Ramptoerisme (1): op citytrip naar het Berlijn van na de aanslagen

Humo trekt deze zomer naar Europese steden die de voorbije jaren door de terreur van IS zijn getroffen. Hoe hebben ze hun wonden gelikt? Hoe gaan ze om met het verlies? Hoe kijken ze terug op de gebeurtenissen?

'Anis Amri heeft zich vergist. Dit was de slechtste plaats die hij maar kon kiezen'

Elke ochtend legt Martin Germer (61) hetzelfde traject af. Hij verlaat de metro aan halte Kurfürstendamm en steekt de straat over naar zijn geliefde Kaiser-Wilhelm-Gedächtniskirche. Links kan hij via de hoofdingang van de neoromaanse kerk en de houten wenteltrap naar zijn bureau, maar de dominee houdt eraan om de dag te beginnen met een moment van bezinning aan de gedenkplaats van de slachtoffers van 19 december 2016. De bloemstukken, waxinekaarsen en lantaarns vormen een indrukwekkende cirkel op de belendende Breitscheidplatz. Germer zet een omgewaaid steunschrift recht en haalt enkele opgebrande kaarsen weg. Wat hij ’s ochtends verwijdert, is tegen de middag alweer aangevuld door de gestage stoet van bezoekers.

Germer is door zijn optredens in de nationale media geen anoniem figuur meer. Pelgrims drukken hem de hand en slaan een praatje. Er worden kruistekens geslagen en er wordt in verschillende talen gebeden. Acht maanden na de feiten zijn de wonden allesbehalve geheeld.

Martin Germer «Die avond was ik zelf niet aanwezig op de kerstmarkt, maar zat ik vlakbij met een biertje enkele parochiezaken te bespreken. Plots kreeg ik telefoon van de persverantwoordelijke van onze kerk. Hij klonk overstuur en zei iets over een incident met een vrachtwagen. Ik dacht onmiddellijk aan de aanslag in Nice, een half jaar tevoren. Het was al eerder door mijn gedachten gegaan dat zoiets ook bij ons mogelijk was, maar tegelijk hou je er nooit echt rekening mee. Toen ik op het plein kwam, werd ik tegengehouden door de politie, die de buurt meteen had afgezet. Ook de brandweer en de andere hulpdiensten waren snel ter plaatse.

»In Duitsland hebben we een Notfallseelsorge, een organisatie van christelijke priesters en vrijwilligers die getraind zijn om in crisissituaties ter plaatse psychologische hulp te bieden. Alle hulpverleners handelden op automatische piloot. Eerst het werk, de emoties kwamen pas achteraf. Bij mij ook. Ik probeerde vooral mensen op te vangen en te troosten. Marktkramers, vrienden en kennissen uit de parochie liepen als bezeten heen en weer, of zaten met hun rug tegen een muur wezenloos voor zich uit te kijken. Ze probeerden me te vertellen wat er gebeurd was met de marktgangers, de kinderen en de klanten die ze net nog een hapje of een drankje hadden verkocht. Zo was één van hen juist in zijn kraam gestapt om zijn handen te wassen toen die vrachtwagen eraan kwam. De twee klanten die hij net nog een glas glühwein had aangeboden, waren er niet meer. Iemand anders probeerde zijn vriendin nog tevergeefs bij de hand weg te trekken. Een marktkramer vertelde me onlangs dat hij nog altijd elke nacht badend in het zweet wakker schrikt.»

Martin Germer heeft het maanden later nog altijd moeilijk. Tijdens zijn poging om die fatale nacht te reconstrueren neemt hij herhaaldelijk zijn bril af om met de rug van zijn hand zijn tranen weg te vegen. ‘Het spijt me,’ zegt hij. ‘Als ik erover praat, dan komen al die vreselijke beelden terug.’

'Omdat Anis Amri alcohol en drugs gebruikte, beschouwde de politie hem niet als een echte moslim, en dus ook niet als een potentiële terrorist'

In de kerstperiode telt Berlijn 26 kerstmarkten. De vraag was dan ook wat er in de nasleep van de aanslag diende te gebeuren: doorgaan of sluiten?

