Rauw, episch, essentieel: Humo's live albums top 20 (deel 1)

Live is live, daar moet je bij zijn. Absoluut. Maar stel: je was er níét bij, en je wil toch weten hoe het was. Dan kan slechts één ding soelaas brengen: de liveplaat. Wij hebben voor u de twintig allerbeste op een rijtje gezet en voor de handigheid ook even uitgelegd waarom het de allerbeste zijn.


20. Jane’s Addiction - ‘Jane’s Addiction’ (1987)

Jane’s Addiction is ook maar Jane’s Addiction omdat ze alles anders deden dan wat hun genre- en tijdgenoten als de norm beschouwden. De powerpsychedelicaband rond Perry Farrell liet zich daarom managen door een prostituee die er een punt van maakte alle bezoek topless te ontvangen, en daarom ook debuteerden ze met een liveplaat. Midden tot eind jaren 80 stonden ze in de heuvels van Los Angeles, en ver daarbuiten bekend als één van de zinderendste livebands, en het was de spannende ‘alles kan gebeuren’-sprankel van de concerten die ze ook op plaat wilden. De meeste tracks op ‘Jane’s Addiction’ – of: ‘XXX’ – werden opgenomen in de legendarische Roxy Theatre-nachtclub op de Sunset Strip. ’t Werd een visitekaartje als een mokerslag; ‘Jane’s Addiction’ ging het contract bij major Warner Bros. vooraf, bevatte oerversies van ‘Pigs In Zen’ en ‘Jane Says’, plus covers van ‘Rock & Roll’ (The Velvet Underground) en ‘Sympathy for the Devil’ (The Rolling Stones). Over die laatste schreef iemand: ‘Je kunt het geen cover meer noemen: Farrell is een veel en véél overtuigender duivel dan Mick Jagger.’ ‘Jane’s Addiction’: rauw, episch, essentieel.






19. Orbital - 'Live at Glastonbury 1994-2004'

Orbital was live steevast geweldig, en toch hebben wij nog steeds geen idee wie Phil en wie Paul Hartnoll is. Achter een kluwen verstrengelde kabels werden ze allebei in beslag genomen door hun nijverheid: mixen en sequencen tot Orbital iets onvaster liep dan op plaat. In 1994 verruilden ze in Engeland als eerste elektronica-act het clubcircuit voor een headlinerpositie in de openlucht op Glastonbury – ter vergelijking: in dat jaar speelde Underworld in een klein Pukkelpoptentje in het voorprogramma van een schuchtere Noor genaamd Biosphere. Met het groter worden moest Orbital ook z’n zwarte steen van Mekka verruilen voor een regulier podium: ze stonden aanvankelijk in het midden van de zaal verstopt achter op en neer dansende lichtjes van zaklampen die tussen glas en oortjes van brillen waren gelast. Daarna begonnen ze, nog altijd even belichtbrild, snelle breakbeatjungle met de minder hectische rave-anthems van de begindagen te versmelten, lazen ze het evangelie volgens Kraftwerk (denk: ‘Autobahn’ herwerkt voor de trein-tram-busdag), was ‘The Box’ een als barokmuziek gelaagd geweven elektronicatapijt, en lieten ze de vocalen in het ambientluik van ‘Halcyon’ als steeds melancholischer walvissen klinken. Heel soms ontplofte alles in sierlijke slow motion, in ‘Impact (The Earth Is Burning)’ en ‘Satan’, bijvoorbeeld. ‘Live at Glastonbury’ is vijf megafestivaldoortochten op één dubbelaar die tien jaar overspant, en die ook in één zin gevat kan worden: ‘It’s only sparkling techno, but I like it.’


