'Radio Gaga' in verblijfspark Meerlaer in Laakdal

Deze week keert de plooicaravan van ‘Radio Gaga’ terug naar haar vertrouwde biotoop en vatten Joris Hessels en Dominique Van Malder post tussen de caravans en de chalets, in het Kempische Laakdal, waar de vakantiesfeer het hele jaar rond blijft hangen.

Een krantenbericht uit 2012: ‘Zo’n tweehonderd bewoners van camping Kasteel Meerlaer in Vorst-Laakdal hebben van de campinguitbater bericht gekregen dat ze nog deze maand hun biezen moeten pakken. De camping is zonevreemd, permanente bewoning is er niet toegelaten.’ Maar vandaag staan de caravans en de chalets nog altijd naast het kasteel. Soms zijn het zelfs ware paleizen – verrassend ruim en met een pas getrimde haag – al staat er hier en daar ook een verroeste doos tussen, in een tuintje van onkruid. Tegenwoordig spreken de bewoners niet meer van een camping, maar van een verblijfspark – ze waren de negatieve bijklank van het woord beu. Er staan in elk geval minder tuinkabouters dan je zou denken, en de hondjes zijn klein. Al belet hun dat niet een naam als Rambo te torsen.

Volgens bewoner Tony is het hier niet meer wat het geweest is: ‘Vroeger lééfde het hier. Je had elke week feesten en activiteiten en een speeltuin voor de kinderen. Nu is er niks meer.’

Tony Lamote (43) «Toen woonde hier tweehonderd man; nu misschien nog tachtig. Wij zijn een uitstervend ras. Sinds de wet die wonen in recreatiegebied verbiedt, komt er niks nieuws meer bij. Maar ik ben er zeker van: als ze die wet morgen veranderen, dan staat het hier binnen de kortste keren weer vol.»

HUMO Wat maakt het, naast het permanente vakantiegevoel, zo interessant om in een verblijfspark te wonen?

Tony «Simpel: het is de beste manier om er financieel weer bovenop te raken. Wij betalen één keer per jaar stageld. Hoeveel, dat hangt af van de grootte van je stuk grond. Het mijne is redelijk groot, dus ik betaal rond de 1.500 euro per jaar. Wat kan je daar elders nog voor huren?

»Ik woon nu vier jaar in dit verblijfspark, maar twaalf jaar geleden heb ik hier ook een tijdje gewoond. Tot mijn ex-vrouw en ik aan kinderen begonnen: toen zijn we in een huis gaan wonen. Zo gaat dat: je komt naar hier omdat je het moeilijk hebt. En als het beter gaat, trek je naar een huis. Maar ik ben blij dat ik terug ben. Ik heb in een sociale woonwijk gewoond. Al die ambras, roddels en jaloezie. Hier heb je dat veel minder.»

Dan rijdt Monique (72) langs met de fiets. Tony stelt haar voor: ‘Monique is de enige hier met een stenen huis.’

'Mij krijgen ze niet in een appartement in de stad. Dan ga ik nog liever in een boomhut wonen'

HUMO Sta je dan een trapje hoger in de hiërarchie?

Monique (lacht) «Maar nee, gij. Mijn man Stan en ik hebben ons huis van drie verdiepingen verkocht om hier te komen wonen. We woonden in Antwerpen, maar zijn weggevlucht toen de wijk begon te verloederen. Dat is nu zeventien jaar geleden, Stan is intussen acht jaar dood. In die tijd mocht je hier nog bouwen. Ik heb alle vergunningen voor mijn huis – voor de grond betaal ik maandelijks huur. Maar toen al leefden we met de angst dat ze ons hier zouden buitengooien. Daardoor zijn al veel bewoners vertrokken.»

Tony «En veel van hen hebben nu dik spijt.»


Bijna een Frisco

Het is méér dan geld – of het tijdelijke gebrek eraan – dat deze bewoners bindt. Veel van de mensen hier dragen ook een levensverhaal mee dat niet zou misstaan in een roman of film. We lopen Carlo tegen het lijf, een breed lachende vijftiger die lijkt weggelopen uit een motorbende die Los Simpáticos zou kunnen heten...

Tony: ‘Dit is Carlo. Carlo was bijna een frisco.’ Pas als ik Carlo’s hand schud, merk ik dat zijn handdruk minder vol aanvoelt dan gewoonlijk.

Carlo «Een jaar of zeven geleden wilde ik een avontuurreisje maken in Lapland. Ik ben verdwaald op mijn sneeuwscooter en heb 24 uur buiten gezeten bij min 30 graden. Ze hebben me gevonden dankzij het signaal van mijn gsm. Tja, ik ben wat stukken kwijt (steekt z’n resterende vingers in de lucht). Maar ik leef nog.

