Ramptoerisme (2): op citytrip naar het Londen van na de aanslagen

Humo trekt deze zomer naar Europese steden die de voorbije jaren door de terreur van IS zijn getroffen, en tast er telkens naar de ziel van een stad die het bloed van haar herinneringen moet poetsen. Wat blijft schrijnen, en wie geeft hoop?

'In Londen moet je altijd blijven feesten, lachen en drinken. Ik vind dat een heel interessante kijk op het leven'

We hebben afgesproken aan de London Bridge, waar het autoverkeer in een beleefde sliert over het spanbeton glijdt. Daaronder de Thames, die als altijd haar tijd lijkt te nemen. Het is het lunchuur in Londen, de stad bruint onder een bedaagde zomerzon. Twee maanden geleden, op zaterdag 3 juni, draaiden Khuram Butt, Rachid Redouane en Youssef Zaghba hier de brug op, om twee voor tien ’s avonds. Ze reden van de noordelijke naar de zuidelijke oever, en weer terug: een verkenningstocht. Een U-turn later, om zes over tien, begonnen ze aan hun definitieve, laatste sprong over de Thames, in een witte Renault-bestelwagen. Al had dat eigenlijk een vrachtwagen van 7,5 ton moeten zijn. Maar toen het drietal die ’s ochtends wilde huren, liepen ze op een gedecideerd ‘no’ – de aanslagplegers ‘konden niet de nodige betalingsgegevens voorleggen’.

Lia van Bekhoven «Te vaak dichten we terroristen bovenmenselijke krachten toe. Sorry, maar die hebben ze echt niet. Het zijn net vaak sukkels, idioten die hun moordacties op een ongelooflijk klunzige manier uitvoeren. Als je er nog niet in slaagt om een truck te huren, dan behoor je alleszins niet tot een onverslaanbaar eliteleger.»

Om 22.08 u. komt de eerste melding binnen bij de politie: de witte bestelwagen slingert tegen hoge snelheid over de London Bridge. De chauffeur en zijn twee passagiers proberen zoveel mogelijk voetgangers omver te maaien. Drie mensen komen om. De bestelwagen zet koers naar Borough Market, de bekende voedselmarkt in Southwark, slechts enkele honderden meters verderop. Op dit avondlijke uur vormen de straatjes rond de grotendeels overdekte markt een populaire uitgaansbuurt waar wining en dining nog meer dan elders rijmwoorden zijn. De bestelwagen crasht ter hoogte van Borough High Street, en de drie gaan te voet verder. Ze roepen dat ze een licence to kill van Allah op zak hebben, en zijn gewapend met 30 centimeter lange keukenmessen.

Van Bekhoven «Die hadden ze met leren riemen vastgemaakt aan hun polsen – om te vermijden dat de messen door het vele bloed uit hun handen zouden schuiven. (Rilt) Dat je daaraan denkt.»

De drie terroristen gaan door met hun treurige missie, en proberen met hun messen zoveel mogelijk mensen te treffen. Ze slaan Stoney Street in, waar ze op de terrassen van restaurants en pubs lelijk huishouden. Hier vallen vijf doden. Er is ontzetting en paniek, maar vooral iets waar de terroristen allicht niet op gerekend hadden: tegenstand.

Van Bekhoven «Er zijn zoveel heldenverhalen over die avond. Onvoorstelbaar! Het begon al op London Bridge, waar een taxichauffeur probeerde om de bestelwagen klem te rijden. En in Stoney Street gooiden mensen met spullen naar de aanvallers. De uitbater van een bakkerij sloeg met een krat op het hoofd van één van de terroristen. Een agent van de spoorwegpolitie ging de confrontatie aan met zijn wapenstok, en werd verschillende keren gestoken. En dan was er nog die supporter van Millwall FC, één van de Londense voetbalclubs...»

