'Radio Gaga': Maisa's gevecht met haar moeder, de drugs en het leven

Ook al gaat u met z’n allen luidkeels ‘Someone still loves you’ zingen onder hun balkon, Joris Hessels en Dominique Van Malder zijn onverbiddelijk: seizoen drie van ‘Radio Gaga’ wordt het allerlaatste. In de eerste aflevering – woensdag 13 september op Canvas – parkeert het duo zijn mobiele radiostudio op de met maïsvelden omzoomde parking van De Kiem, een therapeutisch centrum voor druggebruikers in het licht arcadische Gavere.

'Toen ik zwanger werd, ben ik onmiddellijk gestopt met drinken. Maar de joints kon ik niet laten'

Hessels en Van Malder krijgen er onder anderen Maisa voor hun microfoon, een jonge Antwerpse die vat probeert te krijgen op haar cannabisverslaving, en tussendoor ook in het reine probeert te komen met haar weinig opwekkende verleden.

Maisa «Ik ben geboren in Tunesië, maar toen ik een jaar oud was, is mijn moeder met mij en haar toenmalige vriend naar België verhuisd – mijn vader heb ik nooit gekend. Veel weet ik niet meer van die vroege jaren, hoogstens dat ik in de kleuterschool plakband op mijn mond kreeg omdat ik te luid tetterde, of dat ik tijdens de vakantie weleens meereed met de man van mijn mama, die vrachtwagenchauffeur was. Tijdens tankpauzes ging ik in die grote chauffeursstoel zitten, en ik sliep in het hok boven in de cabine: het voelde als vakantie (lacht). Verder heb ik vooral slechte herinneringen: ik was helemaal op mezelf aangewezen, mijn mama bekommerde zich nauwelijks om me. Ze strafte me ook voor het minste, en niet alleen met woorden: ze sloeg me vaak. Hoe meer ze me pijn deed, hoe meer streken ik uithaalde. Ik knipte haar lakens stuk, of ik ging uit stelen. We woonden naast een supermarkt, en ik weet nog hoe ik – ik moet een jaar of 5 zijn geweest – iets voor haar moest gaan kopen, en meteen iets voor mezelf meegriste zonder te betalen.»

HUMO Weet je nog wat precies?

Maisa «Chocolade! (lacht)

»Op een ochtend heb ik, na de zoveelste fikse ruzie met mijn moeder, huilend mijn stiefvader aangeklampt: ‘Je moet me helpen, ik kan niet meer.’ Hij had een goeie inborst, maar omdat hij zo vaak weg was, zag hij niet wat er thuis gebeurde. We zijn samen naar de politie gestapt, en ik heb mijn verhaal gedaan. Ze hebben mijn mama erbij gehaald, zij beloofde beterschap, en daarmee was de kous af. Twee weken later waren we terug bij af: roepen, tieren, slaan, noem maar op. Ze liet me vaak alleen thuis, ook ’s nachts. En als ze thuis was, dronk ze en gebruikte ze cocaïne. Ze was dan gewelddadig, en niet alleen tegenover mij. Ik was nog heel jong, maar ik schaamde me voor haar, omdat ik wíst dat normale mensen zich zo niet gedragen. Op mijn achtste heeft iemand van onze buren aan de alarmbel getrokken en ben ik in een opvangcentrum geplaatst, en daarna in een pleeggezin. Dat laatste was leuk: die mensen behandelden me als hun eigen dochter, we gingen op vakantie, en ik had eindelijk een stabiele thuis. Maar na anderhalf jaar moest ik definitief terug naar huis: wóést was ik op de mensen van de pleegzorg. Toen wist ik dat ik niemand kon vertrouwen: ik probeerde de mensen op afstand te houden.»

Ook Maisa’s tienerjaren blijven turbulent: ze struikelt van het ene opvangcentrum in het andere, tussendoor trotseert ze thuis de stormbuien van haar moeder. Om de miserie de baas te kunnen, grijpt ze naar de fles.

Maisa «Ik dronk alles wat ik maar in handen kreeg: bier, martini, wijn. Op school volgde ik de richting restaurant en keuken, en tijdens oefenevenementen moesten we wijn schenken – ik heb daar vaak dronken gestaan, en ik sloeg ook elke keer een fles wijn scheef. Ik had oudere vrienden en vriendinnen, en ik ging vaak lopen: ik herinner me dat ik eens twee dagen en nachten op de dool ben geweest. Alles beter dan thuis te moeten zitten.

'Maisa: 'Ik geef mezelf één kans op de tien om te slagen en clean te blijven: liever zo dan mezelf voor te liegen dat ik het wel zal aankunnen.'

