null Beeld

Review: Doors - Live at the Hollywood Bowl

Net zo min als Bruce Lee of Elvis is Jim Morrison dood. Jim Morrison lives, leest de graffiti op het Parijse Beroemde Doden-kerkhof Père Lachaise, en niet alleen op Morrisons graf, maar ook op de aanpalende tombes, zoals die van de zich van geen kwa...

Net zo min als Bruce Lee of Elvis is Jim Morrison dood. Jim Morrison lives, leest de graffiti op het Parijse Beroemde Doden-kerkhof Père Lachaise, en niet alleen op Morrisons graf, maar ook op de aanpalende tombes, zoals die van de zich van geen kwaad bewuste Muriel Paroissé, van de ouwe krui­denier van Montmartre, u weet wel. Jim lives, dus, en in zekere zin is dat natuurlijk ook zo, want een tel na zijn dood was Morrison al verrezen, in kleffe kranten, platen en posthume souvenir-uitgaven. Morrison stierf in een Parijs hotel­letje een domme dood, van het soort dat niettemin gretig verheer­lijkt wordt. Nu, lichtjaren later, worden de nog levende Doors ge­doogd als relikwie, als the next best thing to Jim Morrison, net zo­als Ringo Starr wordt opgetrom­meld bij Beatles-happenings, om­dat Paul en George het vertikken, en John tot ieders spijt eeuwig ver­hinderd is. Wat rest van de glorie zijn zes van de min of meer fan­tastische studio-elpees, een intri­gerende dubbele live-elpee, en een even onoverzichtelijke als onein­dige reeks bootlegs, waarop de meest onwaarschijnlijke geluids­documenten uit Morrisons open­bare en intieme leven voor het zie­kelijk nieuwsgierige nageslacht zijn bewaard. Het aanbod omvat zo­wat alle denkbare rariteiten, van een heuse concertrel, over wallebakkende repetities in één of an­dere kelder, tot Jim die de visioe­nen van zijn LSD-trip simultaan be­geleidt en inspreekt in de microfoon van een (later op onver­klaarbare wijze stinkend rijk ge­worden) groupie. En dan zijn er de overschotjes; de op gezette, nauwkeurig geplande tijden 'ge­vonden' of zo fantastische 'ver­loren gewaande' opnamen die nooit uit geldzucht maar altijd uit eerbetoon aan de nagedachtenis van Jim Morrison worden uitge­bracht. Veel concertregistraties vooral, verbazend voor een groep die een spoor van stoonde, verzo­pen of afgelaste concerten trok. Maar goed: 'Alive She Cried' uit '83 was een vlekkeloze plaat, en ook deze 'Live at the Hollywood Bowl' is, alhoewel van minder allooi, geen afval. Er zijn dompers op de pret: de geluidskwaliteit van juli '68 is verre van ideaal, en het is meer een maxi-single dan een el­pee, want slechts lokaas voor de videocassette met het hele optre­den. Dit zijn slechts uittreksels, met weinig muziek en veel welis­waar imposant, overweldigend ge­leuter.

Op 'A little game', 'The Hill Dwellers' en 'Spanish Cara­van' spuwt en rochelt Morrison als een dronken, verdoemde dich­ter (zijn geliefkoosde pose) met zware, dure maar vooral geladen woorden: met Slaughters en Murders en Graveyards en Strangers. Dichterlijke chaos is het; overtrok­ken drama en pathos op veelal zwalpende mei '68-muziek. Maar pakkend, en volstrekt weerstaanbaar. Maar alweer is alleen 'Light my fire' (inclusief de felle intro 'Wake up') echt indrukwekkend, ook al is het een prille, wat kale versie. Volgend jaar is Morrison 15 jaar dood. Ik heb zo het gevoel dat iemand dan een schat aan verlo­ren gewaande Doors-tapes zal ont­dekken.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234