Van Bekhoven heeft het over Roy Larner, die in een restaurant plots oog in oog staat met de terroristen, en ze prompt alle drie met de blote vuist te lijf gaat – ondertussen vindt hij nog de tijd om ‘Fuck you! I’m Millwall!’ te schreeuwen. Hij incasseert enkele messteken, maar is snel weer aan de beterhand.

Van Bekhoven «‘Fuck you! I’m Millwall!’: ik vind het even absurd als fantastisch. Dat een man op zo’n delicaat moment niet wegvlucht, maar gewoon de strijd aangaat met z’n blote handen, bijna zeker na inname van een royale dosis alcohol, namens zijn stad én zijn voetbalclub: dat is toch van een haast filmische schoonheid?

»Ik vind die heldenverhalen heel belangrijk. Het doet je ook wel iets als je hoort dat mensen in jouw stad zich met gevaar voor eigen leven verzet hebben tegen terroristen? Je moet ten eerste al heel snel inschatten wat er precies aan de hand is. Misschien werkt het wel zo dat, doordat er al eerder aanslagen zijn gepleegd, iets in je diepe, diepe onderbewustzijn het meteen herkent. Dat je meteen weet: ‘Dit is geen grap, dit is geen spelletje.’ Maar vervolgens moet je het ook dúrven om tussen te komen. Ik zou helemaal verlamd worden door de angst, denk ik. Of misschien kun je gewoon niet weten hoe je in zo’n situatie reageert, en zit er ook een potentiële held in wie dat helemaal niet van zichzelf vermoedt?»

Ondertussen lopen Lia van Bekhoven en ik tussen een oesterbar en een winkel met Turks fruit aan de linkerkant van Stoney Street, en een pub, een wijnbar en een tacorestaurant aan de rechterkant. We wandelen met ingehouden pas, alsof iets ons tegenhoudt: dit waren op 3 juni de laatste meters die de drie terroristen aflegden.

Van Bekhoven «Hier werden ze onderschept door de politie. Die was ontzettend snel ter plaatse: om 22.16 u., acht minuten na de eerste oproep. De agenten reageerden adequaat en efficiënt, en vooral: ze bleven rustig. Dat heeft de Londenaars veel vertrouwen gegeven. Dat was ook zo bij de aanslag op de Westminster Bridge in maart: toen was ik heel snel na de feiten ter plaatse, en zag ik hoe door het koelbloedige optreden van de ordediensten de paniek meteen gedempt werd.»

'Londen verkiest strijdbaarheid boven schaamte. Als je met je blote handen terugvecht, zeg je tegen die terroristen: 'Wij geven ons niet zomaar over''

Op 3 juni worden de drie terroristen doodgeschoten ter hoogte van Paul Wheeler Fresh Supplies, een stemmige groente- en fruitwinkel. Twee maanden later treffen we er Paul Wheeler (51) himself, druk doende met tien korven vol fruit dat manisch ligt te blozen.

Paul Wheeler «Die fruitkorven zijn een bedankje voor de politieagenten die hier als eersten waren, en ontzettend veel levens gered hebben. We gaan ze straks bezorgen in de verschillende commissariaten. Van de bakker hier vlakbij krijgen ze donuts.»

De winkel was gesloten op het moment van de aanslag, en Wheeler lag thuis in bed. Hij leeft volgens een apart ritme: omdat zijn zaak ook levert aan dertig tot veertig restaurants en bedrijven binnen en buiten Londen, moet hij elke dag naar de vroegmarkt.

Wheeler «Daardoor sta ik al om 1 uur ’s ochtends op. Mensen weten dat ze me na 7 uur ’s avonds niet moeten bellen, want dan lig ik in bed. Toen ik die avond even wakker werd, zag ik dat ik een hoop e-mails, berichtjes en gemiste oproepen had. ‘Are you okay?’ ‘Was je in de buurt?’ Ik stond op, zette de televisie aan, en zag de beelden van de aanslag. Dat was surrealisme, puur surrealisme. Je moet weten dat dit kraam hier mijn thuis is – ik spendeer hier meer tijd dan in mijn eigen woonkamer. Het voelde alsof ik op een scherm toekeek hoe mijn huis in vlammen opging.»

