijk het leven vanuit een ander perspectief – súrf op de geschiedenis en de crisissen die eruit voortvloeien!’ De ellende die Rudy meemaakt, tilt hem boven zichzelf uit.»

HUMO Hij blijft wel alleen achter aan het eind.

De Graef «Of hij nog een vriendin heeft, vind ik niet meer relevant. Hij is alleen, ja, maar alleen is een relatief begrip. Vroeger was ik verschrikkelijk alleen – eenzaam – en nu ben ik het nooit meer, zelfs niet als ik tien dagen moederziel alleen in mijn Ford Transit zit. Nu ja, ik heb wel een vriendin, maar eenzaamheid is alweer een ervaring van het ego. Ons wezen is niet eenzaam. Relationeel ben ik een ramp geweest: twee keer gescheiden, en tussendoor vriendinnen met wie het ook spaak liep. Nu gaat het blijkbaar beter: ik ben al zeven jaar heel graag bij mijn vriendin.»

HUMO Rudy uit ‘Rudy!’ kan nog steeds hartstochtelijk boos worden – hij is een opstandige man. Ben jij niet veeleer lijdzaam geworden?

De Graef «Neen! Ik zou doodgaan mocht ik lijdzaam zijn! Alles is nog: verdriet, woede, neerslachtigheid. Máár: ik verzet me er niet meer tegen, of toch veel minder dan vroeger. Maar om nu te zeggen dat ik vergevorderd ben in de egoloosheid… Ik kan, als iemand me erg tegenstaat, nog altijd roepen: ‘Wat is ’t, jong? Klootzak!’ ’t Zou erg zijn mocht dat soort impulsen niet meer in me opkomen… Ach, ik acteer en schrijf voor de kost, maar uiteindelijk zijn we allemaal alleen maar met de grote vragen bezig: ‘Wie of wat ben ik? Waar gaat dit leven eigenlijk om? Wat is doodgaan, en waarom?’ Ik ga elke week mijn stiefmoeder en twee oude tantes in het bejaardentehuis bezoeken, wat ik heel louterend vind. ‘Dit is het,’ denk ik dan, want daar stevenen we allemaal op af. Ik zie dat het er voor die tantes niet meer toe doet, ze zijn van alles bevrijd. Terwijl mijn stiefmoeder zich dan weer tegen haar situatie verzet. Ze heeft een onwrikbaar idee van hoe het leven altijd is geweest, en hoe het hóórt te zijn, maar in het bejaardentehuis heeft ze gemerkt dat er niets meer van klopt. Daar wordt ze doodongelukkig van. Ze ziet het verleden veel rooskleuriger dan het ooit is geweest. Ik ken dat verleden maar al te goed, en ik vond het niet zo leuk. Dat zeg ik haar dan. Ik neem geen blad meer voor de mond, maar ik blijf wel vriendelijk.»


Bekijk de trailer van 'Rudy!':

undefined

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234