Wim S. Beeld Politie
Wim S.Beeld Politie

Reconstructie

Pleegde Wim S. echt elf moorden? Dan is hij de grootste seriemoordenaar van Nederland

De Nederlandse politie gaat in de omgeving van Geldrop binnenkort zoeken naar het lichaam van de in 1993 verdwenen studente Tanja Groen. Het heeft te maken met crimineel Wim S. Wie is deze inmiddels overleden Brabander, van wie rechercheurs vermoeden dat hij wel eens de grootste seriemoordenaar van Nederland kan zijn? ‘Hij zei dat hij elf vrouwen had vermoord.’

De Geldropse nacht is donker en rustig. Op het politiebureau brandt nog licht. Rechercheur Cor van Hout heeft als wachtcommandant nachtdienst, maar er is nauwelijks iets te doen.

Dan vliegen vanuit het niets de deuren open en stormt een man naar binnen, hevig zwaaiend met zijn armen. ‘Ik kan er niet meer mee leven, ik kan het niet. Ik moet het vertellen’, schreeuwt hij. Een van Geldrops meest notoire dieven is zojuist het bureau binnen gelopen. Van Hout herkent hem meteen.

Hij schiet uit zijn stoel en zet Wim S. aan een tafel. Van Hout voelt de adrenaline door zijn lichaam gieren. Wimke, zoals ze de man in het dorp noemen, wordt al jaren in verband gebracht met de verdwijning van verschillende vrouwen uit de regio. Staat hij, vannacht, op het punt te breken?

Van Hout zet een kop koffie op tafel en probeert hem aan het praten te krijgen. Maar S. schudt met zijn hoofd. ‘Strabrecht, Strabrecht. De heide...’, stamelt hij. De Strabrechtse Heide is een natuurgebied om de hoek. Van Hout is er zeker van dat de man die voor hem zit, nu gaat vertellen waar hij zijn slachtoffers heeft begraven. Maar wat de rechercheur ook probeert, het lukt niet. ‘Ik kan het niet zeggen, ik kan het niet’, blijft S. herhalen. Na een kwartier staat hij op en verlaat het politiebureau.

Ruim veertig jaar later moet Van Hout afgelopen maand opeens weer aan de bijna-bekentenis denken, als hij in de krant leest over de zoektocht naar Tanja Groen. De politie gaat dit jaar in Geldrop zoeken naar het lichaam van de verdwenen studente, vermoedelijk is er een link met Wim S. De actie vindt plaats op aanraden van studenten van de Vrije Universiteit die onder leiding van hoogleraar Peter Koppen in 2018 al in de zaak doken.

Door het nieuws voelt Van Hout opnieuw de frustratie over die nacht in de jaren 70. ‘Wimke stond op het punt om te breken’, zegt de gepensioneerde politieman, die jarenlang leiding gaf aan de recherche in Geldrop. ‘Hij kon niet leven met zijn geheimen, maar hij kon er ook niet over vertellen. Iets hield hem tegen. S. is altijd in mijn aandacht gebleven. Het is de grootste teleurstelling uit mijn loopbaan.’

De tekst gaat verder na het kader.

Elf slachtoffers?
Namen van de vrouwen die hij zou hebben vermoord, noemde Wim S. nooit in zijn ‘biecht’ tegen medegedetineerde Pieter Knabben. Maar aan de hand van omschrijvingen zou hij in ieder geval hebben verteld over:

1966 Anne van der Groen-Heijligers, Eindhoven
1975 Henny Maas, Geldrop
1993 Rienja Shewpersadsingh, Eindhoven
1993 Tanja Groen, Maastricht

In de jaren 90 brachten media nog andere vermiste of vermoorde vrouwen met S. in verband, zo werd de naam van Gerrie Schellekens (1991, Eindhoven) genoemd. Haar ouders kwamen sporadisch in dezelfde kroeg als Wim S. Volgens de politie is er echter geen enkele aanwijzing dat S. met deze moord te maken zou hebben.

Andere namen die werden genoemd door de media: Lieke Snel (1967, Maastricht), Marjo Winkels (1975, Schimmert), Germa van den Boom (1984, Nieuwendijk) en Andrea Luten (1993, Ruinen).

