'Problemski hotel' verfilmd: Dimitri Verhulst tussen de vluchtelingen

‘De Aalsterse vlaai, de kattenstoet van Ieper, het Ros Beiaard en ‘Problemski Hotel’: allemaal werelderfgoed!’ Een goedlachse Dimitri Verhulst toont me de vele buitenlandse edities van zijn ‘Problemski Hotel’, vertalingen met Unesco-steun, want de roman is, naast werk van Bilderdijk en Vondel, opgenomen in de Unesco Catalogue of Representative Works.

'Het racisme is groter in een asielcentrum dan erbuiten'

Dimitri Verhulst «Ik ben in december 2001 binnengegaan in het asielcentrum Totem in Arendonk. De frank bestond nog, zo lang is het alweer geleden. Arendonk was toen een Vlaams Blok-hol. Ze haalden er 30 procent of zo, hun slogans hingen in de voortuintjes. Op straat was er agressie tegen de asielzoekers, af en toe werd er één in elkaar geslagen. De directrice van het centrum wilde een literair festival opzetten. We hadden daarvoor een vergadering, en ik heb toen gewoon gevraagd of ik een tijdje in dat asielcentrum mocht verblijven, omdat ik niks wist over die asielzoekers.

Ik wou er twee weken blijven. Na vier dagen hield ik het er al niet meer uit. Wat een trut dat ik ben! Je moet die miserie kunnen afblokken; ik kan dat niet. Die verhalen lagen op mijn maag, ik heb het gevoel dat ik ze uitgekotst heb in plaats van opgeschreven.»

HUMO Ging je echt undercover, zo met een Günter-Wallraffsnor?

Verhulst «Waarom zou ik een snor dragen? Ze hadden geen idee wie ik was. Bekend was ik sowieso niet in 2001. Ook het personeel wist van niks, alleen de directrice was op de hoogte. Het plan was dat ik me als een Cubaan zou voordoen. Een Cubaanse vluchteling was geloofwaardig, en er was ook een praktische reden: er zat toen geen enkele Spaanstalige in het centrum. Maar ik was nog geen vier seconden binnen of ik wist al: dat toneelspelen zal me niet lukken. Ik kwam er juist voor het avondeten aan, en al in die refter werd ik overvallen door een enorme zwaarmoedigheid.»

HUMO Het eten hielp niet, ‘boterhammen met brood’, zo beschreef je het.

Verhulst «Allemaal keurig afgemeten, elk zoveel sneetjes brood, geen gram meer. Liet iemand zijn eten staan, dan mocht een ander het niet opeten, ook al had-ie honger – het moest de vuilnisbak in! Wat me opviel was de stilte. Ik dacht dat ze mij, de nieuwkomer, zouden bestormen met vragen. ‘Vanwaar kom je? Waarom ben je gevlucht?’ Maar niemand sprak mij aan. Later begreep ik dat er elke dag nieuwkomers waren, het is er een voortdurend komen en gaan, de interesse verdwijnt.

»Zo werd ik er constant met mijn eigen vooroordelen geconfronteerd. Mijn gsm – mijn eerste gsm, zoiets walkietalkieachtigs – had ik uitgezet en diep in mijn valies weggestoken, ik wou niet dat ze me voor een rijke stinker hielden. Ik kom daar binnen, loopt iedereen daar te bellen… Ze hebben allemaal een gsm, want daar bestel je je container mee, daarmee hou je contact met de smokkelaars. Die trouwens ook in het centrum zelf zaten: ze legden je uit hoe je in Engeland kon raken. Engeland was het droomland voor de papierlozen om de eenvoudige reden dat een paspoort er nog werd gezien als iets uit de privésfeer. Legaal raakte je niet binnen zonder pas, maar zodra je binnen was, viel je existentie er niet samen met deze of gene stempel of zegel op je pas.

»De avond voor mijn aankomst was er eentje vertrokken met een container, ‘generaal Tomatski’. Hij had het ook aangekondigd: ‘Morgen kruip ik in een container.’ Die nacht sijpelde het nieuws binnen van een aantal doden in een container, men dacht dat Tomatski erbij was. Een paar dagen later belde hij: hij had zich van container vergist en was in Spanje terechtgekomen.»

