Pretpedagogie, schrikpedagogie of gewoon demagogie: zes oud-leerlingen blikken terug op hun strenge collegetijd

Waarom kachelt de kwaliteit van ons onderwijs achteruit? N-VA-voorzitter Bart De Wever wijst met de beschuldigende vinger naar de pretpedagogie: op school moet vandaag alles leuk en plezant zijn. Was de schrikpedagogie van weleer dan zoveel beter?


Mark Eyskens: ‘Gillende stemmetjes’

Oud-premier Mark Eyskens (85) studeerde in 1951 af als primus perpetuus in de Grieks-Latijnse van het Leuvense Sint-Pieterscollege. Hij zat vaak in de strafstudie, moest Griekse verhalen uit zijn duim zuigen en kende meisjes alleen als magische droomwezens. Maar toch had hij een fijne tijd tussen de vaak rigide priester-leraars.

HUMO U behaalde op het einde van elk schooljaar een gouden medaille. Waren die punten te danken aan de strenge schoolaanpak of was u intrinsiek gemotiveerd?

MARK EYSKENS «Ik studeerde graag en voelde mij goed in die strenge omgeving. De prefect was dan wel een soort KGB-man die kattenkwaad leek te kunnen ruiken, toch nam ik dat erbij. Ik heb op donderdagnamiddag meermaals in de strafstudie gezeten. Honderdmaal moest ik hetzelfde zinnetje opschrijven: ‘Ik zal niet meer babbelen in de les.’ We moesten eerbied tonen voor de leraars, die vaak priesters waren. Elke les begon met een gebed en op zondag moesten we allemaal naar de hoogmis. Maar nadien trokken we met de kameraden naar de Leuvense cafés. Een mooi evenwicht.

»Wat me wel tegenstond, was de strikte genderkloof. Als jongen op een jongensschool zag ik meisjes als magische droomwezens van wie ik alleen de gillende stemmetjes op de aanpalende speelplaats hoorde.»

HUMO U hebt er geen afkeer van gezag aan overgehouden?

EYSKENS «Integendeel, het heeft me veel zelfdiscipline opgeleverd. De meeste priesters waren menselijk en vriendelijk. Af en toe zat er een leraar met een wel heel nors karakter tussen, iemand die liefst de ene straf na de andere uitschreef, maar die werd dan wel door de directeur op het matje geroepen. Lijfstraffen waren gelukkig ook al even uitgestorven (lacht). Het viel daar best wel mee.»

HUMO U was de primus van de klas, maar wat gebeurde er met de minder goeie leerlingen?

EYSKENS «De leraars ondernamen wel pogingen om die leerlingen naar een hoger niveau te tillen, maar het systeem was selectief. Wie een onvoldoende behaalde, kon herexamens maken. Lukten die niet, konden ze bissen of trissen. Maar dat leidde tot sociale en psychologische discriminatie. Niet slagen werd beschouwd als een vorm van mislukking, waardoor ouders waakten over de schoolprestaties van hun kinderen. Vandaag worden jongeren voor hun eigen verantwoordelijkheid geplaatst. Ze beseffen niet altijd wat de gevolgen kunnen zijn van een mislukking.»

HUMO De kwaliteit van het onderwijs in ons land boert achteruit. Pretpedagogie in de plaats van schrikpedagogie. Wat denkt u daarvan?

EYSKENS «Beide zijn karikaturale termen. Het oude schoolsysteem was zeer gedisciplineerd. Je leerde er hard werken. Om een voorbeeld te geven: de Griekse les was een krachttoer. Wij moesten niet alleen vertalingen maken, zoals vandaag het geval is, maar zelf Griekse opstellen neerschrijven. Dat was een mentale oefening die enorm veel creativiteit vergde van onze jonge geesten. Maar wie niet mee kon, dreigde achter te blijven.

»Nu wordt voor die jongeren een menselijke, op maat gemaakte oplossing gezocht. Ik kan het huidige beleid van Lieven Boeve, topman van het katholiek onderwijs, alleen maar toejuichen. Ik kon goed aarden in het oude schoolsysteem, maar evolutie is onvermijdelijk en ook goed.