Die laatste zaak roept wel de vraag op wat de waarde is van deze geruchten. In 2010 leidden dna-sporen naar de dader van de verkrachting en moord op de jonge Drentse. Dat was niet Wim S., maar Henk F. uit Hoogeveen.

DE VEROORDELING

Bevrijdingsdag 1993, een koele woensdagavond. Rienja Shewpersadsingh (35) stapt bij haar rijtjeswoning in Eindhoven in de Ford Taurus van Wim S. De twee zijn collega’s bij de fabriek van Mora Snacks in Veldhoven. S. mag dan getrouwd zijn, hij zit al een tijdje achter haar aan.

Als Rienja die nacht niet thuiskomt, slaat haar huisgenote alarm. Al snel wordt Wim S. gearresteerd, maar mede omdat er geen lichaam is gevonden, moet justitie hem tot twee keer toe laten gaan. Dat verandert als een hond zes maanden later op het lichaam van Rienja stuit. Ze ligt in een ondiep graf in een bosje vol dennenbomen in Veldhoven.

De tekst gaat verder na de foto.

Rienja Shewpersadsing. Beeld privébeeld
Rienja Shewpersadsing.Beeld privébeeld

Meteen sluit het net rond Wimke zich: zijn telefoontje naar Rienja op de bewuste avond, haar huisgenote die ziet dat ze bij hem in de auto stapt en getuigen die de twee spotten in het uitgaansleven van Valkenswaard. En hoewel S. zijn Ford Taurus van binnen grondig schoonmaakt (‘om nicotine te verwijderen’), vinden forensisch experts bloed van Rienja.

Cruciaal is echter de verklaring van een kroongetuige. Pieter Knabben zit in 1994 in de bajes van Grave op verdenking van xtc-export als hij wordt benaderd door twee agenten van de Criminele Inlichtingendienst. Zij vragen hem het vertrouwen van Wim S. te winnen en hem aan de praat te krijgen over de moord op Rienja.

Twee Brabanders

Contact leggen is niet moeilijk. Beide mannen komen uit de omgeving van Eindhoven en Knabben weet het vertrouwen van zijn streekgenoot te winnen. Steeds vaker komt S. op bezoek in zijn cel. ‘Hij had niks, ik wel. Cola, koffie, thee, koekjes. Die man praatte vijf kwartier in een uur. Probeer dat maar eens te onthouden. Af en toe liep ik naar buiten om snel wat op mijn hand te schrijven.’

Tegen Knabben loopt Wim helemaal leeg. Over hoe hij Rienja meeneemt naar een rustig plekje in Veldhoven, dat ze ruzie krijgen als zij geen seks wil, hoe ze tijdens de worsteling tegen de radio trapt en hij haar vervolgens wurgt met een snelbinder.

Jan Regelink is de officier van justitie die S. in het voorjaar van 1994 vervolgt voor de moord op Rienja. Hij is maar wat blij met de inbreng van Knabben. ‘We hadden al sterk bewijs, maar de verklaringen van deze getuige maakten de zaak rond’, zegt Regelink.

Geile Wim, zoals zijn collega’s in de snackfabriek hem noemen, krijgt zes jaar gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging. Hij zal nooit meer vrij komen. Toch blijft er bij de opsporingsdiensten iets knagen. Politie en justitie verdenken de Geldroppenaar er dan al jaren van achter de verdwijning te zitten van meerdere vrouwen. Stevig bewijs is er alleen nooit.

Tot kroongetuige Pieter Knabben het toneel oploopt. Tegen Knabben bekent Wim S. in de gevangenis namelijk niet alleen de moord op Rienja, maar ook de moord op tién andere vrouwen. ‘Hij vertelde dat hij in totaal elf mensen heeft omgebracht’’, zegt Knabben. Specifieke namen noemt S. niet. ‘Maar hij vertelde bijvoorbeeld over een vrouw van wie de baby alleen achterbleef en waar hij als klusjesman was geweest. Dat was zijn eerste moord. Hij heeft haar begraven ergens op de Strabrechtse Heide. Dat natuurgebied kende hij op zijn duimpje.’

ANNE VAN DER GROEN-HEIJLIGERS, 1966

Het is een woensdag in november 1966 als luitenant Ben van der Groen aan het eind van de middag thuis komt van zijn werk. Als hij zijn flat in Eindhoven binnengaat, is zijn vrouw Anne er niet. Vreemd, denkt hij: hun zoontje van veertien maanden ligt in zijn bedje te slapen en een pan met aardappels staat nog gewoon op het fornuis.

