null Beeld

Pietro Bartolo, de dokter van Lampedusa: 'Ik opende de lijkzakken één voor één. Plots voelde ik een zachte polsslag'

Al 25 jaar staat Pietro Bartolo (59) dag en nacht aan de kade klaar als de vluchtelingen arriveren op Lampedusa. ‘Als ze hun natte kleren uittrekken, stropen ze het vel van hun benen mee af.’ Al meer dan 280.000 asielzoekers zag hij komen, levend maar ook dood. ‘‘Meer kisten, meer kisten,’ schreeuwde ik.’

'Hoe hoger de muren die we bouwen, hoe verbetener de mensen zullen klimmen en des te dieper ze zullen vallen'

14 november 2015. Er waait een nijdige wind over Lampedusa. Voor het standbeeld van de Madonna houden de vissers zich onledig met het dichtnaaien van de gaten in hun netten, want de zee is te ruw om uit vissen te gaan. Ze weten wel ongeveer waar op de 50 meter diepe bodem de wrakken van de vluchtelingenboten liggen, maar nog dreigen ze er hun sleepnetten en hun leven door te verliezen. Ze weten precies waar ze ooit vluchtelingen uit de boten hebben opgepikt, op straffe van confiscatie van hun boten en vervolging: ze kunnen ervoor in de boeien worden geslagen.

Het is al dertig jaar hetzelfde verhaal: het aantal vluchtelingen neemt almaar toe. En nu begint men het overal in Europa te voelen. De grote Europees-Afrikaanse migratietop in Malta is net afgelopen, en Europa had Afrika vooraf 3,6 miljard euro hulp beloofd om een dam tegen de vluchtelingenstromen te bouwen. Maar de politici zijn niet tot een akkoord gekomen. De vissers hebben daarom op eigen kracht beslist dat ze al wie in nood verkeert van de verdrinkingsdood willen redden. Geen wet, maar een zeemansgebod. Ook al zijn er de voorbij nacht 129 mensen doodgeschoten in Parijs. Visser Salvatore zegt wat veel van zijn collega’s al langer dachten: ‘Je weet niet wie je aan boord haalt. Morgen kunnen ze zeggen: je vist terroristen op.’

undefined

null Beeld

undefined

'Pietro Bartolo (de tweede van links): 'Ik heb meer dood en ellende gezien dan een man verdragen kan.'

‘De meeste mensen in die boten ontvluchten hetzelfde lot waar wij nu bang voor zijn,’ zegt dokter Pietro Bartolo in het kleine ziekenhuis van het zesduizend inwoners tellende eiland. Begin jaren 90 heeft hij het opgericht. Hij ziet al 25 jaar lang iedere vluchteling die op Lampedusa aankomt. Dag en nacht staat hij aan de kade klaar als de vluchtelingen arriveren. Hij heeft al meer dan 280.000 vluchtelingen gezien, levend maar ook dood. Hij voelde hun pols, onderzocht hen op ziektes. Bij iedere zwangere vrouw streek hij met een echosonde over de buik om te kijken of het kind nog in leven was. Hij hielp kinderen ter wereld komen, praatte met de moeders, troostte hen. Van de overledenen verzamelde hij DNA-materiaal, hij deed hen in lijkenzakken, legde hen in doodskisten.


De blik van een kind

Ik ontmoette Pietro Bartolo voor het eerst elf jaar geleden. Ook toen al was de vluchtelingenstroom aanzienlijk. Aan de kade van Lampedusa arriveerde die dag een boot met honderd vluchtelingen, die naar de geel verlichte letters van het grote hotel op het eiland staarden. ‘Hotel Medusa’ stond er. Ik ging geregeld terug. En iedere keer was de dokter in de weer. Maar vandaag, de ochtend na de nacht van 13 november 2015, is anders. En ook weer niet. Hij heeft die nacht een nachtmerrie gehad, zoals iedere nacht.

Pietro Bartolo «Ik laat mezelf in het zwartste donker van de buik van een schip zakken. Ik voel hoe de grond onder mijn voeten zacht is en meegeeft. Ik tast naar de bodem en ik voel een hand, een gezicht. Ik besef dat ik over honderden lijken loop. Ik schijn met het licht van mijn gsm over een tapijt van lijken. En ik kijk in de ogen van een kind dat morsdood is, maar mij lijkt aan te staren.»

