null Beeld

Pol Vandemeulebroucke, advocaat van de criminele familie Aquino

Het proces tegen de Maasmechelse criminele familie Aquino deed de afgelopen weken flink wat stof opwaaien. De publieke opinie is in alle staten: schaamteloze advocaten laten zich met misdaadgeld betalen om zware criminelen met bedenkelijke trucs hun verdiende straf te laten ontlopen. Pol Vandemeulebroucke, één van de advocaten in het proces, haalt zijn gram. ‘Is dit een rechtsstaat of een apenland? Men heeft hier wel een gerechtelijk dossier vervalst en de rechters in de maling genomen, hè.’

Advocaten die zich met crimineel geld laten betalen: dat was al het onderwerp van een Humo-reeks in juni van dit jaar. In de marge van het proces tegen de misdaadclan Aquino gooide de Gentse criminoloog Brice De Ruyver opnieuw de knuppel in het hoenderhok. De Ruyver noemde het onaanvaardbaar dat de advocaten de wetshandhavers van provocatie en corruptie beschuldigen. De dure topadvocaten van de Aquino’s en hun handlangers – Jef Vermassen, Sven Mary, Walter Van Steenbrugge, Pol Vandemeulebroucke en anderen – hebben namelijk al meteen een bom onder het proces gelegd door de nietigverklaring van het dossier te eisen. De politie zou op illegale wijze telefoons hebben afgetapt en gebruikgemaakt hebben van een criminele infiltrant om de Aquino’s in de val te lokken, wat bij wet verboden is. Jean-Claude Delepière, het hoofd van de antiwitwascel, trok eveneens zijn wenkbrauwen op bij de vaststelling dat bekende strafpleiters in Hasselt te hoop lopen om criminelen te verdedigen die geen legale vormen van inkomen hebben. Je zou dus kunnen veronderstellen dat de Aquino’s hun raadslieden betalen met de opbrengsten van hun criminele activiteiten.

'Ik heb geen geweten'

De advocaten kregen de publieke opinie over zich heen, en hun mailboxen puilden uit van de haatmails: ‘Jullie zijn erger dan het gespuis dat jullie verdedigen!’


De put in

In zijn kantoor aan de Britselei in Antwerpen kan Pol Vandemeulebroucke er niet mee lachen.

Pol Vandemeulebroucke «Het gaat hier om een dossier waarin aan het licht is gekomen dat het Openbaar Ministerie heeft geprobeerd een misdrijf uit te lokken. Dat is wettelijk verboden. Bovendien hebben ze geprobeerd dat potje gedekt te houden, zodat niet alleen de verdachten – van wie mensen eventueel nog kunnen zeggen dat het gespuis is dat niet beter verdient – en hun advocaten, maar ook de rechters voor de gek zijn gehouden. In een rechtsstaat die naam waardig zou men zich haasten om de stekker uit het proces te trekken. Persoonlijk had ik gedacht dat het Openbaar Ministerie uit eerlijke schaamte in een put zou kruipen en er pas veertien dagen later weer uit zou klimmen om te zien of het stof der verontwaardiging al is gaan liggen. Maar niet in dit land. Hier krijgen we meneer Brice De Ruyver, die zelfverklaarde kenner van het strafrecht die misschien al iets te lang in de cenakels van de politieke macht ronddoolt, die zegt dat het een schande is en dat advocaten maar beter hun mond houden als ze onwettigheden en manifeste leugens in een gerechtelijk dossier vaststellen. Hoe durven wij daarover te beginnen! Vervolgens is er meneer Delepière, die op de pianisten schiet en over het ereloon van ons, advocaten, begint. Hij vindt het een schande dat de Aquino’s een advocaat hebben en dat die nog wordt betaald ook! Dat kan toch niet? Is dit een rechtsstaat of een apenland? Men heeft hier wel een gerechtelijk dossier vervalst en de rechters in de maling genomen, hè.»

HUMO Naar wie kijkt u nu: naar de federale politie, de onderzoeksrechter, het federale parket?

Vandemeulebroucke «Natuurlijk kijk ik naar het federale parket. Ik kan me niet voorstellen dat de politie dit op eigen houtje heeft gedaan.