‘Ik bleef wachten en dacht dat ze zo terug zou komen’’, vertelt Van der Groen nu, ruim vijf decennia later. ‘Anne’s portemonnee lag nog op tafel en ook haar jas hing aan de kapstok. Bovendien was ze dol op ons kind, die zou ze nooit lang alleen laten.’’

De politie komt niet meteen in actie. Al verschijnt er na een week een opsporingsbericht in de media en wordt er gezocht in water in de buurt. De politie ontdekt bovendien dat Anne de middag van haar verdwijning een loodgieter in huis heeft gehad. Deze man is waarschijnlijk de laatste persoon die haar heeft gezien.

De tekst gaat verder na de foto.

Anne van der Groen-Heijligers. Beeld politie
Anne van der Groen-Heijligers.Beeld politie

Bekende loodgieter

Rechercheur Van Hout zit al een paar jaar bij de politie in Geldrop als hij hoort dat de bewuste loodgieter een bekende uit zijn dorp is: Wim S. ‘Ik kende hem toen al jaren, een kruimeldief. Televisies, gereedschap, sieraden. Maar dit was de eerste keer dat hij bij de politie in beeld was vanwege de vermissing van een vrouw. De verdenking was serieus, maar het echte bewijs ontbrak.’

De dreumes die in zijn bedje lag te slapen toen zijn moeder verdween, is nu 55 jaar oud en heet Roger van der Groen. Hij is er na al die jaren van overtuigd dat Wim S. achter de verdwijning zit. ‘Mijn moeder verdween op een regenachtige dag zonder jas en liet mij alleen achter. En heel toevallig was S. in ons huis, de laatste persoon met wie ze is gezien. Tel daarbij op dat hij een veroordeelde moordenaar is en steeds weer in verband is gebracht met de vermissing van andere vrouwen. Dan is het voor mij wel duidelijk.’

Volle rechtszaal

Roger bezoekt in 1994 de rechtszaak tegen S. in Den Bosch. Hij is vastberaden de man die hij beschouwt als de moordenaar van zijn moeder, recht in de ogen te kijken. De zaal zit stampvol. Aan het gangpad heeft hij een zitplek gevonden. Achterin de rechtszaal gaat een deur open. Een kale man met haar op de slapen loopt begeleid door een agent naar het beklaagdenbankje. Roger draait zich om. Indringend kijkt hij de verdachte aan. ‘Ik was teleurgesteld. Een zielig, klein mannetje. Hij stelde niks voor.’

Pas sinds zijn 12de weet Roger dat zijn biologische moeder er niet meer is. Het knaagt aan hem dat zij nooit is gevonden. ‘De Strabrechtse Heide is altijd als plek genoemd. Ik heb een tijd met het idee gelopen om S. in de tbs-kliniek op te zoeken en hem te vragen: waar ligt ze? Maar ik heb het nooit gedaan. Nu is hij dood.’

HENNY MAAS, 1975

Het is drie uur ’s nachts als de 15-jarige Henny Maas op 19 februari 1975 aanbelt bij haar vriendje. De Geldropse tiener is na een ruzie met haar moeder het huis uitgestormd. Maar Frank Terburg hoort de deurbel niet en zijn vader weigert om zo laat nog open te doen. De volgende ochtend vindt Terburg een briefje op de deurmat. Daarin schrijft Henny dat ze in een leegstaand gebouwtje bij de speeltuin gaat slapen en hij haar kan ophalen bij ‘de man met de vogeltjes’. Daarmee bedoelt ze Wim S., die een volière in zijn tuin heeft. Hij woont vlakbij het houten huisje waar Henny de nacht doorbrengt.

‘Ik ben samen met een vriend bij dat gebouwtje gaan kijken en vond schoolspullen en wat kleren van Henny’, vertelt Terburg 46 jaar later in zijn kleine arbeidershuis in de Eindhovense volksbuurt Tivoli. ‘Daarna zijn we naar Wim gegaan, maar die zei dat hij Henny niet had gezien en van niks wist.’

De tekst gaat verder na de foto.

