Reünie van twee diva's: Tom Lanoye & Els Dottermans

Els Dottermans speelt mee in het nieuwe toneelstuk van Tom Lanoye, ‘Revue Ravage’, over een crisis binnen een niet nader genoemde socialistische partij. 'Ik zeg vaak: 'Lanoye, speel uw brol in 't vervolg zelf.''

Josse De Pauw voert de regie en alsof dat nog niet genoeg is, heeft hij zich ook met de hoofdrol belast. Er zit een coup de théâtre in dit stuk, en aangezien het een revue is, klinkt er ook muziek in op, in levenden lijve voortgebracht door het uitmiddelpuntige orkest Flat Earth Society. In Amsterdam is onlangs ook ‘Koningin Lear’ in première gegaan, een bravourestuk in klinkklare vijfvoetige jamben, waarin Lanoye koning Lear, een ouwe kraker van de Zwaan van Avon, naar eigen inzichten in een vrouw heeft herschapen: een ongoddelijk monster van een moeder die ook nog eens CEO is. Ze wordt gespeeld door Frieda Pittoors. Tot zover de feiten. Nu de rest nog.

'Als je een complete autist als Bruno Tobback niet kwijtraakt, de koning van de mislukte oneliners en van de mislukte campagnes, wat zegt dat dan over je partij? ' Tom Lanoye

HUMO Dit mag dan wel een dubbelinterview naar aanleiding van ‘Revue Ravage’ zijn, maar wat hebben jullie echt met elkaar gemeen?

Tom Lanoye «Mocht ik een actrice van haar leeftijd zijn, dan wás ik Els.»

Els Dottermans «Da’s een goeie.»

Lanoye «Even ongeremd. Waarschijnlijk iets minder knap. En met een bril op. De eerste keer dat ik haar op het toneel zag, in ‘De meeuw’ van Tsjechov, blies ze mij van mijn sokken. Ik heb haar maar één keer slecht gezien: in ‘Voader’, een stuk in het dialect van Sint-Niklaas, geregisseerd door Luk Perceval. Ze moest er een jonge dokter met een spraakgebrek in spelen.»

Dottermans «Ik heb toen niet één scène serieus kunnen spelen, omdat ik voortdurend in de lach schoot. Ook dankzij de niet aflatende inspanningen van Stany Crets. Ik gelóófde mezelf niet in die rol. Ik durfde in die tijd nog niet te zeggen: ‘Dit kan ik niet spelen.’ Ik was nog een beaat actricetje toen.»

Lanoye «En bovendien het lief van de regisseur.»

Dottermans «Warre Borgmans zei achteraf tegen mij: (met hoge stem) ‘Elske, dit mag je nooit, nóóit meer doen.’ (lacht)»

HUMO Wat heb jij diep in je hart met de hier aanwezige winnaar van de Constantijn Huygensprijs te maken, Els?

Dottermans «We zijn vrienden sinds ‘Ten oorlog’ van de Blauwe Maandag Compagnie in 1997. Ik was 33 toen. Zoals iedereen die in die productie stond, heb ik me erdoorheen moeten worstelen. En ik was in verwachting. Was ik niet zwanger geweest, dan had ik ‘Ten oorlog’ wellicht niet volgehouden, maar een zwangerschap versterkt je afweersysteem. ’t Waren erg emotionele toestanden. Op een bepaald moment stapten Stany Crets en Peter Van den Begin uit de productie, toen mijn beste vrienden. Luk Perceval werd ineens heel autoritair, terwijl wij altijd grote voorstanders van de discussiecultuur en inspraak waren geweest. Maar ja, hij moest dat monster in toom zien te houden. Dat hij mijn ex-lief was compliceerde de zaak ook.»

