'Radio Gaga': bij de gedetineerden in Ruiselede

Voor de derde aflevering gaat ‘Radio Gaga’ waar weinig tv-ploegen ooit zijn geweest – als we de carrière van Luk Alloo voor het gemak even wegdenken. Joris Hessels en Dominique Van Malder nemen vanavond een kijkje binnen de muren van een gevangenis.

'Was ik niet hier beland, dan was ik nu dood'

Het Penitentiair Landbouwcentrum (PLC) van Ruiselede is een halfopen gevangenis, waar de gedetineerden worden voorbereid op hun terugkeer naar de maatschappij. Dat ‘halfopen’ mag je letterlijk nemen: terwijl ik sta te praten met de portier, merk ik dat de toegangspoort – een eenvoudig gietijzeren hek – nog halfopen staat. Even twijfel ik of ik hem er attent op moet maken, maar eigenlijk maakt het niks uit: wie hier weg wil, ís weg. In deze instelling gaan ze ervan uit dat iedereen braaf blijft zitten waar hij hoort. De gedetineerden die in Ruiselede het laatste deel van hun straf uitzitten – ze zijn met zestig – worden beschouwd als niet-vlucht-gevaarlijk. Wonen ook in Ruiselede: een driehonderdtal koeien, evenmin vluchtgevaarlijk.

Christiaan De Vidts (inrichtingshoofd) «Een plek in een instelling als Ruiselede moet je verdienen: een gevangene moet de verantwoordelijkheid aankunnen. De meeste gedetineerden werken overdag op de boerderij en op de velden. Het is onbegonnen werk om daar altijd bewaking bij te zetten. Maar we zijn niet naïef. Het is niet zo dat we aan alle zestig gedetineerden zeggen: ‘Ga vandaag maar jullie ding doen en zorg dat je vanavond op tijd terug bent.’ Zo werkt het niet. De ene kan al wat meer verantwoordelijkheid aan dan de andere. Het gebeurt, heel af en toe, dat er ’s avonds iemand niet terugkeert. Dan is het alle hens aan dek. Maar het aantal ontsnappingen blijft beperkt tot een paar per jaar.»

Petra Colpaert (directeur) «Dit jaar hebben we er nog geen gehad. Als mensen het licht aan het eind van de tunnel zien – ‘Doe ik het hier nog een jaar goed, dan maak ik kans om vervroegd vrij te komen’ – dan is de kans op ontvluchting vrij klein.

'K.: 'Ik wist niks van het boerderijleven, ik heb het allemaal hier geleerd.'

»Neemt er toch iemand de benen, dan gebeurt het vaak impulsief: hij wil naar zijn lief of naar zijn doodzieke vader of moeder. Meestal komen ze niet ver: ze lopen weg in een opwelling, maar zonder een doordacht plan. Eén keer stond er zo eentje al na een paar uur terug aan de poort. Het was putje winter en hij was ontsnapt in z’n T-shirt. Toen hij merkte dat hij de laatste trein had gemist en nog uren op het koude perron moest wachten, is hij verkleumd en met hangende pootjes teruggekeerd.»

De Vidts «Vroeger, toen ik nog directeur was bij de gevangenis in Brugge, heb ik ook eens zo’n ontsnapping meegemaakt: die mannen hadden hun exit minutieus voorbereid tot aan de poort, maar hoe het daarna verder moest, daar hadden ze niet aan gedacht. Uit pure armoe hebben ze toen maar een fiets gestolen.»


Dood vanbinnen

De mobiele radiostudio van ‘Radio Gaga’ staat gestationeerd op het binnenplein, tussen de stallen en de leefruimtes. Rondom zitten de gedetineerden die klaar zijn met hun dagtaak – verplichte tewerkstelling is één van de pijlers van het PLC. Hier en daar wordt het luisteren gecombineerd met een fysieke work-out. Bij gebrek aan gewichten of toestellen gebruiken de mannen elkaar: de ene gaat op de andere z’n rug liggen, om de push-ups wat meer push te geven. Het verklaart waarom de doorsnee torso hier een pak breder is dan buiten. Petra Colpaert: ‘Ze komen binnen als verslaafde wrakken en gaan buiten als kleerkasten. Dat is overcompensatie voor alles wat ze buiten moeten missen.’

'Hier moet je voorbij ­iemands misdaad kunnen kijken, anders maak je een monster van hem.'

