Position switch: van de top van het bedrijfsleven naar het onderwijs in Molenbeek

In november ontketende Lucy Kellaway (57), de scherpe en soms vileine columniste van The Financial Times, een mediastormpje toen ze bekendmaakte dat ze de journalistiek zou verlaten. Ze zal halverwege dit jaar les gaan geven: ‘Ik heb carrière gemaakt door mensen uit te lachen, misschien moet ik ze ook maar eens helpen.’ Ook in België maken key people uit het bedrijfsleven een carrièreswitch naar het onderwijs. In De Toverfluit, een handelsschool in Molenbeek, trof Humo er vier aan. ‘Dit is mijn school, hier moest ik zijn.’

'Ze hebben structuur nodig. Soms zeggen meisjes na een strafstudie: 'Meneer, ik hou van u''

De Toverfluit heet de school in de volksmond, ze ligt ook aan de Toverfluitstraat in Sint-Jans-Molenbeek, maar officieel is het inmiddels het GO! for Business-atheneum. Een Nederlandstalige school in hoog-Molenbeek, het betere deel van de gemeente, maar ook hier zindert de impact van de aanslagen in Brussel en Parijs nog na. In de gangen hangen tekeningen van leerlingen, die na de bloedige gebeurtenissen werden gemaakt. ‘Je suis musulman et je ne suis pas terroriste,’ staat er meer dan eens. ‘De leerlingen voelden zich geviseerd,’ zegt Sofie Vandenbroucke, leerkracht toegepaste economie, boekhouden en logistiek in de derde graad van het beroepsonderwijs, ‘ze zijn niet crimineel omdat ze moslim zijn.’

Sofie Vandenbroucke «Ik ben er in de klas niet diep op ingegaan, moet ik zeggen. Het was mijn eerste jaar voor de klas, ik had het gevoel dat ik er nog niet helemaal klaar voor was, dat ik te weinig bagage had. Ik heb het aan hen overgelaten. En zij stelden vooral vragen aan mij: ‘Durft u nog te fietsen in Molenbeek, mevrouw?’ Ik zeg: ‘Ja, ik ben niet bang.’ Ze lachten me altijd uit, omdat ik overal op mijn fietske naartoe rijd, maar daar waren ze wel blij mee. Dat zag ik. Ze vinden het ook tof dat ik in de buurt woon.»

Vandenbroucke was twee jaar geleden salesforce consultant toen ze opeens door existentiële vragen geplaagd werd. Ze zat op een moeilijk project, zegt ze. Maar dat was niet de enige verklaring. ‘Ik stond vaak in de file, op de Brusselse ring stond ik meer stil dan dat ik reed. ‘Waar ben ik mee bezig?’ dacht ik. Ik liep tegen de 40 aan, onze drie kinderen werden zienderogen groot, en ik sliep slecht ’s nachts. U weet: in de consultancy ligt de lat hoog. De meeste consultants kicken daarop, maar ik deed dat dus niet – ik piekerde. Ik dacht dat ik niet aan de verwachtingen voldeed. Achteraf bekeken beeldde ik me dingen in, maar ik heb als gevolg van dat gepieker wel mijn ontslag gegeven. En ik ben in loopbaanbegeleiding gegaan.’

Tijdens die begeleiding bleek dat Vandenbroucke, een opgeruimde verschijning, graag studeerde en lesgaf. Zo is het idee langzaam gerijpt: misschien was het onderwijs een optie. Ook omdat ze in haar vorige baan meer dan eens ‘maatschappelijke relevantie’ had gemist. Vandenbroucke schreef zich in voor een lerarenopleiding, die één academiejaar in beslag nam. ‘Mijn man stond vierkant achter me. ‘Je doet wat je denkt dat je moet doen,’ zei hij. Maar mijn kinderen begrepen er niks van. ‘Ga je opnieuw studeren?’ vroegen ze. ‘Moet je geen geld verdienen dan?’ Ik gaf veel op: mijn Audi met tankkaart, mijn mobiele telefoon met abonnement, mijn maaltijdcheques, mijn dikke pree. Als ik alles uitreken, verdien ik nu minder dan de helft van wat ik vroeger kreeg. Ik heb de wedde van een pas afgestudeerde, ik heb geen anciënniteit, en aan het einde van het schooljaar krijg ik mijn C4. Dan moet ik hopen dat er na de vakantie geen vastbenoemde leerkracht in mijn plaats komt.’