'Mocht ik een actrice van haar leeftijd zijn, dan wás ik Els. Zij het iets minder knap.' Tom Lanoye

Lanoye «Er was elke week wel een diepe crisis toen. Ik herinner me dat ik de kleedkamer binnenkwam na een try-out van ‘Hendrik V’, die ik erg goed vond: er hing een sfeer alsof de nationale ploeg én het hele koningshuis in één klap waren overleden. Ik zei: ‘Ik vond het heel goed.’ Waarna Els zich omdraaide en sprak: ‘Lanoye, speel uw brol in ’t vervolg zelf.’ Haar toon en haar timing waren perfect, en toen kreeg ik de slappe lach. En ik begreep het als een liefdesverklaring.»

Dottermans «Ik heb sindsdien vaker gezegd: ‘Lanoye, speel uw brol in ’t vervolg zelf.’»

HUMO ‘Ten oorlog’ is onlangs in Nederland verkozen tot de meest belangwekkende theatertekst in het Nederlands ooit. Je hebt volgens die enquête ‘Lucifer’ van Vondel geklopt, Tom. Iemand moest het doen. ‘Ten oorlog’ is sinds 2000 niet meer gespeeld in Vlaanderen of Nederland, maar ik weet niet of dat erg is: het was een mythisch moment in onze theatergeschiedenis, en mythische momenten zijn niet voor herhaling vatbaar.

Dottermans «’t Was in ieder geval een onvergetelijke ervaring, en theater pur sang. Een trip! En toen kreeg ik ook nog eens dat ongeluk: tijdens de eerste try-out kreeg ik Wim Opbrouck over me heen, met een barst in mijn ruggengraat tot gevolg. De voorstelling moest worden afgelast. Bavo Claes zei in het journaal: ‘Els Dottermans is gesneuveld in de slag bij Azincourt.’»

HUMO Zoals Bavo maken ze ze niet meer.

Dottermans «Mijn moeder zat voor de televisie. Ze schrok zich rot.»

Lanoye «Als ik het me goed herinner, was Vic De Wachter net een stokbrood in je gat aan het duwen toen dat ongeluk gebeurde.»

Dottermans «Ik werd ijlings naar het ziekenhuis overgebracht. Ik was verlamd, ik kon niet meer bewegen! Aangezien ik niets voelde, realiseerde ik me pas na een tijd dat ik met een stuk stokbrood in mijn gat in een ziekenhuisbed lag (lacht). En ik droeg ook een roze maillot. Maar goed, twee weken later heb ik de première toch gespeeld.»

Lanoye «En met dat stokbrood is het ook goed gekomen.

»Ik heb ten tijde van ‘Ten oorlog’ heel veel geleerd, onder andere dat geweld op het toneel altijd banaal is, in tegenstelling tot verbaal geweld. Wellicht zou niemand nu nog aan ‘Ten oorlog’ beginnen: het is een te grote onderneming, waar ook geen geld meer voor is. In Duitsland heeft ‘Ten oorlog’ – ‘Schlachten’ – drie seizoenen lang op de affiche gestaan. Ook ‘Mamma Medea’ is er een echte klassieker. Duitsland, het land van de minimumlonen en de working poor, heeft zijn cultuurbudget verdubbeld tijdens de crisis. In Vlaanderen wordt ondertussen gedacht dat mensen als Els en ik met alle subsidies gaan lopen.»

HUMO Wie denkt dat?

Lanoye «De digitale knokploeg! De flamingantische kerkfabriek! Kijk het maar na op de sociaalnetwerksites. Weet je wat die gasten willen? Vlaamse kunst zonder kunstenaars. Men wil wel kunst en cultuur, maar dan zonder inzet. Voor ‘Ten oorlog’ zijn Luk Perceval en ik destijds naar de toenmalige minister van Cultuur gegaan: Luc Martens, een CVP’er. Die man had een tic nerveux die me de indruk gaf dat hij voortdurend naar me knipoogde. Nog vóór we over geld begonnen. Ik dacht dan ook: ‘Dit zit wel snor’ (lacht). Ik hoor hem nog vragen: ‘Zal daar volk op afkomen, meneer Perceval?’ Als je zag welk talent er met die productie gemoeid was, was de kans dat er géén volk op af zou komen gering, dacht ik.»

Dottermans «Het theater draait goed in Vlaanderen. De zalen zitten vol.»

