Radio Gaga: Vrolijke fransen in Le Mesnil'Het leven hier verschilt niet veel van dat in een doorsnee Afrikaans dorp'

Alweer rijden we de jaren 70-caravan van ‘Radio Gaga’ achterna. Dit keer gaan ze plaatjes draaien over de taalgrens. Vér over de taalgrens: Le Mesnil, het kleinste dorp van Wallonië.

We bereiken het onooglijk kleine gehucht – een handvol straten die uitwaaieren rond een kerktoren, meer is het niet – door een kronkelige tunnel van groen gebladerte. De tocht doet denken aan ‘Ne me quitte pas’, de documentaire die Sabine Lubbe Bakker en Niels van Koevorden hier in 2013 kwamen filmen en die Canvas een paar zondagen geleden uitzond. De film volgt Bob en Marcel, twee bewoners uit de streek, broederlijk verenigd door hun liefde voor alcohol en hun in diezelfde alcohol gemarineerde plan om er samen een einde aan te maken, gesteld dat het leven ooit écht op zou zijn. Het is aandoenlijk Marcel strijd te zien leveren met de drank – Bob heeft zich grotendeels gewonnen gegeven. Hij laat zich vol goede moed opnemen in het ziekenhuis, om niet veel later te moeten toegeven dat hij toch weer aan het bier heeft gezeten. Op het einde van de film zien we een zatte Marcel door deze bossen naar huis tuffen – het wegdek zit verstopt onder een sneeuwtapijt. Wijdbeens zit hij op zijn brommer: een geïmproviseerde sneeuwscooter waarvan de koplamp van links naar rechts zwalpt. In jaren niet meer een film zo mooi zien eindigen. Het is dus niet verwonderlijk dat ‘Radio Gaga’ hier z’n radio-antenne neerpoot.

Vandaag ontmoeten we die andere héros van de film, Bob. Ondanks het vroege uur vinden we hem om de hoek van het kerkplein waar de mannen van Gaga radio zitten te maken, bij Memene. Memene runt in Le Mesnil het enige café en baat tevens het aanpalende winkeltje uit. ‘Aanpalend’ mag je hier gerust letterlijk nemen: kom je de voordeur binnen en sla je rechtsaf, dan sta je in een winkel zoals die er in de Far West moeten hebben uitgezien. Er staan hoge houten rekken met een selecte verzameling koopwaar. Drie verschillende merken toiletpapier moet een mens hier niet verwachten. Sla je linksaf, dan sta je in een al even authentieke herberg, met alleen een houten toog en een paar tafeltjes. Telkens als iemand één van beide etablissementen betreedt, komt Memene uit haar achterliggende woonkamer gesloft. Sinds ‘Ne me quitte pas’ weten we dat Bobs drink of choice bruine rum is, maar op dit vroege uur laaft hij zijn dorst met een Chimay Rood, met veel zorg uitgeschonken door Memene. Bob draagt een soort boswachterstenue: een bruine fedora versierd met vers geplukte wilde bloemen, handschoenen met afgeknipte vingertoppen en stompje sigaar tussen de vingers. Had Le Mesnil een burgemeester, dan heette hij ongetwijfeld Bob. En toch is hij maar een inwijkeling in dit dorp.

Bob Spaenhoven «Ik ben eigenlijk Brusselaar, 71 jaar geleden geboren in Evere. Ik ben een man van twaalf stielen, dertien ongelukken: ik ben opvoeder geweest in jeugdhuis De Schakel, vakbondssecretaris, leraar zedenleer, zelfs messenmaker. Telkens als ik mijn kas ergens van vol had, ging ik op zoek naar iets anders. Ik heb zelfs les gegeven in Kisangani – zo ben ik ontsnapt aan mijn legerdienst. Na veel omzwervingen ben ik 22 jaar geleden in dit dorp terechtgekomen.

»Intussen staat de teller op 145 inwoners, maar da’s niks in vergelijking met net na de Tweede Wereldoorlog: toen woonde hier nog 400 man. Nadien is het eterniet er gekomen, en dat bleek grote concurrentie voor de schalie die hier in de buurt werd ontgonnen. Daarmee is de grote uitstroom begonnen. In de jaren 50 bleven er nog 25 inwoners over.»

HUMO Wie woont hier vandaag?

