null Beeld

Red Hot Chili Peppers - The Getaway

Wie mij in de periode 1989-1994 naar mijn favoriete groep vroeg, had binnen de seconde een antwoord: de Red Hot Chili Peppers. Het was simpel: ik wilde een Chili Pepper zijn. Of preciezer: John Frusciante. Maar Frusciante stapte uit de groep, Dave Navarro kwam zijn piercings showen, en de Peppers verdwenen uit mijn leven. Anno 2016 maken de Peppers nog steeds platen. Nummer elf is klaar, maar de verwachtingen voor ‘The Getaway’ waren hier niet erg hoog gespannen.

Wat een aangename verrassing it is. De Red Hot Chili Peppers hebben zichzelf, voor de twaalfde keer ongeveer, heruitgevonden. Geluk bij een ongeluk zat er voor veel tussen. Twintig à dertig songs hadden ze geschreven, klaar waren ze om Rick Rubin te bellen – hun vaste producer sinds ‘Blood Sugar Sex Magik’ – toen Flea tijdens een snowboardtrip met Anthony Kiedis fors ten val kwam en zijn linkerarm op vele plaatsen brak. Tijdens zijn lange revalidatie had hij een visioen. Een visioen waarin niet Rick Rubin maar Brian Burton, alias Danger Mouse, achter de knoppen zat voor de nieuwe Peppers-plaat. Een plaat die zo fantastisch klonk dat hij bij het ontwaken meteen naar de telefoon greep. Burton had zin en tijd, en droom werd werkelijkheid.

In tegenstelling tot Rubin – waarvan geweten is dat hij zijn zaakjes graag telefonisch regelt en het veldwerk aan zijn hulpjes overlaat – is Burton een aanwezige producer. Hij liet de Peppers werken, songs weggooien, ter plekke nieuwe schrijven, en haalde ze uit de verstikkende comfortzone waarin ze al ruim een decennium lang liever lui dan moe waren. En, misschien nog belangrijker: Burton is een multi-instrumentalist die regelmatig zelf de mouwen opstroopte voor een bijdrage links en rechts, en de groepssound te gepasten tijde wegstuurde van de door slap-bas aangedreven clichéfunk waarmee de Peppers een karikatuur van zichzelf waren geworden.

Gelaagdheid is het codewoord, en de lekkere single ‘Dark Necessities’ is exemplarisch. De bas slapt als uitzondering op de regel, maar de gitaren eisen niet langer een hoofdrol op en laten zich leiden door een fijne piano die – zo wist Jo Jacobs van De Held mij te vertellen – erg doet denken aan ‘Song for Guy’ van Elton John. Toeval bestaat werkelijk niet, want Elton zelve speelt mee in ‘Sick Love’, een Elton John-song if ever there was one, die de Peppers echter als gegoten zit. Zelfs de tekst, geschreven door John-man Bernie Taupin, is Anthony Kiedis op het lijf geschreven. Calfornië speelt de hoofrol, ‘this location is my home’ kirt Kiedis krols, maar je hoeft geen grote zwartkijker te zijn om hem ‘dislocation’ te horen zingen.

Favorieten? ‘Go Robot’ (eightiespop met de lekkerste handclaps van het jaar), ‘Detroit’ (een song zo vuil als Detroit zelf, met naamsvermeldingen voor J Dilla, Henry Ford en natuurlijk Funkadelic), ‘This Ticonderoga’ (punkrock zoals ze ’m sinds ‘The Uplift Mofo Party Plan’ niet meer hadden gemaakt), ‘The Longest Wave’ (waarin Kiedis vaststelt dat hij zelf ouder wordt maar zijn vrouwen niet), en ‘Dreams of a Samourai’, met een vocal intro van Beverley Chitwood. Beverley Chitwood, geen pseudoniem. Om internetlekken tegen te gaan kozen de Peppers voor de stream die naar pers werd gestuurd overigens wel een pseudoniem: Random Herrings. One up for The Herrings!

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234