»Ons onderwijs ondergaat een diepgaande omwenteling. De grootste vaardigheid die de jonge mensen moeten aanleren is leren leren. Jongeren moeten het onderscheid leren maken tussen het essentiële en het bijkomstige, het nuttige en het overbodige. En ze moeten vooral leren hoe ze die kennis kunnen gebruiken voor de opbouw van een meer menselijke samenleving.»


Michael De Cock: ‘Tik tegen hoofd’

Michael De Cock (46), artistiek directeur van de KVS, volgde les op dezelfde middelbare school als Bart De Wever. De strenge survivalmentaliteit van het Onze-Lieve-Vrouw-van-Lourdescollege in Edegem deed hem rebelleren tegen gezag en maakte hem sterker in zijn latere leven.

HUMO Was u bevriend met Bart De Wever?

MICHAEL DE COCK «Hij zat bij mijn broer in de klas, twee jaar hoger dan ik. We volgden allebei Latijn-Grieks. Het waren niet zo’n grote klassen, dus we kwamen elkaar wel tegen op de speelplaats. De Wever was ook maar zoals de andere leerlingen, al had hij toen al een grote interesse in politiek.»

HUMO Hoe kijkt u terug op uw middelbareschooltijd?

DE COCK «Buiten het occasionele trauma, heb ik voornamelijk goeie herinneringen. Ik zat in een richting die me de ogen voor literatuur en de wereld in het algemeen heeft geopend. Ik was een goeie student, alleen van wiskunde en wetenschappen kreeg ik hoofdpijn. Er heerste wel een survivalmentaliteit. Als je in de staart van het peloton zat, kreeg je wel eens smalende opmerkingen naar het hoofd geslingerd: ‘Ofwel herpak je je, ofwel val je af.’ Het was een tijd waarin de meeste leraars de leerlingen met de achternaam aanspraken. Ze waren streng, maar niet altijd op een manier die ons vooruithielp. De generatie oudere leerkrachten maakte domme opmerkingen en was er soms echt op uit om ons te vernederen. Ik herinner me dat ik in de studie zat en de leraar me met mijn hoofd een tik tegen de bank gaf. Zoiets gebeurde slechts uitzonderlijk, maar het was wel een trauma. Al heb ik er uiteraard ook fantastische leerkrachten gehad.»

HUMO Rebelleerde u tegen dat keurslijf?

DE COCK «Een klasgenoot noemde me ooit een tedere anarchist. Ik liep rond met een Arafatsjaal of schreef een gedicht van tien regels, terwijl het een verhandeling van twee pagina’s moest zijn. Maar het bleef altijd binnen het toelaatbare, ik ben nooit buitengevlogen. Ik was een goeie student dus enig kattenkwaad werd mij vergeven. Veel oud-leerlingen vloeken op het OLVE-college. Het was een katholieke, strenge school, maar ik heb dat nooit erg gevonden. Ik heb me er leren afzetten tegen gezag, een noodzakelijke kwaliteit in het leven. Het heeft me weerbaarder gemaakt, me naar oplossingen en compromissen doen zoeken. Achteraf gezien denk ik dat dat interessanter is dan het type steinerschool waar je alles op je eigen tempo kan doen.»

HUMO Via tweets en columns laat u regelmatig uw stem horen in het onderwijsdebat. Wat frustreert u het meest?

DE COCK «Ik kom uit een onderwijsfamilie en heb zelf een diploma didactiek. Ik ken de lusten en de lasten. Ik erger mij mateloos aan de lethargie in ons land die alles – of het nu onderwijs, mobiliteit of een ander probleem is – verengt tot een ideologisch conflict. De politiek zou meer moeten investeren in onderwijs. We hebben zwarte scholen laten ontstaan, wat nefast is, maar ook een opportuniteit. Wat houdt ons tegen het onderwijsbudget te verdubbelen? Organiseer kleine klasgroepen, geef scholen en leerkrachten meer vrijheid en vertrouwen, doe iets aan de bureaucratisering, durf differentiëren, zowel in opleidingen als geografisch – een provinciestad kampt niet met de uitdagingen waar Brussel en Antwerpen mee kampen – zet in op meertaligheid, verhoog de lonen van leerkrachten fors, maar schaf de vaste benoemingen af. Die zijn niet meer van deze tijd. Ze creëren niet de juiste dynamiek en houden jonge talenten weg van het onderwijs.»

HUMO Focussen we ons vandaag te veel op efficiëntie?