Lanoye «De lege zaal is een mythe, maar er zijn mensen die er voordeel bij hebben om die mythe te bestendigen.»


De blinde ziener

HUMO Tijd voor een likje human interest: altijd goed voor de klantenbinding. Jullie komen allebei uit een groot gezin met vijf kinderen. Schept dat een band?

Dottermans «Wij kunnen samen heel hard en onbedaarlijk lachen, en dat doet me vaak aan de sfeer binnen zo’n groot gezin denken. Toen ik ‘Sprakeloos’ las, het boek van Tom over zijn moeder, herkende ik veel. Het komische van zo’n groot gezin. Het eeuwige geworstel om je eigen plekje, je plaats in de pikorde.»

'Ik zeg vaak: ‘Lanoye, speel uw brol in ’t vervolg zelf’' Els Dottermans

Lanoye «Els en ik houden ook van op een groot gezin berekende eetmalen. Overvloed. En er moet veel volk aan tafel zitten.»

Dottermans «Vorige zomer hebben we het WK samen beleefd, alle wedstrijden van Nederland en België, afwisselend bij Tom en bij mij thuis: gemiddeld twintig gasten per match. We vielen in een zwart gat toen het voorbij was.»

Lanoye «Het geluidsvolume nam almaar toe. Els maakt bijzonder veel lawaai als ze supportert – ook dat zal wel teruggaan op het gevecht om je plaats in een groot gezin. Toen René (Los, de man van Lanoye, red.), een Nederlander, voor het eerst bij mij thuis kwam, dacht hij dat we ruzie aan het maken waren, terwijl we het gewoon over het weer hadden. Altijd luidruchtig, en op tafel slaan om je woorden kracht bij te zetten. Om mijn plaats te handhaven, moest ik nog luider roepen dan mijn moeder, en die kon er wat van. ’t Was een kwestie van elkaar verbaal af te troeven, en grappig te zijn.»

Dottermans «’t Was ook vaak lachen om onze ellende.»

Lanoye «Of anders: elkaar uitlachen.»

HUMO Els, ik weet dat je voor je 18de niet eens wist dat je acteertalent had. Eigenaardig.

Dottermans «Zo is dat. Ik was in mijn leven hooguit een paar keer naar het theater geweest.»

HUMO Ik ben er bijna zeker van, Tom, dat jij al heel vroeg wist dat je schrijver zou worden.

Lanoye «Mij lijkt het alsof ik al schrijver wilde worden vóór ik kon schrijven.»

Dottermans «Een vriendin vroeg me om haar repliek te geven op het toelatingsexamen van Studio Herman Teirlinck. Zij werd niet aangenomen, ik wel. Het is me allemaal gewoon overkomen, en van het ene kwam het andere. In het eerste jaar van de toneelschool heb ik ontdekt dat ik eventueel actrice zou kunnen zijn, later. ’t Was een fysieke ontdekking, die hooguit dertig seconden heeft geduurd. Ik moest Tiresias spelen, de oude, blinde ziener. Ik had me drastisch vermomd, met alles erop en eraan. Terwijl ik mijn tekst speelde, en een stokoud, krakend stemgeluid voortbracht, kwam Ilse Uitterlinden, de docente, nader. Ze zei zachtjes: ‘Blijf praten’, en ontdeed me van mijn vermomming. En ineens leek ik te herademen, en ik begon gewoon te praten. Op dat eigenste moment – ik krijg er nog steeds kippenvel van – ontdekte ik wat spelen eigenlijk was. Of wat het máár was. Vanaf dat moment is het alleen maar in stijgende lijn gegaan.»

HUMO Frank Focketyn zei me onlangs dat het allemaal niet meer zo hoeft voor hem, dat spelen.

Lanoye (lachje)

HUMO Waarom lach je?

Lanoye «Ik hoor het hem zeggen.»