Anders dan gewoonlijk slapen Joris en Dominique hier niet in hun ‘Radio Gaga’-caravan, maar mogen ze gebruikmaken van het kamertje voor ongestoord bezoek. De gevangenen slapen in houten chambrettes – privacy is hier even onbestaand als op een jongensinternaat uit de jaren 70. Maar tijdens hun eerste nacht achter de tralies worden de radiomakers uit hun bed gelicht door gedetineerde K.: er staat een koe op het punt een kalf uit haar lijf te persen en ze worden vriendelijk uitgenodigd om getuige te zijn van de bevalling. Het kalfje zal – hoe kan het ook anders – Gaga heten.

Vandaag, enkele maanden na de opnames, is K. een vrij man. Met enkelband, weliswaar.

K. (33) «In de aflevering van ‘Radio Gaga’ zie je me inderdaad als ‘de man met het kalf’. Toen ik nog binnen zat, was dat mijn taak: ik zorgde voor de kalfjes, tot ze een maand of 6 waren en ze bij de kudde werden gevoegd. Kalfje Gaga niet: hij was een stiertje. Na een paar weken worden die verkocht.»

HUMO Had je, voor je naar hier kwam, ervaring met het boerderijleven?

K. «Totaal niet. Ik heb het allemaal hier geleerd. Ik heb twee keer in Ruiselede gezeten. Eerst was ik vrijgekomen en bij mijn ma ingetrokken, maar het boterde niet tussen ons. Met al mijn opgekropte woede en frustratie ben ik op café in een ruzie beland. Voor ik het wist, zat ik weer hier.

»In totaal heb ik er zestien jaar detentie op zitten. Ik was pas 17 toen ik werd opgepakt voor zeer zware feiten. De rechter heeft me toen achttien jaar gegeven.»

HUMO Mag ik vragen wat er is gebeurd?

K. «Ik had iemand leren kennen bij wie ik kon gaan werken. Hij had niet zo’n goede bedoelingen met mij en begon avances te maken. Uiteindelijk heeft hij me zelfs geld aangeboden om bij hem te blijven slapen. Het is ontaard in een ruzie: hij viel me aan met een hamer en ik heb teruggeslagen. Ik ben blijven slaan.»

HUMO Heb je spijt?

K. «Ik heb tot op de dag van vandaag zwaar spijt. Lange tijd heb ik ermee geworsteld: kan ik spijt hebben van wat ik heb gedaan, wetend wat hij van plan was te doen met mij? Maar aan de andere kant: ik heb die man z’n leven afgenomen. Wie ben ik om te beslissen over het leven van een ander? Dat recht heb ik niet.

»Voor een buitenstaander is het moeilijk om te vatten hoe zoiets kan gebeuren, maar in zo’n situatie denk je niet na. Je handelt in een opwelling. In amper 20 seconden zag mijn toekomst er anders uit. Daar heb ik ook spijt van: in dat ene moment heb ik mijn hele leven verkwanseld. Ik ben nu 33 en ik moet nog beginnen. Mijn kameraden uit het middelbaar hebben een huis gekocht en kindjes gekregen, terwijl ik nog op hetzelfde punt sta als zestien jaar geleden. Soms weet ik niet goed waarover ik het meest spijt heb: zijn leven of het mijne.»

HUMO Had je een fijne jeugd?

K. «Eigenlijk wel. Alleen de vechtscheiding van mijn ouders viel me zwaar. Nadien heb ik mijn vader nog weinig gezien. Als kind kon ik moeilijk verkroppen dat hij er niet was voor mij. Pas later ben ik gaan beseffen dat het vooral mijn moeder was die mijn zusje en mij weghield van hem. Dus ja, ik had het moeilijk. Maar ik kan niet zeggen dat het allemaal de schuld van mijn ouders is. Het heeft ook met mijn eigen karakter te maken: ik was als tiener behoorlijk onhandelbaar.»

HUMO Wat doet een onhandelbare 17-jarige wanneer hij opeens achter de tralies terechtkomt?

K. «Ik ging dood vanbinnen toen ik te horen kreeg dat ik achttien jaar had gekregen. Ik dacht alleen: ‘Ik zit voor de rest van mijn leven in de cel.’ Wist ik veel dat je vervroegd kunt vrijkomen. Totaal verslagen voelde ik me. Ik heb heel lang met een depressie gesukkeld.

»In de gevangenis stond ik er helemaal alleen voor. Nu staan er psychologen en hulpverleners klaar voor de minderjarigen, maar in mijn tijd bestond dat niet. Als het écht niet meer gaat, sturen ze je wel naar de psychiater. Maar het enige wat die doet, is je medicatie geven. Dat helpt ook niet. Op den duur begin je dan maar drugs te nemen. Vóór de gevangenis had ik wel wat geëxperimenteerd met jointjes en zo, maar binnen ging ik zwaar spul gebruiken. Veel heroïne, en ik blowde ook veel. Dat heb ik jarenlang gedaan, gewoon om niet te beseffen waar ik zat en wat er was gebeurd. Ik wilde zo stoned mogelijk zijn. Dat wil iedereen in de gevangenis. Het probleem is dat het achteraf allemaal nog erger aanvoelt als ervoor. Op den duur raak je niet meer uit die vicieuze cirkel.»