Bob «Veel van de bewoners zijn er pas de laatste 25 jaar bij gekomen. Een hoop van hen zijn hier beland omdat ze de quart-monde van Charleroi zijn ontvlucht. Charleroi is een moeilijke stad: veel drank, veel drugs. De Carolo’s worden hier goed getolereerd, maar ze behoren niet echt tot de kern van het dorp.»

'Sommigen denken misschien: 'Wat een achterlijk boerendorp.' Maar ze zijn hier progressiever dan in de stad. Le Mesnil telt vier homokoppels: niemand die één slecht woord over hen zegt.'

HUMO Drank en drugs: het zou naïef zijn te denken dat je die in een dorp niet vindt.

Bob «Jawel. Op zaterdag aperitieven ze hier van elf uur ’s ochtends tot vijf uur ’s avonds. Da’s ook een verslaving, alleen zien ze dat niet zo. Bij Memene drink ik altijd een Chimayke, maar verder hou ik het bij mijn halve liter rum per dag. Dat doe ik al dertig jaar – het geeft me zelfs geen roes meer. Onlangs ben ik nog bij de dokter geweest voor een bloedonderzoek. ‘Doe zo voort,’ zei hij, ‘en je leeft nog zeker tien jaar zonder problemen.’ Dat noem ik pas een goeie dokter (lacht).

»Over cannabis roken doen de jongeren van het dorp niet geheimzinnig. Ik heb zelf een paar planten in mijn hof staan en die deel ik uit. Liever dát dan dat ze er dealers in Charleroi voor betalen. Voor zwaarder spul hoeven ze bij mij niet te komen aankloppen: van die chemische rotzooi moet ik niet weten. In de jaren 70 heb ik in De Schakel genoeg jongeren zien slecht gaan op lsd: ik hield ze in mijn armen tot hun paniekaanval voorbij was. Puur vergif is dat.

»Zelf rook ik geen cannabis – hooguit trek ik eens aan een jointje. Ik maak er liever hennepolie van. Dat doet wonderen tegen prostaat- en huidkanker. Ik heb mijn buurman z’n rug met hennepolie behandeld tegen een beginnend melanoom en daar zie je nu niks meer van. Dus heb ik me voorgenomen voortaan een lepeltje van die olie op m’n slaatjes te doen, voor een goeie oude dag.»


Hemel en aarde

Iets verderop in de straat heb je het dorpsschooltje, dat hoop en al vijftien leerlingen telt. De zes leerjaren zitten er door elkaar. ‘Heel efficiënt,’ noemt Bob het. ‘Als ze 12 zijn, hebben de kinderen alles al zes keer gehoord.’

HUMO Voor jongeren moet het hier toch een saaie boel zijn.

Bob «Ze weten zich bezig te houden: ze zitten bij elkaar, maken muziek, roken jointjes. Ze durven ook weleens iets uit te spoken. Op een nacht hebben ze de sleutel van mijn auto gepikt en zijn ze gaan joyriden, knal tegen de grote bloempot van mijn buurman. Ze hebben toen ook de vijf cannabisplanten die op de eerste verdieping hingen te drogen, gestolen. Maar dat was allemaal niet slecht bedoeld. Ze hadden gewoon gedronken en hadden zin in een feestje. Nadien heb ik ze wel de les gespeld: ‘Da’s de laatste keer dat jullie zulke bêtises uithalen, hè.’

»Het klopt wel dat de jongeren op een bepaald moment wegtrekken. Dan willen ze naar een plek waar ze naar de cinema kunnen en daarna nog een pizza gaan eten. Maar ze komen terug. Allemaal.»

HUMO Wat maakt Le Mesnil zo speciaal?

Bob «De traditie van strijdbaarheid. Je had hier naast de schalie ook de houthakkers, de ijzergieters en de boeren. Stuk voor stuk strijdvaardige beroepen, en dat gevoel leeft hier nog. Om maar te zeggen: het extreemlinkse PTB-go, de Waalse evenknie van de PVDA, haalt hier in de streek 9,5 procent van de stemmen. Sommigen denken misschien: ‘Wat een achterlijk boerendorp.’ Maar ze zijn hier progressiever dan in de stad. Het dorp telt vier homoseksuele koppels. Niemand die één slecht woord over hen zegt. Echt waar, de mensen hebben een totaal verkeerd beeld van het dorpsleven.»

HUMO Had jij daar ook last van toen je hier kwam wonen?