»Wat een verschil tussen de rechtscultuur in ons land en die 25 kilometer meer naar het noorden, in Nederland. Een paar jaar geleden heeft het landelijk parket in Amsterdam geprobeerd met een duur onderzoek de Hells Angels voorgoed van de kaart te vegen. Maar na twee dagen heeft de rechter dat dossier onontvankelijk verklaard. Tijdens de zitting was aan het licht gekomen dat de politie de advocaten van de Hells Angels had afgeluisterd. Afgelopen! Het Openbaar Ministerie ging zelfs niet in beroep.

»Ons federale parket heeft de laatste jaren de ene overwinning na de andere behaald. Niets kon de magistraten en de politie nog deren, ze deden wat ze wilden. En nu is dat in hun gezicht ontploft. Weet u, er is de afgelopen tien, vijftien jaar een beweging binnen justitie op gang gekomen waarbij bij wijze van spreken geen enkele inbreuk op de wettelijkheid van een gerechtelijk onderzoek nog tot de nietigverklaring van een dossier kan leiden. De man in de straat denkt dat bij het minste foutje in een gerechtelijk dossier het hele onderzoek in de vuilnisbak wordt gekieperd, maar het tegendeel is waar. Ongeoorloofde telefoontaps, niet-toegelaten huiszoekingen: dat mag blijkbaar allemaal.

»Zelfs een onderzoeksrechter die op eigen houtje op onderzoek gaat, wordt niet meer gestraft. Kijk, hier ligt het arrest van het Hof van Cassatie van 14 juni 2014, dat zegt dat een onderzoeksrechter dat mag doen. Onbegrijpelijk! Een onderzoeksrechter is een rechter, hè. Hij mag alleen onderzoeken als hij wordt gevorderd door het Openbaar Ministerie. Maar blijkbaar is dat niet meer nodig. Welk signaal geef je daarmee aan de politiediensten en het Openbaar Ministerie? Die denken nu dat ze zich alles kunnen permitteren. Elk bezwaar tegen hun methodes wordt op het proces toch van tafel geveegd. De politie tast nu de grenzen af en probeert bewust testcases uit te lokken, om te zien hoever ze kunnen gaan.

»Ik geef een voorbeeld dat ik zelf heb meegemaakt. In de tapwet van 1996 staat dat een onderzoeksrechter toelating moet geven voor het gebruik van telefoontap. Hij moet daarbij ook aangeven wélke politiemensen hij de toestemming geeft om te tappen. In een zaak in Turnhout stelde ik echter vast dat geen énkele van de politiemensen die in die zaak in de tapkamer hadden gezeten, ook op de lijst van de onderzoeksrechter stond. Ik vroeg meteen de nietigverklaring van het dossier, maar die werd me niet gegund. Er is in de wet immers geen duidelijke sanctie voorzien voor het niet-respecteren van de regelgeving omtrent de telefoontap. Sindsdien zetten onderzoeksrechters zo goed als het volledige personeelsbestand van de federale politie op de tapmandaten. Zo kan er geen discussie meer ontstaan.

»Onthoud mijn woorden: wij leven nu in een politiestaat. Maar iedereen vindt de handhavers van de wet toch zo geweldig. Dat komt door al die politieseries op tv. Flikken kunnen niets meer verkeerd doen in de ogen van het grote publiek.»

HUMO Maar het is toch onaanvaardbaar dat gangsters hun crimineel verworven geld kunnen gebruiken om procedureadvocaten te betalen, waardoor het proces niet langer over de schuldvraag gaat, maar over de vraag of de regels wel zijn gevolgd?

