null Beeld

Review: Arcade Fire (Sportpaleis)

Veelzeggende woorden uit een recent Arcade Fire-interview: ‘We komen uit Montreal, Canada. Als de wereld een dorp is, dan is Montreal de plaatselijke telefooncel.’ De groep rond Win Butler en vrouwlief Régine Chassagne zweert nog steeds bij de underdogpositie, ook al zijn ze reeds sinds hun tweede plaat een Grote Groep. In het jaar 2014 zijn ze Mega. Als ze voor de lol in kleine zalen spelen, wordt dat ‘kinderachtig’ en ‘arty farty’ genoemd. Spelen ze in grote zalen van beton, dan zijn ze ‘geldbeluste mainstreamlijpo’s die uitverkoop houden’. De schaduwzijde van een luxeprobleem.

Frederick Vandromme

Arcade Fire is anno 2014 ook: maximalisme. Gisteren stonden ze voor een afgeladen vol Sportpaleis, en als er ergens een half gat te vullen was, werd dat volgepropt met zoveel confetti, theatraal neervallende backdrops, spiegelmannen en uit onverslijtbaar titaan opgetrokken monsterversies van songs die op plaat nog subtiel klonken, dat er algauw een heuveltje ontstond. Maar ik denk nooit aan ‘overdaad’ als ik Arcade Fire hoor, veeleer aan ‘tijdloos’ en ‘aan het schrikbewind van de ‘minder is meer’-politie ontsnapt’. Van een franje hier en daar is nog nooit iemand gestorven.

Ze begonnen overigens met dezelfde skit als waarmee het laatste halfjaar élk Arcade Fire-concert van start gaat. Nog één keer, voor wie net is binnengekomen: een paar acteurs met een grote bobblehead op de kop – we meenden de geladyshavede kuiten van Jan Decleir te herkennen in de papier-machéversie van violiste Sarah Neufeld – worden na een halve minuut van het podium gejaagd met een wat lullig uitgesproken ‘Sorry about that’. Waarna één en ander écht begint.

En ‘écht’ wilde gisterenavond zeggen: een geoliede machine (met aldoor gemiddeld twaalf personeelsleden op het podium) die de hits aan elkaar reeg, en af en toe gedeeltelijk de oversteek maakte naar een minipodium dat als een eilandje in het publiek dreef. En daarbij nieuwe songs van ‘Reflektor’ gretig afwisselde met – een aangekondigd verschil met het concert in de Hallen van Schaarbeek, afgelopen november – royale grepen uit vroegere platen.

Er werd gespeelde nonchalance tentoongespreid – precisiewerk uit de losse pols – maar je zag ook dat alle stukken in elkaar pasten als een puzzel die al driehonderd keer gelegd was. Win Butler danste al alsof hij zonder adem zat toen de disco nog goed en wel op gang moesten komen. Op elk gegeven moment waren er drie drummers/percussionisten aan de slag (sorry), en ze waren aldoor elkaars beste verstaander.

Het Sportpaleis hoorde onder meer: ‘Normal person’ (minder krachtig dan in de Hallen: als een monsterriff in een monsterzaal gespeeld wordt, doet dat mogelijk wat van de ironie en de impact wegsijpelen), een fonkelend ‘Rebellion (Lies)’, ‘Rococo’ (gestript en in een wat sinistere Halloween-versie gestoken), ‘The Suburbs’ (waarlijk een hit voor alle seizoenen), ‘Ready to Start’, ‘No Cars Go’ (op testosteron) en ‘Neighborhood #1 (Tunnels)’. En ja, ook wij waren geen klein beetje onder de indruk van ‘Neighborhood #3 (Power Out)’ - tegelijk een hyperkinetisch geval en een parel van een popsong – dat gisteren als door een ervaren straatwerkster zuigend en smakkend naar een hoogtepunt werd geleid.

De reactie van de zaal was navenant: één gitaarsnaar tot trillen brengen, ter aankondiging van ‘Ready to Start’, volstond om een heel Sportpaleis te laten klaarkomen. Wat ook opviel – onder meer in ‘Haiti’, maar ook in ‘Reflektor’ en ‘It’s Never Over’: we zagen in de eerste plaats een prima Régine Chassagne-show. De door haar gezongen songs wisten zich langer uitgesponnen dan gebruikelijk, haar beeltenis fleurde de backdrop onafgebroken op, en tijdens ‘It’s Never Over (Hey Orpheus)’ stond ze – met een Magere Hein in de rug – zelfs letterlijk op een soort piëdestal. Prachtige song, trouwens, en een prima soundtrack voor het uur van de spoken. Het nummer liep uit in een minutenlange, weelderige maar donkere druis, een tegelijk warm en kil geluidsmoeras. Meteen daarna ontrolden zich nog twee andere wereldnummers: ‘Sprawl II (Mountains Beyond Mountains)’ en een zwoel en funky ‘Reflektor’.

Na die reguliere set volgden nog: een flard ‘Ça plane pour moi’ (opgedragen aan u, de Belg, en perfect in sync met de rest van de disco-act die Arcade Fire is), en onder meer ‘Flashbulb Eyes’ (oké), ‘Here Comes the Night Time’ (kolkend, kokend) en ‘Wake Up’. Arcade Fire was in het Sportpaleis grootser en publieksvriendelijker dan in de Hallen. Iets minder beklijvend en íéts minder goed, maar toch nog meer dan goed genoeg.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234