DE COCK «Toen ik afstudeerde aan de unief, werd Italiaanse literatuur uit het curriculum geschrapt omdat de prof op pensioen ging. Er zaten maar tien studenten in de les, dat moesten er minstens vijfhonderd zijn, ‘anders is het niet nuttig’. Maar niet alles moet een direct nut hebben. Soms moet je de nutteloosheid koesteren en andere dingen doen om je uiteindelijke doel te bereiken. Latijn en Grieks zijn zogezegd nutteloze richtingen, en ze verdwijnen of verwateren tot een flauw afkooksel. Dat is zo verkeerd. Niet iedereen móét Latijn en Grieks studeren, verre van zelfs. Maar wie het doet, heeft wel recht op degelijk onderwijs.

'Ik heb me op school leren afzetten tegen gezag, een noodzakelijke kwaliteit in het leven. Het heeft me weerbaar gemaakt en me naar compromissen doen zoeken ''

»Alles wordt zogezegd geoptimaliseerd, maar gedownsized is een beter woord. Latijn? Dat lukt ook wel in twee uurtjes per week in plaats van vijf. Je mag geen uur verspillen, alleen zo krijgen we de best gevormde mensen. Ik denk het niet. Het is een illusie dat je beter Frans zou leren door de honderd meest frequent gebruikte woorden van buiten te leren dan door Zola te lezen en daar op tien pagina’s twintig synoniemen voor hetzelfde woord te lezen. Taal verwerf je niet door het louter trainen van mechanische vaardigheden, maar wel door passie en verdieping. En voor de rest moeten we af van die fixatie op exacte wetenschappen en wiskunde. Niet iedereen móét ingenieur worden.»


Marleen Temmerman: ‘Sfeer van de jaren 60’

Professor gynaecologie Marleen Temmerman (66) rebelleerde als 16-jarige tegen het schoolsysteem. Ze ging rechtstreeks van het vijfde middelbaar naar het eerste jaar geneeskunde.

HUMO U volgde Latijn-Grieks aan het Onze-Lieve-Vrouw-ten-Doorncollege in Eeklo. De moeilijkste studierichting, maar toch niet uitdagend genoeg?

MARLEEN TEMMERMAN (lacht) «De kwaliteit van het onderwijs was goed, in de zin dat de leerkracht zijn lessenpakket grondig uitlegde en er van ons verwacht werd die info in te studeren zonder al te veel vragen te stellen. Er was geen ruimte om ideeën in vraag te stellen of om mondiale problemen te bespreken.

»Ik las veel boeken en was bezig met wat er in de wereld gebeurde. Ik hoorde dat de linkse econoom Ernest Mandal een lezing gaf aan de Universiteit Gent. Ik spaarde voor een busticket van Eeklo naar Gent en daar gingen mijn ogen open. Overal zag ik mensen rebelleren, maar op school werd dat allemaal als een ver-van-mijn-bedshow afgedaan. Ik wilde weg, naar een andere school, maar mocht niet van mijn ouders.»

HUMO Dus ging u naar de centrale examencommissie.

TEMMERMAN «In mijn vijfde jaar ging ik overal boeken lenen om tijdens het weekend de leerstof van het zesde jaar onder de knie te krijgen. Ik kondigde aan dat ik na de middenjury de school zou verlaten, waarop de helft van mijn klas zich bij mij aansloot en onrust zich als een lopend vuurtje door de school verspreidde, tot frustratie van de directie (lacht). Die verbood de leerkrachten ons nog verder te helpen, waardoor het protest verwaterde en ik alleen verderging. Tijdens de zomervakantie heb ik nog twee weken intensief geblokt. Ik was geslaagd, waardoor ik het zesde middelbaar kon overslaan en meteen naar de universiteit trok.»

HUMO Hoe reageerden uw ouders op zoveel rebellie?

TEMMERMAN «Die waren daar niet gelukkig mee. Ze vroegen zich af waarom ik niet gewoon normaal deed en in het gareel liep. Ik stelde alles in vraag. Het beleid, godsdienst... Mijn vader heeft zich meermaals verontschuldigd bij de directie. Je moet ook de tijdgeest in rekening brengen: in de jaren 60 werd van jonge mensen verwacht dat ze deden wat hun werd opgelegd. Scholen hadden toen ook veel meer autoriteit dan nu.»