'Ik wilde zo stoned mogelijk zijn. Dat wil iedereen in de gevangenis'


Stok achter de deur

In de meeste strafinstellingen krioelt het van de drugs, maar in Ruiselede gaan ze er prat op een drugsvrije instelling te zijn.

De Vidts «Het gebeurt nog te vaak dat een gevangene na jaren vrijkomt en onmiddellijk wordt doorverwezen naar de drugshulpverlening. Waarom die verslaving niet al binnen de muren aanpakken? Wij helpen onze mannen af te kicken en clean te blijven. Dat is toch veel beter?»

Colpaert «Ik leid hier een speciaal project voor druggebruikers: het B.leave-project. Dat is intense therapie. Op het eind lopen de gedetineerden een halve marathon, als bewijs dat ze hun verslaving hebben overwonnen.»

Ook K. doorliep het B.leave-project van Petra Colpaert: ‘Mama B.leave noemden we haar.’ (lacht)

HUMO Ben je daarom naar hier gekomen: om van de drugs te blijven?

K. «Ruiselede was mijn redding. Was ik hier niet beland, dan was ik nu dood. Op het eind voelde ik dat ik steeds meer ging gebruiken, dat ik stilletjes hoopte dat ik op een keer niet meer wakker zou worden. Zodra ik me bewust werd van die gedachte, heb ik een aanvraag ingediend om overgeplaatst te worden naar het PLC. Hier heb ik mezelf terug-gevonden.

»Maar clean blijven was niet alles: ook het sociaal contact deed me deugd. In andere gevangenissen zit je de hele tijd alleen in je cel. Je merkt het aan de mannen die net uit Leuven Centraal of Brugge komen: aan tafel komen ze er wel bij zitten, maar ze houden zich afzijdig. Je ziet ze haast denken: ‘Hopelijk moet ik niks zeggen.’ Ik had dat zelf ook, maar intussen knoop ik makkelijk met iedereen een gesprek aan. Dat heb ik hier geleerd.

»Wat ik hier ook ben gaan beseffen, is dat je maar beter kunt breken met de mensen die je niet gelukkig maken. Met mijn moeder heb ik nooit kunnen praten over wat er is gebeurd. In de cel had ik niet het gevoel dat ze me steunde. We zijn volledig uit elkaar gegroeid. Nadat ik hier voor de tweede keer was beland, heb ik alle banden met familie en vrienden verbroken. Dat was een heel moeilijke beslissing, maar ik heb er geen spijt van. Nu ik weer vrij ben, komt het contact met sommigen stilletjesaan terug. Dat zijn de vrienden die begrepen waarom ik even afstand moest nemen. Ik ben na mijn vrijlating ook bewust in de buurt van het PLC blijven wonen, ik ben niet teruggekeerd naar mijn streek.»

HUMO Hoe voelde het om hier voor de tweede keer binnen te komen?

K. «Ik schaamde me. Zeker tegenover Petra: zij heeft voor mij haar nek uitgestoken. Ze helpt me nog altijd. Onlangs had ik mijn arm gebroken. Zij heeft toen allerlei telefoontjes gedaan. Dat hoeft ze niet te doen. Ze zou net zo goed kunnen zeggen: ‘Buiten moet je maar je plan trekken.’ Ik waardeer haar hulp enorm.

»Toen ik hier na die caféruzie weer binnenkwam, kon ik direct een nieuwe aanvraag indienen om vervroegd vrij te komen. Ik heb dat bewust niet gedaan. Ik wilde hier echt langer blijven. Ik had die tijd nodig om te bezinnen. Even heb ik zelfs getwijfeld om tot het einde van mijn straf te blijven. Dan had ik nog drie jaar moeten zitten en was ik vrijgekomen zonder voorwaarden of enkelband. Maar eigenlijk bevallen die voorwaarden me wel. Ze zorgen ervoor dat ik bij alles nadenk: ‘Mag dit wel? Moet ik opletten?’ Onlangs wilde ik iets gaan drinken voor mijn verjaardag. Toen flitste het door mijn hoofd: ‘Opletten dat ik niet dronken achter het stuur kruip, of anders sta ik straks weer mooi te blinken in Ruiselede.’ Het is een stok achter de deur. Op dit moment voelt het goed om te weten dat die stok daar staat.»

