Pijn, pillen en pittige rokjes: 1001 tips om te slagen voor je examens

Huisdokters worden overspoeld door jongeren met de volgende symptomen: klamme, trillende handen, een hart dat sneller klopt dan toegelaten binnen de bebouwde kom en een zeemansknoop in de maag. Het gaat hier niet om een hardnekkig zomergriepje, maar om de blokperiode die jong Vlaanderen in haar greep houdt. Om alle getroffenen een hart onder de riem te steken, onderwierp Humo een rist ervaringsdeskundigen aan een mondelinge proef over hun zenuwslopendste, verrassendste of meest memorabele examenstoten.

'De prof vroeg: 'De bouwmeester van deze Romeinse tempel is...' Ik vulde aan: '...dood.' Ik was niet geslaagd'


‘Stress en diarree’

Jean Paul van Bendegem (prof wetenschapsfilosofie en logica) «Ik had altijd stress tijdens de examens. Dat uitte zich in de klassieke fenomenen: niet kunnen eten, diarree, dat verbeterde een beetje zodra ik in de wijsbegeerte zat: examens namen daar meer de vorm van een discussie aan, het was geen zuiver geheugenwerk. Maar zelfs toen ik na mijn doctoraatsverdediging van de jury te horen kreeg dat ik geslaagd was met grootste onderscheiding, werd het me nog blauw voor de ogen. Ik houd er dan ook rekening mee dat er tussen mijn eigen studenten ook stresskippen zitten.»

HUMO U was zelf student in de jaren 70: is er een groot verschil tussen de proffen van toen en die van nu?

VAN BENDEGEM «Er waren vroeger professoren met, bijvoorbeeld, een alcoholprobleem: dat zou nu niet meer kunnen. Professoren worden om de vijf jaar geëvalueerd: bij een negatief rapport moet er aan remediëring gedaan worden. En na twee opeenvolgende negatieve rapporten vlieg je buiten. Die verandering is misschien niet slecht, maar daardoor wordt het wel allemaal wat grijzer: de flamboyante figuren raak je kwijt.

»Ik heb het geluk gehad les te krijgen van onder meer Leo Apostel, Etienne Vermeersch en Jaap Kruithof: dat is filosofie studeren op Comme Chez Soi-niveau. Maar in de psychologie, bijvoorbeeld, zaten ze met professor Paul Ghysbrecht, over wie de wildste verhalen de ronde deden: dat je op het examen binnenkwam en hem niet achter zijn bureau zag zitten, maar boven op een kast. Maar dat verhaal klopt niet. Wat hij, net als Kruithof, wél deed: drie studenten binnenroepen en hen samen examen laten afleggen – dan moesten ze mekaars antwoorden afmaken en zo. Sommigen kwamen daar beteuterd of kwaad buiten, en begonnen dan zulke verhalen te verzinnen. Over mij heeft ook lang een verhaal de ronde gedaan dat niet klopte. Bij het mondelinge examen logica waren er altijd wel een paar studenten die mijn bureau binnenkwamen en zeiden: ‘Ik moet iets bekennen, professor, ik kán eigenlijk helemaal niet logisch denken.’ Ik antwoordde dan: ‘Als ik je nu vraag op een stoel te gaan staan en eraf te springen, zul je dat dan doen?’ – ‘Ja, professor.’ Waarop ik vervolgde: ‘We zitten hier op de vijfde verdieping. Als ik je zou vragen door het raam naar beneden te springen, zou je dat dan doen?’ Hun verstandige repliek: ‘Neen, professor.’ Waarop ik: ‘Voilà, je kunt logisch denken! Ga zitten, het examen is begonnen.’ Dat voorval was op een bepaald moment uitgegroeid tot de roddel dat mijn examen zeer eenvoudig was: ‘Als hij je vraagt op een stoel te gaan staan, moet je dat doen, maar daarna vraagt hij om door het raam naar beneden te springen: dat moet je níét doen.’ (lacht)»

HUMO Bent u een strenge prof?