Germer «Onze kerstmarkt is drie dagen later opnieuw opgebouwd. Ik vond dat een goed idee. We mogen onze levensstijl niet veranderen onder druk van de extremistische visie van een minderheid. Al was de sfeer natuurlijk anders. Het volk was minder talrijk aanwezig en er speelde geen muziek. De marktkramers zeiden zelf dat ze niet konden doen alsof er niets gebeurd was. Sommigen bleven liever thuis, maar tegelijk beschouwden ze het als hun plicht om daar te zijn. Ze wilden hun respect betuigen aan de doden en gewonden.»


De holle kies

We mengen ons tussen bezoekers die naar de gipsen engelen, foto’s en tekeningen staren. Sommige kaarsen tonen foto, naam en nationaliteit van slachtoffers, op een kartonnen bord schreeuwt iemand in rode verf zijn onmacht uit: ‘Warum?’

Iemand wijst met zijn vinger de route van de moordenaar na. Hij kwam vanuit het oosten, achter het stuur van de gestolen Scania van de Poolse vrachtwagenchauffeur Lukasz Urban, die toen vermoedelijk al levenloos op de vloer van de cabine lag. Amri reed via de Hardenbergstrasse de Breitscheidplatz op, beukte zich een weg door de 170 ambachts- en versnaperingskramen, en kwam uiteindelijk terug op de openbare weg tot stilstand. Uit de verbrijzelde voorruit, zo toonden de foto’s achteraf, stak een geknakte kerstboom. De dader liep nog dagenlang op vrije voeten, tot hij na een reis via Nederland, België en Frankrijk in een voorstad van Milaan door de politie werd neergeschoten.

De stad Berlijn denkt eraan om voor de slachtoffers een gedenkteken op te richten, al vinden sommigen dat niet nodig aangezien de Kaiser-Wilhelm-Gedächtniskirche zélf een herdenkingsmonument is. Het is een curieus gebouw. Der hohle Zahn – ‘de holle kies’, naar de gapende krater in de toren – is een fremdkörper tussen het trendy winkelcentrum Bikini Berlin, het statige Waldorf Astoria en de etalages langs de Kurfürstendamm. De door een bombardement van de geallieerden in 1943 verwoeste toren staat er als symbool van vrede en verbroedering.

Germer «Na de aanslag las ik online een commentaar van een jongeman, gericht aan de moordenaar. ‘Je hebt je vergist,’ schreef hij. ‘Dit was de slechtste plaats die je maar kon uitkiezen.’ De kerk symboliseert een stad die al veel verdriet, geweld en oorlog heeft meegemaakt. Dit drama maakt vanaf nu deel uit van onze geschiedenis, maar we mogen ons er niet door laten verlammen.

»Zelf heb ik me nadien nooit echt angstig gevoeld. Ik ga daar nogal methodisch mee om: statistisch gezien heb ik nog altijd meer kans om te sterven in het verkeer dan door een terroristische aanslag. Maar ik ken genoeg mensen die het nog altijd niet aandurven om deze plaats te bezoeken. Mijn vrouw (in de protestantse kerk mogen dominees trouwen, red.) is hier niet meer geweest. Enkele weken geleden organiseerden we voor het eerst een ontmoeting tussen de gewonden en de nabestaanden. Sommigen woonden enkel de plechtigheid in het stadhuis bij. Voor een dienst in de kerk waren ze nog niet klaar.»

De populistische partij Alternative für Deutschland probeerde de aanslag nadien politiek te recupereren door in te spelen op de gevoelens van angst en wanhoop. ‘Merkels doden’, zo noemden ze de slachtoffers, als kritiek op het tolerante vluchtelingenbeleid van de bondskanselier. Veel impact scheen het niet te hebben.

Germer «Je kunt deze gebeurtenis niet in haar schoenen schuiven, zelfs al ben je het oneens met haar vluchtelingenpolitiek. De dader behoorde niet eens tot de vluchtelingen die we sinds de asielcrisis over de vloer hebben gekregen, want hij woonde al vele jaren in Duitsland.