18. Sam Cooke - ‘Live At the Harlem Square Club, 1963’ (1985)

‘Live at the Harlem Square Club’ van Sam Cooke werd niet opgenomen in een rokerige club aan een plein in de gelijknamige New Yorkse wijk, maar in de tropische temperaturen van een piepkleine keet in Miami. De Harlem Square Club genaamd, dat wel. Cooke was begin jaren 60 volop aan het cross-overen naar een blank middenklassepubliek, en zijn platenfirma vond de tijd rijp om met een liveplaat een definitieve gooi naar het popsterrendom te doen. Waar ze geen rekening mee hadden gehouden, was dat de Harlem Square Club gelegen was in een wijk van Miami waar enkel zwarten woonden, en dat Cooke er speelde voor een publiek dat bijna uitsluitend bestond uit fans van het eerste uur. Fans die hem bezig hadden gezien toen hij nog niet de voorzichtige overstap van gospel naar pop had gemaakt, fans voor wie Cooke besloot om nog één keer het dak eraf te blazen. Het resultaat was fenomenale rock-’n-rollgospel – luister naar de opening van ‘Cupid’ en ga devoot door de knieën – die door de platenfirma te vuil werd bevonden voor het publiek waar ze op mikten. Resultaat: ‘Live at the Harlem Square Club, 1963’ bleef 22 jaar lang op het schap liggen en werd pas in 1985 voor het eerst uitgebracht. Intussen is de plaat verkrijgbaar in drie verschillende mixen: alle drie goed, maar die uit ’85 is de rauwste en bijgevolg de meest aanbevelenswaardige.


17. Iron Maiden - ‘Live after Death’ (1985)

In augustus 1984 trapt Iron Maiden in Polen z’n World Slavery Tour af, een reisje rond de wereld dat 331 dagen later zou eindigen in Irvine, Californië. ‘Het was de allerbeste show die we ooit in elkaar hebben gestoken,’ zo mijmerde bassist en songschrijver Steve Harris later, en dankzij het in geluid (én beeld) gecapteerde bewijs ‘Live After Death’ zijn wij geneigd ons daar zonder morren bij aan te sluiten. ‘Live After Death’ bevat het beste uit vier avonden metal mayhem in Long Beach Arena in Los Angeles, en nog eens vier in de Hammersmith Odeon in Londen. Zanger Bruce Dickinson ontpopt zich tot een volleerd volksmenner (die meezingpassage tijdens ‘Running Free’!) en lolbroek (hij kondigt ‘Rime of the Ancient Mariner’ aan met de woorden: ‘The moral of this one? What not to do when a bird shits on you’) terwijl de groep er het leeuwendeel van ‘Powerslave’ en ‘Piece of Mind’ en een handvol oudere tracks door jaagt. Mocht u een idee hebben wie drummer Nicko McBrain precies in het vizier hield toen hij – net na ‘Revelations’ – luidkeels ‘Motherfucker!’ brulde: gele briefkaart naar de OHM-redactie, graag.


16. Suicide - 'Live 1977-1978'

Ruis, rook, gesis, de kreetjes van Alan Vega, dat dreinende orgel en die immer pulserende drummachine: ‘Suicide Live 1977-1978’, vijf cd’s met amateuropnames van dertien concerten uit de hele wereld, voegen véél toe aan de Suicide-catalogus. Met name angst en vijandigheid in Brussel. Bijzonder voor ons Belgen is de cassetteopname van het concert dat Suicide op 16 juni 1978 gaf in de Ancienne Belgique, in het voorprogramma van Elvis Costello. Nou ja, ‘concert’: in de bootlegwereld staat de opname sinds jaar en dag bekend als ‘23 Minutes over Brussels’. Iedereen kwam voor Costello, niemand kwam voor Suicide. Alan Vega wordt weggeboed, en iemand gapt z’n microfoon wanneer hij ‘Frankie Teardrop’ wil inzetten, waarop luid applaus en gescandeer om de hoofdact volgt: ‘Elvis! Elvis! Elvis!’ Vega smeekt eerst om z’n microfoon terug te krijgen, maar sneert dan: ‘SHUT THE FUCK UP! THIS IS ABOUT FRANKIE!’ Geen auditieve bewijzen van traangasexplosies, maar een andere nickname van de bootleg is ‘Frankie Teargas’.


