Review: Bart Chabot - Broodje springlevend

Hij gebruikte twee gram per dag, wat je bezwaarlijk weinig kunt noemen. Bovenmenselijk komt al wat meer in de buurt, vooral als je de hoeveelheden alcohol die hij tussendoor verzette ook even in aanmerking neemt. De dope, zijn kameraad, maakte hem, n...

Hij gebruikte twee gram per dag, wat je bezwaarlijk weinig kunt noemen. Bovenmenselijk komt al wat meer in de buurt, vooral als je de hoeveelheden alcohol die hij tussendoor verzette ook even in aanmerking neemt. De dope, zijn kameraad, maakte hem, naar hij zelf zei, 'onafhankelijk van de rest van het leven,' net zolang tot die dagelijkse vriendendienst ineens zichzelf ophief: 'Ik nam gewoon mijn dosis speed, de dagelijkse hoeveelheid, en merkte niks meer. Het werkte niet.' Die vaststelling luidde het begin van het einde in voor Herman Brood, Hollands Glorie tot ver buiten de landsgrenzen, in ieder geval tot diep in 't Belgenland, waar mijn ouwe vriendjes en ik nog altijd wonen: ietwat chaotische figuren aan de verkeerde kant van de veertig, die eind jaren zeventig geld uitgaven aan 'Street', of toch zeker aan 'Shpritsz' en 'Cha Cha' en daar tot op heden geen spijt van kregen. Voor Bart Chabot, zijn biograaf ter plekke, was het ook een veeg teken, want het ging nadien zienderogen slechter met Brood: na de afkick wou het hoofd meestal nog wel mee, maar het lichaam ging in versneld tempo - speed for ever - de weg van alle vlees, en zijn creativiteit liet het ook steeds meer afweten.

In 'Broodje springlevend' zie je Herman Brood op de Grote Sprong Neerwaarts afstevenen. Het is geen fraai gezicht, en Chabot bespaart ons geen details, want hij had al die tijd z'n ogen niet in z'n zak zitten. Zijn hart zat ondertussen óók op de juiste plaats, en daarom is dit boek geen sensationalistisch stuntwerk geworden, maar harde faction én een ooggetuigenverslag con amore. Een pakkende ode aan de vriendschap is het ook, vriendschap over alle incontinentieluiers heen: zo erg was Brood er namelijk aan toe - 'Ik rook mijn eigen doodslucht,' zei hij, terwijl hij hoogbejaardheid niet eens als excuus kon aanvoeren. Vrijwel al zijn vitale organen waren aangetast, maar nu speed hem niets meer deed, bleef hij onverminderd doordrinken, tegen elk medisch advies in. In dat licht is 'Broodje springlevend' ook een boek van wanhoop en machteloosheid: het zinnetje 'Zou je dat wel doen, Herman?' komt er vaak in voor. Meestal gevolgd door een nieuwe bestelling aan de bar.

Chabot heeft ook aldoor oog voor Xandra, Broods echtgenote, die dag in dag uit met engelengeduld voor haar mannetje in de weer is, altijd hopend op beterschap, en blij met het geringste opflakkeringetje van haar wel erg deeltijdse en ook nog eens doodzieke levensgezel. Over zulke vrouwen lees je nooit in Flair.

Ook al gaat 'Broodje springlevend' over de laatste rechte lijn, toch valt er nog behoorlijk wat te lachen. Hoe ver heen ook, altijd volhardde Herman Brood in laconieke humor: 'Als ik geen luier draag, loopt de stront alle kanten op. En zoiets kunnen we niet hebben, als rock & roll-legende.' De taferelen waarin zijn Grand Marnier drinkende papegaai Cor een rol speelt, zijn ook hilarisch, om nog te zwijgen van de slapstick die spontaan ontstond toen Brood tot in de details werd opgemeten met het oog op zijn wassen beeld en gelijkenis bij Madame Tussaud in Amsterdam.

Toen Herman Brood zich op 11 juli 2001 met achterlating van vrouw en kinderen aan de zwaartekracht overleverde, was Bart Chabot op slag zijn lievelingsonderwerp en ook wel een deel van zijn raison d'être kwijt: 'O jongetje, o jongetje, o jongetje. Wat heb je gedaan? Wat heb je in godsnaam gedáán?? O jongetje... O jongen...' In de hoofdstukjes die over de tijd na Broods dood gaan, zoekt hij bijna vertwijfeld naar sporen van de man wiens kist, met een fles Grand Marnier erop, door de crematieoven was verteerd. Hij spreekt met de welwillende directeur van het Amsterdamse Hilton, met de baas van Mortel Centrale Hoogeveen, een bedrijf in welks opdracht Brood nog een betonwagen had beschilderd. En hij spreekt ook met Bono, die Herman Brood had leren kennen via hun gemeenschappelijke vriend Anton Corbijn: 'The paintings. That's where his genius was,' zegt de zanger van U2. Het heeft geen haar gescheeld of Brood kreeg de opdracht om de hoes van de nieuwe U2 te maken. Maar toen sprong hij de geschiedenis in. Hij sprong netjes, zodanig dat hij de hotelgasten niet hinderde. Brood was namelijk een gentleman, misschien een tikkeltje irregulier, máár een gentleman.

In het meeslepende boek 'Broodje springlevend' staan ook onthullingen, maar - ik werk niet voor een krant en wil daarom uw leesplezier niet bederven - die moet u zelf maar ontdekken. Lees voor uw genoegen ook de overige delen van deze te vroeg afgebroken biographie fleuve: 'Broodje gezond', 'Broodje halfom' en 'Brood en spelen'.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234