»Een maand na de aanslag was er een manifestatie van Alternative für Deutschland rond onze kerk, maar daar kwamen maar een honderdtal mensen op af. Wij hebben toen onze klokken geluid. Ik geloof dat we de kreten van de manifestanten ruimschoots overstemd hebben (lacht).»

'De Berlijner staat bekend om zijn stugheid, maar in de dagen na de aanslag was er vooral veel verbondenheid en geduld' Martin Germer


Biografen

Een wandeling rond het plein doet me vermoeden dat er op de Breitscheidplatz geen extra veiligheidsvoorzieningen zijn getroffen. In de bocht waar Anis Amri de Hardenbergstrasse verliet en tussen enkele kniehoge paaltjes het trottoir opreed, gaapt nog steeds een opening ter grootte van een vrachtwagen. Enkel aan de overzijde, aan de winkelstraat Kurfürstendamm, ligt een reeks betonblokken. ‘Maar die liggen er al van vóór de aanslag,’ zegt de Duitse journalist en documentairemaker Norbert Siegmund.

Norbert Siegmund «Daarna heeft de politie een poging gedaan om het plein af te zetten met extra blokken, maar nadat wij hadden aangetoond dat ze konden worden weggeduwd met een Volkswagen Polo, werden ze het voorwerp van spot en heeft het stadsbestuur ze vlug verwijderd. Ach, Berlijn heeft gewoon te veel pleinen. We kunnen ze niet allemaal beveiligen. Het zou al heel wat zijn als onze veiligheidsdiensten gewoon hun werk zouden doen.»

De onderzoeksjournalist van Rundfunk Berlin-Brandenburg, de publieke omroep van de deelstaten Berlijn en Brandenburg, maakt al jaren reportages over immigratie, terrorisme en het functioneren van lokale en federale veiligheidsdiensten. In tegenstelling tot het verdriet en de hoop van Martin Germer wekt de aanslag bij Siegmund vooral wrevel op.

Siegmund «Het is niet te geloven dat Anis Amri nog op vrije voeten was. De veiligheidsdiensten kenden hem al jaren als criminele salafist. In de zomer van 2016, enkele maanden voor de aanslag, was hij nog betrokken bij een messengevecht tussen drugsbendes van de districten Tiergarten en Kreutzberg. Toen hadden ze het perfecte voorwendsel om hem in te rekenen.»

Anis Amri verliet zijn geboorteland Tunesië in 2011 om vervolging te ontlopen na, o ironie, de diefstal van een vrachtwagen. In zijn daaropvolgende tocht door Europa reeg hij de geweldplegingen en drugsdelicten aan elkaar.

Enkele maanden geleden liet militair analist Edward Luttwak zich in Humo ontvallen dat veel Europese antiterreurdiensten vooral biografen in dienst hebben in plaats van rechercheurs. Die theorie lijkt hier hout te snijden: na de aanslag kwam aan het licht dat het Amri-dossier van de Duitse politie tienduizend pagina’s telde.

Siegmund «Sinds de winter van 2015 werd Amri in de gaten gehouden. Toen ze hem op het spoor kwamen in een terreuronderzoek naar de haatprediker Abu Walaa, het vermoedelijke hoofd van IS in Duitsland, begonnen ze zijn telefoon af te tappen. Toen al was duidelijk dat hij gemotiveerd was ‘om tot het uiterste te gaan’, dat hij op het internet zocht naar chemische formules voor explosieven en dat hij zich mogelijk voorbereidde op een aanval met automatische wapens of een zelfmoordaanslag. Ook vanuit de Marokkaanse geheime dienst kwamen er signalen dat hij een IS-aanhanger was en iets in zijn schild voerde. Niettemin schoof de Berlijnse procureur-generaal het dossier in september 2016 aan de kant. Hij zei dat de politie hem geen verdere informatie gaf die wees op terreurplannen. En het wordt nog absurder: omdat Amri alcohol dronk en drugs gebruikte, beschouwde de politie hem niet als een echte moslim en dus ook niet als potentiële terrorist.»