Dottermans «Ik begrijp wel wat Frank bedoelt. Na dertig jaar toneel, ben je moe. Moe van het reizen, maar ook moe van het spelen zelf. Fysiek wordt het steeds zwaarder. Maar dat neemt niet weg dat het theater mijn onmiskenbare biotoop blijft. Wat meer is: ik denk dat ik niets anders kan dan acteren. Maar ik ben wel steeds nieuwsgieriger naar een ander leven: ik probeer zelfs een sabbatical in te plannen.»

Lanoye «Ik heb laatst de premièreweek van ‘Koningin Lear’ meegemaakt: almaar gedoe, almaar spanningen. En je bent ook nog eens zo ontzettend kwetsbaar als acteur. Je kunt een magische avond beleven, je daardoor euforisch voelen, maar één tel later al beseffen: ‘Dit kunnen we nooit meer herhalen.’»

Dottermans «Dat almaar beoordeeld worden, vind ik ook steeds lastiger. Maar goed, als ik bijvoorbeeld een halfjaar gefilmd heb, merk ik nog altijd dat ik verschrikkelijk naar het toneel begin te verlangen, want dat is en blijft het echte werk. Aan alle jonge acteurs geef ik de raad: ‘Blijf vooral toneelspelen.’»

Lanoye «Theater is een ensemblekunst, en hoe meer verschillende generaties er op het toneel staan, hoe beter. Pas dan kan het ambacht doorgegeven worden.»

HUMO Els, in ‘Alleen Elvis blijft bestaan’ zei je dat de veel te vroeg overleden Jeroen Willems één van de weinige acteurs is die je bewondert. Wat zegt de beperking ‘één van de weinige’ over jou?

Dottermans «Dat bewondering me platslaat – ik kan er in ieder geval geen energie uit putten. Maar Jeroen was hors catégorie. Ik was naar de herneming van de zoveelste herneming van zijn solovoorstelling ‘Twee stemmen’ gaan kijken in de Bourla, en ineens zag ik zijn tristesse, zijn geweldige moeheid. Zijn eenzaamheid ook. We zijn na afloop iets gaan drinken en hebben toen afgesproken samen iets te maken. Gerardjan Rijnders heeft iets voor ons geschreven, maar voor we eraan konden beginnen, ging Jeroen dood.»

'Weet je wat die gasten van de flamingantische kerkfabriek willen? Vlaamse kunst zonder kunstenaars' Tom Lanoye

Lanoye «In de dagen voor zijn dood was hij ‘Het derde huwelijk’ aan het repeteren, het toneelstuk naar mijn roman.»

Dottermans «Alles was hij deed op het toneel was zo uitgepuurd, zo zuiver. En hij was ook nog eens een buitengewoon mooie man.»


Snoeien om te groeien

HUMO We moeten het over ‘Revue Ravage’ hebben. Laat ik even een vraag uit het literatuuronderricht van weleer oprakelen: Tom, had je één of andere innerlijke noodzaak om ‘Revue Ravage’ te schrijven?

Lanoye «Al jaren wilde ik met Josse De Pauw samenwerken, ook zo’n uniek talent dat én schrijft én regisseert én speelt. Josse en ik kwamen overeen dat we iets politieks wilden maken. Ik had ‘Het land is moe’ van Tony Judt gelezen, over de sociaaldemocratie in Europa, en waarom die zo moe is en dringend vernieuwd moet worden. In ‘Revue Ravage’ voer ik dus oude socialisten op.

»Over hedendáágse socialisten gesproken... Ook bij de PvdA in Nederland luidt het devies: ‘Snoeien om te groeien’. De vader van staatssecretaris Martin van Rijn sprak in een krant over het stuitende gebrek aan zorg voor zijn dementerende vrouw: ‘De urine loopt langs haar enkels.’ Zijn zoon is nota bene bevoegd voor Volksgezondheid en Welzijn, én een PvdA’er. Een socialist die over de draconische besparingen in de zorg zegt: ‘We hebben het zo beslist.’ Snoeien om te groeien. Ziekelijk, wat mij betreft.»

