null Beeld

Philip Roth - Waarom schrijven?

‘Ik had ook het geluk dat ik gelukkig-zijn niet belangrijk vond,’ zei Philip Roth over die halve eeuw waarin hij 27 romans heeft geschreven. Hij heeft er nooit een geheim van gemaakt hoe zwaar het schrijven hem viel. Hij deed het dan ook met een zelden geëvenaarde toewijding. The New Yorker tekende eens het verhaal op van die keer dat hij op een kat van een vriend zou letten. Boven op het schrijven kon hij het echt niet aan, het dier putte hem uit, en na een paar dagen bracht hij het terug.

Roths dood valt samen – wie regelt die dingen? – met de publicatie van ‘De verzamelde non-fictie 1960-2013’. ‘Waarom schrijven?’ heet dat boek, en inderdaad, als schrijven eigenlijk ‘ondoenbaar’ is, zoals Roth meende, waarom zou je het dan doen? Het korte antwoord is dit: omdat de roman een fantastische plek is waar alles kan wat in het gewone leven niet kan. Roth besefte dat als scholier al, toen hij een eigen toneelstuk opvoerde: je kunt de naarste dingen uitbraken en er toch mee wegkomen.

Van die Vrijplaats Verbeelding heeft hij, als speelse libertijn, volop gebruikgemaakt, zeker vanaf het boek dat hem in 1969 beroemd en berucht maakte, ‘Portnoy’s Complaint’ – een verkenning van het weerzinwekkende, het onaanvaardbare, het excentrieke. En een spermafontein. Zijn romans leverden hem de faam op een vrouwenhater en een Jodenhater te zijn, iets wat zo haaks op zijn eigen aanvoelen stond dat hij er moeilijk mee kon leven. Een flink deel van zijn non-fictiewerk bestaat dan ook uit een verdediging van zijn morele flank, in zijn eigen woorden ‘zijn blijkbaar oneindige karwei van zelfrechtvaardiging’. In een hem typerend stuk verbeterde hij bijvoorbeeld zijn eigen lemma op Wikipedia (‘ieders handigste encyclopedie’). Net als in zijn romans is zijn ingewikkelde verhouding tot zijn Jood-zijn een centraal onderwerp in zijn essays. De weerlegging van zijn vermeende vrouwenhaat kan ook bondig uitvallen: ‘Maak het niet mooier dan het is,’ zei hij een interviewster, ‘door het ‘feministische kritiek’ te noemen. Het is stompzinnig lezen.’

undefined

null Beeld

Zijn twee beste vrienden, merkte Roth na acht romans op in een inventaris, waren Vrolijke Speelsheid en Dodelijke Ernst. In de essays domineert Dodelijke Ernst: Roth becommentarieert met veel sérieux zijn werk in stukken die vaak het product zijn van een verjaardagsspeech of het dankwoord bij een prijsuitreiking. Wie geïnteresseerd is in de visie op de roman van één van de begaafdste beoefenaars van het genre, wordt hier uitstekend bediend. Roth rekende zichzelf tot de afdeling Realistische Romanschrijvers en omschrijft de missie van die schrijverssoort bondig als het portretteren van de mens in zijn bijzonderheid. ‘Het concrete, de onbeschroomde concentratie op al het alledaagse, een hartstocht voor het unieke en een grondige afkeer van generalisaties vormen het levenssap van de fictie.’

‘Lectuur van mezelf en anderen’ was de titel van zijn eerste non-fictieverzameling in 1977, waarvan hij ten behoeve van ‘Waarom schrijven?’ zelf een strenge selectie maakte. Als hij anderen las, lag dat in het verlengde van zijn eigen schrijverij. Hij las, zei hij, ‘om de circuits open te houden’, het was voedsel voor zijn eigen obsessieve schrijven. In 2001 verscheen ‘Over het vak. Een schrijver, zijn collega’s en hun werk’, een boek dat hij volledig opnam in de verzamelde essays en dat illustreert hoezeer hij uit was op uitwisselingen met collega’s, met wie hij uitgebreide conversaties had. Niet toevallig waren het vaak Joodse collega’s: Primo Levi, Ivan Klíma, Aharon Appelfeld, Isaac Bashevis Singer, Bernard Malamud. Franz Kafka kon hij niet meer interviewen, maar die was altijd wel in de buurt.

In ‘Waarom schrijven?’ nam Roth ook interviews op die hij zelf heeft toegestaan. Het mooiste is dat van Hermione Lee voor The Paris Review. Over het spel dat hem een schrijversleven lang bleef amuseren, de vermenging van fictie en autobiografie, zegt hij daar: ‘We kennen allemaal het verschijnsel van de mensen die een politiebureau binnenstappen en daar misdaden bekennen die ze niet hebben gepleegd. Welnu, de valse bekentenis is ook iets wat schrijvers aanspreekt.’

In 2010 verscheen zijn laatste roman. Hij stopte heel bewust met schrijven omdat het beste naar zijn aanvoelen voorbij was. Hij herlas de 31 boeken die hij sinds 1959 gepubliceerd had en zijn conclusie viel samen met de terugblik van zijn boksheld Joe Louis op diens carrière: ‘Ik heb gedaan wat ik kon met wat ik had.’ ‘Waarom schrijven?’ is de best denkbare bijsluiter bij Roths werk. Gelieve het niet mee in de kist te stoppen, het zal net zo lang als zijn gigantische oeuvre hoogst leesbaar blijven.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234