null Beeld

Punk: het jaar tien na Rotten

In 1986, 'het jaar tien na Rotten', blikt Marc Mijlemans terug op de punkgolf: 'Hoe is het mogelijk. Dat een prefabgroepje, opgezet door een oplichter en bevolkt door idioten en een junk en niet in staat tot meer dan twee riffs, toch komt tot drie van de briljantste, meest verbeten singles uit de geschiedenis der mensheid [...] Hoe het mogelijk is? Dat is rock'n'roll. Dat is John Lydon, dat is zijn wraak op zijn Schep­per, dat is de explosieve kracht van haat, dat zijn de scheermes­jes die hij, als jonkie, in zijn strottehoofd liet zinken. Rotten is Elvis.'

Redactie

Ierland, land van vele hongersnoden, heeft de jongen uitgespuwd en nu doolt hij - warrig rood haar en een grijns op de lippen - door de straten van Londen. Het is beter hem te mijden. Hij draagt een gemutileerde Pink Floyd T-shirt, in woede aan stukken getrokken, waarop nu I HATE geschreven staat. Dat is de levensvisie van de jonge John Lydon. Zijn haat is niet geheel ongegrond: hij zit blut, zijn tanden rotten, zijn gezondheid is wankel en hij is lelijk als de nacht. Als de toekomst onze John al toelacht, dan is het de lach van een waanzinnige.

Voor slechts één mens is deze rotte appel een geschenk uit de hemel: voor Malcolm Mc Laren, zaakvoerder van de extravagante Sex-boetiek en ex-manager van de beruchte New York Dolls. Mc Laren, de supremo der handelsreizigers, wil nu zijn groep en hij wil ze groter maken dan de Beatles of de Stones ooit geweest zijn. Hij heeft al een paar losers uit de goot gered (Cook, Jones, Matlock) maar wat hij mist is een zanger, een smoel, de aanvoerder van een generatie. Mc Laren valt Lydon om de hals. Lydon snauwt hem toe: 'Fuck off, you bastard'. Men laat Lydon zijn haat blussen met bier, sleept hem dan mee naar de "Sex"-boetiek en daar, op de tonen van Alice Coopers "School's Out", voert Johnny Rotten - want hij is het - zijn eerste dans des duivels op. Als de jukebox zwijgt, hebben The Sex Pistols een zanger en de burgers een pispaal. Hoe laat is het? Het is november '75 en de debuterende Pistols worden in het St. Martins College of Art bijna gelyncht door woedende studenten. Het is maar een begin. Mc Laren voert zijn jongens door een waterval van schandalen, trapt de enige met een beetje muzikaal talent, Glenn Matlock, eruit om plaats te maken voor een verslaafde psychopaat, Sid Vicious, en laat zich verwennen door de slaafjes der industrie, die bang zijn de trein te missen. De Pistols worden getekend en weer uitgespuwd, getekend en weer uitgespuwd. Maar Rottens steen in de poel trekt brede kringen; het wordt hip om kwaad en verworpen te zijn. Waarom spelen The Pistols zo hard en zo snel? Om weg te zijn vóór de zaal wordt gesloopt door nieuwe wilden. Om te verbergen wat ze te verbergen hebben: dat ze niet kunnen spelen. Om Rotten te volgen en te dienen in zijn persoonlijke Blitzkrieg tegen de mensheid. Om het voor eens en altijd duidelijk te maken dat zij niet de Eagles zijn.

Hoe is het mogelijk. Dat een prefabgroepje, opgezet door een oplichter en bevolkt door idioten en een junk en niet in staat tot meer dan twee riffs, toch komt tot drie van de briljantste, meest verbeten singles uit de geschiedenis der mensheid: "Anarchy in the U.K.", "God save the Queen" en "Pretty vacant". En tot "Never mind the bollocks" ("Seventeen", "Bodies"...), een etterende, venijnige en bijna ondraaglijke elpee.

Hoe het mogelijk is? Dat is rock'n'roll. Dat is John Lydon, dat is zijn wraak op zijn Schepper, dat is de explosieve kracht van haat, dat zijn de scheermesjes die hij, als jonkie, in zijn strottehoofd liet zinken. Rotten is Elvis.

Toen zijn moeder stierf, brak er iets in hem (zie "Religion" van PiL). Als hij alleen is, draait hij plaatjes vol weemoedige volksliedjes. En ook hij heeft zijn Las Vegas (zie: Waterloo) gevonden.

***

undefined

Jeugdcultuur. Dat woord is het kussen waarin men de wildheid en de grillen van popmuziek poogt te smoren. Jongetjes die vroeger niet mee mochten voetballen laten nu thesissen uit hun hoge voorhoofden druppelen of schrijven eeuwig onverkocht gebleven, klunzige romans, zielige punkversies van "Alleen op de wereld". Ze gunnen de dode geen rust. En ze creëren hun eigen mythes, hun eigen Baekelant.