Vandemeulebroucke «Onze cliënten zijn geen moederskindjes. Dat weet iedereen. Maar die vraag over de herkomst van het geld wordt toch ook niet gesteld aan een hartchirurg die een crimineel op zijn operatietafel heeft liggen voor zeven overbruggingen? ‘O, is het een crimineel? Dat wist ik niet. Ik zal hem dan maar zes overbruggingen geven.’ Denken jullie dat justitie tegen een bakker in het Schipperskwartier zegt: ‘Die neger met zeven oorbellen is een pooier en hij koopt hier elke zondag een zak pistolets. Met misdaadgeld!’ Mag een tandarts geen prostituee meer helpen, of een dokter een inbreker? Als u wilt, neem ik u mee naar een Antwerpse apotheek waar ze ’s morgens al met zeventig in de rij staan om hun heroïnevervangende middelen te kopen. Waarmee worden die medicijnen betaald, denk je? Die kopers zijn allemáál gebruikers of dealers.

»Ik hoorde op het proces in Hasselt een confrater zich verontschuldigen voor het feit dat zijn cliënten drugstrafikanten zijn. Daar moet je je als advocaat toch niet voor verontschuldigen? Weet je wanneer je je geweten moet consulteren? Op het moment dat die man voor je deur staat en je om hulp vraagt. Dán moet je je afvragen wie hij is en waarvan hij wordt beschuldigd, en of je hem zelf als schuldig beschouwt of niet, en dus of je hem wilt verdedigen of niet. Maar zodra je hem als cliënt hebt aanvaard, moet je die cliënt verdedigen met hart en ziel, en met elk denkbaar middel dat de wet toestaat.»

HUMO U draait niet rond de pot. De meesten van uw confraters doen dat wel, zeker als het over hun ereloon gaat. Geen enkele advocaat wil gezegd hebben dat hij misdaadgeld in zijn zak steekt.

Vandemeulebroucke «Daar wordt inderdaad heel hypocriet over gedaan. Maar waar zou ik mij voor moeten schamen? Ach, dat misdaadgeld. In Engeland noemen ze dat the elephant in the room: iedereen ziet hem staan, maar niemand wil hem zien. Die discussie woedt al sinds jaar en dag. Ik herinner me een geval van twintig jaar geleden, toen ik als jonge advocaat betrokken was bij het proces tegen Danny Vanhamel, die Anthony De Clerck had ontvoerd. De hoofdadvocaat van Vanhamel was een pro-Deoadvocaat uit Gent. Ik werd pas drie jaar na de feiten bij de rechtszaak betrokken, als betaald advocaat. Tijdens het proces bleek er iets niet te kloppen met de 250 miljoen Belgische frank losgeld die vader Jan De Clerck, topman bij Beaulieu, had betaald. Het Speciaal Interventie-eskadron van de rijkswacht had dat geld bewerkt met een product om het later te kunnen opsporen, waardoor de biljetten stonken als de pest en aan elkaar kleefden. Vanhamel en zijn vrouw Marina Krawinkel hadden er niets beters op gevonden dan al dat geld in de wasmachine te stoppen. Toen men vervolgens aan Krawinkel vroeg wat ze ermee gedaan had, zei ze: ‘Ik heb een paar honderdduizend frank in het zwart aan de pro-Deoadvocaat gegeven.’ Oei, losgeld van de De Clercks was gebruikt als ereloon! In het zwart! De advocatuur stond op zijn kop. Maar ik ken geen enkel geval van een advocaat die is vervolgd door het Openbaar Ministerie omdat hij zich met crimineel of zwart geld heeft laten betalen – voor zover hij het natuurlijk heeft aangegeven bij de fiscus. Aan de balie wil men de dingen vaak gewoon niet benoemen zoals ze zijn. Advocaten blinken dan ook uit in lafheid. Ik ken er maar weinig die zeggen: ‘Nee, meneer, ik schrijf een factuur,’ als een cliënt hen zwart geld komt aanbieden.»

HUMO Bent u ook zo iemand die niet nee zegt tegen zwart geld?

Vandemeulebroucke «Kom zeg, ik wil de fiscus niet op mijn dak. Ik zeg wat ik zeg en niets meer. Maar eigenlijk kunnen we dat geld zelfs niet weigeren. Het recht op verdediging is namelijk een fundamenteel recht dat primeert op alles.»

HUMO Is er een oplossing voor dat dilemma?