»Van drugs had ik aanvankelijk een afkeer: daar had mijn mama wel voor gezorgd, met haar gedrag. Pas toen ik op mijn 18de naar een zoveelste jongerenopvangcentrum verhuisde, waar we zogezegd half begeleid woonden, ben ik beginnen te gebruiken: niet fervent, ik rookte gewoon af en toe wat wiet, of ik probeerde speed.»

Samen met de foute vriendjes doen ook nieuwe drugs hun intrede – cannabis en xtc vooral . Terwijl Maisa van opvangtehuis naar crisiscentrum fladdert, komt plots het besef dat ze verslaafd is.

Maisa «Ik heb met van alles geëxperimenteerd. Ik maakte mezelf wijs dat ik van joints rustiger werd. Ik voelde dat cannabis me in zijn macht had, maar het besef is pas écht ingeslagen toen ik zwanger raakte. Ik wist dat ik met mijn huidige leven geen kind op de wereld kon zetten. Ik had schulden en werd achtervolgd door deurwaarders. De vader van mijn ongeboren kind was verslaafd en sloeg me. Eerst dacht ik nog aan abortus, later aan adoptie, maar toen ik mijn kindje voelde bewegen in mijn buik, wist ik: hier moet ik voor gaan. Ik ben direct gestopt met drinken, maar de joints kon ik niet laten.

»Na de geboorte van mijn dochter hoorde ik via een vriendin over een afkickcentrum waar ouders terechtkonden: ik heb me meteen aangemeld. De eerste weken waren ongelofelijk zwaar. Toen ik er afzwaaide, was ik ervan overtuigd dat het me ging lukken om clean te blijven, maar toen mijn mama een maand later overleed, ben ik hervallen. Daar schaamde ik me vreselijk over: ik dacht dat ik het zou kunnen, maar het lukte me niet.»

HUMO Had je nog contact met je moeder voor ze overleed?

Maisa «Nee. Ik had er gewoon geen zin meer in, en daarom had ik haar nummer geblokkeerd. Ik was ook verhuisd zonder dat iemand wist naar waar. Daar heb ik nu ongelofelijk veel spijt van: ik dacht dat haar dood me niet zou raken, maar het deed ongelofelijk veel pijn. Ze had borstkanker gekregen, en ze heeft zelf haar begrafenis geregeld. In de laatste weken is ze nog alleen naar Tunesië teruggekeerd – ze is op de terugweg overleden. Ik heb het nieuws ’s anderendaags te horen gekregen van de imam van de moskee in Berchem: het voelde als een klap in mijn gezicht, ik heb de telefoon direct neergelegd en ben ingestort.»

HUMO De moskee, zei je. Waren jullie dan gelovig?

Maisa «Mijn mama was er op sommige momenten wel mee bezig, maar ze heeft dat nooit aan mij doorgegeven. Haar begrafenis was voor mij een ware cultuurshock: ze vond plaats in de moskee, en daar moest ik een hoofddoek dragen, wat ik nooit eerder gedaan had. Toen ik mijn mama heel alleen in die kist zag liggen, sloeg de twijfel toe: waar is ze nu naartoe, met haar stem en haar ziel en haar alles? Ik voelde me compleet verloren. Ik ben dan in de Koran beginnen te lezen. Ik was er altijd van uitgegaan dat het geloof mijn ding niet was, maar na mijn moeders dood bleek het een geweldige houvast. ’t Was alsof ik plots een plek had waar ik met mijn verdriet terechtkon, en kon nadenken over hoe het leven in elkaar zit.»

HUMO Je zit nu een jaar in De Kiem. Hoe ziet de toekomst eruit?

Maisa «Binnen anderhalve maand ga ik terug begeleid wonen bij het ADIC (vzw Antwerps Drug Interventie Centrum, red.), en in februari ga ik opnieuw studeren, in het tweedekansonderwijs. Ik zou graag in de jeugdzorg gaan werken, liefst nog met verslaafde jongeren: daar weet ik namelijk één en ander over (lacht). Ik ben natuurlijk bang, want ik weet helemaal niet of ik wel clean ga kunnen blijven. Ik geef mezelf één kans op de tien om te slagen: liever zo dan mezelf voor te liegen dat ik het wel zal aankunnen, want als het dan toch foutloopt, val je héél diep.»

HUMO Tot slot: welk liedje heb je aangevraagd in ‘Radio Gaga’?

Maisa «‘Not Afraid’ van Eminem: het eerste nummer dat hij uitbracht toen hij zelf was afgekickt. Toen ik jaren geleden besefte dat ik in mijn leven een bocht van 180 graden moest maken, heb ik het vaak opgezet. De boodschap is simpel: niet bang zijn, gewoon in het diepe springen. En als het niet meteen lukt: nog eens springen.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234