'Het heeft niet veel gescheeld of ze hadden me van school gestuurd wegens mijn gedrag. Maar ik mocht blijven omdat men veel potentieel in mij zag ''

HUMO Hoe vindt u dat de jeugd vandaag in de wereld staat?

TEMMERMAN «Mijn generatie heeft veel betoogd. Tegen raketten, inschrijvingsgeld, sociale onrechtvaardigheid... Er was veel mobilisatie voor de wereldproblematiek. Ik ben dan ook blij om te zien dat de jonge mensen vandaag op straat komen voor het klimaat. Zij pikken het zwakke beleid van de politici niet. Ik voel de sfeer van de jaren 60 in die aanhoudende protesten.»

HUMO Wat vindt u van het huidige onderwijs?

TEMMERMAN «Ik pleit ervoor om leerlingen zélf eens voor de klas te zetten en hen zo te leren discussiëren. Alleen maar kennisoverdracht van leraar op leerling is onvoldoende. In Kenia werk ik aan een project, in samenwerking met Unesco. Het gaat over leiderschap en hoe je dat kunt aanwakkeren. Veel mensen hebben leiderschapscapaciteiten, maar het is belangrijk om de kunst van het communiceren meester te zijn, en te weten hoe je je punt maakt. Als wetenschapper publiceer ik mijn onderzoeken. Je hoopt dat die publicaties een impact zullen hebben, maar door alleen in medische tijdschriften te verschijnen, zal die impact niet heel groot zijn. Een boodschap brengt meer teweeg als je erover leert communiceren, met een breed publiek. Het onderwijs moet jongeren die vaardigheden bijbrengen.»


Kamal Kharmach: ‘De Jezuïet in mij’

Stand-upcomedian en tv-figuur Kamal Kharmach (28) heeft tijdens zijn studie economie-moderne talen in het strenge Xaveriuscollege moeten opboksen tegen vooroordelen, maar is achteraf gezien blij dat hem discipline en tucht is bijgebracht in zijn tienerjaren.

KAMAL KHARMACH «In Borgerhout had het Xaveriuscollege een reputatie: ‘Die gast gaat naar Xaverius!’ Afhankelijk van met wie je praatte, zei de ene het met ontzag; voor de andere was je een seut. Mijn vrienden zaten eerder in de tweede groep.

»Behalve mijn broer is iedereen van ons gezin naar Xaverius gegaan – voor mijn ouders was het gewoon de school die het dichtstbij lag – maar ik ben de enige die tot het zesde middelbaar is gebleven. Mijn zussen haakten al in de lagere school af. Het had er waarschijnlijk mee te maken dat onze ouders weinig ondersteuning konden bieden. Voor huiswerk waren we op onszelf aangewezen. Voor mij werkte dat beter dan voor mijn zussen. Mijn andere broer had dyslexie. Op Xaverius werd hij wel ondersteund, maar uiteindelijk zeiden ze toch: ‘Misschien is deze school niet de juiste match.’ Zo’n college is niet de maatstaf, dat moeten we beseffen.»

HUMO Zorgde je school ervoor dat het leerlingenkorps elitair bleef?

KHARMACH «Niet op een pretentieuze manier. Ze zijn zich wel bewust van hun reputatie en hebben een duidelijke visie, met een lange traditie. In een samenleving moeten zoveel mogelijk kinderen meekunnen, maar tegelijk vind ik het niet erg dat sommige scholen een bepaald niveau willen nastreven. Die twee sluiten elkaar niet uit. De nadruk op leerprestaties heeft zelfs in mijn voordeel gewerkt: ik was niet de braafste. Het heeft niet veel gescheeld of ze hadden me van school gestuurd wegens mijn gedrag. De enige reden waarom ik mocht blijven, was omdat ze zagen dat ik veel potentieel had als student.»

HUMO Je geeft intussen zelf economie aan de hogeschool. Daalt het niveau van je leerlingen?

KHARMACH «Er is wel een verschil. Nu verwachten ze dat we rekening houden met een gebrekkige wiskundige voorkennis. Pas op: dat betekent niet dat ik het erg vind. Soms maakt het me zelfs fier, omdat de reden van die terugval niet alleen de pretpedagogie is, maar ook dat er steeds meer TSO’ers en BSO’ers hun weg vinden naar het hoger onderwijs. Vaak gaat het om mensen van allochtone afkomst die ASO wel aankunnen, maar door het watervalsysteem onder hun niveau terechtkomen.