Vandemeulebroucke «Ja. Als de overheid en de publieke opinie vinden dat het onkies is dat advocaten vuil geld aanvaarden, dan ben ik de eerste om te zeggen: oké. Maar dan moet er wel een oplossing komen voor het ereloon. Iedereen heeft recht op juridische bijstand en als iemand zijn vuile geld niet mag gebruiken, dan is hij volgens de wet ‘geldloos’, en dan moet de staat ervoor zorgen dat hij adequate juridische bijstand krijgt. We hebben nu een pro-Deosysteem, maar dat lijkt nergens naar. Pro-Deoadvocaten moeten soms dossiers van 10.000 pagina’s doorworstelen in de hoop dat ze twee jaar later 500 euro van de staat krijgen. En het Openbaar Ministerie heeft niet liever, hè. Daar zijn ze blij met een pro-Deoadvocaat die zijn dossier niet gelezen krijgt en die zijn best niet doet en zijn pleidooi telkens besluit met: ‘Het spijt mijn cliënt zeer, meneer de rechter, hij zal het nooit meer doen en geef hem daarom tien jaar in plaats van de gevraagde vijftien.’ Zo moet het dus niet. Het moet zoals in Nederland en Engeland. In Nederland krijg je als pro-Deoadvocaat 150 euro plus btw per gepresteerd uur.»


Tv-series en boekskes

Pol Vandemeulebroucke neemt niet snel een blad voor de mond en ook met zijn confraters loopt hij niet altijd hoog op – ‘U weet hoe dat is onder confrères: beaucoup de cons, peu de frères.’ Hij heeft er geen moeite mee om te praten over minder frisse praktijken in de strafrechtadvocatuur: ‘Het woord strafpleiter heeft een negatieve bijklank gekregen, en dat is terecht.’ Uit zijn woorden komt een weinig flatteus beeld naar voren van een beroepsgroep die veel weg lijkt te hebben van een slangenkuil.

Vandemeulebroucke «Dé strafpleiter? Die bestaat niet. De media hebben dat type een jaar of tien geleden gecreëerd door een aantal goedkope televisieseries te maken en in de boekskes uitgebreid aandacht te besteden aan onze dossiers. Misdaadverhalen verkopen nu eenmaal goed. En sommige advocaten – ik noem geen namen – komen wat graag met hun kop in de bladen en op tv, waar zij hun mening over van alles en nog wat mogen ventileren.

»Een advocaat moet in de eerste plaats een goede jurist zijn. Er zijn bekende namen genoeg, maar de echte goede advocaten zijn vaak onbekend bij het grote publiek. De titel strafpleiter heeft ook bij veel advocaten een negatieve connotatie, de strafrechtadvocaat is de risee van de balie. En dat is niet onterecht. Als je ziet hoe er de laatste jaren in de rechtbanken uit de nek wordt gekletst door advocaten die zich op het strafrecht werpen, daar zakt je broek letterlijk van af.»

HUMO U lijkt niet hoog op te lopen met uw eigen beroepscategorie.

Vandemeulebroucke «Nee. Velen van ons zijn worstendraaiers geworden, commerçanten die elkaar de kop afsnijden voor een cliënt. De Orde van Vlaamse Balies zou daar eens iets aan moeten doen.»

HUMO Waar worden die worsten gedraaid?

Vandemeulebroucke «Bijvoorbeeld in het Salduz-systeem, dat sinds 2012 de aanwezigheid van een advocaat regelt vanaf het eerste verhoor bij de politie. Ondanks de lage pro-Deovergoeding – je wordt vergoed per punt en de prijs per punt is onlangs weer verlaagd – komen er toch steeds meer advocatenkantoren op af. Sommigen doen zelfs bijna uitsluitend Salduz-zaken en worden er rijk van, omdat ze zich specialiseren in het binnenhalen van zo veel mogelijk zaken. Ik kom in de raadkamer advocaten tegen die op een ochtend vijftien dossiers of meer afhandelen. Dat kan toch niet! Je hebt dan amper tijd om die dossiers in te kijken, laat staan om er iets zinnigs over te zeggen.»

HUMO Het Salduz-systeem als goudmijn voor de strafpleiter?