Hij beschrijft geen droom, maar wel wat hij in 2013 meemaakte. Het kind blijft hem nog iedere dag aanstaren. Iedere nacht opnieuw bevindt hij zich in dat donkere ruim. Iedere dag steekt hij zijn handen uit in wat men de weke onderbuik van Europa noemt. Hij wil niet verstenen. Ook vandaag, de dag na de aanslagen in Parijs, niet.

Bartolo «Ik zie het. Hoe de angst door de aderen kruipt. En hoe een mens die iedere dag moet overwinnen. Bang zijn we allemaal.

»Ken je dat lied? ‘Volare, cantare...’ De zanger ervan, Domenico Modugno, had hier een buitenverblijf. Men wilde het eiland toen aantrekkelijk maken voor toeristen. Ik vond hem op het strand waar de schildpadden hun eieren leggen. ‘Dottore,’ riepen de mensen, ‘dottore, Domenico gaat dood!’ In mijn hoofd zag ik hem nog met zijn armen zwaaien op het Eurovisiesongfestival (in 1958, red.). Maar die dag zong hij geen woord. Daar lag hij, voor zijn villa, bij de azuurblauwe zee. Zijn lippen waren blauw en koud. Zijn hart had het begeven.

»In die periode, begin jaren 90, spoelden hier ook de eerste vluchtelingen aan. Op ditzelfde strand. Ze sneden mij de adem af. En het houdt niet op. Die eindeloze stoet van mensen wier hoop sterker is dan hun angst. Ook dat gevoel ken ik. Mijn vader was een visser, de beste van het eiland, maar we waren arm. Hij had geen andere keuze dan in het lot te geloven. We hadden het niet breed, maar het was zijn droom om één van zijn zeven kinderen te laten studeren. Hij had gehoord dat studeren kansen op een beter leven bood. Alleen wie wegging van het eiland, kreeg een perspectief. Maar dat kostte veel geld. Toen ik 12 was, toonde hij ons een zak waarin briefjes zaten. ‘Daarop staan jullie namen,’ zei hij. Hij stak zijn hand in de zak. ‘Het briefje dat ik straks in mijn hand heb, is het winnende lot. Daarop staat de naam van diegene die mag studeren.

»Er was alleen een basisschool op Lampedusa. Wie ouder dan 11 was, ging de zee op om vis te vangen. De meisjes bleven thuis. Hij vouwde het winnende lot open. ‘Pietro,’ zei mijn vader. Ik was zijn enige zoon, de enige die de visserij kon voortzetten. Misschien heeft hij valsgespeeld, misschien ook niet. Hij sloeg met zijn hand op mijn schouder en ik zag hem huilen.»

undefined

null Beeld

undefined

'Pietro Bartolo: 'De vluchtelingen noemen Lampedusa de poort naar de hemel.'


Hoerenchance

Bartolo «Aan de kade van Lampedusa wuifde de familie mij uit, verdrietig maar ook vol verwachting. Het was alsof ik naar Amerika of een ander beloofd land ging. Ik was net 13 en werd op de veerboot gezet. Ik was bang. Naar Sicilië was het meer dan een nacht varen. Maar wie in 1969 in Zuid-Italië woonde en een beter leven wilde, moest gewoon emigreren. Dat is amper 46 jaar geleden, hè, maar het geheugen van de Europeanen is kort.

»Voor het eerst in mijn leven droeg ik schoenen, want op Lampedusa liep iedereen blootsvoets. Twee dagen is mijn vader bij mij gebleven in Trapani, op Sicilië. Hij heeft me ingeschreven op de school en een kamertje gezocht. Toen vertrok hij weer.

»Overdag ging ik naar school en ’s avonds zat ik te huilen in een kleine kamer in een benauwende straat van een stad die ik niet kende. De eerste maanden heb ik alleen droge panini gegeten. En ik was het niet gewend om alleen in een bed te slapen: we hadden altijd met z’n negenen in één ruimte geleefd. Ik was niet voorbereid op zoveel eenzaamheid. Ik was wanhopig, en bang in het donker. Als ik eraan terugdenk, voel ik opnieuw de angst van die 13-jarige die werd uitgewuifd, op weg naar een nieuwe toekomst. Ik heb die angst in de ogen van veel vluchtelingen herkend.

»Alleen met kerst en tijdens de zomervakantie mocht ik naar huis. Omdat ik goede cijfers haalde, stond de directie van de school me wel toe om twee weken eerder dan de anderen te vertrekken en twee weken later terug te komen. Maar dat was geen geschenk, wel een economische noodzaak. Mijn vader had mijn hulp gewoon hard nodig. Ik was de enige van zijn kinderen met een vissers- en een vaarbrevet.

