Plan B: de beste outtakes, B-kanten en restjes

Verzamelaars met outtakes en andere restjes zijn vaak onhandige pogingen om een gebrek aan inspiratie te verbergen, nog vaker doorzichtige poenpakkerij op de rug van de devote fan. Maar zoals Kendrick Lamar eerder dit jaar nog bewees met ‘Untitled Unmastered’: als het goed is, kunnen outtakesplaten ook een interessante, mooie tot adembenemende aanvulling op het oeuvre van uw favoriete artiesten vormen. Hieronder 15 favorieten, en u telt na!


- Nirvana - ‘Incesticide’ 1992

Uitgebracht een jaar na ‘Nevermind’, om – terwijl Nirvana stuurloos door de machtige successtroom werd meegesleurd – het label nog snel een tweede keer langs de kassa te laten passeren. Maar greed is good, en ‘Incesticide’ óók. Eerst bedoeld als compilatie van hun vroegste Sub Pop-werk, daarna in handen genomen door het grote Geffen en qua concept uitgebreid naar verzamelde parels allerhande, met inbegrip van onder meer de allereerste Nirvana-demo uit ’87 (‘Hairspray Queen’), enige Peel Sessions, covers (‘Turn Around’ van Devo, ‘Molly’s Lips’ en ‘Son of a Gun’ van The Vaselines’), nieuwe interpretaties van oude nummers (‘(New Wave) Polly’), de vroege single ‘Sliver’ en B-kantje ‘Aneurysm’. Alles samen goed voor vier verschillende drummers op één plaat: Chad Channing, Dale Crover, Dan Peters en Dave Grohl. Naar verluidt gaf Cobain enkel zijn fiat nadat hem beloofd was dat hij zijn zin mocht doen op de hoes (waarna hij een klaproos tekende en de heroin chic officieel maakte), maar dat is niet de reden waarom ‘Incesticide’ de Nirvana-plaat is die we in 2016 nog het vaakst opzetten, net na het fenomenale ‘Live At Reading’.


- The Velvet Underground - ‘VU’ 1985

In februari 1985 werd aan de perfecte, uit vier briljante delen bestaande discografie van The Velvet Underground, een plaat toegevoegd die aan voornoemde perfectie niet de minste afbreuk deed. ‘VU’ heette die, en daar was geen letter van gelogen. Tien tracks die chronologisch en stilistisch voornamelijk tussen de titelloze derde en ‘Loaded’ te situeren zijn en zich in de rayon van de rhythm-and-blues bevinden. Zes van die tien zouden later op soloplaten van Lou Reed terechtkomen, maar de versies op ‘VU’ moeten nergens voor onderdoen. Eén voorbeeld: ‘Stephanie Says’ vond als ‘Caroline Says II’ een tweede leven op ‘Berlin’, maar de viola van John Cale wijst ons keer op keer de weg naar dit bescheiden origineel. Als ‘White Light/White Heat’ de meest extreme Velvet Underground-plaat is en ‘The Velvet Underground’ de verdrietigste, dan is ‘VU’ veruit de meest ongedwongene. Los uit de pols gespeeld en achteloos opgenomen, maar stuk voor stuk songs van wereldklasse, geschreven door één van onze favoriete songschrijvers aller tijden: de twintiger Lou Reed.


- R.E.M. - ‘Dead Letter Office’ 1987

De twintiger Lou Reed leverde ook drie felgesmaakte bijdragen aan deze compilatie van B-kantjes en andere malligheden van R.E.M., die het vooral van de covers moet hebben. Onder de hier verzamelde originelen staat niet veel wat u als rechtgeaarde fan in huis móét hebben – al zal wie Berry, Buck, Mills en Stipe één keer door de surfinstrumental ‘White Tornado’ heeft horen razen, nooit meer beweren dat de jonge R.E.M. niet kon rocken als een kudde op hol geslagen wildebeesten. Naast drie nummers van The Velvet Underground (alleen R.E.M. kon The Velvets en The Byrds met elkaar verzoenen) krijgen we er eentje van Aerosmith (‘Toys in the Attic’) en een dronken versie van Roger Millers zelfs door zatte collegerockers niet klein te krijgen classic ‘King of the Road’. En dan is er nog ‘Crazy’, van het al lang in de plooien van de rockgeschiedenis (wij stellen ons daar altijd het vel van Keith Richards bij voor) gesukkelde Pylon. Generatiegenoten van R.E.M. die één keer, en dat drie minuten lang, feller schitterden dan een bus Fukushima-slachtoffers in het donker. En de cover was nog beter.