HUMO Terwijl je in het centrum was, verdronk een twintigtal vluchtelingen in het Kanaal. Werd daar veel over gesproken?

Verhulst «Ze waren daarmee bezig. Er werd heel vaak naar de BBC geluisterd op van die radiootjes waarmee de koersliefhebbers op de baan zijn. De prijzen voor een container deden ook de ronde. Ik heb zelf een container gevonden voor wat nu zo’n 17.000 euro zou zijn. Een paar uur heb ik erover nagedacht.»

HUMO Echt?

Verhulst «Natuurlijk denk je daarover na. Ik was er toch om verhalen te sprokkelen? Ik ben wel blij dat ik het niet gedaan heb. In 2003 wou mijn Italiaanse uitgever, die ‘Problemski Hotel’ vertaald had, mij een smak geld geven als ik op een boot van Tunesië naar Lampedusa ging zitten. ‘No way!’ heb ik hem gezegd, omdat ik niet over hetzelfde wil blijven schrijven. En er zijn al te weinig plaatsen op die boten.»

HUMO Enkele scènes uit de film ‘Problemski Hotel’ deden me denken aan de beschrijvingen van je verblijf in een gezinsvervangend tehuis in ‘Kaddisj voor een kut’: misschien vond je je dagen in het asielcentrum ook zo ellendig omdat je nog eens in zo’n wereld ondergedompeld werd?

Verhulst «Sommige dingen zijn zeer vergelijkbaar. In beide gevallen ben je een beetje een slachtoffer, je hebt hulp nodig, en je hebt niet voor elkaar gekozen. Of dat je nu bevalt of niet: je moet je tijd samen doorbrengen, je krijgt hetzelfde eten, je moet kakken op dezelfde pot. Maar er is een zeer wezenlijk verschil. In een tehuis is er een eindpunt, de dag van je meerderjarigheid ben je er weg. In een asielcentrum weten de mensen niet hoelang ze er zitten, ze weten niet of ze mogen blijven. En die onzekerheid – dat voel je – knaagt aan die mensen. Je zult maar een negatief advies krijgen en teruggestuurd worden. Fuck jong! 127 bis (het repatriëringscentrum in Steenokkerzeel, red.) en dan het vliegtuig in, om als je thuiskomt misschien te worden afgemaakt. Als je al thuiskomt: het verhaal van Semira Adamu, het Nigeriaanse meisje dat in het vliegtuig met een kussentje verstikt werd door de rijkswacht, deed toen nog volop de ronde. Al het gepieker daarover moet vreselijk wegen.»

HUMO Je hebt het in je boek over ‘een collectief nihilisme’.

Verhulst «Het is het grote vervelen, hè? Die mensen staan te trappelen om te werken, ze willen zich nuttig maken, maar ze mogen niet werken. Omdat de verzuurden onder ons dan meteen zouden zeggen: ‘Ze pakken ons werk af!’ Ze vervelen zich eindeloos. Een sigaretje paffen, eens naar de winkel van het asielcentrum gaan. Sommige vrouwen staan er de hele dag de tweedehandskleren te passen, gewoon om de tijd te doden. Ze leven van maaltijd naar maaltijd. Je boterham zo traag mogelijk opeten, want als hij op is, moet je weer iets anders bedenken. Gelukkig zijn er wat cursussen – een computercursus, lessen Nederlands. Het is niet makkelijk om jezelf te motiveren: je zit daar Nederlands te leren, terwijl het heel onzeker is dat je mag blijven.»

'Een asielzoeker hoeft geen treurige patattenzak bij de ingang van de Delhaize te zijn'

HUMO Met wie deelde je een kamer?

Verhulst « Met Igor, een Oekraïner, een voormalige profbokser. Hij mocht gaan boksen bij een plaatselijke club – die waren wát blij met zo’n aanwinst.

