Rag'n'Bone Man in AB

Winnaar van de prestigieuze Critics’ Choice-prijs op de Brit Awards, tweede in de BBC Sound of 2017-poll (op één stond Ray BLK) én een debuut dat sneller verkoopt dan dat van Ed Sheeran: de door de zwarte straatjes van Brighton geknede Rag’n’Bone Man is momenteel hét snoepje van het Britse muziekjournaille. De reden daarvoor? Eén die u kan meezingen: ‘I’m only human after all.’

Met die Britten moet je uitkijken, natuurlijk. Het is nog niet zolang geleden dat ze met uitgestreken gezicht Royal Blood probeerden te slijten als authentieke bluesrock, en wij zijn ook Bastille nog altijdniet vergeten. Maar Rag’n’Bone Man heeft de juiste credentials: de inmiddels 32-jarige Rory Graham vond zijn eerste liefde in hiphop, bricoleerde tijdens zijn weinig academische schooljaren drum-‘n-basstapes in elkaar en kluste bij als MC op een piratenradio. Daarna timmerde hij zich richting breed publiek met een stel ep’s die ook gospel en soul aansneden – eentje ervan werd deels opgenomen op zijn toilet – om dán pas bij ‘Human’ te eindigen. Hij leerde zingen door te luisteren naar John Lee Hooker en B.B. King.

Veel artiesten die als een komeet omhoog schieten, staan op podium met een attitude van ‘o jee, hoe ben ík hier nu geraakt?’ Niet Rag’n’Bone Man. Het eerste nummer dat hij bovenhaalde in de AB was een voortreffelijk ‘St. James’ en werd begeleid met één gitaar. Zijn grote troef is nu eenmaal zijn stem, en die had live nog net dat tikje meer oomph dan op de radio: hij zag er zo wit en zo Brits uit als maar kan – zélfs met die Amerikaanse gouden ketting rond z’n stierennek – maar toch heeft hij de kleur van CeeLo Green in zijn keel zitten. Of van Al Green, in zijn stoutste dromen.

De beste momenten waren alleszins die waarin z’n Fameuze Stem een single spotlight kreeg aangemeten, zoals in ‘St. James’. Zie ook: ‘Skin’, een simpele powerballad op piano en allicht zijn beste song na ‘Human’. Een nummer ook dat een Mariah Carey-achtige acrobatie vereist, maar dat hij wist te brengen zonder één keer van zijn toonladder te sukkelen en zonder één keer showy uit te halen. Nog ietsje beter: de uitgebeende bluestrack ‘Die Easy’, volledig a capella. Beetje pech dat dat nummer een herwerking is van een traditional (‘In My Time of Dying’) die in 1962 al de onsterfelijkheid werd ingespeeld door ene Bob Dylan, maar goed: het spreekt in Rory’s voordeel dat we daar pas aan dachten nádat de song gedaan was.

Nog leuke flarden: het mantra ‘I can’t let her go’ uit ‘Life in Her Yet’ – een ode aan zijn grootmoeder – kreeg in de AB opeens een aandoenlijke, bijna religieuze inslag. In‘As You Are’ was tedere, bijna sexy gospelsoul te horen en in ‘Ego’ het enige bewijs van Rory’s hiphopverleden. (Ooit werkte hij nog samen met Vince Staples.) ‘Guilty’ was dan weer de leukste verrassing: een op moody soundscapes en laidbacke vibes surfende sleper die eindigde met een griezelig vervormde stem. ‘Goodbye, my darling’, ‘Goobye, my darling’, opnieuw en opnieuw. Zo kwam Rory opeens vervaarlijk dicht in de buurt van de duistere, lugubere sfeer van de murder ballads en bluesmythes waar hij zo graag zijn inspiratie gaat halen. Het klonk zó, maar tegelijk ook nieuw.

Dan het addertje: de andere nummers hadden die donkerte níét in zich, en kabbelden een eind weg – ze misten eigenheid, karakter en vooral geváár. ‘Odetta’ (een ode aan de dochter van een vriend, niet aan de fantastische blueszangeres) was flauwe gospel, ‘Your Way or the Rope’ (geschreven samen met Jamie Lidell) slappe funk en hoe minder gezegd over de murder ballad ‘Lay My Body Down’ (geschreven met Dan Smith van Bastille) hoe beter. Aan B-side ‘The Fire’ hoorde je heel goed waaróm het een B-side is, en ‘Wolves’ en ‘Fade to Nothing’ zijn we eerlijk gezegd alweer vergeten. Rory neigt vaak naar de duisternis in de mens – ook over Patrick Süskinds ‘Het parfum’ schreef hij een song – maar hij durft nog niet voldoende om met de kop vooruit in die inktzwarte poel te duiken.

Misschien staan er wel te veel mannen in maatpak aan zijn zijde die hem toefluisteren: ‘Zou je niet beter…?’ Om hem dan zachtjes richting weerhaakjesloze radiopop te gidsen. Hoe het ook zij: een man die ‘soul’ en ‘funk’ op zijn knokels heeft laten tatoeëren, mag gerust wat vaker kiezen voor rauwheid en avontuur. Als hij dat doet, zijn wij er volgende keer weer. (vvp)


Het publiek

Was terecht onder de indruk van ’s mans stem, en kon zelfs teksten meezingen die níét ‘I’m only human after all’ waren.


De quote

‘Heeft iemand hier de plaat gekocht? Dat moet wel, want mijn moeder kan toch niet de enige zijn geweest.’ Nee, of het moet zijn dat mum op één week tijd 117.000 stuks uit de rekken heeft gegrist.


Het moment

Toen ‘Human’ eindelijk werd ingezet, kon je elektroden horen knetteren en begonnen atomen te flikkeren als discoballen. Het is het ene nummer van Rag’n’Bone Man – nog geen onehitwonder, maar hij moet wel oppassen – waarbij alle sterren op één rij staan en het bewijs: als het nummer top is, dan hij ook.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234