Philippe Lançon overleefde de aanslag op Charlie Hebdo: 'We moeten kunnen lachen om ons ongeluk'

‘De moordenaar kwam dichterbij. Ik zag zijn geweer en begreep dat ik wellicht zou sterven.’ Journalist Philippe Lançon (56) raakte zwaargewond in het gezicht bij de aanslag op het satirische weekblad Charlie Hebdo. In zijn boek ‘Le lambeau’ vertelt hij hoe hij een ander mens is geworden na de terreurdaad. ‘Ik ben niet meer die ijdele, babbelzieke figuur die op die 7de januari 2015 naar de redactie fietste.’

'We moeten kunnen lachen om ons ongeluk'

– Hoe zou u Charlie Hebdo omschrijven?

Philippe Lançon «De geest van Charlie Hebdo stamt uit de jaren 60 en 70. Het is de esprit van het Franse volk, dat zich over elke autoriteit vrolijk maakt en de wereld niet ernstig neemt. Door ermee te lachen implodeert de macht, je maakt duidelijk dat je er niet in gelooft.»

– Charlie Hebdo is ontstaan in de tegencultuur van de 68’ers. U komt uit een burgerlijk milieu. Voelde u zich in het begin geen vreemde eend in de bijt?

Lançon «Ik had voordien als journalist bij de krant Libération gewerkt. De mensen bij Charlie waren kunstenaars, die hun kunst ter beschikking stelden van de journalistiek. Dat is iets helemaal anders. Op de redactievergaderingen van Libération ging het eraan toe zoals bij alle kwaliteitskranten. Bij Charlie Hebdo kon je van alles vertellen en met alles lachen. Ze konden weleens uit hun nek kletsen omdat ze niet goed genoeg geïnformeerd waren. Ik voelde me vaak als een gewezen bourgeois die plots toegang tot een andere dimensie had. Maar daar ging het niet om. Het ging om de discussies waaruit ze grappen en ideeën wilden puren. Ze maakten negen slechte grappen, en de tiende was geniaal.»

– Hoe ging het eraan toe op de laatste redactievergadering, vóór de broers Kouachi schietend binnenvielen?

Lançon «Het was de eerste vergadering van het nieuwe jaar. We waren blij dat we elkaar terugzagen en de sfeer was erg ontspannen, meer dan vroeger. We voelden ons merkwaardig genoeg vrij, omdat het slecht ging met het blad. Het lag eigenlijk op sterven, we hoefden niets meer te bewijzen.»

– Hoe slechter het met Charlie Hebdo ging, des te vrijer voelden de makers zich?

Lançon «Dat heb ik toch zo ervaren. Ik herinner me nog precies hoe Charb glimlachte: hij wist als hoofdredacteur heel goed hoe het blad ervoor stond. Hij leek ermee te willen zeggen dat alles was zoals het moest zijn. Zolang we konden, deden we waar we zin in hadden. Dat gevoel had iedereen die ochtend. Tot de moordenaars het lokaal binnenkwamen.»

– Wat dacht of voelde u op dat moment?

Lançon «Ze kwamen binnen zoals die twee personages in ‘Het proces’ van Franz Kafka die Josef K. komen meedelen dat hij is aangeklaagd. Zij hebben ons aangeklaagd en meteen veroordeeld en terechtgesteld. ‘Het proces’ telt tweehonderd bladzijden, maar wij hadden amper twee minuten.»

– Vlak vóór ze binnenvielen, discussieerden jullie over de roman ‘Onderworpen’ van Michel Houellebecq, die net die week op de cover van Charlie Hebdo stond. Zijn vriend Bernard Maris, die ook aanwezig was, had een zeer lovende recensie geschreven.

Lançon «Bernard en ik waren de enigen op de vergadering die de roman al hadden gelezen en hem ook verdedigden. Cabu (cartoonist van Charlie Hebdo, red.) vond Houellebecq vooral een reactionair, maar Bernard verdedigde de vrijheid van de schrijver.»

– Houellebecq valt toch alles aan waarvoor Charlie Hebdo sinds de jaren 70 heeft gestreden? De libertaire, permissieve, feministische en antiracistische samenleving, zoals u in uw boek ‘Le lambeau’ schrijft?

Lançon «Ja, uiteraard. Ik heb een oude tekst van Houellebecq teruggevonden waarin hij vreselijke dingen over Cabu schrijft.»