15. Townes Van Zandt - ‘Live at the Old Quarter’ (1977)

Een man, een gitaar, een kist met songs en een trommel moppen: ziedaar de schamele ingrediënten van ‘Live at the Old Quarter’, de liveplaat die werd gedistilleerd uit de vijf concerten die Townes Van Zandt in 1973 weggaf in de bloedhete want volgepakte Old Quarter-club, een café in Houston, Texas. Je kunt een speld horen vallen – of liever: bierflesjes horen rinkelen – terwijl Van Zandt zich door z’n tragikomische oeuvre fingerpickt. Waaronder: ‘Pancho and Lefty’, ‘Waiting ‘Round to Die’, ‘Nine Pound Hammer’ (een cover van z’n held Merle Travis) en ‘If I Needed You’, dat u al kende van de soundtrack van ‘The Broken Circle Breakdown’. Van Zandt armworstelde naast het podium al een tijdlang met allerhande verslavingen – booze, heroïne – maar dat is hier nergens aan te horen. Zelfs z’n timing voor grappen is groots (check die van de dronkaard die vergeten is waar hij z’n auto heeft gelaten, of die van de zatlappen die discussiëren of dat heldere licht aan het firmament de zon dan wel de maan is). Onwereldse schoonheid, gevat in 27 afgemeten porties blues en country.

'Je kunt een speld horen vallen – of liever: bierflesjes horen rinkelen'


14. John Cale - 'Fragments of a rainy season' (1992)

De live-cd ‘Fragments of a Rainy Season’ uit 1992 is John Cale op z’n eentje, en is, samen met ‘Paris 1919’, zowat de gezelligste introductie tot ’s mans universum. Akkoord, aan het eind van ‘Guts’ (‘In the end, in the end, in the end, in the end’) slaat Cales piano even op hol: de song die begint met ‘The bugger in the short sleeves fucked my wife’ staat niet bekend om z’n uitnodigende glimlach. In ‘Fear (Is a Man’s Best Friend)’ is Cale het aan deze blootliggende zenuw van een lied (‘We’re already dead, just not yet in the ground’) verplicht om te schreeuwen en collagegewijs in het middenstuk twee, drie deuntjes in te lassen, anders zouden we ons geld terugeisen. ‘Darling I need You’ stelt klassiek minimaal gehamer aan Jerry Lee Lewis-rock-’n-roll voor en is evenmin easy listening. En toch blijft ‘Fragments’ naar John Cale-normen een wandeling in het park: de drie uit ‘Music for a New Society’ gelichte songs bijvoorbeeld zijn vlotte entertainers vergeleken bij de huiveringwekkende originelen. Cale omgordt na zeven songs de gitaar, last covers in, houdt het allemaal keurig gevarieerd, draagt een strik, buigt op tijd en stond en zingt zowat al zijn bekendste werk. De cd werd op verschillende plaatsen opgenomen, de dvd-versie in Bozar, toen dat gebouw nog gewoon Paleis voor Schone Kunsten heette. ‘A Child’s Christmas in Wales’ – ook aanwezig – heeft dezelfde roepnaam als een hoorspel van fellow Welshman Dylan Thomas, van wie ook twee gedichten worden ingeschoven: het bedaarde, zachtmoedige ‘Lie Still, Sleep Becalmed’ en ‘Do Not Go Gentle into That Good Night’, een gevecht tegen het wegdeemsterende licht. En dan moet ‘Hallelujah’ nog afsluiten.