VAN BENDEGEM «Mijn vak is geen buisvak, maar formele logica is voor velen iets vreemds. Ik train studenten op het herkennen van de structuur van een argument: deugt die of niet? Bijvoorbeeld: ‘Als ik thuis ben, brandt het licht. Je passeert in mijn straat en ziet het licht branden.’ Veel studenten zeggen dan: ‘Ah, dan bent u thuis.’ Neen! Het zou kunnen dat ik het licht altíjd laat branden. Die manier om redeneringen te ontleden is iets waar het middelbaar onderwijs te weinig aandacht aan besteedt.

»Ook al hebben studenten het dus vaak moeilijk met logica, toch is er vandaag nog een oud-student op me afgestapt toen ik in Brussel-Noord op de trein stond te wachten: hij wilde me bedanken voor m’n lessen. Dat maakt het de moeite waard. Nu, volgend jaar is het mijn laatste jaar als professor, en ik heb uitgerekend dat ik dan tussen de 15.000 en 20.000 studenten onderwezen zal hebben: dan is het niet meer dan logisch dat er af en toe een tevreden oud-student op hetzelfde perron staat (lacht).» (kd)


‘Extreme bloedneus’

TAMARA Stojákovic (Beste Leraar Nederlands 2017) «Er gebeuren soms bizarre dingen wanneer ik examens afneem, maar op den duur kijk je daar niet meer van op. Enkele klassiekers: wanneer leerlingen het antwoord niet weten, schrijven ze een persoonlijk relaas op: ‘Sorry, ik had een communiefeest’, ‘Mijn lief heeft het uitgemaakt’ of ‘Ik heb niet kunnen studeren, want mijn ouders zijn aan het scheiden.’ Als we merken dat ze dat ook bij andere vakken doen en dat hun cijfers echt dramatisch zijn, dan wordt er wel rekening gehouden met hun situatie, maar vaak zijn het gewoon uitvluchten. Het tekenen van een boom is ook een tijdje een rage geweest. Onder die boom schreven ze dan: ‘Mevrouw, u vindt het antwoord achter deze boom’ – waarbij ze dan meestal nog de dt-regel aan hun laars lapten, en ‘vint’ schreven (lacht). Ik schrijf daar dan bij: ‘Je vindt je punten ook achter deze boom terug.’

»Tijdens een mondeling examen is er ooit eens een meisje beginnen te hyperventileren, puur van de stress. Ik heb haar toen een toertje of vier rond de speelplaats laten rennen, zodat ze wat stoom kon aflaten. En een jongen kreeg eens een extreme neusbloeding, ook van de stress – het bloed stróómde eruit, echt waanzinnig. Ik stelde voor om even te stoppen, maar dat hoefde niet: ‘Ik ben dat gewoon, mevrouw. Doet u maar verder.’ (lacht)

»Dit jaar ben ik, in het kader van een proefproject, van mondelinge examens naar een soort van functioneringsgesprekken overgestapt. Voor mij draait het tijdens die gesprekken puur om mondelinge taalvaardigheid. Ik stel vragen als ‘Welke les Nederlands is jou bijgebleven?’, en daar komt dan een babbeltje uit voort. Ik heb die vraag vroeger ook eens op een schriftelijk examen gesteld, en toen schreef één leerling: ‘Tijdens die bepaalde les heb ik gemerkt dat u wat kort van stof was: ik denk dat u toen ruzie had met uw man.’ Pubers zijn heel eerlijk (lacht).

»Eigenlijk doen de leerlingen tijdens die gesprekken aan zelfreflectie: zowel over het vak Nederlands, als over hun functioneren op school. Ik leer er zelf ook heel veel uit. Schoolmoeheid is bijvoorbeeld één van de dingen die dan naar voren komen, of een moeilijke thuissituatie.»

HUMO Het is onder meer die aanpak die ervoor gezorgd heeft dat je verkozen werd tot Beste Leraar Nederlands, een wedstrijd die georganiseerd werd door het Nederlandse radioprogramma ‘De taalstaat’ en het Radio 1-programma ‘De bende van Annemie’.