Vandemeulebroucke «Niet voor iedereen. Sommigen doen het echt om te overleven. Er zijn namelijk te veel advocaten. In Antwerpen, een groot dorp, hebben we er maar liefst 2.000, en in Brussel zijn er 5.000 advocaten voor nog geen 800.000 inwoners. Verdienen al die advocaten hun boterham? Neen. Bij de balie bestaat zelfs een soort OCMW voor advocaten die hun baliebijdragen niet kunnen betalen. Ik ken collega’s van 50 of 55 jaar die, toen ze hun brood niet meer konden verdienen, Salduz als nieuw product op de markt hebben ontdekt. Ze zeiden: ‘Ik word Salduz-advocaat.’ Ook al hadden ze tot hun 55ste nooit in het Wetboek van Strafvordering gekeken. En nu zie je ze opduiken in de raadkamer en in de Kamer van Inbeschuldigingstelling, met hun handen vol nieuwe zaken. Vaak weten ze amper wat een aanhouding is, binnen hoeveel tijd ze moeten verschijnen, enzovoort.»

HUMO Hoe komen ze aan al die dossiers?

Vandemeulebroucke «Door dag en nacht potentiële cliënten aan de bron aan te spreken: in de politiekantoren, waar de arrestanten worden ondervraagd. Zo is er een heuse handel in gerechtelijke dossiers ontstaan. Bij de grote advocatenkantoren moeten de stagiairs vaak in het weekend in Antwerpen in een hotel gaan zitten om bij de arrestaties op vrijdag- en zaterdagnacht zo veel mogelijk Salduz-zaken binnen te halen. Als ze er op maandagochtend niet minstens vijf in handen hebben, krijgen ze op hun donder.

»Sommige confraters verkopen nu zelfs hun telefoonnummers. Advocaten die niets met strafrecht te maken hebben, en die in geen dertig jaar in een rechtbank zijn geweest, worden nu aangesproken door in Salduz gespecialiseerde kantoren. Die betalen zo’n advocaat 500 euro per maand voor het gebruik van zijn naam en zijn telefoonnummer. Die namen worden dan op de Salduz-lijst van beschikbare advocaten gezet. Als de advocaat aan de beurt is en de politie belt zijn nummer wanneer ze iemand hebben gearresteerd, geeft de advocaat in kwestie zijn zaak door aan het Salduz-advocatenkantoor. Je reinste staatsmelkerij, en iedereen weet dat het gebeurt.

»Een aantal kantoren trekt op die manier steeds meer Salduz-dossiers naar zich toe. Dat veroorzaakt uiteraard belangenconflicten, want je kunt als advocaat niet iemand verdedigen als een collega van hetzelfde advocatenkantoor de tegenpartij verdedigt. Maar vandaag is het schering en inslag en de rechters gooien die advocaten zelfs niet meer uit hun rechtbank.»

HUMO Kunt u daar een voorbeeld van geven?

Vandemeulebroucke «Ik heb zelf een geval meegemaakt waabij vier Marokkanen waren opgepakt, van wie er drie vertegenwoordigd werden door advocaten van hetzelfde kantoor. Ik had de vierde als cliënt. De eerste advocaat begon als volgt: ‘Mijn cliënt is onschuldig. Het is allemaal zijn schuld.’ En hij wees naar de cliënt van zijn collega. Die deed hetzelfde met de cliënt van de derde advocaat, ook van hetzelfde kantoor, die op zijn beurt naar de cliënt van de eerste advocaat wees. Ik geloofde mijn ogen niet. Maar toen die vier in de zomer opnieuw moesten voorkomen voor het hof van beroep, werd het nog erger: van de drie collega-advocaten was er nog maar eentje aanwezig, de andere twee waren met vakantie. ‘Ja, meneer de voorzitter, ik treed vandaag op voor alle drie de beklaagden,’ zei die advocaat zonder een spier te vertrekken. Hij ging achter de eerste beschuldigde staan en riep: ‘Meneer de voorzitter, mijn cliënt is onschuldig. Het is allemaal zijn schuld!’ En hij wees naar de tweede beschuldigde. Toen ging hij achter die tweede verdachte staan, zei net hetzelfde en wees naar de derde. En daarna deed hij nog eens hetzelfde toneelstukje bij de derde beklaagde, waarbij hij terugwees naar de eerste verdachte. Ik stond erop te kijken. Ik dacht dat ik zot werd!»