13. My Morning Jacket - ‘Okonokos’ (2006)

Opgenomen tijdens een tweedaagse in de mythische Fillmore-concertzaal in San Francisco; ‘Okonokos’ toont een groep op de absolute top van zijn kunnen, zwevend op de high die na de sterke doorbraakplaat ‘Z’ volgde. ‘Okonokos’ werd door één Amerikaanse journalist omschreven als de optelsom van ‘Led Zep-riffs, Springsteensiaanse grandeur, Bonnaroo-achtige jams én een enigmatische R.E.M.-presence.’ Vertaald naar 2015 is dat: The War On Drugs met alle registers open. En anders: spacerock met de inwendige sterrenkijker op oneindig. Het gejoel en gejuich van het uitzinnige publiek passen perfect bij door passie bevlogen versies van ‘Wordless Chorus’, ‘It Beats 4 U’ en ‘I Think I’m Going to Hell’.


12. The Stooges - ‘Metallic K.O.’ (1976)

Een plaat waarvoor je jarenlang in duistere kelders moest afdalen om ze op de kop te kunnen tikken. Registratie van wat, tot de reünie van de groep ruim 29 jaar later, het afscheidsconcert van The Stooges zou zijn: 9 februari 1974, Michigan Palace, Detroit. Je hoort de groep bijna letterlijk op het podium uit elkaar vallen, with a little help van het publiek. Een paar dagen voor het optreden had Iggy Pop in een radio-interview een lokale biker gang beledigd zoals alleen Iggy dat kan, met beide voeten vooruit en de middenvinger omhoog, zonder rekening te houden met eventuele consequenties of repercussies. De groep speelt in een hoorbaar neerkletterende regen van bierflesjes, munten, ijsblokken, eieren en andere projectielen, en als Iggy ‘Louie, Louie’ inzet met de woorden ‘You can suck my ass, you biker faggot sissies’, barst de hel pas goed los. Terwijl de groep verder speelt, wordt de zanger in het publiek tot moes gemept. Het verhaal van The Stooges eindigt met de frontman op de intensive care. ‘Metallic K.O.’ is een zootje, maar wat een heerlijke motherfucking kopstoot van een zootje. Of zoals recensent Dave Thompson ooit schreef: ‘This ain’t rock ’n’ roll, this is a snuff movie.’

'Wat een heerlijke motherfucking kopstoot van een zootje'


11. Slayer - 'Decade of Aggression' (1991)

In 1990 werd ter hoogte van de Slayer-spionkop gemord dat het duivelse viertal (ooit begonnen als coverband van Iron Maiden en Judas Priest) misschien oud aan het worden was: de speedmetalklassieker ‘Reign in Blood’ uit ’86 werd immers gevolgd door de gevoelig tragere platen ‘South of Heaven’ (’88) en ‘Seasons in the Abyss’ (’90). Maar laat u niets wijsmaken: de dubbelaar ‘Decade of Aggression’ – opgenomen in Lakeland Coliseum in Florida, Orange Pavilion in San Bernardino en Wembley Arena in Londen – is een in lood gegoten betonblok, afgebiesd met prikkeldraad en bestrooid met roestige scheermesjes, dat holderdebolder van een steile helling valt. De gitaren van Kerry King en hoofdcomponist Jeff ‘Rust In Putteke’ Hanneman gillen als jonge speenvarkens; de diabolisch denderende drums van Dave Lombardo (u schijt al bagger als uw wasmachine op 1.000 toeren centrifugeert? ha!) denderen, euh, diabolisch; zanger-bassist Tom Araya krijst zich een weg door de snedigste songs uit hun catalogus (die op dat moment overigens slechts zeven jaar oud is). Topfavoriet: ‘Dead Skin Mask’, over seriemoordenaar Ed Gein, dat het moet stellen zonder de creepy tape van de studioversie (‘Hello, Mr. Gein? Let me outta here, Mr. Gein. Let me out noooooow!’) maar er een bijzonder kwaaie oerschreeuw van Araya voor in de plaats krijgt.


Verrassing: volgende week de nummers 10 tot 1!

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234