- Sufjan Stevens - ‘The Avalanche’ 2006

Een jaar nadat ‘(Come On Feel The) Illinoise’ veel eindejaarslijstjes aanvoerde, bracht Sufjan Stevens ‘The Avalanche’ uit, een verzameling van de tracks die ‘Illinois’ níét gehaald hadden, plus enkele extra’s, en een plaat die hier en daar prompt ook weer tot het beste van dat jaar gerekend werd. ‘The Avalanche’ (de hoesvermelding ‘shamelessly compiled by Sufjan Stevens’ steekt de draak met zij die deze release commerciële uitbuiting vonden) is vooral interessant als ‘spiegelbeeld’ van ‘Illinois’, om te weten welke wegen daarop ingeslagen hadden kúnnen worden. En ze laat je toe – omdat de schetsen een nuttige kijk in het hoofd van Sufjan bieden – te ontdekken waarom je zo van zijn muziek houdt. ‘The Avalanche’ bevat ook drie versies van ‘Chicago’, één van Sufjans bekendste songs: een akoestische remake, een adult contemporary easy listening version en een multiple personality disorder version.


- The Who - ‘Odds & Sodds’ 1974

Het was de betreurde John Entwistle die tussen de rockopera’s ‘Quadrophenia’ en ‘Tommy’ – de film – door de verantwoordelijkheid in de schoenen geschoven kreeg om een plaat te puren uit wat The Who tot dan opgenomen, en vervolgens achteloos achtergelaten hadden. The Ox verzamelde voor de plaat hoofdzakelijk materiaal uit de periode 1968-1972, al werd ‘I’m the Face’ – nestor van dienst – al opgenomen in 1964, toen The Who even The High Numbers heetten en voor de B-kant van hun eerste single gewoon ‘Got Love If You Want It’ van Slim Harpo bewerkten. Blinden die door die identiteitsverwisseling in de war raakten, konden dan weer rekenen op een handige tracklist in braille op de achterzijde van de hoes. Goed gezien, heet dat.

'Hoor op 'The Beatles Anthology' hoe John, Paul, George en de drummer al grappend en schertsend tot hun klassiekers kwamen'


- The Beatles - ‘Anthology 1 t/m 3’ 1995-1996

1995 was het jaar waarin The Beatles de wereld eindelijk nog eens op haar grondvesten deden schudden. ‘Anthology 1’ verscheen op de markt, tjokvol leftovers, alternatieve versies en liveopnames, plus (tadááá!) een nieuwe single! ‘Free As a Bird’, door de grote Jeff Lynne gefabriceerd uit een Lennon-demo, viel helaas wat tegen, net als – we moeten daar eerlijk in zijn – het eerste deel van de ‘Anthology’. Nee, dan de delen twee en drie! Vooral het middenstuk, dat ‘Rubber Soul’ tot en met ‘Magical Mystery Tour’ beslaat, is met open mond van verbazing luisteren. Hoor hoe John, Paul, George en de drummer al grappend en schertsend tot klassiekers als ‘Strawberry Fields Forever’, ‘I Am the Walrus’ (hier in een onopgesmukte waanzinversie) of ‘Being for the Benefit of Mr. Kite’ komen! Extra bonus: dichter dan dit heeft de fan nooit op de huid van de Fab Four kunnen kruipen. We horen scheten en moppen, gegrap en gedoe. Het zijn net mensen. Totaal geniale mensen, maar toch: mensen.