Champagne en confrontatie

HUMO Hoe zit het met het ronselen van cliënten in de gevangenissen sinds het Salduz-systeem?

Vandemeulebroucke «Vroeger snoepten advocaten pro-Deodossiers van elkaar af in de gevangenis. Je kreeg bij wijze van spreken vechtpartijen in de bak om elkaars pro-Deocliënten in te pikken. Maar nu kan dat niet meer, toch niet in Antwerpen. Als je eerste advocaat pro Deo is en je wil van raadsman veranderen, dan mag de tweede jouw zaak niet meer pro Deo aannemen. Natuurlijk is dat een catastrofe voor veel van die ronseladvocaten. Daardoor heeft het gevecht om cliënten zich van de gevangeniskoer naar de politiekantoren verplaatst. Men levert nu slag aan de bron, bij de Salduz-oproepen van de politie.»

HUMO Het pro-Deosysteem in het strafrecht lijkt vooral een jacht op en een handel in punten te zijn.

Vandemeulebroucke «Absoluut. Punten, punten en nog eens punten. Zelfs al werkt dat in het nadeel van je eigen cliënt. Ik heb ooit opgetreden voor een man die samen met zijn vriendin was gearresteerd bij een winkeldiefstal: een paar flessen champagne, koekjes, van die dingen… Ze waren op heterdaad betrapt en omdat het al de zoveelste keer was, zouden ze naar de rechtbank worden verwezen. Er was geen discussie mogelijk – het koppel had zelfs bekend – maar wat deed mijn achtbare confrater die de vriendin verdedigde? Ze vroeg bijkomend onderzoek. Ze vroeg een confrontatie! Onbegrijpelijk. Confrontaties hebben alleen zin als twee mensen elkaar tegenspreken. Maar deze twee waren het roerend eens. Uiteraard wees de onderzoeksrechter dat verzoek tot confrontatie af, maar mijn confrater plooide niet en ging in beroep. Magistraten van de Kamer van Inbeschuldigingstelling moesten zich nu over het verzoek buigen en wezen het natuurlijk ook af. Die iter criminis van totaal nutteloze procedures heeft in totaal meer dan twee maanden geduurd. Waarom? Raadkamer: twee punten. Indienen verzoekschrift bijkomend onderzoek: drie punten. Verschijnen voor Kamer van Inbeschuldigingstelling: zoveel punten... In zo’n banale zaak probeerde die advocate zo maar eventjes vijftien punten te verdienen.»

HUMO Zijn dergelijke excessen eigen aan het strafrecht?

Vandemeulebroucke «In het vreemdelingenrecht zijn de misbruiken nog erger. Je zou eens moeten weten hoe de staat daar wordt geplukt en opgelicht. Advocaten tekenen het ene beroep na het andere aan, en dat allemaal quasi pro Deo. In de verzoekschriften bij de Raad van State doet men zelfs de moeite niet meer om de geboortedata aan te passen van de vreemdelingen voor wie men een verblijfstatus geregeld probeert te krijgen. Sommige advocaten sturen acht van die verzoekschriften per dag: elke cliënt heeft daarop dezelfde geboortedatum achter zijn naam staan.»

HUMO Niet alle advocaten nemen genoegen met de – beperkte – pro-Deovergoedingen. Er worden ook extraatjes onder de tafel gegeven.

Vandemeulebroucke «Dat is schering en inslag. ‘Hé, u doet mij pro Deo,’ zegt zo’n cliënt, ‘Ik zal het briefje voor de pro-Deoaanvraag invullen en dan laat ik nog 1.000 euro extra voor u afgeven.’ In het zwart. Die praktijk bestaat al decennia.»

HUMO En die extra’s worden altijd in het zwart betaald?

