null Beeld

Quyên Thi Truong en 'Heylen en de herkomst': 'Heel mijn leven is één oorlog geweest'

Quyên Thi Truong (44), de uitbaatster van het Vietnamese restaurant Little Asia in het centrum van Brussel, is overrompelend. In alles. 'De opnames van 'Heylen en de herkomst' hebben mijn hele leven overhoopgehaald.'

‘Ik ga je van alles wat ik hier maak laten proeven,’ zegt ze zodra we zitten. Even later serveert haar broer me een loempiaatje, een viskoekje, een krokantje van scampi’s en in rijstpapier gerolde eend, alles even verfijnd en superieur. Ze heeft net haar derde kookboek geschreven. Het eerste schreef ze samen met Peter Goossens, die al jaren een fan van haar is, en het tweede met Alain Coninx. ‘Maar dit,’ zegt ze terwijl ze het nieuwe boek toont, ‘zijn alleen maar mijn woorden.’ Ze is trots, en terecht. Dertig jaar geleden woonde ze nog in een huisje van golfplaten aan de kust van Vietnam. Nu ontvangt ze dagelijks politici en ander chic volk in haar sfeervolle eetparadijs.

Martin Heylen reisde met haar terug naar waar het allemaal begon. Ze is sindsdien, herhaalt ze na het voorgerecht, helemaal in de war.

Quyên Thi Truong «Dat komt door dat woord ‘herkomst’. Dat heeft me doen nadenken over wie ik eigenlijk was toen ik daar dertig jaar geleden vertrok. Ik heb altijd maar gevochten en gewerkt, ik heb nooit tijd gehad om terug te kijken. Maar na de opnames ben ik nog drie dagen in mijn oude dorp gebleven. Normaal ben ik er altijd met mijn gezin. Nu was ik er voor het eerst van mijn leven alleen en ben ik me dingen beginnen te herinneren.

»Ik dacht terug aan de enige vriendin die ik vroeger had, en aan de twee jongens die altijd achter ons aan fietsten. Eén van hen plaagde me altijd. Hij was verliefd op mij. Toen ik in België was, heeft hij me dat in een brief geschreven. ‘Ik was van plan,’ schreef hij, ‘in het derde middelbaar tegen je te zeggen dat ik van je hou, maar opeens was je weg.’ Ik was toen heel eenzaam hier, ik kende niemand om mee te praten. Ik heb veel geweend en die jongen veel brieven geschreven. Ik beloofde hem over twee jaar te bezoeken. Ik weet nog dat mijn vader heel boos was toen ik hem dat vertelde. ‘Zet dat uit je hoofd,’ zei hij. ‘Je leven is nu hier, niet meer in Vietnam. Je moet je nu aanpassen, Nederlands leren en hard werken om België te bedanken, om dit land iets terug te geven voor de kans die we hier krijgen.’ Pas zestien jaar later ben ik voor het eerst terug naar mijn dorp geweest, en nu, bijna dertig jaar later, was ik er voor het eerst alleen en had ik tijd. Opeens wilde ik mijn vriendin bezoeken. Ik wist niet waar ze woonde, maar ik heb mijn neef gebeld en die wist het wel. Hij vertelde me dat ze heel arm is en op straat sandwiches verkoopt. Ze moet zich de hele dag kapotwerken voor een paar euro’s.

»Ik heb haar uiteindelijk gevonden. Ik ben eerst met haar naar de markt gegaan om nieuwe kleren voor haar te kopen. En toen zijn we beginnen te praten over vroeger. Vooral over die jongens die altijd achter ons aan fietsten. We zijn ze gaan zoeken en we hebben ze ook gevonden. Ik was zó gelukkig. Ik wou de hele wereld vertellen dat ik mijn vrienden teruggevonden had. Ik had ze verloren en al mijn gevoelens van vroeger weggedrukt door hard te werken en mijn best te doen. En nu kwam dat gevoel in één keer terug. De volgende dag heb ik weer met hen afgesproken, en die jongen had toen een heel pak brieven mee. Mijn brieven aan hem. Hij had ze allemaal bewaard. Hij heeft ze voor me gekopieerd en ik ben ze nu beetje bij beetje aan het lezen. Ik ben zo benieuwd naar hoe ik vroeger was. Hij vertelde dat ik maar twee jurkjes had, dat wist hij nog goed omdat hij elke dag achter me aanreed. Hij vertelde ook hoe verlegen ik was. Ik ben vorige week nog eens alleen naar Vietnam teruggegaan, voor een week. Ik wou mijn vrienden terugzien. De drang was te groot.

