Review: Damien Rice op Cactusfestival 2016

Complex, de toenaderingspogingen tussen Onze Man en Ons Damienne.

Wat ik het méést verlang van vriendschap, naast lichtheid, trouw en het talent om hectoliters bier te verzetten zonder over de beginjaren van K’s Choice te beginnen zeuren, is dit: een gedeelde melancholie. Dat hij of zij het gewoon zíét als het neefje van de blues weer eens binnenkwam zonder kloppen. En dat hij of zij dan niets zegt, maar gewoon even knikt of zucht ter herkenning. Dat hij of zij weet wat het is, onbestemd treuren, een fanfare van levenshonger en doodsdorst door je bloedbanen horen trekken.

'Tijdens 'I Remember' at iedereen z'n hoogstpersoonlijke Madeleinekoekje'

En zo komt het dat ik niets in het vriendenboekje van Damien Rice mocht schrijven. Hij of zij kent de melancholie – hell, hij knutselt er een backcatalogue op – maar het is niet dezélfde melancholie. Als hij over liefdesverdriet zingt, snap ik het niet, want ik vind het meisje niet leuk. Als hij een moerassige jeugd beweent, kan ik het niet meevoelen, want hij is het kindje dat me niet liet meetikkeren op de speelplaats. Als hij om de dood huilt, heb ik net de euthanasiepapieren getekend.

Als hij akoestisch wil, verlang ik naar elektrisch en omgekeerd: dat is het eigenlijk. Enfin, ik zat dus niet met een anticiperende stijve toen Damien Rice het podium van Cactus opliep. De rest van het publiek daarentegen was al úren aan het erecteren, dol van de voorpret om Damien en de blauwe plekken die hij zou bezingen. En dus hing er een bezwerende, haast sacrale stilte toen Damien Rice zich door ‘Delicate’ trilde, logeerden er in ooghoeken dunne tranen tijdens ‘Long Long Way’, en at iedereen z’n hoogstpersoonlijke Madeleinekoekje tijdens ‘I Remember’. Iedereen? Neen, één nurkse Humojournalist stond het niet te snappen. Ik ontwikkelde dan ook een grondige hekel aan mezelf.

‘It Takes a Lot To Know a Man’: vertel mij wat. Dat deed-ie dan ook, deze Damian, en wel met de kundige hulp van een klarinet. En toegegeven, op dat moment was ik het allemaal wel een beetje beter gaan begrijpen. Want was de eerste helft van zijn set nog een beetje een stationsroman geweest – een zakenman-op-doorreis praat een in het leven teleurgestelde vrouw met slimme tederheid het bed in – dan klonk het in het tweede deel allemaal potiger, doorleefder, en dus: echter. Zijn loopstation maakte het spannender, zijn eenzaamheid klonk eenzamer, zijn liedjes waren niet langer de soundtrack bij het lentefeest van een kind met een lelijke beugel. ‘The Professor’, ‘Volcano’: langzaam maar zeker had zijn straalkacheltje vat gekregen op de ijspegel die ik was. Niet dat ik, als ik ooit nog eens seks heb, tijdens het voorspel uit ‘9 Crimes’ ga citeren, maar toch: ik had de vijandelijkheden gestaakt.

Ik was bijna klaar om toe te geven dat de melancholie van Damien Rice een beetje op de mijne lijkt.


Het moment

‘The Blower’s Daughter’ was de voorspelbare bis, maar in m’n dagboek noteerde ik wat daar net voor kwam: de rellerige chaos waarmee ‘It Takes a Lot To Know a Man’ eindigde. Je zag eindelijk het béést in Damien Rice, en niet alleen de prettig cunnilingerende meisjesplezierder.


Het publiek

Open doekjes, natte broekjes.


Quote

‘Wanneer speelt hij ‘Born to Run?’ – De Morgen had ook een journalist gestuurd.


Tweet

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234