HUMO In één zinnetje roer je het internationale politieke klimaat van nu aan: een personage heeft het terloops over Youssef Mahassine, een backbencher die ‘naar Syrië is vertrokken’. Het wereldnieuws wordt in deze tijd helaas heel erg bepaald door IS, en sinds het bloedbad bij Charlie Hebdo is religieus getint terrorisme een stuk concreter voor mij.

Lanoye «In deze wijk – veel Joodse mensen – is terrorisme vreselijk concreet. En de bomaanslag in de Hoveniersstraat in 1981 staat me ook nog levendig bij: zestig gewonden, drie doden.»

HUMO Heb je je over de aanslag op Charlie Hebdo uitgesproken?

Lanoye «Denk je dat ik die aanslag goedvind?»

HUMO Neen, maar heeft het religieus geïnspireerde terrorisme mogelijk je coulante houding ten opzichte van de islam beïnvloed?

Lanoye «Moet ik het hardop afkeuren? Ja? Wel, ik keur het hardop af. Maar die aanslag op Charlie Hebdo maskeert de ongelofelijk brutale antisemitische aanslag op de koosjere supermarkt Hyper Cacher. Was die dan minder erg? Ik ben een stuk aan het schrijven voor Viviane De Muynck over het syndroom van Herostratos, dat neerkomt op: een misdaad begaan om er bekend door te worden. Het is een pleidooi van een moeder voor haar zoon, een hedendaagse terrorist, geworden. Ik denk dan ook dat het terrorisme van IS meer een zoektocht is van gasten die zich niet goed in hun vel voelen dan dat het een wezenskenmerk van de islam is. Zitten er fascisten bij die Syriëgangers? En huurlingen? Jazeker! Maar ook jonge gasten die gewoon gek gemaakt zijn. Als die dan terugkeren, verdienen ze blijkbaar geen tweede kans, terwijl Jan Jambon, minister van Binnenlandse Zaken, over nazicollaborateurs zegt: ‘Die mensen hadden hun redenen.’ Waarom verdienen jonge mensen, die wellicht diep in de problemen zitten, geen kans op begrip voor hun problemen? En, Rudy, wij zullen de moslims nodig hebben om de fascisten van IS te bestrijden, zoals we de nationalisten van de N-VA nodig hebben gehad om de fascisten van het Vlaams Belang eronder te houden.

»Je kunt onmogelijk volhouden dat IS enkel en alleen om de islam draait: er is veel meer mee gemoeid – een eeuwenoude tribale territoriumstrijd, om maar iets te noemen. Ik heb geen zin om de tegelspreuk ‘Niet alle moslims zijn terroristen, maar alle terroristen zijn moslims’ te bevestigen. Ik ga ermee akkoord dat er in Antwerpen militairen op straat staan, en ik hoop dat men ook naar ander terrorisme kijkt: Anders Breivik, bijvoorbeeld. Theodor Holman, vroeger een maat van mij, zegt over Breivik: ‘Ik ga niet akkoord met zijn methodes, maar hij heeft wel gelijk.’ Denk jij dat ook?»

'Mocht ik een jonge moslima zijn, en ik zie Etienne Vermeersch en Mia Doornaert op tv, dan doe ik gegarandeerd die hoofddoek om!' Tom Lanoye

HUMO In het geheel niet.

Lanoye «Ben jij niet coulant voor de islam?»

HUMO Het lijkt me niet kwaad om op mijn hoede te zijn voor godsdiensten.

Lanoye «Dat is iets anders. Ik sta er ook argwanend tegenover. Maar iedereen die zegt dat hij niet coulant is voor de islam heeft mij tegen. In kringen van Pegida wordt van mij gezegd dat ik een zelfislamiseerder ben. (Heftig) Wat bedoelen jullie daarmee?»

HUMO Ik behoor in geen enkel opzicht tot de club die jij nu met ‘jullie’ aanspreekt.

