Review: Blur - The Great Escape

In 1798 liet de Napolitaanse generaal Fransesco Caracciolo zich ontvallen: 'In Engeland zijn zowat 60 verschillende godsdiensten, doch slechts 1 saus.'

Een jaar later liet admiraal Nelson hem hiervoor ophangen. In het land der Worcestershire saus (spreek uit: Engelse saus), raakt men nu eenmaal snel opgewonden wanneer de nationale eer op het spel staat. Dat is dezer dagen niet anders.

Een tijd geleden bespoelde de grungen gitaargolf de Britse kusten als een per abuis omgestoten loogkuip. Alhoewel dat geografisch niet voor mogelijk werd gehouden stonden Manchester, Liverpool en Londen plots in de schaduw van Seattle, stad waar het om onverklaarbare redenen volop naar teen spirit was gaan ruiken. Een tijd lang zag het er zelfs uit dat het voor een groep volstond af en toe langs Seattle te rijden, om aan een platencontract te komen en instant media-aandacht te krijgen. Niet zelden kon men ze daarna een paar weken in de Britse hitlijsten aantreffen. Dat konden de Engelsen niet zomaar over hun kant laten gaan. Volgens mij hebben ze daarom de nieuwe Britpop uitgevonden.

Het is een vondst zonder weerga gebleken. Waarnemers hebben vastgesteld dat het sinds de gouden dagen van The Beatles en The Rolling Stones niet meer is voorgekomen dat er zoveel aandacht aan Britse popmuziek werd besteed. Zelfs de statige Times drukte er laatst iets over af.

Van alle jonge helden die thans de dienst uitmaken in Albions hitlijsten (Oasis, Supergrass, Pulp, enz...) is Blur de populairste. Van hun vorige cd 'Parklife' werden tot nu toe meer dan 2 miljoen exemplaren aan de man gebracht en men is nog niet uitgeteld: de afgelopen weken was Blur samen met Oasis goed voor bijna de helft van de totale platenverkoop in Groot-Brittannië. Blur is dan ook de meest Britse van allemaal. Een song van Damon Albarn is toast met marmelade, een ritje in een dubbeldekker, een pint Bitter op een lazy sunday afternoon, kortom: was Michael Caine een popgroep, dan heette hij Blur.

Op 'The Great Escape' struint Albarn opnieuw door de Carnaby Street der Britse popgeschiedenis. De geesten van The Kinks, The Small Faces en The Move - gehuld in schreeuwerige hemden en pantalons met pijpen die zelfs schoenmaat Puissant geheel aan het gezicht kunnen onttrekken - waren rond in 'The Universal' en de blije single 'Country House'. Het pleit voor Blur dat je daarbij nooit zit te denken 'dat heb ik al eerder gehoord'. Integendeel, het aardige is net dat het voortdurend lijkt of dit de songs zijn die de ouwe helden destijds schandelijk over het hoofd hebben gezien. Zo zal Macca zich vast voor de kop slaan als hij 'Best Days' hoort. Was Mott the Hoople nog onder ons, ze zouden goud hebben gegeven voor hupse rockers als 'Stereotypes' en 'Charmless Man'. 'Fade Away' klinkt als de single die Madness nooit heeft gemaakt, terwijl 'Top Man' er ons aan herinnert hoe jammer het is dat Fun Boy Three er zo vroeg mee opgehouden is.

Alsof het niets is wordt de felle furie van de prille Jam moeiteloos opgewekt in 'Globe Alone'. Enkel de afsluiter 'To The End (la comédie)' met Françoise Hardy valt hier uit de toon. Dit is geknipt voor de juke-box in een Ardens dorpscafé en klinkt tegelijkertijd - het zal wel aan mij liggen - als een spoof op Suede. Of ze met 'The Great Escape' Amerika gaan veroveren durf ik in twijfel te trekken, maar een vaste stek bij Madame Tussaud's hebben ze hiermee ruimschoots verdiend.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234