IS-moskee

Geradicaliseerde boefjes die zich onder het oog van de politie kunnen ontpoppen tot IS-terroristen: de gelijkenissen met de (Belgische) daders van de aanslagen in Brussel en Parijs zijn groot. Met het verschil dat men België dan al gauw wegzet als een failed state.

Duitsland kennen we vooral als synoniem voor gründlichkeit en efficiëntie, zeg ik. Als de Europese voorganger die in tijden van crisis de rug recht en zegt: ‘Wir schaffen das.’

Siegmund «Wir schaffen das? Gar nicht! Enkele weken voor de aanslag op de kerstmarkt draaiden we nog een documentaire over de slagkracht van de Berlijnse politie. We ontdekten dat ze slechts in staat was om twee verdachten 24 uur op 24 te observeren. Kun je dat geloven? In een miljoenenstad waar zoveel extremisten wonen. Vanuit Berlijn alleen al zijn er honderd soldaten naar Syrië vertrokken. Ik vroeg toen aan de verantwoordelijke of de politie naar zijn mening voldoende gewapend was. ‘Ja,’ zei hij. ‘We hebben alles onder controle.’

»Daarvoor hadden we ook al documentaires gedraaid over de Fussilet-moskee in Berlijn, waar Amri vaste klant was. Vandaag is ze eindelijk gesloten, maar op basis van de belastende informatie die wij naar boven brachten – het rekruteren van IS-strijders, het verspreiden van haatpropaganda – had dat al veel langer gebeurd moeten zijn. De procureur-generaal heeft zelf toegegeven dat hij verantwoordelijken van de moskee op telefoontaps hoorde praten over ‘de moskee van IS-soldaten’. Agenten vertrouwden mij toe dat de politie wel een camera in de buurt had geïnstalleerd, maar dat ze niet de manschappen hadden om de beelden te bekijken. Nu blijkt uit de documenten van de geheime dienst dat Amri in die moskee gedomicilieerd was, dat hij op wandelafstand daarvandaan zijn zelfmoordvideo heeft gedraaid en daar uiteindelijk ook de vrachtwagen heeft gestolen.

»Die salafistische moskee bevindt zich trouwens op een goeie kilometer van de ambtswoning van bondskanselier Merkel. Toch vindt men het niet nodig om dat jihadnest extra te gaan bewaken. Dat is toch niet normaal?»

'Waarom verschilde de reactie na de aanslag op de kerstmarkt zo van die na de aanslag op Charlie Hebdo?'


Niets aan de hand

Op slechts vijftien minuten karren met de U-Bahn van de Gedächtniskirche ligt een andere stad met dezelfde naam. In districten als Neukölln en Kreuzberg ligt het Berlijn waar artiesten en kunstenaars uit alle windstreken zich komen laven aan de razende, anarchistische, artistiek stimulerende energie die hier sinds de roemruchte passage van David Bowie in de jaren 70 in de straten hangt.

De Vlaamse graphic novelist Olivier Schrauwen woont en werkt al tien jaar in Neukölln, een verloederde migrantenbuurt die al een poos aan een heropleving bezig is. Hij noemt het district, ondanks de stijging van de huurprijzen en de vervanging van pitabars en elektrozaakjes door koffiehoeken en boekenwinkels, nog altijd een getto.

Olivier Schrauwen «Eén jonge kerel uit de buurt kleedde zich in IS-stijl, met een pluizige baard en een legeroutfit onder een gewaad. Hij liet zich altijd vergezellen door twee vrouwen in nikab. Ik zag hem vaak in de supermarkt, maar intussen is hij verdwenen. Alleen zijn vrouwen zijn hier nog. Regelmatig kom ik ook die rosse Duitser tegen die zich tot de radicale islam had bekeerd en daardoor in de media kwam. Naar verluidt is hij een salafistische burgerwacht begonnen. Maar dat zijn de enige twee voorbeelden die ik kan bedenken: ik voel me hier nooit onveilig.»

We wandelen over de terreinen van de voormalige luchthaven Tempelhof, voorbij een moskee en een hindoetempel in aanbouw, de grootste van Duitsland. In zo’n multiculturele buurt zou men verwachten dat de gebeurtenis – een door een Tunesische moslimextremist uitgevoerde aanval met een Poolse vrachtwagen op een katholieke markt tegen een protestantse kerk – wat deining zou veroorzaken, maar dat bleek allerminst het geval. ‘Ik vernam het nieuws diezelfde avond nog, maar dan alleen omdat ik toevallig naar de website van De Morgen surfte,’ zegt hij.