»Er waren toen vooral Oost-Europeanen in het centrum, en verder Afrikanen. En die twee groepen stonden elkaar naar het leven, ze vochten veel. Een zeer pijnlijke vaststelling natuurlijk, dat in zo’n asielcentrum het racisme groter is dan erbuiten. Heel raar, waarschijnlijk is racisme inherent aan de mens.

»Je had er ook een aantal islamieten. Daar zaten best wat intolerante mannen tussen. Die waren echt niet happy als hun vrouw een computercursus ging volgen, het was een cultuurshock voor hen: ‘Waar is dat nu weer voor nodig?’ En nog iets vervelends: die mannen gingen weleens met hun voeten op de wc-bril staan.»


Stille observator

HUMO Hoe legde je contact?

Verhulst «Wat me gered heeft, was het roken van sigaretten: in het rokerszaaltje ben ik met mensen aan de klap geraakt. Ik had een goed contact met een tiental mensen. Vooral mannen. Veel vrouwen werden geacht niet met een vreemde man te babbelen. Op de vraag waar ik vandaan kwam, zei ik: ‘België’. Dat vonden ze normaal: ze zagen het centrum als een opvang voor álle sukkelaars. En als ik zei dat ik schrijver was, vonden ze dat helemáál normaal, want als er één groep mensen wereldwijd vervolgd wordt, zijn het toch schrijvers?»

HUMO Had je de personages voor je roman meteen in de mot?

Verhulst «Nee, toen ik daar was, wist ik echt niet wat ik met die verhalen ging doen. Ik had het heel moeilijk met mijn positie van observator, die daar toch garen van wou spinnen. Vanaf het moment, dag drie denk ik, dat ik hen zei waarom ik daar was, was het eigenlijk voorbij, niet meer interessant voor mij. Ik creëerde hoop voor die mensen, zij dachten: ‘Ha, die gaat mijn persoonlijk geval belichten, die kan mij helpen.’ Ik wist dat ik dat niet kon, en begon het gênant te vinden.

»Er waren ook mensen die allerlei dingen begonnen te tonen. Zo was er een vrouw die uit één of ander Afrikaans hol was weggevlucht om haar dochter háár lot te besparen: ze was genitaal verminkt, en ze wou mij haar verminking tonen. ‘Niet doen! Ik wil het niet zien!’ Mijn comfortabele positie van stille observator was naar de knoppen, en die had ik toch wel nodig.»

'Danser Tarek Halaby in de rol van observator is een meesterzet geweest: hij wordt in de onbeweeglijkheid geduwd.'

HUMO Uit je boek blijkt wel dat je in die weinige dagen heel veel opgezogen hebt.

Verhulst «Dat was het enige wat ik deed: een spons zijn. Ik had één boek mee, gek genoeg van Tomasi di Lampedusa, ‘Tijgerkat’. Maar ik heb daar geen letter gelezen. Nauwelijks geslapen ook. Ik had er Maqsood leren kennen, uit Kashmir. Een fantastische kerel was dat, je voelde meteen: we kunnen vrienden worden. Die jongen kon echt niet slapen, of beter gezegd: hij durfde niet, omdat hij altijd nachtmerries had. Elke nacht opnieuw ging ik met hem badmintonnen, heel de nacht tegen een pluimpje slaan.

»Kaarten heb ik er ook gedaan. En tv-kijken, in de tv-zaal, waar niet gesproken werd. Er werd veel gekeken naar National Geographic, misschien trok dat zen-achtige hen aan. Ook Afrikanen zaten daar naar giraffen te kijken, naar de Europese blik op the wild life in het land dat zij ontvlucht waren… Heel absurd vond ik dat. Je kunt niet anders dan al die dingen opzuigen: als je daar geen spons bent, ben je een steen.»

HUMO Soms merkte je ook al eens iets van een verzetje van seksuele aard.

Verhulst «Ook iets waar je niet meteen aan denkt als je daar arriveert. Asielzoekers stoppen natuurlijk niet met mens te zijn: zoals ze doorgaan met eten gaan ze door met zin hebben in seks. Wat niet altijd makkelijk is. Van de alleenstaanden delen mannen kamers met mannen, vrouwen met vrouwen. Waar kunnen ze dan vrijen? Moeten neuken in een wc, dat is wel efkes tof, maar elke dag… Ik heb trouwens het gevoel dat er vandaag in de asielcentra meer aandacht is voor de intiemere kantjes van die mensen hun bestaan.