In het algemeen secundair onderwijs zijn er weinig lesuren economie te vergeven, je komt haast vanzelf in het technisch of beroepsonderwijs terecht, zegt Vandenbroucke. Maar dat was geen bezwaar. Ze lacht: ‘Ik ben gelukkig al wat ouder. Leerlingen hebben meer respect voor oudere leerkrachten.’

Vandenbroucke «In mijn eerste les heb ik verteld dat ik uit het bedrijfsleven kom, met de bedoeling reactie van de leerlingen te krijgen. Het lukte, ze waren op slag geïnteresseerd: ‘Waarom komt u naar hier, mevrouw?’ – ‘Omdat ik het graag doe.’ Iemand die graag naar hen toe kwam, die voor hen koos, dat maakte wel indruk. Maar goed, veel langer dan één les heeft dat niet geduurd (lacht).

»Het mooie aan het onderwijs is dat je er elke dag voor 100 procent moet staan. Je staat alleen voor de klas, je verhaal moet kloppen. Dat is spannend, maar ook prettig: je voelt dat je leeft. Geleidelijk verwerf je wel meer ervaring, je wordt rustiger, maar het patroon blijft hetzelfde: je gaat leeg naar huis, je keert opgeladen terug – elke dag opnieuw.

»Eén dom voorval kan je les compleet in de war sturen. Daarvan moet je je bewust blijven: de gemoedstoestand van de leerlingen bepaalt het succes van je les.»

HUMO Valt dat u zwaar?

Vandenbroucke «In het beroepsonderwijs heb je heel diverse klassen: leerlingen spreken verschillende talen, halen verschillende niveaus, kunnen zich scherp concentreren of zijn voortdurend afgeleid. Het is niet makkelijk om zulke verscheiden groepen stil te krijgen en te laten meewerken. Ik beken: ik heb daar de gouden truc nog niet voor gevonden. Maar goed, het is pas mijn tweede schooljaar – ik leer nog elke dag bij. En: we hebben een uitstekende lerarenkamer, we kunnen onze ervaringen met elkaar delen.

»Ik splits mijn leerlingen geregeld op: een deel gaat naar het open leercentrum, een ander deel blijft zitten – ik haal de luidruchtige leerlingen uit elkaar. Oké, dat gaat langzaam, maar het werkt wel.»

'Sofie Vandenbroucke: 'Ik wist van tevoren dat je op makkelijker scholen les kan geven, maar ik ben van Brussel, ik wilde iets teruggeven.'

HUMO Hebt u veel gemotiveerde leerlingen?

Vandenbroucke «Met een beetje positieve bevestiging krijg je leerlingen mee in je verhaal. Maar eerlijk is eerlijk: maximaal één derde van de klas werkt actief mee, meer niet.

»Ik wist van tevoren dat je op makkelijker scholen les kan geven, maar ik ben van Brussel, ik wilde iets teruggeven. Dat was het uitgangspunt.»

HUMO Idealisme?

Vandenbroucke «Welja, noem het zo. Ik woon in Anderlecht, maar niet in Kuregem, als u begrijpt wat ik bedoel. Ik had geen voeling met mensen van andere origine voor ik hier werkte, laat staan met de jeugd van Brussel – ik kende ze niet. Nu zijn het mijn leerlingen. Op deze school word je vanzelf een wereldburger.»

Sofie Vandenbroucke heeft zichzelf vijf jaar gegeven. Daarna zal ze voor zichzelf uitmaken of ze op het ingeslagen pad blijft doorgaan. Maar intussen werkt ze dat de stukken ervan afvliegen. Lesgeven, lessen voorbereiden, toezicht houden, taken en toetsen verbeteren, vergaderen – ze heeft nog nooit zoveel uren geklopt, ook al werkt ze officieel maar driekwart van de tijd. En van de vakantie profiteert ze om haar eigen handboeken te schrijven.

