null Beeld

'Pose' op Netflix

'Pose' is een product van Ryan Murphy, die eerder al 'Glee' en 'American Horror Story' op de wereld afvuurde. De tv-maker lijkt de geknipte man om nu ook de ballroomwereld aan het einde van de jaren 1980 onderhanden te nemen

Geschiedenis is selectief, niet iedereen wordt herinnerd. Het is een dilemma dat de personages van Ryan Murphy’s 'Pose', nu te zien op Netflix, drijft. Pose speelt zich af in het New York aan het einde van de jaren 1980, tijdens de aidscrisis. President Ronald Raegan wil het woord niet in de mond nemen. Geen enkele verzekering dekt de behandeling. De medicatie staat nog niet op punt en lijkt mensen alleen maar zieker te maken. ‘De wereld wil dat we doodgaan’, merkt presentator en ontwerper Pray Tell (een uitstekende Billy Porter) op, ‘Ze zien aids niet als een ziekte, ze zien het als een straf van God of Darwins oplossing voor sodomie.’

Voor de personages van 'Pose' is een leven zonder angst onmogelijk. Wat is het om lief te hebben zonder bang te zijn dat je zal sterven of – erger nog – iemand de dood injaagt? Vrienden besmet met het virus gaan het ziekenhuis binnen met een longontsteking en komen nooit meer buiten. ‘Hoe bouw je een band op met mensen als ze een week later dood kunnen zijn?’ vraagt Pray Tell zich af, ‘Hoeveel van ons blijven er op het einde over?’

Het zet de personages aan iets te maken dat hen overleeft. En de mogelijkheid daartoe vinden ze in de decadente ballroomwereld, in 1990 al het onderwerp van de documentaire 'Paris Is Burning' van Jennie Livingston. Zo’n ball is een bijeenkomst van dragqueens, trans personen, homo’s en andere leden van de queer community – mensen die nergens anders nog welkom zijn, levens waar de rest van de wereld op neerkijkt. In de ballroomwereld worden ze gevierd, als levende legendes onthaald. Deelnemers verkleden zich volgens opgegeven categorieën en proberen de jury te overtuigen met hun zelfzeker loopje. Het draait niet om geld, maar om naam maken. ‘In onze wereld is je naam alles’, legt Blanca (MJ Rodriguez) van House of Evangelista uit, ‘We zullen nooit naar de Oscars gaan, maar op deze manier kunnen we een ster worden.’

De flamboyante rivaliteit tussen de concurrerende huizen – House of Evangelista wil House of Abundance de loef afsteken – staat in fel contrast met de persoonlijke en sociale onrust die de dansers buiten de veilige muren van de ballroomwereld ervaren. Het evenwicht tussen die twee is waar 'Pose' wringt: het is iedere keer een bruuske overgang tussen de extatische passie op de dansvloer en de felle homofobie en aidspaniek van de eighties.

Voor de kijker is dat niet altijd even vlot. Het rauwe realisme van discriminatie is niet waarom je naar 'Pose' begint te kijken. Het is overigens ook niet waarom 'Pose' op handen gedragen wordt door het publiek en de critici. In internationale reviews wordt de reeks geprezen omdat het baanbrekend een transgender cast en schrijversteam tewerkstelt. Kijkers smullen van de decadente kostuums en de ingewikkelde dansroutines.

Maar dan plots bevinden we ons in een schimmige ziekenhuisafdeling waar Costas, het lief van Pray Tell, letterlijk ligt weg te rotten. Er is geen geld om de patiënten van een comfortabel levenseinde te voorzien, geen personeel om hen te helpen met wassen, aankleden of eten. Ryan Murphy toont met de juiste gevoeligheid – nooit sentimenteel, nooit wraakroepend – de institutionele verwaarlozing van stervende aidspatiënten, een schandvlek in de recente geschiedenis die we maar wat graag willen vergeten.

De reeks werpt daartegenover een interessante blik op de opkomst van kapitalistische roofzucht en de verschroeiende eenzaamheid die de witte middenklasse voor zichzelf heeft gecreëerd. Een van de grootste verhaallijnen volgt Stan Bowes (Ryan Murphy’s muze Evan Peeters): een jonge zakenman in dienst van de Trump Organization die valt voor transgender sekswerker Angel (Indya Moore). Hij raakt haar niet aan, vraagt niet eens om een pijpbeurt in de auto.

‘Wat ben jij?’ vraagt Angel in ‘Access’, de tweede aflevering. ‘Ik ben niemand’, bekent Stan, ‘Ik wil wat ik hoor te willen en ik werk waar ik hoor te werken. Ik sta nergens voor. Ik heb nooit in een oorlog gevochten en dat zal ook nooit gebeuren. Ik koop alles op krediet, dus niets is van mij. Ik leef niet. Ik geloof nergens in. Ik verzamel alleen spullen.’ Stan heeft een bloeiende carrière, het perfecte gezin (vrouw- en dochterlief), leeft in het perfecte buitenwijkhuis en nu wil hij met Angel ook de meest interessante maîtresse. Hij wil haar een mooi appartementje in de stad kopen, haar verwennen met cadeautjes.

Dit is geen tragisch liefdesverhaal, het is een machtsonevenwicht dat sprekend is voor alles wat 'Pose' probeert te vertellen: dat er hoe dan ook mensen bovenaan en mensen onderaan de ladder staan. En exotisch escapisme naar die extravagante onderwereld neemt niet weg dat er een systeem is ontstaan dat de ene groep ten koste van de andere vooruithelpt. Hoeveel van ons blijven er op het einde over? En wie zal herinnerd worden? Laat je niet afleiden: 'Pose' gaat over de kater, niet over het feest.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234