Henny Maas. Beeld privébeeld
Henny Maas.Beeld privébeeld

Niet serieus

De politiechef in Geldrop neemt de vermissing van het jonge meisje niet direct serieus. Een opstandige puber, ze duikt wel weer op. Pas als hij een paar jaar later wordt opgevolgd door een nieuwe politiebaas, vindt er alsnog onderzoek plaats. Zo wordt onder andere de tuin van S. omgespit, weet oud-rechercheur Van Hout. ‘We dachten dat ze daar wellicht was weggestopt. Maar het leverde niets op. Er was te veel tijd verloren gegaan, we liepen achter de feiten aan.’

Jaren later, in 1994, verdiept rechercheur Jan Gruijters zich opnieuw in de verdwijning van Henny Maas. Kroongetuige Pieter Knabben is dan net opgestaan en samen met vier collega’s krijgt Gruijters de taak om een aantal nooit opgeloste vermissingszaken tegen het licht te houden. Het zijn stuk voor stuk zaken waarbij Wim S. mogelijk betrokken is.

Ongebluste kalk

In het eerste politiedossier vindt Gruijters bruikbare aanknopingspunten. Zo ziet een getuige S. kort na de verdwijning van Henny ’s ochtends in alle vroegte bezig achter een talud in de speeltuin naast zijn woning. Bovendien brandt het huisje waar Henny de nacht doorbrengt kort na haar verdwijning af, waardoor mogelijke sporen verloren gaan. Een buurtbewoner ziet S. enkele minuten voor de brand achter het huisje vandaan komen, staat in het dossier. ‘We hebben in die omgeving nog gegraven, maar vonden niks.’

Wel worden Gruijters en co getipt over een leeg graf in de Kempen. Er staat een zak met ongebluste kalk naast. De agenten denken aan Wim S. Ze weten dat hij in de kroeg wel eens opschept dat je met ongebluste kalk een lichaam in het niets kunt laten verdwijnen. ‘Het was een toekomstig plaats delict, klaar om een lichaam in te dumpen’, zegt Gruijters. ‘Het lag in een bosperceel met dennen, waar je moeilijk bij kwam. Heel vergelijkbaar met de plek waar Rienja is gevonden.’

Voor het onderzoek trekt Gruijters naar de gevangenis om S. te verhoren. Maar Wimke houdt zijn kaken op elkaar. ‘Ik zie hem nog zo zitten met zijn zwarte klompjes aan. Een vervelend klein klotemenneke. Het was een kansloze missie. Zoek het lekker uit, was zijn houding.’’

Frank Terburg denkt niettemin dat Wim S. achter de verdwijning van zijn toenmalige vriendinnetje zit. Als de twee elkaar midden jaren 90 bij toeval tegenkomen in de gevangenis, knapt er iets. Terburg, zelf ook geen lieverdje, zit vast als recht tegenover hem S. wordt binnengebracht. Woedend stormt hij naar de cel en slaat op het raampje: ‘Ik schreeuwde: ‘Gij bent de mijne! Gij hebt mijn meisje vermoord, ik gooi je over de balustrade.’ Kort daarna werd hij overgeplaatst naar een andere gevangenis.’

WIMKE: VRIENDELIJK EN DUISTER

Wim S. (1938) groeit op in het Brabantse dorpje Heeze. Zijn jeugdjaren verlopen stroef en de familie staat slecht bekend in het dorp. Graddus Bakermans komt Wimke in de jaren 40 en 50 vaak tegen in Heeze. Ze werken als pubers samen in een betonfabriek. ‘Hij kwam eens bij ons aan de deur en vroeg naar mijn broer. Mijn vader kwam erbij en zei: ‘Opgeflikkerd jij, ik wil je hier niet zien’. Het was een aparte familie. Altijd maar zuipen. Wij mochten van onze vader niets met ze te maken hebben.’

Als S. trouwt, verhuist hij naar Geldrop, een dorp naast Eindhoven. Zijn vrouw komt er vandaan. Het stel krijgt drie kinderen. Ze vinden een huis in volksbuurt Braakhuizen-Zuid. Als hun eerste woning tegen de grond gaat, betrekken ze eind jaren 80 een nieuw huurhuis op vrijwel dezelfde plek. Na zijn veroordeling in 1994 zal S. er nooit meer komen. Sinds zijn vrouw vier maanden geleden naar een verzorgingshuis vertrok, staat de woning leeg. In het naamplaatje onder de deurbel staat zijn naam gegraveerd.