Ze maakt een verschil, zegt ze. ‘Vorig jaar was een jongen uit het vijfde helemaal op de dool. Zat onder zijn niveau, voerde geen klap uit, verstoorde de les. Het zag ernaar uit dat hij zijn jaar zou moeten overdoen. Ik heb hem alsnog overtuigd zijn talent aan te spreken, en hij heeft het op het nippertje gehaald. Nu schakel ik hem in om de anderen uit te leggen wat zij niet meteen vatten. (Trots) Ik heb hem naar een hoger niveau getild.’


Taalachterstand

Hij heeft al een poos de kaap van de 50 gerond, maar hij loopt nog altijd op de kistjes die hij meer dan dertig jaar geleden als paracommando droeg. Dat strookt het best met zijn aard: Jan Demeyer, leerkracht wiskunde en fysica in de derde graad van het algemeen secundair onderwijs, heeft een onstuitbare dadendrang. Hij geeft geen les, hij bestookt zijn leerlingen met wetenschap – en hij wil resultaat zien: aan het eind van het zesde jaar moeten ze het toelatingsexamen voor geneeskunde met goed gevolg kunnen doorstaan.

'Op deze school word je vanzelf een wereldburger'

Jan Demeyer «Het interesseert me niet dat je op deze school bijna geen autochtone Belgen meer aantreft. Een kind is een kind. En kinderen kan je alles leren: hun hersenen zijn sponzen, ze nemen alles op. De vraag is: hoe voed je die hersenen, met empathie of apathie? Ik verkies het eerste. Ik stuw ze naar hun limieten, en ik sta ervan te kijken wat ze allemaal kunnen.»

Tot zijn 50ste heeft Demeyer, een industrieel ingenieur van opleiding, gewoekerd met zijn krachten. Samen met zijn vrouw oefende hij twee jobs tegelijk uit: hij dreef een wasserij én een restaurant. Dat is hard werken, dat geeft hij graag toe, maar van hard werken gaat niemand dood. Ook al doe je dat jarenlang zeven dagen in de week.

Demeyer «Ik heb altijd gezegd: ‘Op mijn 50ste stop ik, en ga ik weer studeren.’ Ik wilde doctor in de chemie worden. Maar ik heb alles verkocht, en ik ben níét gaan studeren: ik ben gaan lesgeven. Toeval. Ik kreeg een interimopdracht van acht uren aangeboden. In eerste instantie twijfelde ik: ‘Ik heb dertig jaar lang geen integraal meer van dichtbij gezien.’ Maar wiskunde is als fietsen: dat verleer je niet. Ik had er geen enkele moeite mee. En na die interim zei de directeur: ‘Jij moet in het onderwijs blijven: de leerlingen hangen aan je lippen.’ Ik kreeg een baan op een school in Anderlecht, die ik met deze baan in Molenbeek kon ruilen. Geen gemiddelde school, dat wist ik van tevoren. Maar zo heb ik het graag: ik heb uitdagingen nodig. In Lunch Garden, mijn restaurant, kreeg ik ook een divers publiek over de vloer: van zigeuners tot doktoren, maar voor mij kwamen ze allemaal naakt binnen. Dat waren allemaal klanten, wier primaire behoefte ik vervulde. En wie een vraag stelde, kreeg antwoord. Op dezelfde wijze ga ik met mijn leerlingen om. Ze zijn hier misschien mondiger dan doorsneeleerlingen, impulsiever, maar so what? Ze zijn levendig.»

'Jan Demeyer: 'In dit atheneum is elke leerkracht ook een leraar taal.'

Demeyer noemt, zoals veel van zijn collega’s, taal hét struikelblok van de leerlingen. ‘Ze spreken verschillende talen thuis. Het gevolg is dat ze geen enkele taal echt beheersen. Dat merk ik in de les fysica. Dan vragen ze: ‘Meneer, ‘alternatief’, wat betekent dat?’ – ‘Hetzelfde als in het Frans,’ zeg ik dan. Maar ook in het Frans weten ze het niet. Daarom gaat het later aan de hogeschool of de universiteit zo vaak mis: daar praten professoren te snel. Ze zien ook geen verband tussen de woorden die ze in hun syllabussen lezen. Ze worstelen met de taal, daar ligt het kalf gebonden: het is louter en alleen de taal.’

