null Beeld

Review: Bob Dylan - Live 1964 / The Bootleg Series Vol.6

1964: je zou het niet zeggen, en achteraf kun je er om lachen, maar ik was toen negen. Te platten lande, waar het lot mij voorlopig aan mijn ouders had uitbesteed, maakte ik fluitjes van wilgenhout; of ik ging er kijken naar de vinkenvangers met hun ...

Rudy Vandendaele

1964: je zou het niet zeggen, en achteraf kun je er om lachen, maar ik was toen negen. Te platten lande, waar het lot mij voorlopig aan mijn ouders had uitbesteed, maakte ik fluitjes van wilgenhout; of ik ging er kijken naar de vinkenvangers met hun slagnetten. Negentienhonderd vierenzestig is te lang geleden om nu nog waar te zijn, maar godzijdank is er geen weg terug. Nu, dé weg, dé waarheid en hét leven zijn mij al met al nog niet veel duidelijker geworden dan in 1964, toen ik onder de blauwste der blauwe luchten dus negen was, en zo nu en dan, meestal op ongelegen momenten, een schril geluid voortbracht op een fluitje van wilgenhout. Om eventuele spoken te verjagen. Of gewoon om bijvoorbeeld mijn grootmoeder gratuit op de zenuwen te werken. Waarschijnlijk waren the times a-changin'. En was ik een latent protestfluiter.

Kinderlijk onsterfelijk als ik in die dagen was, weet ik wel zeker dat de wereld mij nauwelijks deerde in 1964, hoe onbarmhartig zij ook toen al woedde: in Amerika waren ze de moord op Kennedy nog lang niet te boven; er braken hier en daar moorddadige rassenrellen uit, en onder het bewind van Lyndon B. Johnson groeide de oorlog in Vietnam uit zijn krachten: bloed was zwart op de televisie. Maar anderzijds, alsof er eigenlijk niets aan de hand was, stonden The Beatles met 'I Want to Hold Your Hand', 'She Loves You', 'Can't Buy Me Love', 'A Hard Day's Night' en 'I Feel Fine' in de Amerikaanse charts van 1964. In de Verenigde Staten gewaagde men van een British Invasion, omdat een invasiemacht zich, voor de plaatselijke verstaanbaarheid, nog het liefst in zulke termen uitdrukt.

Bob Dylan trad op 31 oktober van dat jaar op in de Philharmonic Hall in New York, die toen de thuishaven van Leonard Bernstein en The New York Philharmonic was. Het zou nog vijf à zes jaar duren vooraleer ik een idee had van wie Bob Dylan was, en wat hij voorstelde: een idee met vage contouren, een vaagheid die mij - ik weet het nog goed - naar meer scherpte deed verlangen.

Nu, met één been in het graf, weet ik beter: ten tijde van zijn concert in de Philharmonic Hall kampte Bob Dylan zowel met een gewetensprobleem als met een identiteitscrisis. In januari van 1964 verscheen zijn onder Dylanologen - Dylanologen zijn een van de vervelendste bijverschijnselen van Bawb - erg bekende 'A letter from Bob Dylan'. Die brief werd afgedrukt in Broadside Magazine, een blad uit de underground van weleer, dat folk hoog had zitten. De zanger gaf erin te kennen dat hij, nu hij beroemd was, steeds meer last had van zijn publieke persoonlijkheid: hij moest, loslopend in Manhattan, weleens handtekeningen uitdelen, en hij kon maar niet begrijpen waarom mensen meer van zijn autogram hielden dan van hun eigen poot. Bovendien zat het hem dwars dat hij in hartje New York bijna niet meer vrij kon rondlopen. Dat hij veel geld verdiende, zat hem ook niet lekker: het leverde hem, als sociaal-geëngageerde folkie, een gewetensprobleem op. 'A lonely person with money is still a lonely person,' schreef hij ook nog. Dylan wou deugen, en daarom wou hij ontsnappen aan datgene wat hij, op zijn drieëntwintigste, willens nillens geworden was: een vermeende goeroe, Messias, profeet. En vooral: een vermeende spreekbuis van een generatie, met alle ontilbaar zware verantwoordelijkheden van dien. 'Bob Dylan live 1964', een beroemde bootleg die eindelijk geen bootleg meer hoeft te zijn - mensen die de bootleg van 'Bob Dylan live 1964' al járen hebben, zijn ook zeer vervelend - is het verslag van die omzichtige ontsnappingspoging. Nauwelijks enkele maanden later zou er een drastische vlucht in zijn verbeelding uit voortvloeien, op de tonen van rock-'n-roll, met een rel op het Newport Folk Festival tot gevolg: de hardliners van de folk pikten het niet dat hij elektrische gitaar speelde, en dat hij zich liet begeleiden door een rauzende rockband genaamd The Band. Dylan had het belang van The Beatles tijdig ingezien; hij had overigens altijd al van rock-'n-roll gehouden, en zonder daarom een vadermoord te willen plegen, wou hij ook onder zijn grote voorbeeld Woody Guthrie uit. In 1965 leverde dat het meesterlijke 'Bringing It All Back Home' op, waarop Dylan was wie hij wilde zijn: een elektrisch geladen dichter die in zijn songs door surrealistische landschappen dwaalde waar geen zelfgebreide folkie ooit een voet had gezet. Het kon hem opeens minder schelen of hij deugde of niet, waardoor hij volgens mij meer deugde dan voorheen.