»Martin heeft me nog meer in de war gebracht. Voor hij vertrok, zei hij me: ‘Quyên, het leven is niet alleen hard werken of gruwelijke oorlog. Het gaat om de schoonheid en de liefde.’ Schoonheid en liefde? Heel mijn leven is één oorlog geweest, vechten om te overleven.»

undefined

'Heel mijn leven is één oorlog geweest, vechten om te overleven'


Papa spoorloos

HUMO Jij bent nog geboren tijdens de Vietnamoorlog.

Quyên «Ja. Die heeft geduurd tot 30 april 1975. Ik ben in 1971 geboren in Zuid-Vietnam. Mijn vader was vrachtwagenchauffeur voor de Amerikanen. Op een gegeven moment moesten wij vluchten voor de bombardementen op ons dorp. Mijn opa had een boot, en daarmee zijn we toen naar een eilandje gevaren om te schuilen. Toen we terugkeerden, moest mijn opa lijken wegduwen om de kust te kunnen bereiken. (Ze neemt haar kookboek en toont een bladzijde met een foto van een idyllische baai met vissersbootjes.) Dat was hier. Het is ook de plek waar mijn vader 35 jaar geleden met zijn boot uit Vietnam is gevlucht.»

HUMO Waarom had hij die beslissing genomen?

Quyên «Na de oorlog waren we heel bang voor het nieuwe, communistische regime. Mijn vader had een paar maanden in de gevangenis gezeten om heropgevoed te worden. En toen hij vrijkwam, was er voor ons weinig hoop op een goed leven, net zoals voor alle mensen die voor het Amerikaanse leger hadden gewerkt. Hij had gelukkig wel een boot en we leefden van de vis die hij ving en op de markt verkocht. Maar wat hij verschrikkelijk vond, was dat ook zijn kinderen geen beter leven zouden hebben, want de familie van wie aan de verkeerde kant had gevochten, stond óók op de zwarte lijst.

»Op een dag ging mijn vader vissen en kwam hij niet meer terug. Ik was bang dat hij dood was, en dat ik hem nooit meer zou zien.»

undefined

null Beeld

HUMO Hij was met zijn boot gevlucht, onaangekondigd, hij had jullie niets gezegd.

Quyên «Dat was te gevaarlijk. De muren hadden oren en het regime was heel streng voor mensen die probeerden te vluchten. Hij had wel vaak gezegd: ‘Op een dag neem ik het risico en vertrek ik. Als ik het er levend van afbreng, kan ik jullie misschien een toekomst geven. Maar als ik het niet haal, moet je hulp zoeken bij opa en oma.’ Dat was de afspraak. Maar verder wisten we van niks.

»Ik herinner me nog heel goed de dag waarop hij vertrokken is. Ik ging als oudste dochter elke dag naar het strand om hem op te wachten. Terwijl hij de vis sorteerde, gooide hij altijd een paar visjes naar mij. ‘Cadeau! Cadeau!’ zei hij dan. Die visjes verkocht ik zelf op de markt, dan had ik een beetje zakgeld. Maar op een dag kwam hij niet terug. De volgende dag ook niet, en de dag daarop ook niet. Niemand wist iets. Was hij gevlucht? Was hij door een storm uit koers geslagen? Leefde hij nog? Ik was zo bang.