Wheeler rept zich naar Borough Market, maar alles is hermetisch afgesloten.

Wheeler «Ook in de dagen daarna kon de winkel niet opengaan. Dat was een probleem, want al m’n materiaal lag daar, en ik moest die restaurants en bedrijven bevoorraden. Maar mijn collega’s schoten massaal te hulp. Mensen haalden hun garages leeg om me aan het nodige materiaal te helpen. Dat verbaasde me niet, want hoewel we concurrenten zijn en de onderlinge discussies soms erg pittig worden, delen we de liefde voor een job én voor een stad. En op momenten van crisis wordt dat gevoel nog sterker.

»Have a nice day, darling!»

Dat laatste zegt hij niet tegen ons. Wel tegen een klant die hij tijdens het gesprek met een vriendelijke, soepele routine bedient.

Wheeler «Onze klanten zijn niet alleen toeristen. Het personeel van de bedrijven hier in de buurt – en dat zijn er nogal wat – komt hier bijvoorbeeld óók z’n groenten en fruit kopen. En allemaal stonden ze er de dag na de aanslag weer. De eerste vraag: ‘Was je hier?’ De tweede: ‘Ben je oké?’ De derde: ‘Wanneer doe je weer open?’»

De winkel van Wheeler zal uiteindelijk elf dagen gesloten blijven. En het is maar de vraag of hij daar ooit voor vergoed zal worden.

Wheeler «De verzekeringsmaatschappijen spartelen tegen. Hun eerste zet: ‘Kunnen we dit wel kwalificeren als terrorisme?’ En toen de overheid daar duidelijk ‘ja’ op antwoordde: ‘Jamaar, het duurde maar 8 minuten.’ Ach, druk maak ik me daar niet in: verzekeringsmaatschappijen proberen er altijd onderuit te komen, hè. Veel belangrijker vind ik de steun die we van onze klanten krijgen. Het management van een groot bedrijf in de buurt gaf z’n personeel zelfs coupons om hier op de markt te besteden. Je hoort vaak klagen over het onmenselijke gelaat van grote bedrijven, maar hier heb ik alleen maar warmte en bezorgdheid gevoeld. Iedereen wilde helpen. De weekends zijn misschien iets kalmer, ja, maar op weekdagen is m’n cliënteel nog even groot als voor de aanslag. Ik mag echt niet klagen over m’n omzet.»

'Mijn geloof in de mensheid heeft na de aanslagen een boost gekregen' Paul Wheeler met Prins Harry voor zijn winkel


Terreurspotters

We wandelen wat, Lia en Paul en ik, en worden zo personages in het mooi-rommelige fresco dat Borough Market is. Kantoorhemden, hippe jasjes en toeristenshirts dribbelen door elkaar op hun weg langs de geurige kramen met inheems en uitheems voedsel. ‘En toch kan ik Borough Market nog altijd niet zien zoals ik het vroeger zag,’ bekent Van Bekhoven. Ze zegt de dingen doorgaans op besliste toon, maar nu klinkt er verlegen spijt in haar stem.

Van Bekhoven «Voor mij was het de markt waar alle nationaliteiten door elkaar lopen, toeristen zich vermengen met locals, en Londen meer dan waar ook kan schitteren. Maar nu zie ik het als de markt van de terreur. Míjn markt heeft dít meegemaakt: het is een wonde.»