Stojákovic «Die overwinning is uiteraard een mooie bekroning van mijn werk, maar het is ook een beetje wennen. Ook voor de Nederlanders, die de wedstrijd heel erg serieus nemen. Terwijl ik meer van het go with the flow-type ben.» (kd)


‘Kosten-batenanalyse’

ASTER NZEYIMANA (VRT-sportjournalist) «Ik heb een examenanekdote from hell. In mijn tweede jaar rechten had ik zes herexamens, waaronder burgerlijk procesrecht en zakenrecht & zakelijke zekerheidsrechten. Die twee vakken vielen op twee achtereenvolgende dagen – een maandag en een dinsdag, ik zal het nooit vergeten. Ik ging ervan uit dat het herexamen burgerlijk procesrecht op maandag viel, maar toen ik in de faculteit aankwam, zag ik enkel instructies uithangen voor het examen zakenrecht & zakelijke zekerheidsrechten. Ik dacht aanvankelijk nog dat een ander studiejaar dat examen had, tot ik ook de namen van mijn medestudenten op de lijst zag staan: ‘Fuck, néé!’ Ik bleek de vakken omgewisseld te hebben: ik had dat verkeerd in mijn blokschema gezet.

»Ik heb nog aan dat examen deelgenomen: ik had zakenrecht & zakelijke zekerheidsrechten een week voordien geblokt, en heb anderhalf uur lang alles zitten noteren wat ik me nog kon herinneren. Wat helaas niet heel veel was: ik had een 8 of 9 op 20. Dat vak heb ik moeten meenemen naar het derde jaar, en de derde keer was ik er wel door. Je kent dat wel: het eerste jaar ben je een goede student, waardoor je je het jaar erna de koning te rijk voelt: ‘Ik hoef er niet eens veel voor te doen!’ Om je het derde jaar dan weer nederig op je cursussen te storten. Voor burgerlijk procesrecht de dag erna was ik trouwens wél geslaagd.

'Met de juiste studiekeuze heb je al voor 50 procent gewonnen. Had ik chemie gekozen, dan was ik nu nóg aan het studeren'

»Ik heb dat verhaal tot op de dag van vandaag aan niemand verteld. Een 8 of een 9 komt niet zo verdacht over: mijn ma dacht dat ik gewoon een slecht examen had afgelegd. Niet dat ik er beschaamd over was, maar ik had in mijn hoofd een kosten-batenanalyse gemaakt: had ik het haar verteld, dan zou ik er geen enkele baat bij gehad hebben, maar wel heel veel kosten (lacht). Hopelijk kan ze ermee lachen als ze dit leest!» (kd)


‘Een tube Voltaren’

Thomas Vanderveken (VRT-presentator) «Op het conservatorium had ik het gevoel dat ik thuiskwam. In de middelbare school vond ik de meeste mensen ongeïnspireerd – de leerlingen minstens evenveel als de leerkrachten – maar op het conservatorium deelde iedereen dezelfde passie. Ik was er vooral goed in mondelinge examens. Dan kon ik het laken naar me toe trekken, de prof van de vraag weg praten, richting het stukje dat ik wél goed kende.»

HUMO Je bent dus met gemak door je muziekstudie gefietst?

Vanderveken «Examens zijn natuurlijk nooit een pretje. Mijn diploma muziektheorie heb ik gehaald met een redelijk straf examen contrapunt (de kunst om op een bestaande melodie een of meer andere melodieën te zetten die harmonisch samenklinken, red.). Daarvoor moet je een koraal componeren in de geest van Palestrina, een Italiaanse componist uit de 16de eeuw. Je stapt om 8 uur ’s ochtends het lokaal binnen met pen, muziekpapier en je boterhammen; om middernacht kom je buiten met een eigen compositie. Zo’n examen is zweten, maar toch is het ook mooi. Het herinnert aan een soort meesterschap dat je bijna nergens nog vindt, aan een traagheid die uitgestorven is.

»Ik herinner me ook mijn herexamen piano in de tweede kandidatuur, maar dan om een heel andere reden: mijn papa was toen erg ziek – hij had asbestkanker. Als ik thuis concertjes speelde ter voorbereiding van het examen, moest hij halverwege op bed gaan liggen en daar verder luisteren.

