Pieter De Buysser - De keisnijders

In het land waar Pieter De Buysser heen reist in 'De keisnijders' (De Geus), marcheren op 1 mei geen actiegroepen om op te roepen tot een betere wereld. De vaststelling dat de wereld onderhand genoeg tweede kansen heeft gekregen, is net wat de titelpersonages ertoe drijft een muur te bouwen uit restafval, een cirkelvormige vrijhaven voor al wie genoeg heeft van ambities, betrachtingen en verlangens.

Een constructie die niet toevallig de vorm van een grote nul aanneemt, en al evenmin per ongeluk in Berlijn is gevestigd. De vier malcontents, een roedel onthechte broers en zussen, zien zich uitgeroepen tot hedendaagse profeten wier hoogsteigen panic room verwordt tot een veelbezochte ground zero van de Occupy Wall Street-generatie.

Decennia later laat De Buysser vier ánderen opdraven; opnieuw broers en zussen en – toeval bestaat niet in de beschaafde wereld – ze torsen dezelfde leeftijd als het oorspronkelijke kwartet toen die zich voor het eerst in hun uit steen gehouwen luchtkasteel terugtrokken. Hun doel: de verwaterde principes van de muurbewoners nieuw leven inblazen; goed- of kwaadschiks, het blijkt slechts een detail voor wie behendig met knipmessen jongleert.

Het is niet zo moeilijk om te begrijpen waarom het romandebuut van De Buysser, die zijn naam gemaakt heeft als theatermaker, ondertussen behoorlijk wat buzz aan zijn kont heeft hangen. Wat zich in de toekomst afspeelt – ergens diep in de tweede helft van de eenentwintigste eeuw, België bestaat niet meer, er is ergens sprake van een faliekant afgelopen Vlaams-nationalistische poging om orde op zaken te stellen – probeert bovenal de waan van de dag te vangen.

Eén en ander dient daartoe ook als raamvertelling, een passe-partout voor gewichtige parabels, politiek bewuste pamfletten, bizarre kluchten, tragikomische histories en levenslessen die zelden de ambitie hebben om een mens echt iets bij te brengen ('Aarzelen is in de richting van je aars lopen, je gaat ervan stinken, en er komen catastrofes van') – een 'Decamerone' voor de ontevreden massa, een 'Generation X' vol gezwollen retoriek.

Tussendoor doet het boek zijn best om niet éénduidig in het voor de hand liggende hippievakje ondergebracht te worden: 'Mijn grootvader heeft nog mei ’68 meegedaan en hij heeft er een druiper aan overgehouden en dat is het. Iets anders is daar niet uit voortgekomen: een geslachtsziekte van je overgrootvader.'

'De keisnijders' is tot de rand gevuld met mooie zinnen (een favoriet: 'En na de eerste rusthuisrevoluties in 2027 was het duidelijk dat ouderlingen meer pit hadden dan het groeien van hun sanseveria’s deed vermoeden'), maar blijft steken in richtingloosheid. Dat de personages en hun beweegredenen geloofwaardigheid ontberen, zelfs binnen de logica van het verhaal, stoort niet: 'De keisnijders' heeft zijn zinnen nooit op herkenbaarheid gezet.

De vergelijking met David Nolens' 'De kunst van het wachten' (2011) is al gemaakt, en niet ten onrechte. Maar waar Nolens uit een gelijkaardige premisse (hoofdpersonages die zichzelf in de wachtkamer van het leven parkeren) ook nog een sterk literair werk wist te trekken, komt 'De keisnijders' nog het meest in de buurt van een Tinseltown-thriller: de beelden zijn mooi, de oneliners catchy, de thrills goedkoop.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234