»Mijn moeder en ik zijn hem toen als vermist gaan opgeven. Meteen moest ze naar de gevangenis voor ondervraging – de politie vermoedde natuurlijk al dat hij gevlucht was en wilde achterhalen wat ze van zijn plannen wist. Tien dagen heeft ze vastgezeten. Ik was toen 9 jaar, en ik heb al die tijd voor mijn broers en zussen moeten zorgen. Ik stond om 3 uur ’s ochtends op om noedels te maken en die te verkopen op de markt, waar iedereen ontbijt. Ik verkocht ook fruit. Om 7 uur ging ik dan naar school.»

HUMO Wanneer wist je dat je vader nog leefde?

Quyên «Na twee weken kregen we een telegram dat hij was opgepikt door een Belgisch vrachtschip en dat hij in Singapore zat. De motor van zijn boot had het begeven en hij had negen dagen op zee rondgedobberd. Overbeladen, want veel mannen hadden van zijn vluchtpoging gehoord en die waren allemaal in zijn boot geklauterd toen hij wegvoer. Daardoor was er niet genoeg voedsel en drinkwater aan boord. Ze waren er slecht aan toe, maar ze hadden het gered omdat het geregend had en ze van het regenwater hadden kunnen drinken.»

'Mijn Belgische oom, de onderpastoor, heeft me gezegd: 'In België volgen mensen hun hart.' Hij heeft mij de moed gegeven om mijn verloving te verbreken'


De mangameid

HUMO Je vader is een heel moedig man. Je lijkt, denk ik, op hem?

Quyên «Dat zeggen ze, ja. Maar ik vind hem vooral een heel lieve man. Ik herinner me nog goed dat hij, als hij thuiskwam van het vissen, doodmoe was en een dutje ging doen. Als hij daarna wakker werd, pakte hij me op zijn schoot, hij zocht in mijn haar naar luizen en vertelde ondertussen sprookjesverhalen. Hij zei nooit iets over zijn jeugd, over hoe zijn moeder was gestorven in de oorlog tegen de Fransen toen hij 4 jaar was, of wat hij zelf had meegemaakt in die oorlog. Hij vertelde alleen mooie verhalen. Hij was een dromer, iemand die geloofde in een beter leven. Zijn dromen gaven hem de kracht om te vluchten, denk ik.

»Ik was natuurlijk blij toen ik hoorde dat hij nog leefde, maar we hadden ondertussen geen inkomen. Mijn moeder heeft toen drie jobs tegelijk gehad. Elke dag om 3 uur stond ze op om noedels te maken, en ik moest haar helpen om voor de kinderen te zorgen. Zo ben ik opgevoed: altijd werken en zorgen voor mijn broers en zussen. En tussendoor ging ik naar school.»

HUMO ‘Ik heb nooit gespeeld,’ vertel je in ‘Heylen en de herkomst’.

Quyên «Nee. Nooit. Pas toen ik 14 was, heeft papa mij wat geld gestuurd om een fiets te kopen. Mijn enige herinnering aan een beetje plezier maken zijn die momenten waarover ik je net vertelde: dat ik met mijn vriendin door het dorp fietste en die twee jongens ons achternareden en ons plaagden. Dat zijn de gelukkigste herinneringen van mijn leven in Vietnam. Daarom betekent het zoveel voor mij dat ik hen kon terugzien.»

HUMO Je vader werd opgevangen in België en kreeg werk als klusjesman bij de pastoor van Wichelen.

Quyên «En vijf jaar later had hij genoeg gespaard om ons te laten overkomen. Ook toen was ik weer bang. Bang omdat ik de taal niet kende, bang om niet geaccepteerd te worden. En na mijn studie was ik bang omdat ik geen job kon vinden. Ze wilden me nergens hebben.»

undefined

null Beeld

HUMO Wat heb je gestudeerd?