***

Jeugdcultuur. De jeugd wil geen cultuur. De jeugd wil lol trappen. Net als de rockers, de mods, de hippies, de yuppies en de scouts, zochten de punks een eigen stijl van entertainment. Eigen dans. Eigen drugs. Eigen sekssignalen. Eigen mode. Hun leven was niet uitzichtlozer dan dat van hun voorgangers: het is niet zo dat er, rond '76, plots minder meisjes waren om van leer mee te trekken.

Het is verleidelijk om op deze generatie "No Future" te tatoëren. Maar het klopt niet. Ian Curtis, de zanger van Joy Division, bengelde jaren later, dood als een deurnagel, aan een strakke koord: dat is de enige mogelijke consequentie van "no future". Zelfmoord was niets voor punks. Er zat een zeker joie de vivre in hun terminale aanvallen van verveling en razernij. Het was - toen, daar - gewoon zeer opwindend om dodelijk verveeld te kijken, om geheel vergeten te zijn door het leven, om lelijk en arm rond te dolen, om niets te kunnen en daar, soms, zeer kwaad om te worden. Siouxsie Sioux was Madonna met andere mascara. Het is: anders zijn dan je moeder de afschuw in haar ogen zien - en dezelfde zijn als je vriendin - de veiligheid daarvan. En zolang Buzzcocks en The Adverts en X-Ray Spex van die brandende, spetterende singels uitbrachten, wie kon zich dan vervelen? Wie wilde er dood zonder de nieuwe single van The Clash te hebben gehoord?

***

Julie Burchill en Tony Parsons - de Bogart/Bacall onder het schuim - infiltreerden, in opdracht van het weekblad NME, in de schuilholen der punks, gaven het Nieuwe Geluid een stem en schoten alles wat bewoog en hen niet zinde aan hele kleine stukjes. Hun reiaas: het essentiële "The boy looked at Johnny" (Pluto Press), 96 heerlijke bladzijden, vaak onrechtvaardig en kortzichtig maar altijd spetterend. Parsons en Burchill zijn uit mekaar.

***

The Clash: de eeuwige tweede, Poulidors. Eerst de beste punkgroep na de Pistols, dan de beste rockgroep na de Stones. In pubs en clubs speelden The 101-ers ten dans, vergeefs trachtend naar de wilde, dronken klasse van Dr. Feelgood, voedstervaders der punk met hun snelle, luide r&b. Hun zanger was het kind van rijke mensen; pas toen hij zijn naam veranderde in Joe Strummer en leerde lopen als een straatrat, werd hij door studentjes Mick Jones en Paul Simonon in The Clash opgenomen. Het is vreemd dat het groepje met de meeste street credibility eigenlijk geen enkele street credibility had mogen hebben. Er wordt gefluisterd dat Strummer zelfs spraaklessen volgde om van zijn hinderlijke, sjieke accent af te komen. Er wordt gezegd dat Mc Laren-hulpje en Clash-manager Bernie Rhodes een nummerplaat met de letters C-L-A-S-H op zijn wagen liet aanbrengen toen er met CBS een miljoenencontract werd afgesloten. Het doet er niet toe.

Terwijl Rotten spuwde op alles wat bewoog, schreeuwde Strummer ontzet: "Het is de schuld van het systeem". The Clash vestigden zich als rebellenclub; er hingen posters van Che en van James Dean. Het had glamour om guerrillero te zijn en klaar te staan voor de revolutie. "Turning rebellion into money"? Ja. Maar ze meenden het.

In april '77 verschijnt "The Clash" als een nieuwe dageraad: scherp als de randen van conserveblikjes, luid grommend als een vloot helicopters, zeer onverzettelijk. "White Riot". "l'm so bored with the U.S.A.". "London's burning". Het is één van de meest spontane, meest onverrompelende rockelpees aller tijden. Bedankt. De generatiekloof lag weer open als een wonde. De indruk wordt gewekt dat de Punk door een duidelijk politiek ideaal gedreven werd. Voor De Punk was links slechts heel even wat Lacoste voor de Nieuwe Rijke is: een label, een herkenningspunt. Maar met hetzelfde gemak flirtte De Punk met rechts: The Stranglers hadden hun "krijgers"-filosofie, Siouxsie Sioux was een wandelend nazi-embleem en het brengen van de Hitlergroet werd door de meeste punkgroepen als een "aardig geintje" beschouwd. De Punk was tegen het gezag omdat dat gezag hem, in de vorm van flikken en ouders en leraars, zeer hinderde; er waren rellen, er werd graag en veel gevochten, er was een hete zomer maar op geen enkel moment voelden de echte Sterke Armen zich bedreigd. Bovendien: in '76 had Engeland een Labour-regering. Met The Clash ging het spoedig verkeerd. En toen het weer goed kwam ("London Calling", stukken van "Sandinista" en "Combat Rock"), was het te laat: leeg was de leren jekker, de punk in rook opgegaan.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234