‘Unne goeie mens’

In de straat staat Wim S. bekend als ‘unne goeie mens’. Ook nu nog. Oudere bewoners kennen hem allemaal. ‘Je kon altijd op hem rekenen’’, vertelt Martien Thijssen, lange tijd een goede vriend. ‘Moest er iets in huis worden gerepareerd? Wim kwam meteen. Als je zijn auto wilde lenen, dan kreeg je de sleutels.’

Met die auto is hij veel bezig, al ziet Thijssen er niet altijd de logica van in. ‘Dan haalde hij de auto grotendeels uit elkaar en spoot hij alles schoon. Zuiver maken, noemde Wim dat. Daarna veranderde hij met een verfroller de auto van kleur. Ik heb hem dat verschillende keren zien doen en snapte niet waarom hij al die moeite deed.’

Wim S. gaat van het ene naar het andere baantje. Een betonfabriek, vrachtwagens wassen, een kolenmijn in België, aan de lopende band in een snackfabriek. Als loodgieter doet hij geregeld klusjes in de bouw of bij mensen thuis. ‘Korte tijd later werd er op die adressen vaak prompt ingebroken’, zegt oud-rechercheur Van Hout.

‘Hij jatte alles wat los en vast zat’, herinnert ook Thijssens zich. ‘Ik weet nog dat mijn broer ooit zijn brommer ruilde met de Zündapp van Wim. Kwam de politie langs. Bleek die Zündapp gestolen bij de DAF.’

Rokkenjager

De politie staat geregeld bij S. aan de deur als er weer ergens is ingebroken. Vaak liggen de gestolen spullen bij hem in huis. Sieraden wil hij nog wel eens achter de bh van zijn vrouw verbergen. Aan zijn talent als kruimeldief dankt Wimke zijn bijnaam ‘De dief van Washington’, naar de gelijknamige televisieserie van eind jaren 60, waarin een inbreker het leven leidt van een rokkenjager.

Ook S. is gek van vrouwen. Hij heeft een fascinatie voor seks. Hij houdt er meerdere vriendinnen op na, bezoekt seksclubs en heeft een collectie van zelf gemaakte seksvideo’s, vertellen rechercheurs. ‘Hij had ook altijd seksboekjes bij zich in de auto’, vertelt Max Offenbach. ‘Die bewaarde hij netjes opgestapeld in schoenendozen. Hij verkocht ze voor een gulden per stuk.’

Offenbach ontmoet Wim S. halverwege de jaren 80 als hij de Joodse begraafplaats in Eindhoven opknapt. Die is ten prooi gevallen aan vandalen. S. wil wel helpen bij het rechtzetten van de zerken en het opnieuw uitbikken van de namen. Uiteindelijk houdt hij er als tuinman ook tien jaar het gras kort en snoeit er de beuken. Wim voelt zich thuis tussen de doden.

Op seks gericht

Offenbach beschouwt S. als een vriend. Hij is een van de weinigen die hem na zijn veroordeling opzoekt in de gevangenis. ‘Ik geloof niet dat Wim die vrouwen heeft vermoord. Hij was een echte goedzak, al had hij ook een duistere kant.’ Offenbach doelt onder andere op de agressie die ineens bij S. naar boven kon komen. ‘Als hem onrecht werd aangedaan, kon hij heel boos worden. Dan was er een explosie.’

Die agressie komt ook naar voren in een onderzoek van het Pieter Baan Centrum. In rapporten die tijdens de rechtszaak worden gebruikt, schilderen psychiater en psycholoog hem af als een ‘op seks gerichte, zwakbegaafde man, die snel gekrenkt is en die geen uitstel kan verdragen van zijn behoefte tot bevrediging’.

TANJA GROEN, 1993

De sfeer is uitgelaten op het introductiefeest in Maastricht. Honderden studenten vieren het begin van wat een van de mooiste periodes van hun leven moet worden. Onder hen is de 18-jarige Tanja Groen. Ze komt uit het Noord-Hollandse Schagen en gaat gezondheidswetenschappen studeren aan de universiteit. Recent heeft ze een kamer betrokken in het dorpje Gronsveld, even buiten Maastricht.