Die 31ste oktober van het jaar 1964 had hij nog steeds de gedaante van een folkie: een man alleen met een akoestische gitaar, en een hapklare mondharmonica in een nekhouder. Hij opende het concert met de eeuwig geldende beginselverklaring 'The Times They Are A-Changin', en meteen kun je navoelen dat de aanwezigen destijds een heuglijke avond hebben beleefd: Dylan was op zijn meest Dylanesk - zijn lyrische snauw van toen kan hij nu niet meer nadoen. Bovendien was hij tussen de nummers door bepaald zowel spraakzaam als giechelig - de historicus Sean Wilentz, een ooggetuige van het concert, schrijft in het inlegboekje van 'Bob Dylan Live 1964' dat Dylan indertijd niet vies was van beaujolais, en wellicht ook niet van een dot marihuana op z'n tijd. Het helpt, zoveel is zeker. Er hing ook zelfspot in de lucht: 31 oktober is het avondje van Halloween: 'Ik heb mijn masker van Bob Dylan opgezet,' sprak Robert Zimmerman.

Na 'Spanish Harlem Incident' zet hij 'Talkin' John Birch Society Blues' in: een spotlied over een herenclub van rabiate communistenjagers; het zou, samen met 'Talking World War III Blues', en 'With God on Our Side' en het apocalyptische 'A Hard Rain's A-Gonna Fall' de meest uitgesproken politieke song van de avond worden. De politieke lading van 'Who Killed Davey Moore', dat hij na een innige versie van 'To Ramona' zong, probeerde hij dan weer weg te lachen, net als het engagement dat uit 'The Lonesome Death of Hattie Carroll' spreekt: 'Ik heb het uit de krant gehaald, alleen heb ik de woorden veranderd. Dat doe ik: woorden aan elkaar smeden.' Niemand van het publiek had toen al 'Gates of Eden' gehoord, of 'Mr.Tambourine Man' of 'It's Allright Ma (I'm Only Bleeding)' - 'Bringing it all back home' zou pas in '65 uitkomen - maar het publiek leek de nieuwe, uiterste persoonlijke droomgezichten van Dylan toch te pikken. Bij 'If You Gotta Go, Go Now (Or Else You Gotta Stay Al Night)', een song die nooit op een officiële Dylan-plaat heeft gestaan, en pas in 1991 in 'The Bootleg Series Volumes 1 & 3' werd opgenomen, reageert het publiek ineens heel heftig: de song gaat over vriendinnen van één nacht, het soort scharrels dat in het Amerika van 1964 nog niet erg gebruikelijk was. Zo te horen leek Dylan zijn publiek ook op het gebied van de liefde op ideeën te brengen. The times waren inderdaad a-changin'.

'Bob Dylan 1964' bestaat uit twee cd's: het deel voor de pauze, en het deel erna, waarin Joan Baez, toen de Onze-Lieve-Vrouw van de folk, in de lichtkegel verscheen. Dylan, die toen nog niet zo lang van zijn vaste verkering Suze Rotolo af was, scharrelde naar verluidt zo nu en dan met la Baez. In de Philharmonic Hall mocht ze drie songs met hem zingen: 'It Ain't Me Babe', 'With God on Our Side' en het geweldige 'Mama, You Been on My Mind' waarin haar coloratuur niet echt met de frasering en het tempo van Bawb spoorde - precies daardoor is het nu een historische opname geworden. Bob dolde er zich doorheen, zoals hij er zich ook doorheen dolde toen hij v

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234