»Op het examen zag ik zo bleek als een hotellaken, zo zenuwachtig was ik. Ik heb het met de hakken over de sloot gehaald, maar daarna ben ik gestopt met piano. Het viel gewoon niet meer te combineren met mijn werk voor de VRT. Al die jaren is dat blijven knagen, maar nu krijg ik een herkansing: ik heb mezelf een jaar gegeven om een pianoconcerto in te studeren (in het najaar te volgen op Canvas in ‘Thomas speelt het hard’, red.). Ik kijk met angst uit naar 7 december, de dag waarop ik het concerto zal spelen met het Brussels Philharmonic. De zenuwen van mijn herexamen piano zijn helemaal terug.»

HUMO Nam je weleens je toevlucht tot bepaalde hulpmiddelen om die plankenkoorts te bestrijden?

Vanderveken «Medicatie tegen de zenuwen zijn een plaag in de klassieke muziekwereld, maar ik heb het nooit gedaan. Vroeger, toen ik mijn examen piano voorbereidde en twaalf uur per dag speelde, had ik wel altijd een tube Voltaren bij de hand, een ontstekingsremmer. Ik begon de dag met Reflex Spray op mijn voorarmen, na de middag schakelde ik over op Voltaren. Echt niet goed. Als ik zie hoe traag ik nu vorder met het concerto, dan vrees ik dat de aandelenkoers van de producent weer flink zal stijgen tegen december.» (hvt)


‘In bed in de aula’

Jill Peeters (VTM-weervrouw) «Een paar maanden voor ik in Leuven geografie ging studeren, moest ik een zware rugoperatie ondergaan. Tijdens mijn eerste jaar aan de unief heb ik daardoor alle lessen liggend op een bed gevolgd. Dat was heavy, ik was amper 18. Gelukkig waren mijn medestudenten superlief: vanaf dag één stond iedereen klaar om mij te helpen. Mijn bed stond vooraan in de aula, en ze kwamen me daar gezelschap houden. Alleen als we samen met een andere studierichting een vak volgden, voelde ik de ogen weleens in mijn rug priemen. Ik denk dat veel andere studenten mij in die tijd als ‘die rare op dat bed’ zagen.

»Door mijn rugprobleem heb ik nooit een les kunnen brossen: iedereen zou meteen gezien hebben dat ik er niet was (lacht). Misschien was ik daardoor zo goed voorbereid op mijn examens, want van blokstress heb ik nooit last gehad.»

HUMO Moest je je examens horizontaal afleggen?

Peeters «Sommige wel, andere niet. Eén keer heeft dat bijna tot een paniekaanval geleid. In mijn eerste jaar geografie hadden we het examen voor ons hoofdvak fysica – een echte killer – al met Pasen. Het examen werd gespreid over twee dagen. De eerste dag hadden we het theoretische luik, met een mondelinge proef. Omdat de schriftelijke voorbereiding niet zo lang duurde, besloot ik dat voorzichtig rechtop zittend af te leggen. Een paar dagen later hadden we het tweede luik, een schriftelijk examen. Omdat dat bijna vijf uur duurde, besloot ik daarvoor toch maar weer in mijn bed te gaan liggen. De prof fysica, die tijdens het examen altijd door de aula liep, zag mij liggen, kwam naar mij toe en zei: ‘Juffrouw, u legt uw oefeningenexamen af, terwijl dat niet mag als u niet hebt deelgenomen aan het theoretische luik.’ Ik sloeg meteen in paniek: ik had mijn examen toch afgelegd? Was de prof mijn punten misschien kwijtgespeeld? Tot het me begon te dagen: hij had mij die dag natuurlijk niet herkend zonder mijn bed! Het hele jaar door waren dat bed en ik onafscheidelijk geweest, en plots zag hij tijdens het mondeling examen een vlijtige jongedame in een pittig rokje zitten (lacht). Soit, het is uiteindelijk goed gekomen: ik ben met een triple A voor fysica afgestudeerd.» (mke)


‘Gefocust op gulp’

Wim Distelmans (oncoloog, voorzitter van de euthanasiecommissie) «Ik had als student niet zo’n uitgebreide garderobe. Een jeans en een fluwelen kostuum dat mijn moeder ergens op de kop had getikt, en waarmee ik echt ál mijn examens heb gedaan – toen was het nog niet gepast om dat in jeans te doen. In de loop van al die jaren was het een beetje mijn gelukskostuum geworden.