'Je kunt maar beter breken met mensen die je niet gelukkig maken; ik heb alle banden met familie en vrienden doorgeknipt'


De vergeetput

‘Het is niet meer als vroeger,’ zegt Petra Colpaert. ‘Toen kwamen alleen zogenaamde kleine criminelen met straffen van minder dan drie jaar naar Ruiselede. Tegenwoordig blijven die buiten de gevangenismuren, onder elektronisch toezicht.’

HUMO Nu krijgen jullie ook de zware jongens over de vloer?

De Vidts «Als je met zware jongens de langgestraften bedoelt, dan ja. Maar wat is dat, een zware jongen? Van wie heb je als maatschappij het meest last: van draaideurcriminelen die negen of tien keer voor een korte straf binnenkomen? Of van iemand die één keer een lange straf oploopt, maar met wie je hier dikwijls meer kunt bereiken?»

HUMO Praten de mannen met elkaar over wie wat op z’n kerfstok heeft?

Colpaert «Het is heel gevaarlijk om te spreken over je feiten: je weet nooit wat dat bij een ander zal losmaken. Zo zal een zedendelinquent wellicht van alles losmaken bij iemand die zelf is misbruikt als kind – bij veel druggebruikers hier is dat het geval. Eén keer leidde dat tot zo’n erg conflict, dat de ene een biljartbal naar het hoofd van de andere heeft gegooid. Dat laten we natuurlijk niet gebeuren: die man is onmiddellijk overgeplaatst naar een gesloten instelling. Niet dat we er sancties op zetten, maar het is een ongeschreven wet: iedereen houdt z’n feiten voor zich.»

HUMO Hier krijgt iedereen een taak toegewezen: dat gaat van kalveren verzorgen tot koken.

Colpaert «Eten is belangrijk in een gevangenis. Lijkt het eten nergens naar, dan gaan ze al snel morren.

»Voor de taakverdeling kijken we naar ieders vaardigheden: komt er een boer binnen, dan zetten we die op de tractor.»

De Vidts «Het is niet omdat die boer in de gevangenis zit, dat hij plots zijn talenten kwijt is.»

HUMO Akkoord, maar die boer zit hier wel omdat hij een wietplantage had staan.

De Vidts «Wil je hier werken, dan moet je voorbij iemands misdaad kunnen kijken. Als je de mens volledig laat samenvallen met zijn feiten, dan maak je een monster van hem.

»Neem het B.leave-project van Petra: in die groep zitten mensen met een pak capaciteiten, maar door hun drugsprobleem zijn die, euh, ondergesneeuwd (lacht). Tijdens de therapie proberen we die weer naar de oppervlakte te halen. Geloven we in sprookjes? Natuurlijk niet. Je mag niet verwachten dat geen enkele gast zal hervallen. Maar zelfs als maar één gevangene erin slaagt niet meer terug te komen, vind ik het een succes.»

Colpaert «Als iets me dwarszit, dan is het wel dat de gevangenis nog vaak een vergeetput is. Maar we vergeten dat iedereen hier op een dag de poort achter zich dichttrekt. Oók de mannen die iemands dood op hun geweten hebben. Wie weet wordt zo’n man straks wel je nieuwe buurman. Mensen die in de gevangenis terechtkomen, hebben verkeerde keuzes gemaakt of bepaalde zaken nooit geleerd. Ze beschikken niet over de middelen om het leven aan te kunnen. Er zit veel minder slechts in die mensen dan de media suggereren. Ik zie het als onze taak om die mannen nieuwe manieren te leren om de wereld te trotseren.»

HUMO Jullie zijn zo optimistisch over jullie gevangenen. Zijn alle gevangenisbewaarders zo?

De Vidts «Het moment waarop ik cynisch word, ga ik op zoek naar een andere job.»

Colpaert «Wij proberen recht te trekken wat nog recht te trekken valt. Maar het is soms schrijnend: ik herinner me een gevangene die als 12-jarige van z’n stiefpa een starterspakket ecstasy had gekregen. Anderen kennen Ruiselede uit hun jeugd, toen ze hier nog op bezoek kwamen bij papa. Voor hen hoort de gevangenis bij het leven.»

De Vidts «De deemoed is aan het verdwijnen uit onze maatschappij. Niet dat we onze catechismus weer moeten bovenhalen, maar we moeten beseffen dat wij makkelijk praten hebben: jij en ik komen uit een normale situatie en hebben normale kansen gekregen. De meesten hier hebben die kansen niet gekregen of om de één of andere reden niet gegrepen. Ik werk al lang genoeg in gevangenissen om te weten: driekwart van de gedetineerden komt niet uit de middenmoot van de samenleving.»