Lanoye «Ik ben het eens met de bombardementen op IS. Toen Dyab Abou Jahjah opgepakt werd, heb ik een tekst ondertekend waarin stond: ‘Als we Abou Jahjah nu oppakken, zijn we verantwoordelijk voor wie en wat er na hem komt.’ En wie was dat? Fouad Belkacem. En daar heeft de helft van de progressieve journalisten aan meegewerkt! Walter Pauli voorop! Die heeft destijds in De Morgen een proces op gang gebracht waardoor – sorry dat ik roep – (met stemverheffing) al onze politici, van Marc Van Peel tot Patrick fucking Janssens en Guy Verhofstadt, in ons parlement de scheiding der machten doorbroken hebben door Abou Jahjah te laten oppakken. Wat doet zo’n arrestatie met jonge gasten uit de omgeving van Abou Jahjah, denk je?

»En mocht ik een jonge moslima zijn die eraan twijfelt of ze al dan niet een hoofddoek zal dragen, en ik zie vier seconden Etienne Vermeersch op tv, en drie seconden Mia Doornaert, dan doe ik gegarandeerd die hoofddoek om! En voor de rest zal ik de vrijheid van godsdienst evenzeer verdedigen als Charlie Hebdo! Door vier maanden per jaar in Zuid-Afrika door te brengen, weet ik ook dat wij in Europa een gigantisch probleem hebben: wij weten niet meer hoe we moeten omgaan met godsdienstige mensen die arm zijn. Weet je wat het is? Wij zijn de bourgeois, en bij die bourgeoisie hoort ook Charlie Hebdo. Voor gasten die arm en kansloos in de banlieues opgroeien, is Charlie Hebdo de incontinente poedel van Madame de Pompadour. Dat zijn wij dus in hun ogen. En over humor wil ik ook nog iets zeggen: ik hou van humor, en dat weet je, maar de totale zaligverklaring ervan, die vandaag aan de orde is, stuit me danig tegen de borst. Humor is allesoverheersend. ‘Als we maar eens goed kunnen lachen, dan zijn we van onze problemen af’: het zijn altijd mensen die aan de macht zijn die zoiets zeggen. Humor kan net zo’n duistere kracht zijn als seks. Humor kan mensen uitsluiten en vernederen.»


Macht

HUMO Zowel ‘Revue Ravage’ als ‘Koningin Lear’ gaan over macht. Hoeveel macht denk je als schrijver te hebben?

Lanoye «Te weinig – maar evengoed te veel. Waardoor mensen dan weer te veel meningen van mij verwachten.»

HUMO Heb je vroeger, toen je nog columns schreef, ooit macht gevoeld?

Lanoye «Vluchtig, als je weet dat je iemand met argumenten van mening hebt doen veranderen. Ik ben opgehouden met columns schrijven omdat ik niet meer zo in de vorm geloofde. Ik heb natuurlijk nog altijd mijn engagement.»

Dottermans «En je temperament.»

Lanoye «Maar ik hoop dat mijn talent van toneelschrijver en romancier groter is dan dat van columnist.»

HUMO De oudere politicus Joris Van Gils, het hoofdpersonage van ‘Revue Ravage’, kan geen afscheid nemen van zijn politieke carrière, en dus ook niet van de macht. Al lijkt hij ook te beseffen dat zijn leven nu ook weer niet zó’n pretje is geweest.

Dottermans «Daar ben ik nog niet zo zeker van. Zijn entourage houdt zijn macht in stand, wat voor hem niet onaangenaam is. Ik speel Carla Detremmerie, die behalve partijwoordvoerster al een eeuwigheid zijn maîtresse is. Ook daardoor werkt ze mee aan de instandhouding van zijn macht. Tom is één van de weinige auteurs die allerlei vrouwelijke mechanismen kent, en ze ook kan opschrijven. Hij heeft een sterke moeder gehad. Dat helpt.»

Lanoye «En veel vriendinnen.»

Dottermans «Hij is heel vrouwelijk. Hij heeft inzicht in het wezen van een vrouw. Daarom is ‘Mamma Medea’ zo godsgruwelijk mooi. En dat hij voor mij schrijft, met mij in gedachten, is natuurlijk ook een geweldig cadeau.»