»Na de zomervakantie moest ik terug naar Sicilië. Ik vond toen een onderkomen bij prostituees, moeders van vriendjes van me. Ze behandelden me als hun eigen kind. Ik woonde in een huis op de Via Battipaglia, één van de bekende prostitutiestraten daar. Het is vaak gebeurd dat ik bij hen thuis aan tafel zat en er een klant kwam aankloppen. Dan duwden ze me de deur uit met de woorden: ‘Je moet studeren, jongen.’

»Ik was amper 13, maar ik begreep heel goed welke offers er voor mij werden gebracht en hoeveel hoop er in mij werd gesteld. Ik studeerde als een gek. Na een paar jaar voelde ik me een wereldburger. Ik wilde dokter worden – gynaecoloog, want ik had de barenspijnen van mijn moeder gezien.»


Het vel van de benen

Bartolo «Op Lampedusa was er in die tijd geen dokter. Er was één man die van het ene eiland naar het andere voer. Hij ging van huis tot huis. Hier trok hij een tand, daar deed hij een kleine operatie. Hij moest alles kunnen en kennen. Hij was mijn held.

»Ik heb iets verzwegen. Ik ben niet de enige zoon van mijn ouders. Mijn oudere broer liep een hersenvliesontsteking op toen hij 2 jaar was, maar die reizende dokter herkende de symptomen niet. De hersenen van mijn broer raakten ernstig beschadigd, en mijn ouders hebben hem na verloop van tijd naar een gesticht op het vasteland moeten brengen. Daar woont hij nog steeds.

»Ik ben altijd beducht geweest voor epidemieën van meningitis onder de vluchtelingen, want die ziekte kun je nooit snel genoeg behandelen. In Afrika hebben ze er niet altijd de middelen voor, anders dan hier. Ook het verhaal van mijn broer heeft bepaald wat voor dokter ik wilde zijn. Na mijn studie besloot ik terug te keren naar Lampedusa: hier werd ik de eerste plaatselijke dokter. Ik wilde vooral kinderen op de wereld helpen. Maar ik heb meer dood en ellende gezien dan een man verdragen kan.

undefined

'Wie in 1969 in Zuid-Italië woonde en een beter leven wilde, móést gewoon emigreren. Dat is amper 46 jaar geleden, hè'

»Lampedusa is een weerspiegeling van de wereldpolitiek van de laatste vijftig jaar. In 1986 had Kadhafi in een vergeldingsactie voor Amerikaanse bombardementen op Libië twee Scud-raketten op het eiland afgevuurd – er was hier al jaren een Amerikaanse luchtmachtbasis. De raketten vielen gelukkig in zee, maar we beseften toen dat we niet meer het slachtoffer wilden worden van een boven onze hoofden gevoerde internationale en nationale politiek. De inwoners hadden mensen nodig die gestudeerd hadden om een politieke lijst van bewuste burgers te kunnen samenstellen. Ik heb me kandidaat gesteld en werd verkozen als viceburgemeester. We wilden het leven van de burgers van Lampedusa beter maken. Als vroeger iemand ernstig ziek was, moest hij met een militair vliegtuig naar Sicilië worden gebracht. Maar die militaire diensten waren meer bezig met buitenlandse betrekkingen en defensie dan met het verzorgen van de burgers van het eiland. De meeste zieken stierven gewoon omdat er niet tijdig een vliegtuig beschikbaar was. Het eerste wat ik deed, was een gezondheidsinfrastructuur opzetten, met een Cessna-vliegtuig voor spoedgevallen. Ik werd een vliegende dokter.

»Onlangs nog heb ik een vloot medische helikopters moeten oproepen. Drieëntwintig migranten waren in Libië net voor ze inscheepten zwaar verbrand door een ontplofte gasfles. En toch werden ze door de smokkelaars in een rubberen boot het water in gestuurd. Een kind van 4 was tot op het bot verbrand. Een meisje van 20 was onderweg gestorven. Urenlang vlogen de helikopters heen en weer naar het grootste brandwondencentrum van Italië.

undefined

null Beeld

undefined

'Pietro Bartolo: 'Wie hier iedere dag de verdoemden in de ogen kijkt, steekt zijn handen uit.'