Colpaert «Maar je hebt ook succesverhalen, hè. We hebben hier gedetineerden gehad die in alle instellingen waren opgegeven – ze hielden zich niet aan de regels, bleven dealen, verkochten gsm’s – maar die vandaag een succesvolle zaak leiden. Eén ex-gevangene belt me om de zoveel tijd: ‘Rarara, wie is vandaag vijf jaar vrij?’ (lacht)»

'Het is heel gevaarlijk om over je misdrijf te spreken: je weet nooit wat dat bij een ander zal losmaken.'


Treuren om de kat

HUMO Wat was het eerste wat je deed toen jij vrijkwam, K.?

K. «Ik ben een steak gaan eten. Die krijg je hier ook wel, maar ze zijn niet zo lekker.»

HUMO En waarmee vul je nu je dagen?

K. «Ik werk bij een wortelboer. Ik leerde hem kennen op de boerderij van Ruiselede – hij was één van de leveranciers. Ik doe mijn job graag, maar mijn droom is om ooit een eigen veebedrijf te runnen.»

HUMO Mis je de koeien van Ruiselede?

K. «Mijn kalfjes wel, ja. En mijn konijntjes (wijst naar het hok met dwergkonijntjes). Die mocht ik niet meenemen. Ze zijn voor de kinderen van gedetineerden die op bezoek komen. Dat kon ik hun moeilijk afpakken, hè (lacht). Maar het ergst heb ik afgezien van mijn kat. Het was een wild dier, dat altijd rondhing in de stallen. Ik heb veel moeite moeten doen om ze tam te krijgen, maar op den duur was ze zo aanhankelijk als wat: ze liep me altijd achterna als ik naar de wei ging en ze sliep in de stal bij mijn kalfjes. Vlak voor ik mijn enkelband kreeg, ben ik nog een paar dagen op verlof gegaan. Toen ik terugkwam, was ze dood. Ik stond daar met tranen in mijn ogen. Ik zie er misschien uit als een bad boy, maar ik ben ook maar een simpele mens.»

HUMO Valt het mee om buiten nieuwe contacten te leggen?

K. «Beter dan ik had verwacht. Iedere gedetineerde is bang om scheef bekeken te worden, maar tot nu toe tonen de meesten begrip. ‘Iedereen verdient een tweede kans,’ hoor ik vaak. Dat geeft me de moed om door te gaan.»

HUMO Je hebt goeie hoop dat het deze keer wel zal lukken.

K. «Ik ben intussen al vijf jaar clean en voel totaal geen drang meer om drugs te gebruiken. Ik zit nu goed in mijn vel.»

HUMO Zien ze je hier ooit nog terug?

K. «Ik zeg nooit nooit. Natuurlijk ga ik serieus mijn best doen, maar ik weet niet in wat voor situaties ik nog zal belanden of hoe ik me over een jaar zal voelen. Misschien bouw ik een relatie op met iemand, loopt dat mis, raak ik over mijn toeren en doe ik iets doms. Vandaag kan ik veel beter de dingen relativeren en krop ik mijn woede niet meer zo op. Maar eerlijk? Ik geloof niet dat mensen echt veranderen. Ik zit al lang in de gevangenis: ik heb al veel mannen zien buitengaan en terugkeren. Als iemand me morgen komt uitdagen en op mij begint te slaan, dan vecht ik terug. Zo ben ik.

»De gevangenis heeft me ook hard gemaakt. Ik heb moeten vechten om mijn plek te veroveren. Ruiselede vormt een uitzondering, maar in de andere gevangenissen wordt een ruzie met de vuisten uitgepraat. Wat wil je? Zo’n gevangenis is een bastion van testosteron. Ik ben erin opgegroeid, dus het heeft mijn karakter gevormd. Dat krijg je er niet meer uit.»

HUMO Je hebt zo weinig vertrouwen in jezelf.

K. «Het enige wat ik kan doen, is bepaalde situaties vermijden. Er zijn cafés waar vaak wordt gevochten: daar zullen ze me nooit meer zien. Dat lijkt me het beste. Ik weet hoe alles in een vingerknip uit de hand kan lopen.

»Ik hoop wel dat het zal beteren met de jaren. Dat ik, als we over tien jaar nog eens praten, kan zeggen: ‘Ik had ruzie met iemand, maar ik heb me omgedraaid en ben weggegaan.’ Nu is het nog te vroeg om dat te voorspellen. Ik ben nog volop mijn plek in de wereld aan het zoeken.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234