Lanoye «Weet je, Els, waarom ‘Mamma Medea’, dat ik voor jou heb geschreven, zo belangrijk voor me is? Omdat dat het eerste stuk was dat ik buiten dat rare Vlaanderen van ons heb geschreven. René, de grote liefde van mijn leven, vond dat ik moest leren schrijven in het buitenland, in Zuid-Afrika dus. Ik ben ook maar een gestampte Vlaming, die zich moeilijk aan de kleigrond kan ontworstelen. Ik heb heel lang gedacht dat ik alleen maar kon schrijven als ik in direct contact stond met wat mij altijd al omringd had: ’t ging dus om verlatingsangst. Maar in de Kloofstraat in Kaapstad, waar ik ‘Mamma Medea’ heb geschreven, kwam ik erachter dat dat niet zo was. Dat was een geweldige geruststelling.»


Moederdieren

HUMO In ‘Revue Ravage’ denkt Joris Van Gils, die getrouwd is met een gewezen chansonnière, dat zijn zoon Sven homo is. ‘Wat wil je?’ zegt hij, ‘De zoon van een gefnuikte diva.’ Een duidelijke knipoog van de auteur naar zichzelf en naar zijn moeder, neem ik aan.

Lanoye «Maar nog het meest een freudiaans cliché, waarbij ik me onmiddellijk moet afvragen waarom mijn drie broers dan geen gestampte nichten zijn geworden. Maar goed, ik heb mijn moeder niet nodig gehad om homo te worden.»

HUMO Ze was een diva van het amateurtoneel, heb je al vaker gezegd. Op zichzelf is dat toch ook een beetje zielig?

Lanoye «O, ze was overal een diva: in de woonkamer, in de slagerswinkel… Ik heb wel nooit ondervonden dat mijn moeder verbitterd of verzuurd was. Ze had een beslissing genomen, was huismoeder geworden, en daar hield ze zich ook aan, en verder geen gezeur. Ze was een moederdier pur sang.»

HUMO Hoe zit dat met jou, Els?

Dottermans «Ik haal heel veel voldoening uit het moederschap. Ik heb twee zonen, en zonen moeten zich op een gegeven moment tegen hun moeder afzetten. Die fase is nu aangebroken, zodat ik juist nu heel belangrijk voor ze ben: het spel van afstoten en aantrekken is begonnen.»

HUMO Het woord vaderskind bestaat ook. ‘Kind dat erg op zijn vader gesteld is,’ zegt Van Dale. Voorbeeldzin: ‘Ze was haar hele leven een echt vaderskind geweest.’

Dottermans «‘Ze’. Vaderskinderen zullen wel meestal meisjes zijn. Ik had een heel sterke vader, en ik ben heel lang een vaderskind geweest. Hij was beeldend kunstenaar, liep hoog op met kunst en cultuur en was er trots op dat ik aan Studio Herman Teirlinck studeerde. Hij pronkte graag met mij, en dat beviel me wel. We leken ook op elkaar. Mijn zussen zullen wel zeggen dat ik het febbeke, het lievelingetje, van papa was. Door ouder te worden en in te zien hoe de relatie tussen mijn moeder en mijn vader in elkaar zat, is hij voor mij wel van zijn voetstuk gevallen. Hij is twee jaar geleden overleden. Hij had veel schade aangericht in ons gezin: hij heeft zijn vrouw met vijf kinderen achtergelaten. Heftig, maar ’t gebeurt overal. Toen het gebeurde – ik was 16 – heb ik het hem niet eens kwalijk genomen. Hij zei: ‘Ik ben verliefd’, open en bloot – wat een eerlijke vader hadden wij, die zulke intimiteiten met ons deelde! Die er ongedwongen over praatte met ons! Als pubermeisje kon ik niet anders dan dat ongelofelijk interessant vinden. Later dacht ik: ‘Maar jongen, toch! Wat heb je gedáán?’ En ook daar kon ik met hem over praten, als volwassenen onder elkaar. Hij was 19 toen hij trouwde, zelf nog een kind, en toen hij 25 was, had hij vijf kinderen. Dat verklaart veel.»