In dit atheneum is elke leerkracht ook een leraar taal, zegt Demeyer. ‘Ik laat leerlingen zelf nadenken over wat moeilijke woorden zouden kunnen betekenen. Het antwoord moet van hen komen. Interactiviteit werkt het best, dat strookt ook met hun karakter.’

Demeyer (stellig) «Ik organiseer strafstudies op militair niveau, twee uur lang kan je een speld horen vallen. Maar na afloop, als leerlingen weer naar buiten lopen, zeggen meisjes soms: ‘Meneer, ik hou van u.’ Ze hebben structuur nodig, hè. En ik heb blauwe ogen – dat speelt ook een rol.»

Demeyer neemt me mee naar zijn klas, waar hij aan de muur oude foto’s van hemzelf heeft hangen, tussen plaatjes van de wereld en de wetenschap. Hier is hij thuis, dat is duidelijk. ‘Eindelijk ben ik op mijn plaats. Maar ik zou dit niet gekund hebben als ik meteen na mijn studie in het onderwijs was gestapt, daarvoor moest ik eerst mijn persoonlijke traject afleggen. Maar nu ik hier ben, wil ik er wel mee doorgaan. Wat mij betreft, voor de rest van mijn dagen.’

Hij vergelijkt het met zijn andere passie, motorrijden. ‘Als je in Molenbeek met de motor rijdt, moet je niet claxonneren, dat schiet niet op. Je moet het verkeer ondergaan, meegaan met de flow, maar wel je eigenheid behouden. Zo sta ik ook in de les: ik ben één van hen, maar tegelijk behoud ik mij het recht voor te zeggen wat ik denk. Eén voorbeeld: ze schelden nogal snel iemand uit voor racist. Ik zeg dan: ‘Doe dat niet, je maakt veel kapot.’

Het is eenvoudig: hoe liever je ze ziet, hoe meer je van ze kan eisen. Ze zeggen soms: ‘Meneer, u moet niet streng zijn, u bent niet streng.’ Ze voelen dat.’


Geven en nemen

Veronique Carteus (48) is een buitenbeentje in dit rijtje van leerkrachten. Ze verdient als enige meer dan vroeger, omdat ze wel aanspraak kon maken op anciënniteit (wat ze eerder deed, geldt als ‘nuttige werkervaring’). In het verleden verrichtte ze secretariaatswerk bij Electrolux, nu geeft ze handel, dactylo en kantoortechnieken aan de leerlingen van het beroepsonderwijs, en verkoop aan de leerlingen van het technisch onderwijs. Ze zegt zonder omwegen dat ze gelukkig is met haar besluit van vijf jaar geleden om avondschool te volgen en leerkracht te worden. Met dragende stem: ‘Het was, na mijn huwelijk, het beste besluit van mijn leven.’

'De vraag is: hoe voed je de hersenen van die kinderen, met empathie of apathie?'

Veronique Carteus «Ik vertel geregeld over de dingen die ik vroeger op mijn werk heb meegemaakt. Dat vinden leerlingen fijn. ‘Ze babbelt weer,’ denken zij. En ik denk: ‘Al babbelend breng ik hen nieuwe dingen bij.’ Het is geven en nemen met leerlingen uit de beroepsafdeling.

»Eerlijk gezegd: ik ben blij dat ik aan hen mag lesgeven. Leerlingen van het algemeen secundair onderwijs zouden mij niet zo pakken. Mijn leerlingen zeggen waar het op staat.

»Mijn motto is: ‘Hou ze actief bezig.’ Als ik achter mijn lessenaar zou staan doceren, ben ik na tien minuten hun aandacht kwijt. Dus ik geef opdrachten. Ik zeg: ‘Zoek informatie op het internet.’ Maar dat is niet zo eenvoudig als je zou denken: sommige leerlingen hebben helemaal geen computer. Ik heb het afgeleerd hen thuis nog voor school te laten werken. Dat heeft geen zin. Ik zie te veel kinderen met vermoeide ogen in de klas zitten – die werken na de schooluren. Of die passen, als oudsten van het gezin, op de kleintjes.