Tanja voelt zich die dinsdagavond 31 augustus 1993 niet lekker. Om middernacht pakt ze haar fiets en gaat alleen naar huis. Ze rijdt richting het Vrijthof en verdwijnt na 100 meter uit het zicht. Voorgoed.

Tanja Groen. Beeld
Tanja Groen.

Elf vermoorde vrouwen

Driekwart jaar later ploft Tanja’s dossier bij rechercheur Jan Gruijters op het bureau. Die onderzoekt of Wim S. mogelijk een rol speelt bij enkele vermissingszaken. Een van de elf vermoorde vrouwen waarover S. tegen kroongetuige Pieter Knabben in de gevangenis vertelt, is ‘dat meisje uit Maastricht’. ‘Voor ons was duidelijk dat het om Tanja Groen ging’, zegt Gruijters.

Wim S. vertelt Knabben dat hij het meisje op een landweg heeft gespot. Met een smoes overtuigt hij haar om bij hem in de auto te stappen, de fiets gaat in de kofferbak. Vervolgens zet hij koers richting Geldrop. De fiets zou hij onderweg hebben gedumpt in het water, haar lichaam op de hei.

De rechercheurs onderzoeken wat ’s nachts op de route van Zuid-Limburg naar Geldrop de meest logische plek is om een fiets te dumpen. Ze komen uit bij de Zuid-Willemsvaart, tussen Nederweert en Asten. In een paar weekenden wordt met duikers het kanaal afgezocht. Ze halen de ene na de andere fiets naar boven, maar niet die van Tanja.

Strabrechtse Heide

Daarna volgt een lange zoektocht naar het lichaam. Gruijters is overtuigd dat ze op de Strabrechtse Heide moeten zijn. Maar het natuurgebied is enorm. Met lijkhonden wordt op tientallen plekken gezocht. Het team krijgt hulp van kapitein Harry Jongen, de legerexpert die in spraakmakende moordzaken - zoals later in de zaak-Dutroux - lichamen weet te vinden. Gruijters ziet hem nog over de Strabrechtse Heide wandelen. ‘Hij prikte met een ijzeren pen diep in de grond, haalde ’m er weer uit en snoof eraan. Hij kon feilloos ruiken of er een lijk lag.’’

De tekst gaat verder na de foto.

Deze poster werd verspreid na de vermissing van studente Tanja Groen. Beeld Politie
Deze poster werd verspreid na de vermissing van studente Tanja Groen.Beeld Politie

Wekenlang speuren de rechercheurs de Strabrechtse Heide af naar het lichaam van Tanja. Vooral op plekken waar brandnetels groeien wordt gezocht. Die verschijnen vaak waar de aarde kort geleden is omgewoeld. Het levert allemaal niks op.

De vraag is bovendien of S. op de avond van de verdwijning überhaupt in de buurt van Maastricht is geweest. Hij staat geregeld op de camping in Valkenburg of Gulpen en kent Zuid-Limburg goed. Maar als Tanja verdwijnt, is S. al verdachte in de zaak-Rienja. Hij zit weliswaar niet vast, maar zijn auto is in beslag genomen voor sporenonderzoek.

Uren weg

Gruijters ontdekt dat Wim S. rond de verdwijning van Tanja eenmalig de auto van een kennis leent. Hij is er uren mee weg en het duurt tot diep in de nacht voordat hij weer terug is. Waar Wimke is geweest, vertelt hij niet. De technische recherche neemt ook deze auto in beslag. Er wordt een knoop gevonden die niet van de kennis is. De politie denkt aan Tanja, maar ook dit spoor loopt dood. Na negen maanden onafgebroken speuren geven de rechercheurs het op. Hun zoektocht heeft aanwijzingen, maar geen hard bewijs opgeleverd. Met lood in de schoenen reist Gruijters naar Schagen om Tanja’s ouders te vertellen dat ze hun dochter niet hebben gevonden. ‘Verschrikkelijk. Die mensen zijn er tot op de dag van vandaag kapot van.’