– In ‘Onderworpen’ is er begrip voor de bekoring van een gematigde islam als nationale cultuur.

Lançon «Misschien is daar wel wat van aan: je voelt je verlicht als je je aan een god onderwerpt. Die god neemt dan de problemen op zich.»

– En hebt u daarover gediscussieerd in die laatste minuten? Over islamisten in de Franse literatuur, terwijl de islamisten van vlees en bloed al de trappen opliepen?

Lançon «Ja, precies zo is het gegaan.»

– Had u door wat er gebeurde toen de terroristen het redactielokaal binnenkwamen?

Lançon «In het leven begrijp je de dingen vaak te laat – een maand, een jaar of tien jaar te laat. In dit geval was het één minuut te laat. In de tweede minuut snapte ik het al. Ik wist dat er mensen binnengekomen waren die begonnen te schieten. Het waren moslims, want ze riepen ‘Allahu akbar’, en ik wist dat ze iedereen zouden doden. Mijn lichaam had het begrepen, want ik heb me instinctief langzaam op handen en voeten laten zakken, en vervolgens ben ik plat op de buik gaan liggen. Ik merkte hoe een moordenaar dichterbij kwam, ik zag zijn geweer en ik begreep dat ik wellicht zou sterven. En op het moment dat je dat begrijpt, is de levensdrang zo sterk dat een stem in je hoofd zegt: ‘Nee, het kan ook een vergissing zijn. Je zult er heelhuids van afkomen.’ Alles gebeurde tegelijkertijd: ik zweefde tussen bewustzijn en onderbewustzijn, ik kan het zeer moeilijk beschrijven.»

– Heeft niemand geschreeuwd?

Lançon «Ik hoorde twee vrouwen krijsen. Elsa Cayat heeft geroepen tot ze werd doodgeschoten. Sigolène Vinson bleef dat lot bespaard, want toen zeiden de moordenaars dat ze geen vrouwen wilden ombrengen. (Cynisch) Echte gentlemen.»

– U had niet gemerkt dat u gewond was?

Lançon «Nee, ik zag wel bloed, maar ik wist niet dat ik in mijn gezicht was geraakt. Pas toen ik mezelf enkele minuten later op mijn gsm bekeek, had ik het door.»

'Ik koester geen haat tegen de terroristen. Het zijn monsters en moordenaars, maar onze samenleving heeft hen voortgebracht.'

– U schrijft in uw boek bijna niets over de terroristen. Koestert u geen haat tegen de broers Kouachi?

Lançon «Nee. Het zijn monsters en moordenaars, maar onze samenleving heeft hen voortgebracht. Ze kwamen niet van Mars of van Pluto. Ongelukkig genoeg maken ze deel uit van de mensheid, maar ze horen niet thuis in mijn verhaal. Dat gaat over wat de gebeurtenis voor mij heeft betekend. Ik schrijf alleen over wat ik zelf heb gezien, de zwarte benen die ik tweeënhalve minuut lang heb gezien. Ik schrijf over de gezichten van de slachtoffers die ik zelf heb gezien, niet over de anderen. Ik zou me schamen als ik het wel zou doen.»

– ‘Het wordt me steeds duidelijker dat elke mening zinloos en pijnlijk is, als die niet meteen gepreciseerd, gecorrigeerd of tegengesproken wordt door de ervaringen van de spreker,’ schrijft u daarover.

Lançon «Ik probeer zo dicht mogelijk bij de waarheid te komen. Het is geen toeval dat ik zoveel over Franz Kafka spreek in mijn boek: hij heeft een natuurlijke toegang tot de waarheid. De meesten van ons gebruiken de hele tijd trucjes, zelfs heel goede schrijvers doen dat. Kafka niet: hij kan het gewoon niet, hij zit niet zo in elkaar. Hij schept geen entertainment. Voor mij, op mijn eigen bescheiden niveau, was het ook de enige mogelijke toegang tot de waarheid achter de gebeurtenissen, door me uitsluitend tot mijn eigen ervaring te beperken.»

– De aanslag heeft uw leven dus helemaal veranderd?

Lançon «Laten we zeggen dat ik vroeger meer oog had voor de stijl en minder voor de waarheid van mijn verhaal. Wat ik tijdens de aanslag en later in het ziekenhuis heb meegemaakt, heeft mij het talent gegeven om tot de waarheid door te dringen. Sommige minuten in je leven kunnen je eeuwen ouder doen worden.»