»Ik heb geleerd aandacht te hebben voor hun gevoeligheden. Velen hebben het niet breed thuis, maar ze houden het stil. Ik maak geen opmerking als ze niet alles bij zich hebben.»

'Veronique Carteus: 'Als er eentje, na twee jaar op de afdeling kantoor, zegt dat ze later op een bureau wil gaan werken, ben ik blij.'

HUMO Kunt u hen veel nieuwe dingen bijbrengen?

Carteus (knikt) «Ze willen nieuwe dingen leren, maar ze zijn snel tevreden. En ze willen ook snel bevestigd worden in wat ze doen, anders geven ze op.

»Aan het begin van het schooljaar neem ik de tijd om mijn leerlingen persoonlijk te leren kennen: ik stel vragen, zonder opdringerig te zijn. Ik vertel een beetje over mezelf, laat hen ook vragen stellen. Respect is voor mij een essentiële voorwaarde: je lacht niet met elkaar, je bent niet alleen op de wereld.

»Ik probeer hen ook bewust te maken van de ambitie die diep in hen sluimert. Als er eentje, na twee jaar op de afdeling kantoor, zegt dat ze later op een bureau wil gaan werken, ben ik blij. Toch eentje die ik heb opgekrikt.»

HUMO Wat is hun droom?

Carteus «Veel geld verdienen, dure auto’s en een groot huis in Marokko kopen (lacht). Sommigen dromen ook van een mooie baan, als directiesecretaresse bijvoorbeeld. Ze zijn bereid daarvoor langer te studeren, maar dat zijn in de eerste plaats de meisjes. De jongens willen meteen geld verdienen. Ze gaan op jonge leeftijd werken voor een baas of ze beginnen voor zichzelf. Met hun commercekes zijn ze van plan de wereld te veroveren: ‘Ik koop, ik verkoop met winst, en daarna ben ik rijk.’ Ik leg hun uit dat het zo meestal niet werkt.

»Hun enthousiasme is aanstekelijk. Ze zijn open en rechtuit, maar als het erop aankomt, kiezen ze voor elkaar. Een voorbeeld: als ik twee vechtersbazen uit elkaar haal, zullen ze vijf minuten later beweren dat het maar een spel was. ‘Het was maar om te lachen, mevrouw.’ Dat zit in hun cultuur, hè: als het moet, sluiten ze de rijen.»

HUMO Hebt u met hen over de gebeurtenissen in Molenbeek gesproken?

Carteus «Dat heeft elke leerkracht gedaan: de afspraak was dat we de leerlingen in het eerste lesuur na de gebeurtenissen de kans zouden geven hun gevoelens te uiten. Dat heb ik ook gedaan, maar ik moet eerlijk zeggen: ik ben er niet te diep op ingegaan. Ze hebben een mening, dat is het probleem niet. Maar meestal is die lapidair en weinig onderbouwd – ze volgen de actualiteit te weinig. Plus, ze veroordeelden de aanslagen wel, máár... – begrijpt u? Ze zagen aan mijn gezicht dat ik helemaal niet opgezet was met die ‘maar’.

»Ik draai mijn tong twee keer rond voor ik mijn mening geef. In mijn eerste jaar ben ik ooit begonnen over het rollenpatroon tussen man en vrouw in het gezin. Ik vroeg de leerlingen naar hun opinie: ik kreeg alleen antwoorden van de jongens, van het slag: ‘Mijn vrouw blijft thuis.’ De meisjes durfden niks te zeggen. Ik zeg dus tegen de jongens: ‘Maar stel dat je verliefd wordt op een vrouw die dokter is, moet ze dan ook thuisblijven?’ De blikken die ik toen kreeg: ‘Hoe komt ze erbij?’ Gelukkig ging de bel op dat moment: saved by the bell. Ik wist echt niet meer hoe het verder moest. Sindsdien waag ik me niet meer aan dergelijke discussies. Het heeft geen zin de confrontatie op te zoeken. Zo leer ik hen niets bij.»