»Maar natuurlijk moeten we ervoor zorgen – nu spreek ik als econoom – dat ons onderwijs competitief blijft. Elke cent die we nu niet investeren in beter onderwijs, komt 40 keer harder terug, als de Chinezen ons straks overspoelen met drie keer zoveel kennis en werkweken van 72 uur.»

HUMO Jij lijkt achteraf gezien wel blij met je strenge college.

kharmach «Superblij. Had ik in een context van vrijheid blijheid gezeten, dan had ik het misschien niet gehaald aan de universiteit. Misschien heeft Xaverius me wat trauma’s opgeleverd – ik heb moeten opboksen tegen vooroordelen – maar het heeft me ook tools aangereikt, niet alleen om de universiteit aan te kunnen, maar ook om in het leven ver te komen. In zo’n jezuïetencollege leer je dat het leven niet altijd mooi is. Ik merk het bij mijn jongere zusje en neefjes: de school is voor hen een cocon. De leerkracht staat in functie van hén. Vroeger werd mijn mama boos op mij als ik het niet goed deed, nu worden ouders boos op de leerkracht. Voor mij moet een leerkracht in de eerste plaats kennis overbrengen. Zorgen is niet zijn kerntaak. En leren doe je niet door hier en daar een woordje in te vullen in een werkboek.»

HUMO Stuur je je kinderen later ook naar zo’n streng college?

kharmach «Dat denk ik wel. Ik pik ze er zo uit, de mensen die op een jezuïetencollege hebben gezeten: ze zijn eloquent en kunnen argumenteren. Als ik een discussie voer met mijn zussen, zeggen ze nog altijd: ‘Je zit precies weer op Xaverius.’ Het verwondert me niet dat de beste retorici in de politiek bij de jezuïeten hebben gezeten. Xaverius heeft me ook geleerd hoe ik Vlaming moest zijn. Het was er zo anders dan thuis. Daardoor heb ik nu soms het gevoel dat er twee Kamallen zijn.

»Mijn college heeft van mij niet per se een betere student gemaakt, maar ik ben wel comedian geworden dankzij die school. Ik heb er geleerd alles voortdurend in vraag te stellen: waarom is het zo? En humor is niks anders dan de wereld bekijken met een kritische blik. Ik had nooit kunnen aarden op een steiner- of een toneelschool. Misschien schuilt er wel een jezuïet in mij (lacht).»


Kristien Hemmerechts: ‘Beklemmend streng’

Schrijfster Kristien Hemmerechts (66) volgde op het einde van de jaren 60 Latijn-Grieks in het Maria Assumptalyceum in Laken.

HUMO Hebt u zich geamuseerd in uw middelbare school?

KRISTIEN HEMMERECHTS «Ik vond het vaak erg saai. Zeker in de laatste twee jaar had ik het gevoel dat er opstand in de lucht hing. De universiteit was een verademing.

«Ik heb spijt dat ik geen Russisch, Spaans of Italiaans heb geleerd. We staken veel tijd en energie in Latijn en Oudgrieks. Dat was heel waardevol. Je leerde analyseren en nadenken. Het was fantastische hersengymnastiek, maar die hadden levende talen ons ook kunnen bieden, en dan hadden we die levende taal gekend, een aardige bonus.»

HUMO Hoe streng waren de leerkrachten?

HEMMERECHTS «Beklemmend streng, vaak overbodig streng. Er waarden nonnen rond die over de lengte van onze rok waakten, dat soort zaken. Maar het was ook niet absurd streng. Er stonden barakken waarachter we gingen roken en daar zijn we nooit betrapt.»

HUMO Heeft dat strikte schoolsysteem uw creativiteit bemoeilijkt?

HEMMERECHTS «Geen idee. Wat me nu wel verbaast, is dat niemand me ooit heeft gezegd: ‘Hé, jij hebt een goede pen, je kunt daar iets mee doen.’ Ik had altijd een goed cijfer voor opstellen en verhandelingen. Ik maakte die spelenderwijs, en deed dat graag, maar in die tijd werd je niet in een creatieve richting geduwd, zeker niet in een meisjesschool. Dat benijd ik nu wel aan jonge mensen. Hun creativiteit wordt enorm gestimuleerd. Al lijkt het nu soms alsof je creatief móét zijn.»