Linkse politici

HUMO Enkele personages in ‘Revue Ravage’ blijken heimwee naar solidariteit te hebben en ook naar een onderling verband dat ze vroeger ooit hebben gevoeld, misschien zelfs een soort gezelligheid die socialisme heet.

Lanoye «En uitgerekend dat verband lijkt me zoek. Ik heb ooit als onafhankelijke in de politiek gezeten, en toen heb ik gemerkt dat een politieke organisatie op lokaal niveau vergelijkbaar is met een amateurvoetbalploeg of een amateurtoneelgezelschap. Uiteindelijk gaat het om een extended family.»

Dottermans «Het stuk gaat eigenlijk over mensen die ergens dienstbaar in willen zijn, en vooral: mensen die willen ‘samen zijn’.»

Lanoye «Ik vind dat de traditionele linkse partij opnieuw moet worden uitgevonden. De structuur ervan was gebaseerd op de zuil, en wij zijn allemaal in een verzuild Vlaanderen opgegroeid. We moeten er niet rouwig om zijn dat de verzuiling passé is, maar evenmin kunnen we blind blijven voor de leegte die ze achterliet. Onze seculiere kerken, de theaters, bieden volgens mij uitkomst: daar kan kunst nog mensen samenbrengen.»

HUMO Waarom vond je het aangewezen om het in ‘Revue Ravage’ over de coulissen van een socialistische partij te hebben, die de toeschouwer misschien wel aan de SP.A doet denken?

Lanoye «Omdat ik de teloorgang van de sociaaldemocratie tragisch vind. Over het mercantiele Vlaanderen heb ik al vaker geschreven, zodat het niet slecht is om eens een andere arena te kiezen, waar ik met liefde over kan schrijven. En bovendien ken ik meer politici van links dan van rechts.»

Dottermans «Ja, ’t zou misschien te makkelijk zijn om nu iets over de N-VA te maken.»

HUMO Jullie wonen allebei in Antwerpen. Doet de burgemeester zijn best, zoals hij heeft beloofd?

Lanoye «In ieder geval voor zichzelf. Maar ondertussen ben ik ook een Antwerpse patriot, die vindt dat Antwerpen veel meer is dan z’n burgemeester.»

Dottermans «Mijn kinderen worden heel vaak gecontroleerd op straat, en daar word ik dan weer heel recalcitrant van. Ze moeten gemiddeld drie keer per week hun identiteitskaart laten zien. Wat moeten we doen? De ambtstermijn van de burgemeester uitzitten, denk ik.»

Lanoye «Puur technisch gesproken is Bart De Wever een geweldig politiek talent. Als Antwerpenaar zou ik willen dat hij meer in Antwerpen is. Ik zou hier maar al te graag een Daniël Termont aan de macht hebben, die resoluut voor zijn stad kiest. De Wever zit de helft van de tijd in Brussel, waar hij de vroedvrouw en de schoonmaakster van twee regeringen was. Heibelregeringen waar hij uiteindelijk ook buiten staat. Nu het rommelt tussen de N-VA en CD&V, maakt hij zich klaar voor het premierschap, zo van: ‘Het lukt niet, ik zal mijn geweldige taak in Antwerpen moeten opgeven om premier te worden.’ En weer zal hij de slachtofferrol spelen, terwijl hij een puur machiavellistische zet doet. En ondertussen blijf ik me afvragen hoe lang het verzamelde links zich nog de luxe van de versplintering denkt te kunnen veroorloven. De SP.A is zelfs in de oppositie onbetekenend. En als je een complete autist als Bruno Tobback niet kwijtraakt, de koning van de mislukte oneliners en van de mislukte campagnes, wat zegt dat dan over je organisatie? En over je geloofwaardigheid? Ik ken genoeg mensen in die partij, en ik weet dat deze conclusie hen pijn zal doen, bovenop de miserie waarin ze zitten. Dat moet dan maar. Ze mogen kwaad zijn.»

Dottermans «Ik verheug me er al op.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234