Bob «Dat valt mee: ik was Afrika gewoon. Het leven hier verschilt niet veel van dat in een doorsnee Afrikaans dorp.

»Een groot voordeel is dat je op een plek als deze in contact staat met de aarde – zoals wanneer ik champignons ga plukken – én met de hemel. Zo’n 100 meter voorbij mijn huis stopt de straatverlichting. Ga je wandelen op een wolkeloze nacht, dan strekt zich een fenomenale sterrenhemel boven je uit. In een stad heb je alleen beton en kunstlicht. Ik ben geen expert, maar volgens mij moet je daar de oorzaak zoeken van al dat geweld onder stadsjongeren. Hier leef je in harmonie met de natuur en met elkaar.»

HUMO Ben je door het isolement niet gewoon gedoemd tot nauwer samenleven?

Bob «Ik heb zes jaar lang op het Lemmensplein in Anderlecht gewerkt – ik renoveerde er huizen. Op een bepaald moment ben ik op de werf door een dak gevallen en heb ik mijn been gebroken. Mijn been zat tot aan mijn lies in het gips. Vier maanden lang zat ik hier thuis en kon ik me niet bewegen, maar elke dag kwam een buurvrouw me eten brengen en het huis opruimen. Jean, de zoon van Memene, heeft toen zelfs mijn auto omgebouwd, zodat ik mijn been niet nodig had om te schakelen.»

'Ze zijn hier nog erg katholiek, maar ze combineren het met communisme en anarchisme. Ze eten van twee walletjes'

HUMO Werd je meteen zo hartelijk opgenomen in de dorpsgemeenschap?

Bob «In het begin was ik nog le Bruxellois. Na mijn job op het Lemmensplein heb ik voor een groothandelaar in bloemen gewerkt. Twee of drie keer per week leverde ik bloemen in Luik, Brussel en Antwerpen. Telkens ging ik de oude boeketten vervangen door nieuwe, maar in plaats van ze weg te gooien, bracht ik ze mee naar hier en schonk ik ze weg. Toen was ik op slag populair (lacht). Sindsdien kent iedereen me als Bob le Fleuriste.

»Mijn andere moment de gloire was toen er plannen waren om aan de rand van het dorp een industriële varkensboerderij neer te poten. De stank, de geluidsoverlast, de watervervuiling, de vrachtwagens die af en aan zouden rijden: niemand zag dat zitten. We zijn toen in actie gekomen. Je had al verschillende comités in het dorp: het feestcomité, het visserscomité, het kerkcomité, de kaartersclub. Ik fungeerde zowat als tussenpersoon tussen al die comités en coördineerde onze acties. We zijn zelfs met 350 man gaan betogen aan het stadhuis van Viroinval en hebben 5.000 handtekeningen verzameld. Het is ons gelukt: de varkensboerderij is er nooit gekomen. Als je dat samen achter de rug hebt, dan ben je geen Brusselaar meer.»


La koffietafel

Bob «Iedereen vraagt me nu of ik mezelf als Waal beschouw. ‘Nee,’ zeg ik dan, ‘ik voel me Ardenner.’ Wat is een Waal? Da’s een vaag begrip. De Walen van Doornik verstaan het Waals van hier niet. Ardenner zijn is duidelijk: dat zijn de gastvrije, maar ook koppige en eigenzinnige mensen uit deze streek.

»Wat ze na dat debacle met die varkensboerderij wél in deze streek hebben neergepoot, is het asielcentrum – intussen al zestien jaar geleden. Toen ze dat aankondigden, kwamen de mensen me vragen: ‘Bob, jij hebt een stokje voor die varkensboerderij gestoken. Kun je dat asielcentrum ook niet tegenhouden?’ ‘Maar nee,’ zei ik dan, ‘ik ga daar solliciteren!’ (lacht een tandeloze klaterlach) Ze hebben me niet aangenomen – ik was te oud – maar het heeft niet lang geduurd voor de bewoners dat centrum in hun hart sloten. De pastoor van het dorp, Jules, is een zwarte Afrikaan. En ze kunnnen moeilijk vóór hun pastoor zijn en tégen de zwarte asielzoekers.»

'Over cannabis roken doen de jongeren hier niet geheimzinnig. Ik heb zelf een paar planten in mijn hof staan en die deel ik uit'


HUMO Van inwijkeling heb je het tot mentor van het dorp geschopt.