Wheeler «Ik begrijp dat wel. Terreur bestaat, aanslagen gebeuren, overal ter wereld – dat weet je. Maar toch hou je er nooit rekening mee dat het jouw buurt kan treffen. Zelfs toen het allemaal heel dichtbij kwam – Parijs, Brussel, Manchester – geloofde ik niet dat het hier zou gebeuren. Nu probeer ik het zo laconiek mogelijk te bekijken: er is hier een aanslag geweest, dus is dit nu allicht de veiligste plek in Londen. Zoals er in New York na 9/11 ook geen aanslag meer gepleegd is. Een wat labiele redenering? Ik weet natuurlijk wel dat het zo weer kan gebeuren. Maar dat is een kwetsbaarheid waarmee je moet leren leven. Als je in een vliegtuig stapt, kun je denken aan de mogelijkheid van een crash. Maar je kunt ook denken aan al die probleemloze vluchten. Zo kijk ik ook naar terrorisme sinds 3 juni: het kán me overkomen, maar ik ga ervan uit dat het me niet treft. Als we de angst toelaten, dan hebben de terroristen gewonnen.»

Wheeler en Van Bekhoven praten zonder complexen over de aanslag. Heel anders dan in het trotse Parijs, vertel ik hen, waar ik een jaar na de aanslag in de Bataclan op een stekelige omerta botste: de gruwel werd er doodgezwegen. Het slachtoffer zijn van een aanslag leek er een nederlaag te betekenen, iets waarvoor je je hoort te schamen.

Van Bekhoven «Ja? Dat vind ik wel interessant. Nu, die kalme openheid is wel typisch iets voor Londenaars. Deze stad verkiest strijdbaarheid boven schaamte. Als je met je blote handen terugvecht – zoals op het moment van de aanslag dus létterlijk gebeurde – zeg je tegen die terroristen: ‘Wij zijn niet bang van jullie. Wij geven ons niet zomaar over.’ Dat vind ik zo’n prikkelende opstelling!

»Tien jaar geleden probeerden twee terroristen een aanslag te plegen op de luchthaven van Glasgow. Ze reden met een jeep dwars door de hoofdingang van het gebouw, en gooiden met brandbommen. Eén van de twee stak zichzelf in brand en klom uit de auto, waarop hij meteen staalhard in zijn rapen geschopt werd door een bagageafhandelaar. Die man deed dat vanuit een oprechte verontwaardiging – ‘Hoe dúrf je?’ – maar net zo goed vanuit een soort van minachting – ‘Wie bén jij eigenlijk? En wat denk je hier te komen doen?’ Wel, diezelfde reactie zag je hier in Londen tijdens en na de aanslag, en diezelfde reactie zag je in Manchester, nauwelijks twee weken eerder. Waar anders dan in Groot-Brittannië zou het idee rijzen om na zo’n aanslag op een concert opnieuw een concert te organiseren, maar dan nog groter, beter en glorieuzer? Die elegante strijdvaardigheid zit hier in het DNA.

»Entertainment is het levenselixir van de Britten. ‘We hebben zo om je moeten lachen’: dat is het grootste compliment dat je hier kunt krijgen. In Londen – en bij uitbreiding in de rest van het land – heerst de gedachte dat je je nooit je lust for life mag laten afnemen. Dat je altijd moet blijven feesten, lachen en drinken. Ik vind dat een heel interessante kijk op het leven, en hij verklaart voor mij de combattieve manier waarop hier op de aanslag gereageerd werd.»

Wheeler «Laat ik het kernachtiger formuleren: I think we’re just stupid (schatert). Nee, ernstig: wat volgens mij ook meespeelt, is dat we het hier kénnen, terrorisme. Ik ben zelf opgegroeid in het Londen van de IRA-aanslagen. Je bouwt daar een zekere weerstand door op, een handige veerkracht. Wat kun je na een aanslag ook anders doen dan rechtstaan en weer doorgaan? En daarmee banaliseer ik absoluut niet het verdriet van de geliefden van de dodelijke slachtoffers – zij leven in een tragedie. Maar het zou nog erger voor hen zijn als de hele stad zich tot lethargie zou bekeren. Wie niet gestorven is, heeft de plicht om recht te staan. Dat is niet eens een principe dat ik mezelf heb opgelegd, wel iets dat uit mijn diepste binnenste komt: laat ze niet winnen.»