»Tot de ochtend dat ik voor mijn allerlaatste examen van het allerlaatste jaar opstond, en merkte dat al de knopen van mijn gulp spoorloos verdwenen waren. Een slechte grap van kotgenoten, iets fout gegaan in de was, ik weet het nog steeds niet, maar daar stond ik, zonder knopen, zonder naaigerief en zonder alternatief. Dus moest ik wel zo vertrekken.

»Het was het eindexamen interne geneeskunde, ons hoofdvak, en we moesten eerst een patiënt onderzoeken, een diagnose stellen en die gaan toelichten bij professor Roland Six. Dat onderzoek lukte nog, omdat je dan zo’n witte kiel aanhebt die de gevarenzone redelijk goed bedekt. Maar die kiel moest uit bij de prof, en ik werd naar een stoeltje vlak voor zijn bureau verwezen. Toen heb ik het wereldrecord schuifelen op een stoel gebroken. Het was een nachtmerrie. Telkens de benen weer anders over elkaar slaan en alle mogelijke houdingen bedenken om toch maar geen inkijk in die broek te geven. En omdat ik meer gefocust was op mijn gulp dan op het antwoord, en het zweet me was uitgebroken, begon de prof te vermoeden dat ik mijn stof niet beheerste. Stamelend en schuifelend heb ik het uiteindelijk toch gehaald, maar het was niet mijn fijnste academische prestatie. Heel af en toe droom ik er nog over.»

HUMO Knopen checken, dus. Hebt u nog nuttige tips?

Distelmans «Ik heb altijd veel gehad aan een hazenslaapje na de middag. ’s Ochtends heb je je kop helemaal vol gestoken, het lijkt of er niets meer bij kan, je eet iets en je krijgt een klopke. Daar doorheen willen studeren is niet goed, je kunt beter – met een wekker – een kwartiertje een uiltje vangen. Ik deed dat al voor men dat een powernap is gaan noemen, en het werkt echt.

»Ook goed: jezelf belonen. Als ik tot aan dat hoofdstuk raak, mag ik vanavond naar de bioscoop. En als dat niet lukt, de cursus meenemen en tijdens de trailers en de reclame toch nog de laatste bladzijden erin rammen. Op één of andere manier zakt die stof tijdens de film dan toch verder je geheugen in, en je hebt je beloning gekregen.» (yd)


‘Dank u, meisjes’

Kristof Calvo (parlementslid van Groen) «De laatste jaren van de middelbare school was ik het grondig beu. Ik heb me er echt doorheen moeten slepen. Dat ik het toch zonder kleerscheuren heb gehaald, heb ik vooral te danken aan een grote dosis chance: op mijn mondeling examen trok ik een vraag over één van de twee hoofdstukken die ik wél had geleerd. Bij het examen Duits – dat was mijn absolute horrorvak – had ik het geluk dat mijn buurvrouw haar examenblad een paar centimeter wilde opschuiven. De meisjes – bij Latijn-moderne talen zaten we met amper twee jongens in de klas – waren een pak ijveriger dan ik. Telkens als we nu een reünie houden, moet ik dank u zeggen tegen al die vrouwelijke klasgenoten.»

HUMO Heb je hun hulp ook ingeschakeld aan de universiteit?

Calvo «Nee. Politieke wetenschappen was voor mij een thuismatch. Met de juiste studiekeuze heb je al voor 50 procent gewonnen. Had ik chemie of fysica gekozen, dan was ik nu waarschijnlijk nóg aan het studeren.

»In mijn eerste bachelor had ik het geluk een slim lief te hebben. Voor de typische blokvakken noteerde ik altijd heel goed wat ik níét had gestudeerd. Dan ging ik vóór het examen bij haar langs om haar uit te vragen. Voor een aantal vakken heeft dat me zeker geholpen. Die relatie is niet blijven duren, maar de rest van mijn studie ben ik wel redelijk vlot doorgekomen.

»Ik deed vooral aan kansberekening: van de vijftien hoofdstukken studeerde ik er dertien en liet ik er twee links liggen. Er is geen enkele cursus die ik volledig heb gestudeerd. Ik was, zeg maar, een energie-efficiënte student.»

HUMO En waar haalde je die energie vandaan? Pillen, een speciaal dieet?