Quyên «Op mijn 14de moest ik eerst naar het zesde leerjaar om Nederlands te leren. Daarna hebben ze me naar het BSO gestuurd, maar omdat ik heel goed was in wiskunde mocht ik naar het TSO, waar ik industriële wetenschappen heb gedaan. Mijn Belgische oom, de onderpastoor van Wichelen, die mij ook bijles Nederlands gaf, zei dat ik goed was in zorgen en dat ik daar iets mee moest doen. Ik maakte toen al graag eten en ben voor diëtiste gaan studeren. Maar in die tijd heb ik mijn Chinese man leren kennen. Hij kreeg een ernstig ongeval en ik heb mijn studie opgegeven om voor hem te zorgen tot hij genezen was.

»Tijdens mijn studie had ik met afwassen in restaurants 2.000 euro gespaard. Het was de tijd van het populaire jongerenprogramma ‘Club Dorothée’ op de Franse zender TF1, die veel Japanse tekenfilms toonde. Manga’s, Japanse strips, waren een hype. Dat zag ik ook toen ik met mijn man op huwelijksreis ging naar Hongkong. De mensen stonden er rijen dik voor de mangawinkels. Daar kregen we het idee om met mijn gespaarde geld zo veel mogelijk van die strips te kopen, in mijn koffer te steken en terug thuis in een eigen winkeltje te verkopen, dat mijn man zou huren en laten inrichten. De strips vlogen de deur uit. Horden jongens kwamen erom vragen. Dat liep zo goed dat mijn zus me moest komen helpen.»

HUMO Die winkel is nog steeds een begrip in Brussel.

Quyên «Ja, mijn zus runt ’m nu alleen. Toen de hype ging liggen, konden we er niet meer met twee van leven. Ik heb toen in het pand ernaast een kleine snackbar geopend waar je kleine Aziatische hapjes kon krijgen, zoals je net hebt gegeten. Die snacks waren zo gewild dat ik het werk niet alleen aankon. Dankzij dat succes heb ik in 2004 dit restaurant, Little Asia, kunnen openen.»

undefined

'Mijn Vietnamese acupuncturist zei me: 'Je hart is Vietnamees, maar je daden zijn die van een westerse vrouw. Je staat stijf van de stress'

HUMO Je bent niet alleen een vechter, je hebt ook een goede neus voor zaken. En je hebt steeds de juiste keuzes gemaakt, ook in mannen. Voor je je Chinese man tegenkwam, werd je uitgehuwelijkt, maar daar ben je toen tegen in opstand gekomen.

Quyên «Toen ik 17 was, wilde een Vietnamese jongen die op dezelfde boot als mijn vader naar België was gekomen, zich met mij verloven. Hij was acht jaar ouder dan ik, en een keurige jongen – in die tijd waren de meeste Vietnamese jongens zatlappen. Ze misten hun land en deden niks anders dan drinken, maar hij studeerde. Mijn ouders vonden hem geschikt, maar tegen mij zei hij dat ik nooit zou mogen werken en geen rijbewijs zou mogen halen. Vréselijk. Uitgerekend op mijn verlovingsfeest leerde ik mijn Chinese man kennen en heb ik stiekem met hem afgesproken. Hij was helemaal anders. Hij kocht bloemen voor mij: dat had ik nog nooit meegemaakt, dat iemand mij iets cadeau deed. Ik was erg verliefd en wist niet wat ik moest doen. Mijn Belgische oom, de onderpastoor, heeft me toen gezegd: ‘In België doen mensen niet wat hun familie zegt. Ze volgen hun hart.’ Hij heeft mij de moed gegeven om mijn verloving te verbreken.»

Haar man komt het restaurant binnen en zegt dat hij hun dochter Claudia van school gaat halen.

HUMO Claudia, een echt Belgische naam.

Quyên «Ja. Mijn zoon heet Kenny (lacht).»

HUMO Zorgt hij voor de kinderen?

Quyên «Ik slaap soms al eens uit, hè.

»Mijn man en ik runnen de zaak wel samen. Hij doet de financiën, want hij is niet zo’n prater als ik. Hij werkt liever achter de schermen.»

Ondertussen loopt Little Asia vol. Quyên begroet alle zakenlui als huisvrienden: 95 procent van de mensen die hier komen, is vaste klant.

HUMO Little Asia is een gerenommeerd restaurant, geprezen door Gault&Millau.