»En even goed als elders komt het in zo’n centrum voor dat mensen gevoelens van liefde voor elkaar ontwikkelen. En ook dat is weer zo moeilijk, met hun instabiele levens, die constant convergeren en divergeren, met de voortdurende dreiging te worden weggestuurd – niet ideaal voor wie een relatie begint…»

HUMO In je boek laat je de verhalen vertellen door Bipul Masli, een fotograaf: waarom die keuze?

Verhulst «Pas bij een derde poging had ik de toon van het boek te pakken. Ik wou mezelf niet meenemen in dat verhaal: dat ík in dat centrum was, is totaal onbelangrijk. En dan zou het te veel op onderzoeksjournalistiek lijken, wat het niet was, niet mocht zijn. Ik wou van de verteller geen schrijver maken, maar ik wou wel dat het iemand was die voortdurend rondkeek, een voyeur. Vandaar: een fotograaf. Dan kon ik ook de ambivalente gevoelens kwijt waarmee ik zelf als schrijver worstelde. Bipul Masli is een fotograaf die de miserie van anderen fotografeert om zijn eigen marktwaarde op te drijven, maar hij kan dat doen zonder al te veel gewetensproblemen: hij weet dat zijn foto’s aandacht kunnen genereren voor de miserie die hij fotografeert.

»Gek genoeg hebben we dat voor de zoveelste keer weer geïllustreerd gezien met die foto van het verdronken jongetje Aylan. Eerst moet er een kleuter dood aanspoelen op een strand, en moet iemand daar een foto van nemen, en dán staan alle kranten plots vol over asielzoekers. Terwijl ze nooit weggeweest zijn. Ook toen ik in Arendonk zat, verzopen er mensen voor de kust van Lampedusa.»

'Stiekem zijn sommige politici blij dat vluchtelingen de boot moeten nemen – dat de toestroom zo wat gefilterd wordt, omdat er nogal wat verzuipen'

HUMO Recensent Arjan Fortuin merkte in NRC op: ‘Je kunt op basis van ‘Problemski Hotel’ constateren dat het systeem van mensen beesten maakt – maar ook dat het een dusdanige beestenboel is onder de kandidaat-vluchtelingen dat je ze maar beter allemaal terug kunt sturen.’

Verhulst «Als je een boek schrijft, kan het verkeerd gelezen worden, dat is het risico. Een Engelse criticus vond het een zeer racistisch boek. Wel een wakkere gast, want hij schreef dat de achternaam van Bipul Masli een anagram voor islam is. ‘Hoe is het mogelijk,’ dacht ik, ‘mij ervan verdenken zo’n rederijkende zondagsschrijvelaar te zijn die anagrammen gebruikt!’»

HUMO Vertel ons dan maar meteen hoe we het boek juist lezen.

Verhulst «Ik vind het heel belangrijk dat mijn boek geen enkel oordeel velt, het is observerend. En de film heeft dat ook.»

HUMO Na het verschijnen van je boek liet het officiële asielwereldje – Fedasil, het Hoog Commissariaat voor de Vluchtelingen – weten dat je leugens en onzin had neergeschreven. Onze asielzoekers krijgen géén beschimmeld brood, om het samen te vatten.

Verhulst (lachje) «Nooit gelezen. Beschimmeld brood was er niet, nee, maar de mensen hadden wel honger. Ik had honger, en ik ben geen grote eter.

»Ik heb dat boek niet geschreven met de pretentie van een onderzoeksjournalist, ik blijf altijd een literair schrijver. Het is geen feitelijk, maar een emotioneel verslag, vanuit het gezichtspunt van de asielzoekers. Voor mij was het van belang dat de directrice van het asielcentrum heel dankbaar was. Ze wist zelf niet wat er onder de mensen leefde, zei ze: die kwamen haar niet alles vertellen, omdat ze haar als een pion zagen en dachten dat haar oordeel belangrijk was voor hun dossier.