»Het is nieuw, die brandwonden. De meeste migranten die levend aankomen, lijden aan uitdroging, onderkoeling en angstaanvallen. Soms zie ik ernstige wonden die ze opgelopen hebben door foltering. Maar de laatste tijd zie ik steeds meer chemische brandwonden die niet met eerste hulp te behandelen zijn. De smokkelaars gebruiken nu vooral opblaasbare boten met een benzinemotor, de migranten moeten onderweg brandstof bijvullen met een jerrycan. Daarbij komen druppels benzine op de bodem terecht, en de benzine vermengt zich met water. Maar die vluchtelingen zitten soms dagen met hun blote voeten in dat benzinemengsel zonder te beseffen dat ze zwaar aan het verbranden zijn. Als ze bij aankomst hun natte kleren uittrekken, stropen ze het vel van hun benen mee af.»


Het vloeibare graf

Bartolo «Vanaf 2011 werd de stroom migranten steeds groter. Tussen eind jaren 80 en nu zijn hier zeker 280.000 vluchtelingen aangekomen. In schamele boten, zwemmend, drijvend. Dood of levend. Ik kan en wil ze niet meer tellen. Ik kan en wil niet meer tellen hoe vaak ik in het holst van de nacht naar de hel ben gelopen. Uren wachtend op de kade.

»Ik ken de namen die de vluchtelingen deze plek geven: de poort naar de hemel, het fatale strand, het vloeibare graf. Een mens went nooit aan misère. Ik zie die donkere, bange ogen dag en nacht. Van mannen, vrouwen en kinderen, vechtend tegen het lot. ‘Stuur ze terug,’ zeggen ze op het vasteland. ‘Hou de poorten dicht.’ Politici. Wereldleiders. Ze komen in drommen hierheen als de camera’s draaien. Ze spreken veel, maar ze zeggen weinig als zich een ramp heeft voorgedaan. Maar wie hier iedere dag staat en de verdoemden in de ogen kijkt, steekt zijn handen uit. Die zoekt naar de uitgeputte, uitgehongerde, uitgedroogde levenden tussen de doden.

undefined

'Ik zie steeds vaker ernstige chemische brandwonden: bootvluchtelingen zitten soms dagenlang met hun voeten in met benzine vervuild water'

»Eén keer heeft de helikopter mij moeten meenemen. In september 2013 kreeg ik een beroerte. Ik was half verlamd. Maar toen ik een maand later het telefoontje kreeg dat zich op zee een vreselijk drama met een vluchtelingenboot uit het Libische Misrata aan het afspelen was, ben ik wéér naar de kade gegaan. Ik kan op zo’n moment niet thuisblijven. Er zijn hier op 3 oktober 2013 bijna vierhonderd mensen verdronken. ‘Meer kisten, méér kisten!’ stond ik hier te schreeuwen.

»Ik had geen plaats om alle lijken te bergen. Ik kende de doden niet, maar voor mij waren het geen vreemden. We hebben met boten honderden kisten uit Sicilië laten komen, en daarna hebben we met kranen de kisten met de lichamen erin in containers gehesen.

»Het ergst waren de moeders en de kinderen. Een pas bevallen moeder en haar kind, door duikers dood naar boven gebracht. Ze had een fotoalbum in plastic folie bij zich. Een verwaterd teken van oud leven. Het te vroeg geboren kind dat aan haar lijf bengelde. De moeder moet uit angst bevallen zijn. Ik heb de navelstreng niet doorgeknipt, maar moeder en kind samen in één kist gelegd, met het fotoalbum erbij.

null Beeld

»Ik blijf telkens opnieuw zoeken naar het kloppen van bloed in een pols. Iedere keer opnieuw. Al bijna dertig jaar lang. Hier op het land, waar we ieder jaar de Madonna door de straten dragen. Madre Maria, gezegend is de vrucht van uw lichaam. We smeken haar om genade. Zelfs op de bodem van de zee hebben we een beeld van de Moeder Gods. Ik rits ’s morgens de lijkenzakken open en dicht. Ik zoek naar tekens waardoor de doden herkenbaar worden voor de levenden, tatoeages bijvoorbeeld, en keer mij ’s avonds om naar het gezicht van mijn vrouw om haar te kussen.

»Ik heb haar leren kennen in de vierde klas, als vreemdeling in Sicilië. We waren 15. Ik moest op de eerste rij zitten, want ik was klein van gestalte. Naast mij kwam een meisje in de bank zitten. Rita. Ik was verliefd en niet beschaamd. We zijn al meer dan veertig jaar samen. We hebben samen geneeskunde gestudeerd. Zij is hematologe. Ze weet als geen ander wat mij drijft.»