Quyên «Ik sta nu aan de top, maar ik vraag me nog steeds af: ‘Ben ik wel goed bezig? Maak ik de verwachtingen wel waar?’

»Ik blijf ook de oudste dochter. Er wordt heel veel van mij verwacht. Ik ben de kracht van de familie. Mijn oudere broer werkt hier voor mij, mijn jongste broer heeft hier ook lang gewerkt en mijn jongste zus ook. Intussen heeft ze een jongen leren kennen die bij Sergio Herman heeft gewerkt. Hij is in Antwerpen een eigen zaak begonnen, Bun. Ze heeft haar werk hier opgegeven om hem te kunnen helpen.

»Het zit diep in ons, hè, dat zorgen. Zo zijn we opgevoed. Mijn moeder zei altijd: ‘Vietnamese vrouwen zijn gemaakt om te dienen. Je mag niet aan jezelf denken. Dat is egoïstisch.’ Zij heeft nooit aan zichzelf gedacht. Ik heb haar veel geobserveerd. Ik heb haar bijvoorbeeld nooit zien slapen. Elke avond als we in bed lagen, zag ik door mijn wimpers hoe ze ons in het warme golfplaten huisje met een waaier koelte toewuifde tot het laatste kind sliep. Pas dan ging zij een beetje slapen.»

undefined

null Beeld

HUMO In ‘Heylen en de herkomst’ deel je aan al je familieleden geld uit.

Quyên «Aan mijn opa geef ik elk jaar als ik hem bezoek 200 euro. Aan mijn ooms 50 euro, en aan mijn neven en nichten elk 20 euro. Ik geef zo elke keer een paar duizend euro weg. Eén keer per jaar kan ik ze zo eventjes gelukkig maken, maar ik kan hun leven niet veranderen.»

HUMO Hoe Vietnamees voel je je?

Quyên «Hoeveel ik ook van Vietnam houd, ik voel me toch meer geworteld in België. Ik heb hier alles. Ik kan beter zaken doen in België dan in Vietnam. Ik ben gewend om alles volgens de regels te doen. Ik betaal belastingen en btw, ik betaal mijn schulden af en wat ik overhoud, is van mij. In Vietnam is alles een beetje corrupt: je moet met mensen iets gaan drinken, je moet onderhandelen en zaakjes regelen. Dat kan ik allemaal niet.

»Maar toch... Weet je, ik hoest veel en mijn huisdokter kon mij niet helpen. Ik ga nu naar een Vietnamese acupuncturist. Hij zei me: ‘Quyên, ik herken geen Vietnamese vrouw meer in jou. Je hart is Vietnamees, maar je daden zijn die van een westerse vrouw. Je staat stijf van de stress. Je gunt jezelf geen enkel moment een beetje rust.’ Hij heeft gelijk. Vietnamese mensen werken ook hard, maar zij doen een dutje als ze thuiskomen, net als mijn vader vroeger. Ik heb nog nooit in mijn leven een dutje gedaan, snap je? Ik zou iets minder moeten zorgen en een beetje meer tijd voor mezelf moeten maken.

»(Opeens) Wil je een koffie? Thee? Een dessert? Heb je genoeg? Was het lekker?»

HUMO Je bent weer aan zorgen, Quyên.

Quyên (lacht) «Ik weet het. Het is zo verwarrend. Ik heb ook al gedacht: als ik niet meer voor mensen kan zorgen, voor mijn familie, mijn gezin, mijn klanten, zal ik dan nog gelukkig zijn? Maar ik wil niet worden zoals mijn moeder. Ik wil ook een beetje genieten van mijn leven.

»Ik wil ook spelen, ik wil mijn vrienden in Vietnam zien, met hen gaan vissen en zwemmen. Kijk, nu hoor ik Martin weer zeggen: ‘Het leven gaat over schoonheid en liefde.’ Dat wil ik zo graag eens: voluit leven. Niet af en toe een heel klein beetje, maar helemaal!»


Bekijk een fragment:

undefined

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234