- Tom Waits - ‘Orphans: Brawlers, Bawlers & Bastards’ 2006

Weeskinderen, drie cd’s vol. Onuitgebracht materiaal, dingen van soundtracks, covers en songs die oorspronkelijk voor anderen geschreven werden. Allemaal netjes onderverdeeld in drie categorieën: blues, rock en punk op ‘Brawlers’, ballads en nietsontziende melancholie op ‘Bawlers’, gedichten, spoken word en andere bokkensprongen op ‘Bastards’. Goed voor meer dan drie uur Waits-plezier. Onderweg krijgen we een onvervalste protestsong (‘Road to Peace’), twee Ramones-covers (‘The Return of Jackie and Judy’ en ‘Danny Says’), een Kurt Weill-adaptatie, zijn versie van ‘Goodnight, Irene’, in toon en ritme gegoten teksten van Kerouac en de donkerste song over de lente ooit (‘You Can Never Hold Back Spring’). In een interview na de release zei Waits dat hij de ‘Bawlers’-plaat eerst ‘Shut Up and Eat Your Ballads’ wilde noemen. Niks van aan wellicht, maar wel lachen. Ook dat nog.


- Nick Cave & the Bad Seeds - ‘B-Sides & Rarities’ 2005

Naar een titel werd niet lang gezocht, maar voor de songs zijn grachten leeggeschept en parels opgedolven. Mick Harvey heeft namens Nick Cave B-kantjes, outtakes, rarities, collector’s items, flarden van soundtracks en coverversies verzameld – al het gerommel uit de onderbuik van The Bad Seeds – en daar drie uitpuilende platen mee gevuld. Wat rustig begint met akoestische covers van ‘Deanna’ en ‘City of Refuge’ gaat 56 tracks door, via onder meer dreigende chaos op topniveau (‘Cocks ‘n’ Asses’), het ‘Murder Ballads’-waardige ‘The Ballad of Robert Moore and Betty Coltrane’ (‘Een nieuwe Tarantino-film op amper drie minuten’, volgens één tevreden gebruiker), episch slachtfeest ‘O’Malley’s Bar’, het mystieke ‘Time Jesum Transeuntum Et Non Riverentum’ (goed voor een eternal repeat of drie) en een ‘Where the Wild Roses Grow’ met – voor wie Kylie niet sexy genoeg vond – guide vocals van Blixa Bargeld. ‘B-Sides & Rarities’ klinkt, alles na elkaar gespeeld, als één zeer lange plaat – niet als een pot opgewarmde kost – en is voor een afdoend overzicht van de carrière van Nick Cave & the Bad Seeds net zo essentieel als een ‘Greatest Hits’-verzameling. Tevens de favoriete Cave-plaat van Cave zelf.


- The Rolling Stones - ‘Tattoo You’ 1981

In september 1981 zouden The Rolling Stones op tournee gaan, maar er was geen nieuwe plaat, en touren zonder plaat, daar deed men toen nog niet. Mick en Keith hadden hommeles waardoor er van songschrijven al een hele poos niets meer in huis was gekomen, maar producer Chris Kimsey had een idee: als hij eens in de Stones-kluizen dook op zoek naar allerhande prachtigs dat op het schap was blijven liggen? Resultaat: ‘Tattoo You’, een plaat vol outtakes die dankzij het overdubwerk van Jagger als één fenomenaal geheel klinkt.

De plaat begint met ‘Start Me Up’, dat tijdens de sessies voor ‘Some Girls’ drie jaar eerder nog ‘Never Stop’ heette en een reggaesong was, en eindigt met ‘Waiting On a Friend’, met de sax van Sonny Rollins en de clip met Mick en Keith op de trap – een halfjaar later alweer dikke vrienden. ‘Tattoo You’ zit in een hoes met twee gezichten: Mick op de voorkant, Keith op de achterkant. Op de plaat zelf is het net andersom: kant A is de rock-’n-rollkant – volgens Darwin toch meer spek naar Keiths bek – op kant B is het Jagger die schittert in fantastische songs – noem het voor ons part ballads – als ‘Worried About You’, ‘Tops’, ‘No Use in Crying’ en ‘Heaven’. ‘Tattoo You’ wordt vaak gezien als de laatste absolute Stones-klassieker. Voorwaar een verdedigbare stelling.