Vrijend koppeltje

Bartolo «Tijdens de ramp van 3 oktober 2013 kwam er ’s nachts nog een tweede boot aan: de Fiorino, de boot van Domenico Lapinto. De visser had 49 mensen aan boord getrokken. Ik was nog bezig op de kade de lijkenzakken dicht te ritsen. Er lag een lange rij dode lichamen in zakken, waar ik langsliep. Domenico kon niet stoppen met huilen. Hij had niet iedereen aan boord kunnen halen. ‘Domenico,’ zei ik, ‘je hebt je best gedaan.’

»‘Ik heb een man omhoog proberen te trekken,’ zei hij. ‘Hij heeft mijn hand gepakt, maar ik voelde de zijne wegglijden.’

»‘Domenico, je hebt een heleboel andere mensen gered.’

»‘Maar de rest ligt nu dood in de zee,’ zei hij.

»‘De benzine en de olie hebben je handen glibberig gemaakt,’ zei ik. ‘Daar kun je niets aan doen.’

»Terwijl ik naar hem luisterde, ging ik van lichaam naar lichaam. Ik opende de zakken en voelde aan alle polsen. Domenico begon weer te huilen. Het volgende lichaam was dat van een meisje. Ik dacht: ‘Dit is niet mogelijk.’

»‘Rustig, Domenico,’ riep ik. ‘Zwijg!’

»Ik voelde een zachte polsslag. En toen nog één. Ik haakte meteen mijn vingers in elkaar en begon haar borstbeen in te drukken. Ik legde mijn lippen op de hare, blies mijn adem in haar lijf.

»Ze kwam uit Soedan, en nu woont ze in Zweden. Ze heeft me nog een postkaart gestuurd. Toen vorig jaar de ramp herdacht werd, zijn de honderd overlevenden naar Lampedusa gekomen. Ik heb op haar staan wachten op de luchthaven, maar ze was er niet bij: ze had geen visum gekregen.

undefined

null Beeld

undefined

'Pietro Bartolo: 'Op 3 oktober 2013 zijn hier bijna vierhonderd mensen verdronken.'

»Er zijn wel meer vluchtelingen die je bijblijven. De 19-jarige Omar, bijvoorbeeld. In de lente van 2011 had hij zich drie weken schuilgehouden in een grot aan het strand, hetzelfde strand waarop ik de zanger van ‘Volare’ had proberen te reanimeren. Toen hij helemaal verwilderd en uitgehongerd de grot verliet, stootte hij op een vrijend koppeltje. Die hebben de priester en mij toen gewaarschuwd. Op dat moment was Lampedusa wereldnieuws, want de Arabische Lente woedde volop en veel Tunesiërs vluchtten hierheen. Velen van hen werden teruggestuurd, daarom was die jongen doodsbang voor de politie. Ik ben met priester Dario naar het strand gereden en we hebben ons over hem ontfermd. We hebben in alle discretie onderdak voor hem gevonden bij de familie Sferlazzo. Later is hij cultureel mediator geweest in het inmiddels gesloten vluchtelingencentrum. Nu werkt hij als schoonmaker in Malta, hoewel hij erg intelligent is.

»Weet je, we moeten vluchtelingen blijven verwelkomen, maar tegelijkertijd moeten we die migratie een halt toeroepen. Niet door een muur te bouwen, want hoe hoger de muur, des te verbetener de mensen zullen klimmen en des te dieper ze zullen vallen. Achter de ellende die wij meemaken, en de ellende die men nu in Parijs meemaakt, zitten politieke motieven, maar méér nog: zakelijke belangen en lobby’s. Grootmachten doen mensen op de vlucht slaan. Een muur rond Europa bouwen zal dat probleem niet oplossen. En het ontslaat ons niet van de plicht onze rol als mens te spelen. We kunnen beginnen met al het mogelijke te doen in plaats van ons hoofd te breken over het onmogelijke.

»Misschien ligt het ook aan de politiek zelf. Politici zijn te veel bezeten van de angst om van de macht verstoten te worden. Angst is één van de belangrijkste drijfveren van de mens. Maar ik zal levens blijven redden. Ondanks alles.

»Een tijd geleden heb ik het leven gered van een kind van een zwangere Nigeriaanse vrouw. Ze had geen weeën. Ik heb haar buik opengesneden en het kind met mijn handen uit haar schoot gehaald. Ik heb het kind beademd en de vrouw weer dichtgenaaid. Uren heb ik aan de operatietafel gestaan. Ik heb het uiterste van mezelf gegeven: ik heb me twee keer in de vingers geprikt, en de vrouw bleek besmet met hiv. Ik heb mezelf nu laten controleren. Het kind hebben we Dona genoemd, geschenk.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234