Trotse coach

Als de piepjonge Christophe Vercarre (28) het over zijn vorige baan bij het consultancybureau Futureproofed heeft – het bedrijf van duurzaamheidsexpert Serge de Gheldere – is hij lyrisch. Een droombaan was het om de ecologische voetafdruk van bedrijven te berekenen. En toch knaagde er iets. ‘Als consultant breng je de meeste tijd door voor je computerscherm. Je komt bij een klant, toetst een probleem af, gaat daarna met cijfers en Excel aan de slag. Als je uiteindelijk je rapport klaar hebt, weet je niet wat ermee gebeurt. En hop, je bent alweer vertrokken naar een volgende klant. Ik miste het menselijke contact.’

En, zegt hij langs zijn neus weg, hij wilde ook wel de wereld veranderen. ‘Het kan op veel vlakken zoveel beter: we verspillen energie, ruimte, grondstoffen, maar ook in het onderwijs gaan veel kansen verloren. De sociale ongelijkheid is groot. Ik weet waarover ik spreek: ik heb het in mijn jeugd in de Westhoek aan den lijve ondervonden.’

'Het heeft geen zin de confrontatie op te zoeken. Zo leren ze niets bij'

Vercarre wil zichzelf niet met zijn leerlingen vergelijken, die soms drie keer in één schooljaar verhuizen, maar hij is opgegroeid in een gezin dat meestentijds bestond uit drie kinderen en een alleenstaande moeder. Wanneer hij als 16-jarige scholier een schooltaak kreeg waarvoor hij op het internet informatie moest vergaren, had hij een probleem: hij had namelijk geen computer. Hij moest naar de bib. Of hij schakelde de poetsvrouw in, wier computer hij af en toe mocht gebruiken. ‘Het was meer dan een praktisch probleem: je hoorde er niet bij, je werd uitgesloten. Je trok op met de andere zware mannen, die er ook niet bij hoorden. En voor je het wist, haalde je narigheid uit.’

Hij vertelt over een directeur die hem, toen hij weer eens van school was gegooid, toch doorverwees naar een andere goede school. Een leraar die in hem bleef geloven. Een stiefvader die plotseling veel geld verdiende. Details die een mensenleven bepalen: hij was, als eerste van zijn familie, in staat een universitair diploma te behalen.

Daarom, zegt hij, wist hij op een bepaald moment dat het over was bij Futureproofed. Hij moest iets terugdoen. ‘Een vriendin vertelde over haar belevenissen als leerkracht op moeilijke Brusselse scholen. ‘Ik moet vaak huilen,’ zei ze. ‘Gelukkig staat Teach for Belgium ons bij met raad en daad.’ Ik heb die organisatie gegoogeld: ze vechten tegen de sociale ongelijkheid in ons onderwijs. ‘Oké,’ dacht ik, ‘tijd voor iets anders.’ En dit voorjaar heb ik de knoop doorgehakt.’

'Christophe Vercarre: 'Wat kon ik zelf na het middelbaar onderwijs of de universiteit? Terwijl deze leerlingen bedrijfsklaar worden gemaakt.'

Vercarre geeft zes vakken aan het zesde en zevende jaar beroepsonderwijs, van Nederlands tot informatica. Hij heeft daar zelf niet voor gekozen, maar hij is er ontzettend blij mee. ‘De focus ligt op praktijk, dat vind ik zo goed. Wat kon ik zelf na het middelbaar onderwijs of de universiteit? Helemaal niets. Terwijl deze leerlingen bedrijfsklaar worden gemaakt.’

Christophe Vercarre «Het beroepsonderwijs wordt ontzettend ondergewaardeerd: de leerplandoelstellingen zijn om te huilen. Ze gaan uit van een lage intelligentie van de leerlingen, en ze zijn achterhaald: volgens de plannen moet je de leerlingen uitleggen hoe een fax werkt. Een fax! Maar goed, het geeft me de gelegenheid zelf een route uit te stippelen: ik werk vooral via projecten.»