Brussel was na de aanslagen van 22 maart een stad in acute crisis: het geluid van loeiende sirenes en helikopters, de hashtag #Brusselslockdown, de sluiting van het openbaar vervoer, de mars tegen terreur in Molenbeek.

Schrauwen «In Berlijn ging het leven zijn gewone gangetje. Op straat gedroegen mensen zich normaal, van paniek was geen sprake. Sowieso zien we weinig politie in deze buurt en de Gedächtniskirche is al gauw een uurtje stappen van hier. Nu, op zich vind ik dat wel een geruststellende gedachte, dat je zelfs na zo’n gebeurtenis de straat kunt opgaan zonder massahysterie.»

Ook in het gezelschap van de andere Belgische, Nederlandse en Amerikaanse kunstenaars waarmee we ’s avonds in een cafeetje langs de Hermannstrasse Chimay drinken, wekt de aanslag geen bijzondere reactie op.

Schrauwen «Ik volg de actualiteit op de voet, maar ik kan me niet herinneren dat het onderwerp hier ooit ter sprake is gekomen. Ook de moslims in mijn omgeving praten er niet over. Het is gewoon not done om te veel door te drammen over ‘de moslim’ of de kwaadaardigheid van de islam.

»In de periode van de aanslag in Parijs logeerde ik een maand lang tegenover concertzaal Bataclan, waar heel veel doden vielen. Maar ook daar heb ik geen enkele Parijse kunstenaar ooit over die gebeurtenissen horen praten.»


Je suis kerstmarkt

In sommige Duitse media was nogal wat te doen over het feit dat de aanslag in Duitsland zelf geen grotere weerstand opriep. Bij de repatriëring van het lichaam van Lukasz Urban tekende de Poolse eerste minister present, een Italiaans slachtoffer werd in haar thuisland met veel egards begraven, in Brussel, Parijs en Stockholm organiseerde men marsen van hoop en verdraagzaamheid. ‘Waar blijft ónze solidariteit?’ vroeg een columnist in de Berlijnse krant Tagesspiegel zich af. Lag het aan de Berliner Verdrucktheid, een typisch Berlijnse karaktertrek die emoties in het openbaar onderdrukt, tenzij het rauwe humor of barse taal is?

Martin Germer las de column en kroop verontwaardigd in zijn pen.

Germer «Ik vond dat een betreurenswaardige en foute analyse. Met het artikel werd de indruk gewekt dat de bevolking niet om de slachtoffers en de nabestaanden gaf, maar ik zag en zie nog altijd dagelijks hoe mensen hun deelname betuigen. Het klopt dat een Berlijner bekendstaat om zijn grove gedrag, maar daar was in die dagen niets van te merken. Er was zoveel verbondenheid en geduld met elkaar. Ons condoleanceregister telt meer dan tienduizend boodschappen. Mensen stonden urenlang aan te schuiven en gaven de pen aan elkaar door. Met mijn recht op antwoord wilde ik het signaal geven dat we deze tragedie wél als natie beleefden.»

In het Duitse publieke debat klaagde men ook het gebrek aan betrokkenheid van de overheid aan. Twee dagen na de aanslagen in Brussel kwamen onze koning en koningin, de regering en het parlement al samen voor een minuut stilte. In Duitsland duurde het meer dan drie weken voor de leden van de Berlijnse Kamer van Afgevaardigden hun respect betuigden. Het nationale parlement deed dat pas nóg een week later, na een golf van kritiek.