- Bruce Springsteen - ‘The Promise’ 2010

Terwijl de meeste artiesten na hun doorbraakplaat moeite hebben om de verwachtingen in te lossen, belandde Bruce Springsteen na het monumentale ‘Born to Run’ in een creatieve stroomversnelling: ‘Darkness on the Edge of Town’, ‘The River’, ‘Nebraska’, ‘Born in the U.S.A.’ – allemaal in een tijdspanne van zes jaar. Om tot die meesterwerken te komen, schreef The Boss bovendien meer songs dan hij nodig had, veel meer songs. Songs die niet moesten onderdoen voor wat wel op plaat belandde maar buiten het kader van Springsteens muzikale visie vielen. De recente boxset ‘The Ties That Bind’ liet horen wat er bij de selectie voor ‘The River’, een dubbelelpee, allemaal aan prachtigs was blijven liggen, in 2010 deed ‘The Promise’ hetzelfde voor ‘Darkness on the Edge of Town’. Twee cd’s die klinken als een hechte Springsteen-plaat en aantonen dat hij met materiaal uit dezelfde sessies een compleet andere, nagenoeg evenwaardige plaat had kunnen maken. In 2010 maakte hij ze dus alsnog. Onze Man vatte het toen zo samen: ‘Een soul-gospelplaat die net zo goed van Roy Orbison had kunnen zijn, maar dankzij de vijfkoppige E-Street Band helemaal Bruce is zoals wij ’m het liefst hebben: big choruses, big melodies, rich arrangements, en toch een rock-’n-rollbandje dat staat te spelen.’ ‘The Promise’: zelfs de titel is een goeie Springsteen.


- The Smashing Pumpkins - ‘Pisces Iscariot’ 1994

Een dik jaar na ‘Siamese Dream’ en twaalf maanden vóór ‘Mellon Collie’ van The Smashing Pumpkins wereldsterren zou maken, was er ‘Pisces Iscariot’, een restjesplaat die weliswaar overschaduwd wordt door die twee mijlpalen van de ninetiesrock, maar niet zo hard als te verwachten valt. Veel songs die eerder net niet op ‘Gish’ of ‘Siamese Dream’ beland waren – omdat ze sfeergewijs in een ander stadsdeel bleken te wonen, níét omdat ze onder de kwaliteitsnorm bleven. Tussen het weinige kaf (de folky James Iha-song ‘Blew Away’, het ongeleide noisefest ‘Hello Kitty Kat’) vooral koren: schuwe (‘Whir’) en boze songs (‘Pissant’), goede covers (‘A Girl Named Sandoz’, oorspronkelijk van The Animals, fenomenale covers (‘Landslide’, van de allerbeste Fleetwood Mac), en epische, uw oren elf minuten alle hoeken van de kamer tonende trips (‘Starla’). ‘Pisces Iscariot’ komt uit de aangenaamste twilightzone van de rock, toen shoegaze, psychedelica, metal en progrock samen op één plaat konden zonder dat iemand ervan opkeek en Billy Corgan aan de lopende band wereldnummers scheet (zie ook: ‘The Aeroplane Flies High’, de box met B-kantjes van ‘Mellon Collie’).

'Of 'Still' de beste van Joy Division is, daar kan wijdbeens over gediscussieerd worden, maar de beste van Ian Curtis is het zeker'


- Joy Division - ‘Still’ 1981

De beste postume plaat aller tijden? Onze stem is uitgebracht.

Ian Curtis verhing zich op 18 mei 1980 en bracht anderhalf jaar later zijn beste plaat uit. Of het de beste van Joy Division is, daar kan wijdbeens over gediscussieerd worden, maar die van Ian Curtis is het zeker. Een studio- en een liveplaat, waarop Bernard Sumner, Peter Hook en Stephen Morris zich ontpoppen tot het soulvolste zootje ongeregeld aller tijden, en Ian Curtis als diepst snijdende zanger en tekstschrijver van zijn generatie voor het voetlicht treedt. ‘Ice Age’, ‘The Only Mistake’, ‘Walked in Line’, ‘Something Must Break’, ‘Dead Souls’: Joy Division-classics die we ondanks een rist latere uitgaven in hun definitieve versie kennen van ‘Still’. Dat de liveplaat een opname is van het laatste concert waaraan Ian Curtis ooit zou deelnemen (Birmingham University, 2 mei 1980 – twee weken later was hij weg), maakt de vloek achteraf er alleen maar luider op.