HUMO U doceert creatief schrijven aan de KU Leuven. Merkt u een daling van het ontwikkelingsniveau bij de studenten?

HEMMERECHTS «Dat is moeilijk in te schatten. Ik merk dat mijn studenten zich bijna allemaal erg goed kunnen uitdrukken in het Engels. De kennis van het Frans daarentegen is lamentabel. Ze kunnen ook enorm vaag en nonchalant zijn. Wat maakt het uit of iets in de 15de of de 17de eeuw is gebeurd? En ja, daar staat een t en het moet een d zijn... So what? Get a life!

'Ik vond het vaak erg saai op school. De laatste twee jaar van het middelbaar voelde je dat er opstand in de lucht hing ''

»Over het algemeen weten ze veel meer over het leven dan ik wist toen ik 20 was. Ze zijn een pak zelfbewuster en ondernemender. Je merkt dat ze gewend zijn hun mening te geven. Voor hun studie werkt het internet oppervlakkigheid en luiheid in de hand, terwijl dat niet het geval hoeft te zijn. Als je het internet kritisch gebruikt, is het een onuitputtelijke bron van informatie. Ik weiger pessimistisch te zijn en zweer bij het motto: er is winst en er is verlies.»

HUMO Vindt u dat het huidige onderwijs te zeer focust op vaardigheden en te weinig op kennis?

HEMMERECHTS «Ik heb niet het idee dat wij zoveel kennis opdeden. Veel van wat ik over geschiedenis weet, heb ik later zelf geleerd. Ik heb wel de indruk dat het onderwijs menselijker is geworden, met meer aandacht voor het individu. Ik merk dat jonge mensen zich veel meer vragen stellen: wil ik dit wel? Wie ben ik? Wat past er bij mij? Die vragen stelden wij ons niet. Je deed wat je moest doen. Ik denk dat wij ook weerbaarder waren omdat we meer op onze kop kregen. Leerkrachten konden leerlingen echt wel vernederen op een manier die nu niet meer gepikt zou worden. Het nadeel vandaag is dat sommige jongeren absoluut niet met kritische feedback om kunnen. Ik vraag me dan af wat dat in hun latere leven zal geven.»

HUMO Bart Moeyaert stelde onlangs in De Standaard dat leerkrachten die weinig lezen hun job niet goed kunnen doen.

HEMMERECHTS «Dat denk ik niet. Een leerkracht moet in de eerste plaats een open geest hebben om met zijn leerlingen in dialoog te gaan.

»Ik weet wel dat leerkrachten het erg druk hebben, en ik kan me voorstellen dat ze niet meer aan lezen toekomen. Daar heb je rust, stilte en concentratie voor nodig. Als ik schooldirectrice was, zou ik leesmomenten inlassen: iedere dinsdag om half 12 legt iedereen – ook het personeel – alles neer, pakt een boek en leest.»


Hans Bourlon: ‘Het Zwembadcircuit’

Hans Bourlon (57) studeerde Latijn-Grieks aan het Sint-Jozefscollege in Aalst. Hoewel hij er zonder kleerscheuren zijn zes jaar doorliep, kon hij pas later zijn volle potentieel benutten, want niet één jezuïet had zijn toekomst als Studio 100-topman kunnen voorspellen.

HUMO Hoe kijk je terug op dat strenge jezuïetencollege?

HANS BOURLON «De echt strenge periode was al voorbij. In mijn tijd waren de paters al behoorlijk op leeftijd. Sommigen waren zelfs bijna doof en blind, wat spieken niet echt moeilijk maakte. In het zesde leerjaar had ik nog een uniform aan – mijn diploma ben ik zelfs gaan halen met witte handschoenen – maar tegen dat ik op de middelbare school zat, was er vestimentair al veel meer mogelijk. Het ging er vrij los aan toe. De jezuïeten waren zelfs open-minded. We hadden een popgroep opgericht en we kregen meteen een repetitielokaal – typisch voor jezuïeten. Ze hebben slechts één doel: plus est en vous. Ontwikkel u. Iedereen die initiatief toonde, werd gesteund.

'Nog altijd schrik ik af en toe in paniek wakker: 'Help, ik heb morgen examen!''