»Asielzoekers die ik er gekend had en die nog in Arendonk zaten toen het boek uitkwam, vonden het heel grappig. De helft van de acteurs in de film had een verleden als asielzoeker, en ze vertelden me dat ze de situaties heel herkenbaar vonden. Ze genoten vooral van de humor, vonden het goed dat een asielzoeker eens werd neergezet als een mens met een cassante mening, met gevoel voor ironie en sarcasme. Een asielzoeker hoeft geen treurige patattenzak bij de ingang van de Delhaize te zijn.»

HUMO Weet je van sommige van de asielzoekers die je hebt ontmoet, hoe het hun verder vergaan is?

Verhulst «Nee. Ik had het heel graag geweten. Maqsood heb ik nog een keer teruggezien in Antwerpen, waar hij in een nachtwinkel werkte voor de Albanese maffia. Hij werd er niet betaald, begon daar na een maand over te klagen bij zijn Albanese vrienden, en kreeg een messteek in zijn hand. Hij was uitgeprocedeerd: zo iemand kan niet naar de politie, en dat wisten die Albanezen heel goed. Daarna is hij compleet van de radar verdwenen.»


Geflabbergasteerd

HUMO Het scenario van de film is niet van jouw hand. Heb je met de verfilming niet veel te maken gehad?

Verhulst «Een beetje, niet te veel. Ik heb een paar keer samengezeten met de scenarist, Steve Hawes. Ik vind het een excellent scenario. De Nederlandstalige dialogen in de film zijn van mij, plus de vertalingen van de gedichten van T.S. Eliot en Beckett

'Volgens Bart De Wever delft Angela Merkel haar eigen graf. Maar dat is toch bijkomstig? Ze is gewoon een méns'

HUMO Bipul Masli, de fotograaf die in het boek iets van jouw voluptueuze, gulle taalgebruik te leen krijgt, is in de film een verstilde man geworden – geen fotograaf, maar een dichterlijke figuur.

Verhulst «Dat is de keuze van Manu Riche en ik kan daar helemaal mee leven. Ik begrijp dat Manu een man met een camera te dicht bij zichzelf vond staan, zoals ik van Bipul geen schrijver wou maken. En dat hij Tarek Halaby voor die rol heeft gekozen, is een meesterzet geweest: uitgerekend een danser duwt hij in de onbeweeglijkheid. Neem de dansscène aan het eind: iedereen doet mee aan de polonaise, alleen die topdanser niet. Hij staat daar tegen een paal geleund, terwijl je voelt dat elke vezel aan zijn lijf erom smeekt om te bewegen. Dat geeft een enorme, verstilde kracht.»

HUMO De casting is over het algemeen goed uitgevallen: de Kazachstaanse Evgenia Brendes…

Verhulst «…is fantastisch! Ik kan me niet herinneren dat een acteur of actrice me ooit zó van mijn sokken geblazen heeft. Iedereen die haar twee seconden bezig ziet, weet dat Manu over twintig jaar trots zal kunnen zeggen: ‘Zij is haar filmcarrière met ‘Problemski Hotel’ begonnen!’»

HUMO Ik zag bij de dansscène ook een glimp van ene Dimitri Verhulst.

Verhulst «Dat was die ene keer dat ik op de set was. Sindsdien stromen de filmrollen binnen (lacht).

»Weet je wat ik fantastisch vind aan de film? Dat iemand die hem toevallig zou zien zonder er iets over te weten, nooit zou kunnen raden in welk land hij gemaakt is. Het is op geen enkele manier een Vlaamse of Belgische film. Het is er één zonder nationaliteit, en dat past wonderlijk goed bij de personages en bij de toren van Babel die zo’n asielcentrum is.

»Wat de film ook goed aantoont, is dat je het begrip ‘asielzoeker’ ook in een ruimere, existentialistische context kunt benaderen. Als een state of being van wie zich tussen punt a en b bevindt. Ik, bijvoorbeeld, meen mij nogal dikwijls tussen a en b te bevinden, en ik mag hopen velen met mij, want het is daar boeiend.