Met licht overslaande stem vertelt hij over de enquête die hij de leerlingen van het zevende kantoor maandenlang heeft laten uitwerken. Het uitgangspunt was: met welke veranderingen maken we van onze school de beste van België? Vercarre heeft wat extra informatie aangereikt, het werk op een tijdslijn uitgezet, de leerlingen in groepjes verdeeld, en daarna moesten ze zelf aan de slag. Zorgvuldig haalt hij het resultaat van hun vlijt uit een grote enveloppe. Trots is een understatement voor wat hij voelt.

Vercarre «Door één project hebben ze tien à vijftien nieuwe dingen geleerd: met verschillende applicaties werken, brainstormen, workshops leiden, mindmaps maken, noem maar op. In januari zullen we de resultaten officieel communiceren. Maar de directeur heeft nu al laten weten dat hij aan bepaalde resultaten gevolg zal geven. Zo wil bijvoorbeeld 82 procent van de leerlingen zijn rijbewijs behalen op school. ‘Prima,’ zei hij. ‘Laten we daarbij helpen.’»

Vercarre «Als ik ex cathedra doceer, bereik ik niks. Ik moet hen voortdurend foppen, maar ik doe dat met plezier. Zo introduceer ik het out of the box denken. We moeten af van de geïnstitutionaliseerde hulpeloosheid van het onderwijs: ‘Zwijg en zit stil.’ Nee, doe het zelf, zoek naar oplossingen, gebruik al je mogelijkheden, en ik zal je coach zijn.»

'Het beroepsonderwijs wordt ontzettend ondergewaardeerd. De leerplandoelstellingen zijn om te huilen: we moeten de leerlingen uitleggen hoe een fax werkt!'

Hij tikt met zijn vinger op het stapeltje papieren uit de enveloppe. ‘Kijk naar de titel,’ zegt hij. Die luidt: ‘Molenbeek, de toekomst van onze school ligt in onze handen.’ Hij knikt. ‘Ze nemen het leven in eigen handen, zo moet het.’

HUMO U bent een éénmansrevolutie begonnen?

Vercarre «Zo zou ik het niet verwoorden. Ik heb de neiging elke kans tot verandering te grijpen, en ik zal uiteindelijk altijd voor de underdog kiezen. Dat is het gevolg van mijn achtergrond. Ik laat niet af. Ik klamp de directeur aan, ook al heeft hij weinig tijd. Ik wil, in tegenstelling tot sommige collega’s die al langer meedraaien, vechten voor wat ik waard ben. Ik heb geen hypotheek af te lossen, geen gezin te onderhouden. Ik probeer het model door te drukken dat voor de leerlingen het beste is. Mijn enige leerplandoelstelling is: mijn twaalf leerlingen uit het zevende jaar, die straks zullen afstuderen, ofwel naar de hogeschool ofwel aan het werk krijgen. Nu al genieten enkele leerlingen van OCMW-steun. Daar heb je recht op, als je uit een gezin komt van ouders die ook steuntrekkers zijn. Ik pleit niet voor afschaffing van die steun, misschien heeft het gezin het geld wel nodig, maar die cultuur van hulpeloosheid moet eruit. Als ze niet uitkijken, worden leerlingen voor de rest van hun leven steuntrekkers. Terwijl ze, dat bewijst de enquête, ongelofelijk veel kunnen.»

HUMO Kunt u dit een leven lang volhouden?

Vercarre «Ik ben een perfectionist: de afgelopen maanden ben ik diep in het rood gegaan. Dat kan je niet blijven doen. Ik wil minstens twee jaar lang fulltime het beste van mezelf geven. Daarna ga ik misschien weer wat anders doen, maar ik zal in wat voor hoedanigheid ook altijd een band met het onderwijs behouden.»

Hij licht nog een blad uit het stapeltje dat voor hem ligt. Een vraag uit de enquête: ‘Als je mocht kiezen, zou je dan liever een klas met meer diversiteit hebben, of een klas met een eigen cultuur, ras en religie?’ Van de respondenten koos 79 procent voor het eerste, 21 procent voor het laatste.

Vercarre «In Ieper, waar ik vandaan kom, zou het antwoord omgekeerd zijn, terwijl daar amper een vreemdeling te bekennen is.’ Hij zwijgt even. ‘Dit is mijn school, hier moest ik zijn.’»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234