Calvo «Nee. Ik deed niet aan speciallekes. Ik heb nooit op kot gezeten en had zelfs nog tijd over om andere dingen te doen. In m’n tweede bachelor was ik al jongerenvoorzitter van Groen: overdag studeerde ik de theorie en ’s avonds bracht ik die in praktijk. Mijn proffen wisten dat en zagen weleens een gemiste deadline door de vingers. Echt een plezante tijd, nu ik eraan terugdenk. Ik zou bijna heimwee krijgen.» (hvt)


‘Verzin je eigen vragen’

Tom Borremans (cartoonist) «In m’n derde jaar chemie had ik een mondeling examen analytische chemie. Dat is een dusdanig vage discipline dat ik je zelfs niet kan uitleggen waarover het precies gaat. Het was Chinees voor mij. De enige manier waarop ik voor dat examen kon slagen, was door te spieken. We mochten tijdens het examen onze grafische rekenmachine – een TI-83, ik weet het nog goed – gebruiken. Ik had daar vooraf keiveel oplossingen in geprogrammeerd, die ik op het examen zelf heb overgeschreven op een blad. Natuurlijk zaten er ook examenvragen tussen waarvan ik het antwoord níét in m’n rekenmachine had gestopt. In zo’n geval schoof ik dan een andere formule onder de neus van de docent: ‘Ik ken het antwoord op deze vraag niet, maar ik weet wél wat het antwoord op een andere vraag is!’ Ik ben dus mijn eigen examenvragen beginnen te verzinnen (lacht). En dat werkte! De examinator was zelfs onder de indruk van m’n kennis.»

HUMO Die rekenmachines werden niet gecontroleerd voor het examen van start ging?

BORREMANS «De oudere docenten deden dat vrijwel nooit – ofwel waren ze te naïef, ofwel kon het hun niet veel schelen. Die van analytische chemie beantwoordde aan het stereotype van de oude, verwarde leerkracht, en was een heel sympathieke man. Ik heb daar misschien wat misbruik van gemaakt, besef ik nu.

»Maar het verhaal is nog niet ten einde! Ik wist dat die docent, net als ik, aan muur- en rotsklimmen deed: we hadden daar al af en toe over gebabbeld in de gang. Ik voelde dat het de slechte kant uitging met m’n examen, en ben toen ter afleiding over onze favoriete sport begonnen. Een goede tactiek: voor ik het wist, was er een uur voorbij. Hij vertelde me onder meer over zijn weddenschap met een andere klimmer in Freÿr, een klimgebied in Dinant. Op de top van de rots staat een vlag, en de weddenschap hield in dat hij de onderbroek van de lokale cafébazin aan die paal moest gaan hangen (lacht). Dat hij effectief met de onderbroek van de cafébazin naar boven is moeten klimmen vind ik nog altijd een grappige gedachte. En dat hij me dat tijdens mijn examen verteld heeft, ook (lacht). Maar ik was geslaagd: 13 op 20, voor een vak waar ik geen hol van snapte! Mocht de docent in kwestie dit lezen, dan wil ik me alsnog excuseren: m’n overlevingsinstinct kwam naar boven (lacht).

»Niet lang daarna heb ik de chemie voor bekeken gehouden, en ben ik aan archeologie begonnen. Ik herinner me nog de examenvraag: ‘De bouwmeester van deze Romeinse tempel is…’ Ik heb die zin aangevuld met: ‘dood’ (lacht). Het zal je niet verwonderen dat ik er na dat eerste jaar mee opgehouden ben. Het interesseerde me niet echt. Maar ik ben wel beginnen te tekenen toen, dus helemáál verloren was dat jaar niet.» (kd)


‘Een enorme strever’

Michèle Cuvelier (St-Bru-presentatrice) «Tot mijn 22ste heb ik geen échte blokperiodes gekend. Ik volgde woordkunst in Antwerpen, en daar hadden we bijna uitsluitend praktische examens. We hadden zelfs een vak yoga, waarvoor je simpelweg moest komen opdagen – dat was genoeg om geslaagd te zijn (lacht).