»De rol van Tarek Halaby is in die zin jaloersmakend: hij mag onbestemd zijn. Van nergens naar nergens, hetgeen trouwens een schitterende boektitel zou zijn, al heb ik het gevoel dat Joseph Brodsky er al met zijn vingers aan gezeten heeft. Wie denkt dat deze prent één op één over vluchtelingen gaat, heeft slecht gekeken. Ook daarom ben ik geflabbergasteerd, om het met een nieuw leenwoord te zeggen, van de film: hij kan van betekenis zijn voor iemand die totaal niet in de vluchtelingenproblematiek geïnteresseerd is.»

'De dansscène aan het eind van de film: 'Het is een film zonder nationaliteit, en dat past wonderlijk goed bij de personages en bij de toren van Babel die zo'n asielcentrum is.'

HUMO Maar om het toch nog even over die vluchtelingencrisis te hebben: wat zou je graag hebben dat de film daarover duidelijk maakt?

Verhulst (denkt lang na) «Wat de film nog het beste naar boven brengt, denk ik, is het absurdisme. Er zit enorm veel absurditeit in de wetgeving en de manier waarop we met die mensen omgaan. Het zou fantastisch zijn als men dát eens onder ogen zou zien, meer kan ik niet hopen.

»De situatie is haast vijftien jaar later nog altijd onveranderd, dat is het jammere. Die lafhartige gastvrijheid van ons is toch gruwelijk? Mensen op de vlucht voor een oorlog zijn hier na deliberatie wel welkom, maar voor ze ons huis binnen raken, moeten ze hun leven riskeren. Stiekem zijn sommige politici blij, denk ik dan, dat die mensen een boot moeten nemen, dat de toestroom zo wat gefilterd wordt, omdat er nogal wat verzuipen. Er zal toch een dag komen dat men terugkijkt en denkt: miljaar, hoe gedróégen die mensen zich toen?

»Al die jaren heb ik me afgevraagd: wat doen onze ambassades in die conflictgebieden? Waarom kun je als Syriër niet eerst naar een Europese ambassade gaan om daar al te checken of je een vluchtelingenstatuut kunt krijgen? Waarom kunnen ze niet met een papier van die ambassade op een vliegtuig stappen? Waarom lukt dat niet?»

HUMO Ook het onderscheid tussen politieke en economische vluchtelingen reken je in je boek bij de absurditeiten.

Verhulst «Volgens de Conventie van Genève mag je sterven van de honger, maar niet van een kogel – dat is toch absurd? Ik zie het verschil tussen een politieke en economische vluchteling niet, omdat economie voor mij ook politiek is. Creperen van de honger is even erg als creperen omdat je je mening niet mag verkondigen.

»En ik begrijp ook wel waarom die Conventie dat onderscheid maakt, ik heb geen andere keuze dan dat te begrijpen. Getallen zijn wat ze zijn, je kunt als maatschappij geen miljoenen vluchtelingen dragen. Maar menselijk gezien is miserie miserie.»

HUMO Heb je gesupporterd voor de houding die Angela Merkel aannam toen ze de oorlogsvluchtelingen welkom heette?

Verhulst «Zij weet dat het in het verleden al een keer verkeerd is gelopen, én zij weet wat een muur is, waar grenzen voor staan: dat uitgerekend zíj dat signaal aan de wereld gegeven heeft – ‘Ja, je bent hier welkom!’ – vind ik enorm belangrijk. En ik had het er moeilijk mee dat daar cynisch over gedaan werd. ‘Politiek gezien is ze haar eigen graf aan het delven,’ liet Bart De Wever weten. Maar dat is toch bijkomstig? Ze is op dat moment een méns. Hoe treurig is een politicus die oog in oog met zo veel ellende alleen maar aan de volgende verkiezingen denkt? Wie in de politiek geen mens kan zijn, moet er wegblijven.»