»Ik ben naar dit verblijfspark gekomen voor mijn job: ik was klinkerlegger en mijn baas woonde hier in de buurt. Ik wil nog wel graag gaan werken, maar met deze handen gaat dat niet meer. Eén keer heeft de VDAB geprobeerd me weer aan het werk te krijgen. Wat dachten ze? Dat mijn vingers er wel weer zouden aangroeien? (lacht)»

'Ik heb een bizar leven achter de rug, maar ik spring en zing en dans nog altijd. Alleen met de dood van mijn zoon Kevin, drie jaar geleden, hebben ze me bijna klein gekregen.' Tony

Tony «Ik heb een bizar leven achter de rug, maar ik spring en zing en dans nog altijd. Alleen met de dood van mijn zoon Kevin, drie jaar geleden, hebben ze me bijna klein gekregen. Zes maanden voordien had ik gedroomd dat hij zou verongelukken. Ik heb het hem verteld, maar hij lachte het weg. En het wordt nog gekker: zes maanden ná zijn dood stond hij opeens naast mij. Ik zat aan de computer te piekeren: ‘Waarom? Waarom net mijn zoon?’ Toen stond hij daar plots, zoals jij nu naast me staat. Ik kreeg de daver op het lijf, maar hij stelde me gerust: ‘Pa, rustig. Ik kom je vertellen dat er hierboven iets is.’ Ik ben naar buiten gelopen. Toen ik binnenkwam, stond hij er nog: ‘Ik was op het verkeerde moment op de verkeerde plek, pa. Die vrachtwagenchauffeur kon er niets aan doen.’ Tien minuten is hij gebleven. Sindsdien voel ik af en toe zijn aanwezigheid en weet ik: hij is in orde.

»De dag dat Kevin stierf, was de zwaarste van mijn leven. Hij zou op zijn brommer naar de dokter gaan – hij was die dag ziek – terwijl ik zijn vrouw en hun pasgeboren zoontje naar hier bracht. Onderweg zagen we dat er een ongeluk was gebeurd. Mijn schoondochter zei: ‘Is dat niet de brommer van Kevin?’ Ik ben gestopt en ben gaan kijken. Ik zag inderdaad een witte Camino, maar er mankeerde niks aan en er stonden twee gasten bij. Ik dacht dat het hun brommer was. Hoeveel witte Camino’s zijn er niet? Ik ben teruggegaan en we zijn verder gereden. Aan de ingang stonden de flikken ons op te wachten. Ik ben er meteen naartoe gegaan: ‘Zijn jullie hier voor dat ongeluk? Zeg niet dat het Kevin is. Zeg z’n naam niet!’ Ze knikten alleen. Toen ben ik beginnen te brullen. Kevin was mijn god. We hadden samen in een caravan gewoond. Iedereen kende hem hier als een beleefde jongen.»

Carlo «Kevin was een goeie gast. Ze hebben hem veel te vroeg van je afgepakt.»


Dertien doden

Jan Sprangers Jan den Hollander noemen ze hem hier ook – is de recordhouder: met 33 jaar op de teller woont hij hier al het langst. Hij onderbreekt zijn bezigheden – hij zat net in z’n keukentje sigaretten te rollen uit een gigantische emmer tabak – voor een snelle rondleiding door zijn huis. Je vindt er alles wat een mens nodig heeft. Zelfs een zitbad. Jan: ‘Dit is nooit een caravan geweest, altijd een chalet. Na verloop van tijd heb ik er zelf een stukje aangebouwd.’

Jan Sprangers (66) «Ik ben hier beland door omstandigheden. Ik dronk veel, waardoor ik mijn huur niet kon betalen en elke huisbaas me aan de deur zette. Ik wist dat er een caravanneke te huur stond, dus ben ik naar hier gekomen. Ik heb er geen spijt van. Als ik hier ooit vertrek, dan is het tussen zes planken.

»Acht jaar lang heb ik elke dag zat rondgelopen, de klok rond, zeven dagen op zeven. Maar ik ging wel elke dag werken. Na het werk gooide ik mijn kabas in een hoek en ging ik pinten pakken. De volgende ochtend, als ik opstond om te vertrekken, was ik nog altijd zat. Een regelmatig leven, dat wel (lacht). Hier heb ik het drinken afgeleerd. Zomaar, zonder enige hulp. Ik zat op een zondagmiddag op het kasteel een kriek te drinken, toen ik het opeens beu was. Mijn glas was nog vol, maar ik moest het niet meer hebben: ‘Doe mij maar een water.’ Sindsdien heb ik niks meer aangeraakt, zelfs geen Mon Chéri. Ik wil nooit meer drinken. Zo’n verslaving kost handenvol geld en levert je niks op. Mijn cafébaas had wél een huis, hè (lacht).

»Nu ben ik versleten. Acht jaar lang zat rondlopen, dat laat z’n sporen na. Ik heb ook altijd in de bouw gewerkt. Op het eind was ik ijzervlechter: ik vlocht het ijzerwerk voor in de betonnen metrotunnels in Antwerpen. Dat ijzer was zo dik als een vuist en 14 meter lang. Dan ben je op je 58ste óp.»