'Nu er een aanslag is geweest, is Borough Market allicht de veiligste plek in Londen' Paul Wheeler


Onverschillige stad

We belanden al snel weer bij de winkel van Paul Wheeler – het kraam trekt aan hem zoals alleen een gulzige geliefde dat kan. Ik wil graag weten of de aanslag hem veranderd heeft. Is er iets in dat montere hoofd van ’m dat aan het schuiven is gegaan?

Wheeler «Weet je, ik ben gek op mijn job. Dat moet wel, want anders zou ik niet elke ochtend om 1 uur uit m’n bed klimmen om hier tot in de vooravond te staan. Maar net als bij iedereen begon het ook weleens te wegen. Je kent dat wel: je ziet je eigen routine, je vindt je leven niet meer glanzen zoals jaren geleden, je vraagt je af of er niet nog andere werelden zijn die je moet ontdekken. Wel, de aanslag heeft al die twijfels weggeveegd. Mijn winkel was elf dagen gesloten, en ik miste de man met wie ik dagelijks even over het voetbal, de actualiteit of zijn kleinkinderen praat – en met hem die honderden andere klanten. Ik besefte: ‘Wat hou ik van deze job. Wat hou ik van klanten bedienen, en wat hou ik van praten met mensen.’ Toen ik hier eindelijk terug achter m’n toonbank stond, voelde ik me zó goed.»

Van Bekhoven «Mij lijkt het ook dat mensen zich weer meer identificeren met deze stad. Daarvoor hoef je niet eens naar de London Bridge geweest te zijn om er bloemen te leggen. Je leest over die aanslag, je voelt je betrokken, je laat er misschien een traan om – en je beseft weer dat je van je stad houdt.

»Zo is het bij mij ook gegaan. Weet je, Londen is eigenlijk een onverschillige stad: niemand let op je. Je doet maar, redeneren ze hier, zolang je de boel niet te erg verstoort. Dat maakt het als buitenlander heel makkelijk om er te gedijen. Maar het maakt ook dat je niet altijd even helder beseft dat je een echte band hebt met deze stad, dat je hóúdt van Londen. Het zijn de grote gebeurtenissen die me daar telkens weer aan herinneren: de huwelijken en de jubilea binnen de koninklijke familie, de Olympische Spelen. Maar dus ook: de aanslagen. Want die grote gebeurtenissen beleef je sámen.»

Het klinkt mooi, dat verhaal van strijdbaarheid en gedeelde liefde voor een stad. Maar klopt het wel? Ik vertel over de aanslagen in Brussel, en hoe die nog steeds als een volgspot schijnen over de tragische gespletenheid in de publieke opinie. Iedereen laat zijn eigen grote gelijk on air gaan, niemand luistert nog naar het kleine gelijk van de ander. Daar kan Londen toch ook niet aan ontsnapt zijn?

Van Bekhoven «Dat is waar: ook hier zie je twee tendenzen die diametraal tegenover elkaar staan. Enerzijds is er een verharding. Je hoeft maar even op het internet te kijken om die uit de lucht te plukken, en je ziet het ook gewoon op straat. Sinds de brexit en de aanslagen worden er beduidend meer incidenten geteld waar niet blanke Britten – en dan vooral: moslims – het slachtoffer van zijn. Ze worden uitgescholden en bespuwd, en hun hoofddoekjes worden afgetrokken – er zijn zelfs gemeenschapshuizen en moskeeën in brand gestoken.

»Tegelijk zie je ook een verzachting: steeds meer mensen voelen de behoefte om zich te profileren als één gemeenschap. Ik heb vrienden die sinds 3 juni heel bewust méér contact zoeken met hun kennissen en buren die zwart, moslim, Pools of whatever zijn. ‘Er is meer dat ons verbindt dan dat ons verdeelt’: onder dat motto – niet toevallig gelanceerd door Jo Cox, het Kamerlid dat door een extremist vermoord werd – komen steeds meer organisaties en bewegingen samen naar buiten.»