'Ik ben totaal niet in staat om een nationalist te worden. Ik leef sowieso zonder vlag, het liefst van al zelfs zonder paspoort'

HUMO Politici die ervoor pleiten muren op te trekken, hebben overal in Europa de wind in de zeilen.

Verhulst «Jammer genoeg voel je dat de muren eraan komen, ja: ze zijn ze aan het bouwen, de prikkeldraad verkoopt goed. Ik was in augustus 2013 in Sozopol in Bulgarije, en daar waren ze toen al muren aan het bouwen om de Syriërs tegen te houden, ook al werd er nergens over bericht. Maar veel nuttiger dan onszelf op te sluiten tussen muren die altijd hoger zullen moeten worden, zou het zijn na te denken over langetermijnoplossingen – hoe doe je dat: iemand opvangen, iemand helpen?

»Ik heb het gevoel dat veel mensen geloven dat deze crisis maar tijdelijk is. Hoe naïef is dat? Er zullen non-stop vluchtelingen zijn, dat zal blijven duren. Na Syrië komt er weer iets anders. De mens deugt niet, er zijn veel slechteriken en een aantal van hen wordt minister, of president, of de zelfverklaarde afgezant van een god, en doet vervolgens heel rare dingen met andere mensen. Er zal altijd miserie zijn.»

HUMO De Europese buitengrens níét afdoende bewaken, zo kun je perfect beargumenteren, is alleen maar vragen om meer miserie. Mensen verwachten van bestuurders ook bescherming, veiligheid.

Verhulst «Ik kan niet denken in termen van grenzen. Ik ben totaal niet in staat om een nationalist te worden. Ik leef sowieso zonder vlag, het liefst van al zelfs zonder paspoort. Ik ben nog altijd die naïeve hippie die denkt dat de bol waar we allemaal op zitten, van iedereen is. Ik voel geen enkele behoefte lijnen te trekken, de boel te verkavelen. Ik vind dat we overal moeten kunnen lopen waar we willen lopen. Is dat nu zó’n zot gedacht?»

HUMO Probleem is dat er zovelen deze kant op willen lopen.

Verhulst «Dat zal wel afkalven. Je voelt het faillissement van Europa al een beetje aankomen, er komt vast wel een tijd dat niemand nog in onze oude barak geïnteresseerd is. Economisch wordt het al minder interessant: het is wellicht vooral onze democratie die maakt dat mensen naar hier willen komen. En ook die democratische waarden van ons zitten stilaan vol betonrot. Europa draagt rechts – het electorale succes van ondemocratische partijen is al lang geen marginaal verschijnsel meer.

»En we moeten nu ook niet doen alsof ze allemáál naar hier komen, hè. De grote meerderheid van de Syrische vluchtelingen is op de dool in eigen land. Slechts een fractie van de vluchtelingen raakt tot hier, en van hen hopen velen te kunnen terugkeren als het politieke klimaat in hun land weer opklaart. Je móét die mensen vandaag een oplossing bieden. Je kunt toch niet aan de ene kant zeggen dat we IS verafschuwen, en aan de andere kant de deur voor de neus van de slachtoffers van IS dichtdoen? Wat voor een maffe boodschap zou dat zijn?

»Kijk, ik ben geen expert. Gek genoeg volg ik de asielproblematiek niet eens op de voet. En ik ben zeker niet de spreekbuis van de asielzoeker, al duwt men je na het schrijven van zo’n boek in die rol. Ik ben nog altijd diezelfde stommekloot die eens in een asielcentrum moest gaan kijken om te weten wat dat eigenlijk is, een asielzoeker. Maar ik heb wel ogen in mijn kop, en ik zie de miserie van de mensen die toestromen. Ik zie hun onzekerheid, hoe het allemaal weegt, het wachten, het thuisloos zijn.»

HUMO Oog in oog daarmee moet je beamen wat die dokter op Lampedusa, Pietro Bartolo, vorige week in Humo zei: ‘We kunnen beginnen met al het mogelijke te doen in plaats van ons hoofd te breken over het onmogelijke.’

Verhulst «Niets doen is de dagtaak van de doden.»


Bekijk de trailer:

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234