'Vroeger hing iedereen meer aan elkaar. Toen ik mijn chalet aan het verbouwen was, stonden ze met zoveel te helpen dat ze in de weg liepen' Jan

HUMO De meeste mensen komen hier wonen omdat ze het niet breed hebben.

Jan «Voor de goeiekoop, ja. Ik betaal 1.200 euro per jaar. Daar komen alleen nog de elektriciteit en de stookkosten van de kachel bij. Maar je komt hier ook wonen voor het houvast. Als je je hier een beetje voegt, dan heb je geen problemen.

»Maar het is erg veranderd de laatste jaren. Vroeger hing iedereen meer aan elkaar. Toen ik mijn chalet aan het verbouwen was, moest ik de mensen soms wegsturen: op den duur stonden ze met zoveel te helpen dat ze in de weg liepen. Nu komen ze eens kijken, keuren ze de boel af en zijn ze weer weg. De mensen benijden elkaar meer, er is meer afgunst. Niet alleen hier, maar overal. De sfeer van vroeger is weg.»

HUMO Dat heeft misschien ook te maken met de onzekerheid die jullie boven het hoofd hangt.

Jan «Zeker. Moeten we weg, moeten we niet weg? Niemand die het weet. Mij moet je dat eens uitleggen: waarom mogen wij hier niet wonen? Ik vind dat stom. Je mag hier wel een weekend komen zitten, maar niet de hele tijd. Er zijn veel mensen die in een huis wonen en het slechter hebben dan ik. Ik vind mijn chalet hét van hét. Mij krijgen ze niet in een appartement in de stad. Dan ga ik nog liever in een boomhut wonen.

»Toen de problemen op hun hoogtepunt waren, zijn we zelfs in Brussel gaan betogen, met twee bussen vol bewoners. Marino Keulen was toen Vlaams minister van Huisvesting. Hij is ons komen bezoeken: hij zat precies op de plaats waar jij nu zit. Ik had een doos spekjes van den Aldi op tafel gezet en zo hebben we samen zitten snoepen. Een gezellige mens. Jammer dat hij ons probleem niet heeft kunnen oplossen. Er zijn jaren geweest dat we constant over die woonkwestie bezig waren. Een zwarte periode voor iedereen in het verblijfspark. Zeker toen Steve Stevaert al die vakantiehuizen tegen de grond begon te gooien. Nu praten we er niet meer over. Je kunt je niet blijven zorgen maken.»

Jenny komt erbij zitten. Ze is Jans vriendin en woont in een chalet helemaal achterin het terrein.

Jenny Peeters «In een appartement hoor je langs alle kanten buren praten of ruziemaken. Hier heb je tenminste rust. Je hebt het gevoel dat je in de vrije natuur leeft.»

Jan «De tijd is hier blijven stilstaan. Je hebt hier nog een beetje een dorpsmentaliteit. Zat je hier vijftien jaar geleden buiten, dan kwam iedereen langs voor een babbel. Nu gebeurt dat nog, maar minder. Pas op: we komen nooit bij elkaar binnen. Dat is een ongeschreven wet: ieder z’n privé, dat houdt de boel leefbaar.»

Jenny «Het vervelendste vind ik dat er nog altijd wordt neergekeken op de bewoners van een plek als deze. Ik heb eens in een restaurant gewerkt. Zodra de andere dienstertjes wisten dat ik hier woonde, lag ik bij hen in de onderste schuif. Op den duur lachte ik er zélf mee. Als ze me vroegen waar ik woonde, zei ik: ‘In een tentje.’»

Jan «Vroeger had je in de buurt een bakker: die weigerde je een brood te verkopen als je hier woonde. Nu is dat beter. Nu kijkt iedereen neer op de Roma.»

Jenny «Zijn wij een schuif naar boven opgeschoven (lacht).»

Jan «Ik heb hier ook al veel mensen weten sterven in die 33 jaar tijd. Dertien om precies te zijn. Daarvan heb ik er een paar zelf gevonden. Ik ben nogal handig in het openkrijgen van gesloten deuren, dus als één van de bewoners al een paar dagen vermist is, sturen ze mij erop af om te kijken of er iets aan de hand is. Jos heb ik zo dood op z’n bed gevonden. Van een andere buurman kwam zijn vrouw me in paniek halen, net toen ik zat te eten. Ik zei: ‘Wacht, eerst eten.’ Maar nee, daar wilde ze niet van horen. Haar man had zich in het tuinhuis opgesloten en de deur gebarricadeerd met planken. Ik heb de boel opengebroken. ‘Ja, hier hangt hij,’ zei ik. Daarna ben ik verder gaan eten.»

HUMO Doet dat je niks?

Jan «Veel mensen zijn bang van de dood. Ik niet. Het hoort bij het leven. Niet dat ik het niet erg vond voor de buurman, maar een gelukkig man hangt zich niet op.»


Lees meer over 'Radio Gaga' en bekijk filmpjes »

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234