Vandemeulebroucke «Dat is toch evident? Ik ken een bekende advocaat – ik ga zijn naam niet noemen – die dat al twintig jaar stelselmatig doet: iedereen een pro-Deoaanvraag laten tekenen en daarnaast nog geld in het zwart vangen.»


Geen geweten

HUMO Zijn er cliënten van wie u zegt: dat is een brug te ver, die wil ik niet?

Vandemeulebroucke «Nee, theoretisch gezien zijn er geen uitzonderingen. Alleen familieleden en goede vrienden verdedig ik niet, wegens mijn persoonlijke betrokkenheid.»

HUMO Hebt u bij bepaalde cliënten geen ethische bezwaren?

Vandemeulebroucke «Wat? Nee. Ik heb geen geweten. Ik hoef dat ook niet te hebben. Dat geweten haal ik wel boven als ik ’s avonds thuiskom. Ik zie mezelf als een timmerman die langskomt met zijn gereedschap, en ik probeer dat gereedschap goed genoeg te kennen en te gebruiken om de problemen van mijn cliënten op te lossen. Ik moet ervoor zorgen dat ik altijd de passende steeksleutel bij me heb.»

HUMO Hoe ver gaat u in uw omgang met criminele cliënten? Onderhoudt u sociale contacten met hen?

Vandemeulebroucke «Vraagt u nu of ik zoals Bram Moszkowicz zou gaan dansen met Desi Bouterse in Suriname? Of dat ik met die mensen op vakantie ga of in het nachtleven duik? Nee, natuurlijk doe ik dat niet. Je moet altijd oppassen in dergelijke situaties. Ik herinner me dat ik eens naar Breda moest voor de opening van een seksclub. Ik heb daar overigens veel advocaten gezien. Stel dat de eigenaar van die club, een cliënt, mij zou vragen: ‘Meester, wat vindt u van die dames?’ Tja, wat moet ik dan zeggen? We hebben allemaal twee ogen in onze kop. Dus ik antwoord: ‘Dat lijkt me niet mis.’ En mocht hij vervolgens zeggen: ‘Het is maar dat je het weet, de sleutel hangt hier.’ Dan ben je natuurlijk een idioot als je daarop ingaat. Voor hetzelfde geld zit er opnameapparatuur achter de spiegel en zit je in de spreekwoordelijke tang.»

HUMO U gaat nooit eens op restaurant met uw cliënten?

Vandemeulebroucke «Ik ken de verhalen die over mij de ronde doen. Maar de eerste die kan zeggen dat hij mij de afgelopen vijftien jaar ’s avonds in Antwerpen in een discotheek of een restaurant heeft zien zitten, krijgt van mij een grote bak bier. De enige liefdes die ik heb zijn: werken en sporten. Ik sport al heel mijn leven, vijf keer per week. Als ik dat niet heb, ga ik dood.»

HUMO Er wordt gezegd dat u cliënten ronselt in Antwerpse sportclubs.

Vandemeulebroucke «Wablief? Ik zit bij geen enkele sportschool in Antwerpen. Ik doe dat thuis en bij de Nederlandse thaiboksclub De Bredase Ring. Vroeger heb ik zelfs een eigen boksschool gehad. Ik kom met opzet niet naar Antwerpen voor mijn sociaal leven.»

HUMO U snuift cocaïne, wordt ook beweerd.

Vandemeulebroucke «Aha, die verhalen! Wel, ik heb dat spul nog nooit gezien, laat staan dat ik het gebruikt zou hebben. Dus nee, ik ben niet chanteerbaar. Maar een pak van mijn collega’s zitten wel aan het poeier... Advocaten, notarissen, makelaars die in het Antwerpse nachtleven zitten: ze vinden het blijkbaar normaal dat er cocaïne op tafel komt. Ik heb die rotzooi niet nodig.

»Mijn voordeel is dat ik vanaf het begin van mijn carrière met gróte boeven aan tafel heb gezeten. De meeste van die grote jongens zitten niet aan het poeder en doen ook geen zaken met mensen die eraan zitten. Bovendien is mijn relatie met de politie van dien aard dat de flikken het onmiddellijk zouden weten mocht ik ook maar naar een joint kíjken.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234