»Toen ik mijn diploma woordkunst op zak had, hunkerde ik naar een meer academische, theoretische opleiding. Daarom ben ik Romaanse gaan bijstuderen, dat was altijd al mijn back-upplan geweest. Na een jaartje heb ik afgehaakt, omdat Studio Brussel er toen tussen kwam fietsen.»

HUMO Van een artistieke richting als woordkunst naar de droge taalkunde van Romaanse: was dat geen cultuurshock?

Cuvelier «Ja, maar dat vond ik net zalig! Bij woordkunst moest je als student voortdurend aan je ziel zitten schrapen, je kwetsbaarheid exploreren en ga zo maar voort. Unief was in vergelijking poepsimpel: naar de les gaan, blokken, examen doen en klaar! Ik had natuurlijk nog nooit echt met mijn neus in de boeken gezeten, maar gelukkig ben ik een plichtsbewust beestje. In het middelbaar had ik bijvoorbeeld nooit Latijn gevolgd, en in de Romaanse moesten we dan plots al die moeilijke naamvallen leren. Sommige studenten blokten dan net genoeg om een voldoende te halen, maar ik niet: ik bleef tot midden in de nacht op om die leerstof toch maar perfect uit het hoofd te leren (glimlacht). Ik was een enorme strever. Mijn grootste droom was: doctoreren op pakweg Márquez en dan aan de unief blijven plakken.»

HUMO Welk examen bezorgde je de meeste stress?

Cuvelier «De hele examenperiode in juni was... verschrikkelijk! Ze viel volledig samen met ‘Studio Dada’ (de wedstrijd waarmee Studio Brussel op zoek gaat naar jong talent, red.) – ik snap nog altijd niet hoe ik dat heb overleefd. Ik moest négen examens afleggen in drie weken, terwijl ik twee van die drie weken ook op Studio Brussel presenteerde, van 12 uur tot 2 uur ’s nachts. Concreet betekende dat: om acht uur ’s avonds naar Brussel rijden met de auto van mijn moeder, showke presenteren, en tegen drie uur ’s nachts weer in Antwerpen aankomen, om daar als een gek te beginnen blokken tot de zon opkwam en dan examen te gaan doen. En dat van maandag tot donderdag! Ik was perte totale, maar ik ben nog altijd trots dat ik voor alles geslaagd was én ook bij Studio Brussel mocht starten.»

HUMO Heb je in die periode ooit naar pepmiddeltjes gegrepen?

Cuvelier «Nee, al zag ik veel medestudenten dat wél doen. Ook dat was een groot contrast met woordkunst: daar werd op dagelijkse basis best veel, euh, genuttigd, maar tijdens de examenperiode deden we hoogstens stemopwarmingsoefeningen om tot rust te komen (lacht).» (mke)


‘Mijn kostuum op tv’

HERMAN BRUSSELMANS (auteur) «Ik heb Germaanse filologie gestudeerd, van ’75 tot ’80, en er zaten toen enkele legendarische figuren tussen de professoren. Eén van hen was Willem Schrickx, die in de eerste kandidatuur Engelse literatuur gaf. Hij was een Antwerpenaar die in Gent woonde, en zowel in het Nederlands als in het Engels met een Antwerps accent sprak. Hij liep constant tegen zichzelf te mompelen in de gang, ging gekleed in een kostuum van vijftien jaar oud en droeg afgetrapte schoenen. Hij werd gevreesd door de studenten: hij kon iemand naar voren roepen om een gedicht van Shakespeare voor te lezen, om daarna de student in kwestie compleet de grond in te boren. Hij had ook zijn vaste uitspraken: zo zei hij iedere les dat Shakespeares vrouw acht jaar ouder was dan Shakespeare zelf. Van Engelse literatuur kwam er niet veel terecht.

'Ik deed vooral aan kansberekening: van de vijftien hoofdstukken studeerde ik er dertien en liet ik er twee links liggen'

»Het was altijd afwachten hoe de mondelinge examens zouden uitdraaien. Ik kreeg de vraag: ‘Hoelang doet een zeilschip erover om van Brussel naar Londen te varen?’ Mijn antwoord: ‘Professor, dat hangt af van hoeveel wind er is.’ Hij gaf me gelijk, en dat was het dan: later bleek ik 12 op 20 te hebben. Dat was dus het examen Engelse literatuur, en hij heeft me die vraag in het Néderlands gesteld. Een heel rare man (lacht). Na zo’n examen kwam je natuurlijk verwonderd buiten, waardoor de studenten die hun examen nog moesten afleggen, al met de daver op het lijf zaten.»