Bob «Ik ben iemand die luistert en nooit oordeelt – iederéén begaat stommiteiten. Ik weet uit eigen ondervinding dat een mens z’n spul ergens kwijt moet. Anders ga je eraan kapot. Toen mijn moeder alzheimer kreeg, ging ik haar één keer om de zes maanden bezoeken. Op een dag vroeg ik haar waarom ze me als 10-jarig jongetje naar het internaat in Koekelberg had gestuurd, terwijl mijn drie zussen thuis mochten blijven. Mijn hele leven had ik dat als een straf gezien, als een teken dat ik niet geliefd was. ‘Maar ik deed dat om goed te doen,’ zei mijn moeder. ‘Jij moest een diploma halen, terwijl je zussen gewoon met een goeie vent moesten trouwen.’ Het was alsof er na al die jaren een steen van mijn hart werd gelicht.»

HUMO Zijn ze hier nog erg katholiek?

Bob «Dat wel, ja. Maar ze weten het te combineren met hun communisme en hun anarchisme. Ze eten van twee walletjes, ja. Zelf ben ik zo goddeloos als de pest, ook al heb ik godsdienstwetenschappen gestudeerd. Twee maanden geleden heb ik met pastoor Jules afspraken gemaakt over mijn begrafenis – ik wil geen religieuze dienst, maar wel een ceremonie in de kerk. Sterft hier iemand, dan komt het hele dorp naar de begrafenis. Daarna gaan ze met z’n allen naar de feestzaal voor de koffietafel. Zo zeggen ze dat hier ook: ‘Tu viens à la koffietafel?’ Doorgaans beginnen ze daar na een kwartier al over de overledene te roddelen. Ik ben van plan om op dat moment een film te voorzien, waarin ikzelf, over de dood heen, mijn mening geef over alle aanwezigen: ‘Awel, en gij...’ (verkneukelt zich nu al) Dat ben ik nu volop aan het voorbereiden, samen met Sabine en Niels van de documentaire.»

HUMO Ben je trots op ‘Ne me quitte pas’?

Bob «Ik was vooral geïnteresseerd in de reacties. De film heeft intussen de hele wereld afgereisd: Toronto, Zwitserland, Australië, Marokko. Ik hoor dat iedereen ’m vooral herkenbaar vindt. Wie is er nooit aan de drank geweest? Wie is er nooit depressief geweest? Wie heeft er nooit aan zelfmoord gedacht? De gebroeders Dardenne maken prachtige films, maar daarin zeggen acteurs een script op. Onze film is uit het leven gegrepen.»

HUMO Heeft Marcel de drank intussen weten af te zweren?

Bob «Hij drinkt nog vier, vijf pintjes per dag. Da’s redelijk, hè.

»Eigenlijk wilden Sabine en Niels een film maken over het einde van België, een idee dat ze hadden opgevat tijdens die vijfhonderd dagen dat dit land zonder regering zat. Ze wilden een Franstalige – Marcel – en een Nederlandstalige – moi – in een klein dorp filmen en zo aantonen hoe verweven die twee landsdelen toch zijn. Maar toen begon Marcel over zijn zelfmoordplan te praten. Ik zei: ‘Dat doe je niet zomaar, Marcel. Je moet dat met een afscheidsritueel doen. Ik heb een boom in het bos: als ik er ooit een eind aan maak, zal het onder die boom zijn.’ Waarop Marcel zei: ‘Ik doe mee!’ Samen met Niels en Sabine zijn we op zoek gegaan naar mijn boom. Bleek toch wel dat ze die net hadden omgehakt! Op dat ogenblik wisten Sabine en Niels: ‘We laten het einde van België voor wat het is en maken een verhaal over Bob en Marcel.’ Allee, voor mij gaat de film nog altijd over het einde. Le Mesnil ís het einde.»

HUMO Jij gaat hier nooit meer weg?

Bob «Ik heb even met het idee gespeeld om met een container naar Mali te reizen. Ik zou die voor de helft volstoppen met boeken; voor de andere helft met sigaren en met rum. In Mali zou ik dan een dak op die container zetten en erin gaan wonen. Ik zag het wel zitten om daar mijn laatste jaren te slijten, als God in Frankrijk. Ach, hier is het ook goed.»


Alles over 'Radio Gaga'

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234