»In zo’n jezuïetenschool was Latijn-Grieks hét van het. Het was de richting waar ze je in duwden als ze iets in je zagen. Hun hoop was om uit zo’n klas toch één nieuwe jezuïet te rekruteren, om het voortbestaan te garanderen. Bij mij heeft dat niet gepakt (lacht). Ik ben die zes jaar zonder herexamens doorgekomen, maar ik muntte er zeker niet uit.

»Zo’n college heeft de naam elitair te zijn, maar zo herinner ik het me toch niet. Aalst heeft een groot achterland. Er zaten jongens van rijke komaf, maar anderen konden niet mee op sneeuwklassen omdat ze het geld niet hadden. Ik had niet het gevoel dat ik in een rijke bubbel zat. Integendeel: we gekscheerden met ‘het zwembadcircuit’, de jongens met een zwembad thuis.»

HUMO Bart De Wever zei in ‘Terzake’ dat hij, als kind van een spoorwegarbeider, alles te danken heeft aan zijn katholieke college.

BOURLON «Elke vijf jaar is er een klasreünie. Dan valt het me altijd op dat de meesten iets bijzonders zijn geworden, van kabinetschef tot topchirurg. Komt dat door het befaamde watervalsysteem? Toen ik erin zat, was ik me daar zeker niet van bewust, maar er zijn er onderweg wel veel afgevallen.

»Mijn liefde voor literatuur heb ik zeker aan het Latijn-Grieks te danken. Ik ben nog altijd graag bezig met tekst – bij Studio 100 komen ze me geregeld vragen persteksten na te lezen – maar veel is er niet overgebleven van mijn Latijn en Grieks. Ik kan hooguit de menukaart ontcijferen in Griekenland. Ik herinner me heel goed hoe mijn vader elke dag mijn woordjes overhoorde in de auto op weg naar school. Nog altijd schiet ik af en toe in paniek wakker: ‘Help, ik heb morgen examen!’ Maar heeft me dat een beter geheugen gegeven? Nee. Van buiten leren is nooit mijn sterkste kant geweest. Ik heb nog altijd boekjes bij, waar ik van alles in noteer.

'Ondernemerschap werd niet gestimuleerd door de jezuïeten. Ze zagen een ondernemer als een Balthazar Boma: een scharrelaar, een foefelaar ''

»Een keerzijde: op zo’n klasreünie merk ik dat ik de enige ondernemer ben. Ondernemerschap werd niet gestimuleerd door de jezuïeten. In die periode werd een ondernemer nog gezien als een Balthazar Boma uit ‘F.C. De Kampioenen’: een scharrelaar, een foefelaar. Vandaag is het voor jonge mensen een beroep dat een pak sexyer is.»

HUMO Maakt u zich zorgen over de toekomst van ons onderwijs?

BOURLON «Onze welvaart van de komende decennia zal afhangen van de kwaliteit van ons onderwijs. Ik ben peter van een Somalische jongen die op zijn 14de in Vlaanderen is beland. In zijn thuisland had hij twee jaar islamschool gevolgd, meer niet. Hij is nu 18, en dankzij ons onderwijs is hij op weg om een goede elektricien te worden. Maar als hij bij mij in de wagen zit, snapt hij nog altijd niet wat kilometer per uur betekent – abstract denken leer je op school. Er zijn zoveel dingen – tellen, schrijven, taalvaardigheid – die je alleen zal kunnen, als het er disciplinair wordt ingehamerd. We moeten het allerbeste maken van ons onderwijs, er de nodige aandacht en budgetten aan besteden, en onze beste mensen voor de klas zetten.

»Wat ik vandaag ben, stond niet in de sterren geschreven. Niet één jezuïet had kunnen voorspellen wat ik ben geworden. Wie of wat je uiteindelijk wordt, zal altijd een mengelmoes van invloeden, toevalligheden en ontmoetingen zijn. Het college was er voor mij één van, maar de scouts waren minstens zo belangrijk. Zonder de scouts was ik nooit bij de VRT beland, waar ik dan weer Gert Verhulst heb ontmoet. De combinatie van zo’n klassieke opvoeding met een heel sociale omgeving, type scouts, is in mijn ogen ideaal. Het klinkt misschien oubollig, maar ook in het leger heb ik veel sociale vaardigheden opgestoken. Niet dat ze opnieuw de legerdienst moeten invoeren, maar over het leger zal je van mij geen kwaad woord horen.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234