Wheeler «Ik blijf optimistisch. Wij zijn met meer dan zij. Met ‘wij’ bedoel ik: de mensen die van deze wereld een deugdelijke plek willen maken. En met ‘zij’: de idioten die ’m kapot willen. Mijn geloof in de mensheid heeft een boost gekregen na de aanslagen.

»Er werkt een moslimjongen voor mij en een katholiek, en mijn schoonvader is half joods. Londen is een multiculturele stad. Wij vormen een gemeenschap, en niemand heeft het recht om die gemeenschap aan te vallen. Die moslimjongen werkt hier vier jaar, en sinds de aanslag stopt hij niet met zich te excuseren. Maar dat hoeft helemaal niet: hij heeft daar toch niets mee te maken? Ik ben eens uitgenodigd bij zijn familie, en dat was plezierig. Dat is wat goeie mensen doen: dingen delen. Simple as that.»

We nemen afscheid van Wheeler, want het is bijna 6 uur. Voor hem valt de nacht.

Wheeler «Deze markt is er al duizend jaar. We zijn ze 8 minuten kwijt geweest. Toen kwam de politie aan, en werd het weer Borough Market. (Wijst om zich heen) Dit hier behoort toe aan Londen, aan de mensen van deze stad. Het is onze markt, en no way dat ze gekaapt wordt.»

'Er zijn beduidend meer incidenten waar buitenlanders het slachtoffer van zijn' Lia van ­Bekhoven


Treurige exit

Voor ik weer de trein naar de Europese Unie neem, drink ik met Lia van Bekhoven nog een glas wijn op een terras waar twee maanden geleden het bloed moest weggeschrobd worden. Ze praat liefdevol over Londen, haar Londen, maar vraagt zich ook af of de romance kan blijven duren.

Van Bekhoven «De strijdbaarheid die ik beschreef, is iets wat de Londenaren verenigt. Maar voor het overige is dit een verscheurde stad. Als het over politiek en economie gaat, en zéker als het over de nationale identiteit gaat, zijn de breuklijnen gigantisch. En de actualiteit dikt die verschillen alleen maar aan. Ik woon hier nu al sinds Napoleon, en ik kan me geen periode herinneren waarin de ontwikkelingen zo extreem waren. De brexit, de treurige exit van David Cameron, de aanslagen, Theresa May die klimt en al meteen weer struikelt: het blijft maar komen. En zo gaat het altijd als een land hopeloos verdeeld is, denk ik. Er is maar zelden één gebeurtenis die onderstreept hoe onduidelijk en verwarrend en onzeker alles is. Ik weet niet waar het met deze stad en dit land naartoe gaat. Ik weet alleen dat niets nog onmogelijk is.

»Ach, ik hou van Londen, en het liefst wil ik hier blijven. Maar ik wacht af wat het wordt met die brexit. Als de stad haar onverschilligheid tegenover mij weggooit, en me als een tweederangsburger gaat behandelen omdat ik van het vasteland kom, dan houdt het op. Maar goed: dat zien we dus nog wel.»

En daar loopt ze met vaste tred Borough Market uit. Ik hoor hoe aan het tafeltje naast me vier vrouwen – ze hebben hun mannen tijdelijk in het asiel ondergebracht – onbeschroomd verschillende kapsels voor down under bespreken. Ik stop snel met luistervinken. Zelfbescherming betekent vaak: ophouden met nieuwsgaring. Maar ik ben ook opgelucht. De vier beschonken vrouwen naast me, zo bedenk ik me, zijn de leiders van het verzet na 3 juni. Want zolang blije burgers wijnbespatte discussies blijven houden over ‘het struikje’ versus ‘de naaktslak’, heeft geen boze terrorist ooit iets gewonnen. Fuck you, I’m Millwall!


Lees ook deel 1: terug naar het Berlijn van de aanslagen

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234