– Bent u na de aanslag diepzinniger en oprechter geworden?

Lançon «Ik weet het niet. Maar ik ben niet meer die doelloze, babbelzieke en ijdele figuur die op die 7de januari 2015 naar de redactievergadering van Charlie Hebdo fietste. Ik heb die man in het eerste hoofdstuk beschreven, en je mag hem gerust onsympathiek vinden. Mijn manier van schrijven is in ieder geval veranderd.»

– En is uw journalistieke werk veranderd?

Lançon «Ik gebruik niet meer zo vaak grote woorden zonder veel te zeggen.»

– In het ziekenhuis wilde u alleen nog Franz Kafka, Marcel Proust en Thomas Mann lezen. Zijn dat schrijvers voor iemand die op zoek is naar de zin van het leven?

Lançon «Hoe moet ik dat uitleggen? Als je lang hebt gehongerd, mag je niet veel eten, en zeker niet alles. Ik kon zeer weinig in één keer verwerken: een bladzijde uit Proust, een hoofdstuk van Thomas Mann, een brief van Kafka, en veel muziek van Bach

– Bijna allemaal Duitse kunstenaars.

Lançon «Ik wilde de wereld begrijpen en liefhebben, zoals Hans Castorp ze begrijpt en liefheeft in ‘De toverberg’. Net zoals hij wilde ik niet meer van de berg komen: ik wilde het ziekenhuis niet verlaten. Ik zat op mijn eigen toverberg.»

– In ‘De toverberg’ doemt de Eerste Wereldoorlog op aan de einder, en u ziet in uw boek ook een oorlog aankomen: een maatschappelijke, seksuele, ecologische en spirituele oorlog, die binnen de kortste keren tot onze uitroeiing zal leiden. Dat klinkt zeer apocalyptisch.

Lançon «Mijn boek eindigt op 13 november 2015, de dag van de aanslag op de Bataclan, en na een zeer moeilijke periode in de relatie met mijn vriendin. Ik was op dat moment bij haar in New York, en ik had het gevoel dat de grond onder mijn voeten wegzakte. In die gemoedstoestand heb ik mijn boek afgerond. Alles wat ik schrijf, geldt alleen voor het ogenblik waarop ik het schrijf. Alles hangt af van de dag en de omstandigheden.»

– Het bezoek van president Hollande aan uw ziekbed heeft u deugd gedaan. Hij was goedgeluimd en flirtte met de behandelende arts. U sprak met hem over de aanslag als over een grappig voorval.

Lançon «Ja, daarin stak een charmante lichtheid, die bij het esprit van het oude Frankrijk hoort. Die had je al in de 17de-eeuwse salons en het is niet het tegendeel van diepzinnigheid, maar van zwaarmoedigheid. Ik mag hopen dat we dat niet kwijtraken. We moeten kunnen lachen om ons ongeluk, of toch tenminste glimlachen.»

– Volgens u moeten we die lichtheid te allen prijze verdedigen, zoals in de geest van Charlie Hebdo.

Lançon «Ja, natuurlijk. Het is makkelijk om mensen aan het lachen te brengen met grappige dingen. Maar Charlie Hebdo doet ons lachen om zaken die op zich helemaal niet grappig zijn. Dat is grote kunst, maar het is ook zijn achilleshiel. Op het internet wordt het blad ook gelezen door mensen die niet in staat zijn die cultuur en die humor te begrijpen. Ze kunnen zich niet eens voorstellen dat ze een grap misschien niet snappen. Je kunt die ook niet uitleggen, want zodra je dat doet, is het geen grap meer.»

– Charlie Hebdo had in 2006 al kritiek gekregen toen het karikaturen van de profeet Mohammed uit de Deense krant Jyllandsposten had gepubliceerd.

Lançon «We wisten dat de meeste van die cartoons niet goed waren, maar het ging ons om het principe. Tekenaars die met de dood bedreigd worden, verdienen onze steun, om het even wat je van hun tekeningen vindt.»

– Die onvoorwaardelijke dapperheid van Charlie Hebdo stamt uit een tijd waarin het Franse culturele landschap veel homogener was.

Lançon «Ja, maar de republikeinse droom om via de opvoeding een samenleving van vrije en gelijke burgers te vormen, blijft bestaan. Het is weliswaar een intellectuele constructie, maar we hebben geen alternatief. We moeten er alles aan doen om die droom levendig te houden. Anders dreigt de ondergang.»

© Die Zeit

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234