Germer «Dat komt omdat de aanslag gebeurde tijdens de kerstvakantie, terwijl het Berlijnse parlement en de Bundestag met verlof waren. Een dag na de aanslag waren de bondskanselier, de bondspresident, bijna alle ministers, de voorzitters van de kamers en andere politici aanwezig in onze kerk tijdens een dienst die op de nationale televisie werd uitgezonden. Dat we zo snel, op nauwelijks dertig meter van de aanslag, onze veerkracht en verbondenheid toonden, was het krachtigste antwoord dat we de misdadigers konden geven. Wat verlangde men nog meer? Ik zou het zelf overdreven gevonden hebben dat álle parlementairen uit vakantie zouden komen voor een symbolische minuut stilte.»

Siegmund «Ik vond die reactie ook ongepast. Veel Duitsers reageerden vooral angstig en geschokt, omdat ze plots beseften dat de IS-terreur nu ook hier gearriveerd was en dat onze politie- en veiligheidsdiensten niet in staat waren om dat te verhinderen.»

Germer «Een journalist vertelde me nadien over een discussie onder zijn collega’s: waarom riepen ze na de aanslag op Charlie Hebdo in Parijs ‘Je suis Charlie’, maar riep niemand ‘Je suis Weihnachtsmarkt’ (‘ik ben kerstmarkt’, red.)?

»Zijn conclusie was dat Charlie Hebdo de mensen uit het intellectuele en linkse milieu nauwer aan het hart lag dan een christelijke kerstmarkt, hoe hard dat ook mag klinken. Het ene vertegenwoordigt de vrijheid van meningsuiting en de westerse waarden, op het andere kijken ze zelfs een beetje neer. Nu goed, ik maak daar persoonlijk geen probleem van. Ik geef eerlijk toe dat een aanslag op een sjiitisch heiligdom in Irak mij ook minder raakt, dat lijkt me niet abnormaal.»

Schrauwen «Als tekenaar voelde ik me inderdaad nauwer betrokken bij Charlie Hebdo dan bij een kerstmarkt waar je mij nooit zult aantreffen.»

'Na de aanslag kwam aan het licht dat het dossier van de Duitse politie over Anis Amri tienduizend pagina's telde'




Onderzoekscommissie

De aanslag zelf eiste twaalf doden en een zestigtal gewonden, maar volgens Siegmund zal de politieke fall-out nog veel meer slachtoffers maken.

Siegmund «Begin juli is een onderzoekscommissie opgestart die vermoedelijk twee jaar zal duren,’ zegt hij. ‘Je houdt het niet voor mogelijk wat er vóór en na de feiten allemaal is misgelopen. Ondertussen is ook duidelijk geworden dat de politie documenten heeft vervalst om haar fouten uit te wissen.

»Ook de manier waarop de slachtoffers en de nabestaanden nadien werden behandeld, tart alle verbeelding. In sommige gevallen duurde het drie dagen voor de politie aan de ouders kon bevestigen dat hun kind was omgekomen.»

Germer «De privacywetten in Duitsland zijn heel streng, dat begrijp ik, maar voor de nabestaanden moet het ondraaglijk geweest zijn.»

Siegmund «Alles werd ook heel bureaucratisch afgehandeld. Kort na de autopsie van de slachtoffers kregen sommige nabestaanden al een gepeperde rekening in de bus.

»Ik sprak onlangs een getuige die zes maanden na de aanslag besloot om via de overheid psychologische hulp aan te vragen. Hij moest een formulier invullen zodat men kon bepalen tot welke traumacategorie hij behoorde. Had hij doden gezien, en zo ja, hoeveel? Had hij gewonden gezien? Die persoon heeft dat formulier weggegooid en is op eigen kosten hulp gaan zoeken.»

★★★

’s Avonds sluit Martin Germer de deur van zijn kantoor. Hij gaat de wenteltrap op en blijft bovenaan kijken hoe het avondlicht spookachtig blauw door de glasramen valt. Vóór de gebeurtenissen op de kerstmarkt had hij al de gewoonte om voor elke spraakmakende aanslag een kaars te branden. Parijs, Brussel, Nice, Stockholm, Berlijn, Istanboel, Sint-Petersburg, Londen, Manchester: de lijst wordt benauwend lang. ‘Toch mogen we nooit de moed verliezen,’ zegt hij, knikkend naar het flakkerende spel van licht en schaduw. ‘Hoe donkerder het wordt, hoe feller de vlammen gaan schijnen.’

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234