- Oasis - ‘The Masterplan’ 1998

De beste Oasis-plaat? Voor eeuwig een strijd tussen de unieke geldingsdrang van ‘Definitely Maybe’ en het sneller dan een kanonskogel verkopende ‘(What’s the Story?) Morning Glory’, zou je denken. Sta ons toe daar een derde kandidaat aan toe te voegen: ‘The Masterplan’. Naar de letter van de wet geen echte plaat, maar aan die wet hechten wij net zoveel waarde als Liam Gallagher aan de solocarrière van Robbie Williams. ‘The Masterplan’ is een plaat vol B-kantjes, die bewijst hoe ontzettend goed en productief de songssmid Noel Gallagher destijds wel niet was. Want: welke groep kan het zich veroorloven zoveel fraais tot tweede viool te degraderen? Meesterwerkjes als ‘Acquiesce’ (met wisselzang tussen de broertjes), ‘Half the World Away’ of de titeltrack waren voor elke andere britpopgroep career defining hits geweest, maar Oasis bleef er uiterlijk onbewogen bij. Wij noemen dat: klasse. En: rock-’n-roll. Een cocktail waarvoor wij altijd te porren zijn.


- Bob Dylan - ‘The Bootleg Series Vol. 10: Another Self Portrait (1969-1971)’ 2013

Van alle volumes van alle ‘Bootleg Series’ van de hele wereld, stappen we bij ‘Another Self Portrait’ het liefste binnen. Geen protest, geen vernieuwing, geen epische worstelpartijen van binnen- en stafrijm en symboliek en harde waarheid, maar gewoon de song and dance man in optima forma. Als ‘Another Self Portrait’ naast luisterplezier één iets biedt, dan wel eerherstel voor ‘New Morning’ en vooral ‘Self Portrait’, allebei uit 1970. Door alternatieve takes (‘Alberta #3’, ‘Want to See the Gypsy’, If Not for You’), maar ook door wat indertijd naast die twee platen viel. Halfweg de eerste cd van deze gebruiksvriendelijke dubbelaar, die ook kort even ‘Nashville Skyline’ en ‘The Basement Tapes’ beroert, staat een trio songs waarvan wij altijd een halve meter boven de grond gaan zweven: ‘Railroad Bill’, ‘Thirsty Boots’ en ‘This Evening So Soon’. Twee traditionals en een cover, maar alleen bij Dylan vinden de woorden zo instinctief hun plaats. Een adembenemende hattrick van de mondharmonicaman.


- Kendrick Lamar - ‘untitled unmastered’ 2016

Jonkie in deze lijst, en het beste bewijs dat een goeie outtakesplaat een fenomeen van alle tijden is. Terug naar maart jongstleden: nauwelijks was het stof van zijn ‘To Pimp a Butterfly’ gaan liggen, of Kendrick Lamar haalde eens diep adem en blies het uit alle macht weer de lucht in. ‘Untitled Unmastered’ werd nog geen jaar na ‘To Pimp a Butterfly’ bij nacht en ontij de streamingdiensten opgekeild. Slechts een handjevol ingewijden wist van het bestaan van de plaat af – CeeLo Green, zelf als gast te horen op ‘Untitled Unmastered’, viel bijvoorbeeld compleet uit de lucht. En reken maar dat nomen omen est: aan titels en al te verreikende productie deed Lamar niet, in plaats daarvan krijgt u acht tracks met de scherpe hoekjes er nog aan, voorzien van titels die naar weinig meer verwijzen dan de plaats die ze innemen op de plaat en de datum waarop ze het levenslicht zagen.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234