HUMO Was je niet kwaad dat je voor niks gestudeerd had?

BRUSSELMANS «Wat had ik moeten doen? In die tijd waren professoren nog boven de studenten verheven: je kon niets tegen hen beginnen. Er bestonden ook nog geen organen waar je met je klachten terechtkon.

»Schrickx is trouwens nog niet zo lang geleden gestorven. Ik ben dat pas na zijn begrafenis te weten gekomen, anders was ik die misschien wel gaan bijwonen. Je moet weten: in mijn tweede boek, ‘Prachtige ogen’ – dat een soort van parodie is op mijn studentenjaren – heb ik hem opgevoerd als professor Rickx. Natuurlijk zijn die passages niet 100 procent autobiografisch, maar ik vond hem een te goed figuur om níét te gebruiken.

»Nu we erover aan het praten zijn, schiet er me plots nog iets anders te binnen. Van de oudere studenten kregen we ook mee dat we zeker in kostuum naar ons mondeling examen moesten gaan. Ik was met mijn moeder een goedkoop pak gaan kopen, dat ik na de examens aan een Koerdische vluchteling heb gegeven die door een vrouw uit onze buurt opgevangen werd. Een paar dagen later hoorde ik mijn moeder plots gillen tijdens het journaal: ‘Uw kostuum is op tv!’ Wat bleek: de Koerdische vluchtelingen waren gaan betogen, en die gast liep op de eerste rij, in het kostuum waarmee ik bij professor Schrickx een 12 op 20 had gehaald voor mijn kennis over zeilreizen (lacht).» (kd)


‘Moslimachtergrond’

KAMAL KHARMACH «Na het eerste jaar sociaal-economische wetenschappen had ik zo’n beetje door hoe het werkt aan de unief en ging ik nooit meer naar de les. Tot op het gênante af. Bij mijn mondeling examen maatschappelijke filosofie ben ik een keer of drie andere examens gaan storen – ‘Bent u mijn prof?’ – omdat ik geen idee had hoe die man eruitzag. Ik ben toen het juiste lokaal binnengestapt met de woorden: ‘Bent u eindelijk degene die ik zoek?’ ‘Ja,’ antwoordde mijn prof. ‘Dan moet u Kamal zijn. U bent tien minuten te laat.’»

HUMO Ik voel de buis al hangen.

KHARMACH «Toch niet. Mijn grootste tip, zeker bij een mondeling examen, is: zoek de interesses van de prof. De slaagkansen van allochtone studenten aan de universiteit liggen relatief laag, dus ik wist dat mijn prof maatschappelijke filosofie nog maar heel weinig Marokkanen voor zich had gehad. Ik begon het gesprek heel subtiel in die richting te sturen, tot de interesse van mijn prof was gewekt. ‘Zeg Kamal,’ vroeg hij, ‘mag ik jou, als Marokkaan met een moslimachtergrond, eens iets vragen?’ Voor ik het wist hadden we er een boeiend gesprek op zitten en had ik een 17 op 20.

»Met gezondheidsfilosofie gebeurde krék hetzelfde: het ging over diabetes. Ik begon over hoe mensen met mijn roots vaker last hebben van diabetes. Die prof begon me helemaal uit te horen, gewoon uit professionele interesse. Goeie punten gegarandeerd. Pas op: nu klink ik misschien als een geniale student, maar dat was ik zeker niet. Ik denk dat ik mijn vakken gewoon altijd goed heb gekozen. Neem nu een vak als maatschappij, beleid en evaluatie: dat gaat over stijgende armoedecijfers en zo. Wij hadden het thuis niet breed, dus eigenlijk ging dat over mij. Mijn klasgenoten moesten leren hoe het is om arm te zijn, terwijl ik gewoon mijn jeugd moest beschrijven. Had ik wiskunde gestudeerd, dan had ik het niet zo makkelijk gehaald. Kies dus goed. Ben je een krak in taal, dan kun je maar beter geen boekhouder worden.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234