null Beeld

Review: Bob Dylan - No Direction Home

Ik kan me inbeelden dat het koud was buiten, daar boven in de vlakten van Minnesota, in de donkere winter van 1959. Boven de ijzerwinkel van de familie Zimmerman brandde er nog tot laat in de nacht een lichtje in de kamer van hun jonge jodenjongen Ro...

Ik kan me inbeelden dat het koud was buiten, daar boven in de vlakten van Minnesota, in de donkere winter van 1959. Boven de ijzerwinkel van de familie Zimmerman brandde er nog tot laat in de nacht een lichtje in de kamer van hun jonge jodenjongen Robert omdat die zonodig zijn nieuwe gitaar moest uitproberen. Met de enkele akkoorden die zijn wat dikkige vingers toen aankonden zong hij, met zijn vuile basketsloefen en een door een schoolmakker bediende ouderwetse bandopnemer als enig publiek, een zelfgeschreven lied dat 'When I Got Troubles' heette.

Ik weet niet of wat ik hierboven staat, verzonnen heb of niet. Maar 'When I Got Troubles' heb ik drie kwartier geleden wis en waarachtig voor het eerst in mijn lange leven gehoord en het is niets anders dan het verbluffende begin van één van de verbluffendste artiestenlevens die de vorige eeuw en hopelijk nog een stuk van deze gekend zullen hebben. Ook een tweede song, het zuiver als een bergbeek kabbelende 'Rambler, Gambler' (uit 1960) grijpt naar de keel. Folk, jawel, maar als folk zo goed wordt gebracht, wordt het plosteling de blues van de witte neger.

'Troubles' en 'Gambler' zijn de twee openingstracks van Bob Dylans 'nieuwe' dubbelcd 'No Direction Home', en hij zingt ze nauwelijks twintig jaar oud, met de verzengende kracht en wijsheid van de oudste baby van de wereld.

'No Direction Home' hoort als een soort soundtrack bij de Martin Scorsese-documentaire die zeer binnenkort via de BBC en de betere dvd-handel op ons af zal komen, en die genoemd is naar een jankende zinsnede uit 'Like A Rolling Stone' en ook al gebruikt werd als titel voor de toonaangevende Bob-o-grafie van de virtuele Dylan-ontdekker Robert Shelton.

Dat de paden van Dylan en Scorsese mekaar nog eens zouden kruisen stond, zelfs decennia na de concertfilm 'The Last Waltz' allang ergens in de sterren gebeiteld. Martin Scorsese, volgens vele de beste levende Amerikaanse filmregisseur, is al zijn hele leven gebiologeerd door de betere rock, en Dylan is al zijn hele leven lang gefascineerd voor film. Op de film is het nog enkele weken wachten, maar de dubbelcd ligt ergens in uw buurt op u te wachten. 'No Direction Home' is in de eerste plaats een audio-biografie van de eerste reeks gouden jaren van de jonge Dylan. De songselectie is op zich niet meteen flabberghasting en veel van de tracks zullen een beetje fan vertrouwd in de oren klinken. Hoewel: bij tweede beluistering is dat al veel minder waar. We worden hier immers overspoeld door zogenaamde 'alternate takes', die nèt interessant genoeg zijn om niet alleen voor gekken boeiend te zijn. Zoals Dylan nu nog avond na avond zijn repertoire in vraag stelt door zijn songs voortdurend, en met wisselend succes, te manipuleren, zo kon hij ruim dertig jaar geleden blijkbaar ook op één en dezelfde avond in de studio 'Leopard Skin Pill-Box hat' laten klinken als een door Jeroen Bosch bedachte drugdroom of een biologisch puur klinkende fijne country-blues.

Deze, uitstekend samengestelde, van superieure hoesteksten voorziene en met geweldige foto's opgeluchte collectie songs is in wezen niets anders dan een hoofdstuk parallelle kunstgeschiedenis, afdeling Bob Dylan. Niet de songs die ons leven veranderd hebben horen we hier, maar wel de songs die ons leven hadden kunnen veranderen als hij niet de ons zo vertrouwd in de oren klinkende versies op zijn eerste lp's had gezet, maar voor deze vaak verrassende alternatieve takes gekozen zou hebben. Soms gaat het, strictly for Bobheads, om één woord dat hier of daar toegevoegd of weggehaald werd, soms gaat het over een kale versie van een in ons geheugen drukke song, of net andersom, of om een wat vreemde stembuiging, of om een vertrouwde drumslag die ontbreekt, of die goeie ouwe politie-sirene die je mist op 'Highway 61 Revisited', maar waar het écht allemaal bijzonder wordt is als we schetsen krijgen opgediend van Dylans échte meesterwerken, versies die al een halve eeuw bijna geniaal waren, interpretaties die met dezelfde set woorden een heel ander verhaal vertellen. 'Mr.Tambourine Man', bijvoorbeeld, dat hij samen met Ramblin'Jack Eliott zingt in een versie die mij voor het eerst sinds lang weer doet geloven dat dit één van Dylans allerbeste songs is. Of het altijd al magische 'Chimes Of Freedom', dat geplukt is uit een tape die opgenomen werd tijdens het beruchte Newport Folk Festival van 1964, en waar hij zingt, zoals in de liner notes treffend opgemerkt wordt, 'als een man die de bliksem in zijn broekzak draagt.' 'Desolation Row' zorgt ook voor kippevel en méér:de song der songs staat hier in een definitieve versie die pal naast de definitief definitieve versie van op 'Highway 61 Revisited' kan staan. En ook 'Masters Of War', 'She Belongs To Me', 'A Hard Rain's Gonna Fall' en vooral 'Visions of Johanna' worden door de jonge Zimmerman op 'No Direction Home' zo gezongen dat ze ons niet alleen een eind ver door de winter zullen helpen, maar ook nog een goed stuk de eeuwigheid in.

Als de film van Martin S. half zo goed wordt als de plaat van Bobby D. dan hebben we straks, nog voor het vallen van de bladeren, allemaal samen een meesterwerk gezien.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234