DE FRUSTRATIE BLIJFT

Jan Gruijters is al jaren met pensioen, maar aan Wim S. denkt hij soms nog. De oud-rechercheur vermoedt dat hij veel gruwelijke geheimen mee zijn graf in heeft genomen. ‘We geloofden bij de recherche wel dat hij achter de verdwijning van Anne van der Groen-Heijligers en Henny Maas zat. Bij Tanja Groen had ik die overtuiging minder. De enige echte aanwijzing daarvoor is de verklaring van Pieter Knabben. Maar ik sluit niet uit dat Wim in de bajes flink heeft zitten opscheppen. Zo van: ‘Ken jij mij niet? Ik heb die en die vrouwen vermoord.’’

Aanwijzingen genoeg

Ook voormalig officier van justitie Jan Regelink, de man die S. achter de tralies kreeg, gelooft dat Wim achter meer moorden zit. ‘Intuïtief voelden we dat wel aan. In potentie is S. misschien wel de grootste seriemoordenaar die Nederland ooit heeft gekend. Qua persoonlijkheid houd ik dat zeker voor mogelijk. Psychologisch past hij in het plaatje van een seriemoordenaar.’ Aanwijzingen zijn er genoeg, maar hard bewijs ontbreekt. Bovendien houdt Wim S. al die jaren vol dat hij niets met de vermissingen te maken heeft. Ook de moord op Rienja blijft hij tot aan zijn dood ontkennen. ‘S. heeft zijn kaken in verhoren altijd stijf op elkaar gehouden’, zegt Regelink, die zijn woorden zorgvuldig weegt. ‘Uiteindelijk moesten we er vrede mee hebben dat we hem voor die andere zaken niet konden vervolgen. Het was een troost dat hij al veroordeeld was. Hij zat in de gevangenis en had tbs. Voor mij stond vast dat hij nooit meer vrij zou komen.’

Die verwachting komt uit. S. zit uiteindelijk amper drieënhalf jaar in de cel, maar verdwijnt vanaf 1997 voorgoed in een tbs-kliniek. De laatste jaren van zijn leven verblijft hij in de Pompekliniek in het Brabantse plaatsje Zeeland, waar zijn vrouw nog wekelijks op bezoek komt. Zelfs als hij lichamelijk snel aftakelt, krijgt hij geen toestemming om thuis te sterven.

Zijn behandelingen zijn nooit aangeslagen en de kans op gewelddadig gedrag blijft groot. Uit rechtbankverslagen over de verlenging van zijn tbs staat dat hij op hoge leeftijd nog steeds een gevaar vormt voor zijn directe omgeving. Hij wordt snel kwaad en kan dan zeer agressief zijn, in het bijzonder naar jonge vrouwen.

‘Hij is in staat om vanaf zijn ziekbed een ontregelend effect te hebben op de afdeling’’, zegt een behandelaar tegen de rechtbank. ‘Hij heeft zich, ook recent nog, onbeheerst en ongepast agressief gedragen naar medewerkers van de kliniek. Hij uit bij tijd en wijle bedreigingen aan het adres van medewerkers en brengt hen daarmee vooral psychische schade toe.’

Prettige relatie

‘Deskundigen vonden het recidiverisico te groot. Zelfs toen hij fysiek al erg verzwakt was’, zegt advocaat Bas Kurvers, die S. de laatste tien jaar van diens leven bijstaat. ‘Hij heeft die laatste jaren echt geleden. Het klinkt misschien gek, maar ik had een prettige relatie met hem.’’

Oud-rechercheur Van Hout is er echter van overtuigd dat Wim S. een seriemoordenaar is. ‘Daar twijfel ik niet aan, ik denk dat Wim achter meerdere moorden zit.’ Hij wil nog één ultieme poging doen, nu bij de weduwe. Zij leeft nog. ‘Ik heb mij bij de politie opgeworpen om met haar in gesprek te gaan. Ik ken haar, we hadden een goede band. Zij is een eerlijke, zorgzame vrouw. Voor de nabestaanden van de vermiste vrouwen wil ik kijken wat zij, misschien wel onbewust, weet over waar de lichamen liggen begraven.’

Dit verhaal kwam tot stand na gesprekken met 32 personen, waaronder nabestaanden, oud-rechercheurs, officieren van justitie en bekenden van Wim S. Deze krant had inzage in diverse dossiers. De kinderen en weduwe van S. wilden niet meewerken aan dit artikel. Ook waren zij niet beschikbaar voor wederhoor, ondanks meerdere pogingen daartoe.

(AD)

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234